Victoria Smurfit wordt vijftig…

Victoria Smurfit wordt vijftig…

Op 17 januari 2021 nog eens naar “About a boy” gekeken, de film met Hugh Grant. Hierin vele bekende gezichten. Zoals Sharon Small alias Barbara Havers, de sidekick van Inspector Lindley. Of Janine Duvitski, de hilarische secretaresse uit “The Worst Week”. Of Rachel Weisz die blijkbaar altijd onder haar eigen naam speelt (hier, maar ook in “My cousin Rachel” b.v.). Maar de grootste naam is toch wel Victoria Smurfit (foto Heroes and Villains via Wikipedia).

Lees verder “Victoria Smurfit wordt vijftig…” →

Luc De Ryck vertelt: The Scorpions

Luc De Ryck vertelt: The Scorpions

The Scorpions vormen al vele jaren een bron van mis(s)verstanden. Zo staat in een oudere editie van “Hit Dossier” de hittip “Is there anybody there” (31/3/1979) bij The Scorpions van ‘Hello Josephine’, die echte Britten waren, afkomstig uit Manchester, terwijl het hier eigenlijk de Duitse Scorpions betreft.

Lees verder “Luc De Ryck vertelt: The Scorpions” →

55 jaar geleden: publicatie van “Slaughterhouse-Five”

55 jaar geleden: publicatie van “Slaughterhouse-Five”

“Slaughterhouse-Five, or The Children’s Crusade” is een roman van de Amerikaan Kurt Vonnegut en geldt als een voorbeeld van metafictie. Metafictie is een vorm van fictie waarin bewust verwijzingen naar het fictie-medium zijn opgenomen. Hiermee wordt, vaak op een humoristische wijze, erkend dat de realiteit die in het verhaal wordt opgeroepen slechts een illusie is. Metafictie is bedoeld om de lezer eraan te blijven herinneren dat wat hij/zij leest of ziet slechts fictie is, en om de problematische relatie tussen realiteit en fictie consequent bloot te leggen. Metafictie is al vrij oud. Een van de eerste voorbeelden zijn de “Canterbury Tales” van Geoffrey Chaucer, maar ook in “Suske & Wiske” vindt men geregeld voorbeelden van metafictie.

Lees verder “55 jaar geleden: publicatie van “Slaughterhouse-Five”” →

25 jaar geleden: cultuur in Gent (547)

25 jaar geleden: cultuur in Gent (547)

Elektronische muziek terzijde gelaten, verschilt hedendaagse muziek in instrumentarium nauwelijks van de paar eeuwen klassieke muziek die eraan voorafgaan. Men bespeelt violen wel eens met de keerzijde van de boog of men vormt klanken met de ventielen van blaasinstrumenten, zonder dat men er effectief op blààst, maar grosso modo ziet een symfonieorkest er hetzelfde uit of het nu werk uitvoert dat eeuwen oud is of waarvan de inkt nauwelijks droog is. Eén groot verschil: het slagwerk. In de voorbije eeuwen mocht men al blij zijn als een paukenist bescheiden aanwezig mocht zijn, maar in de twintigste eeuw zien we tal van slagwerkers opduiken van het meest diverse pluimage. Geen wonder dat in Logos het festival van de hedendaagse muziek dan ook in het teken stond van “the beat-beat-beat of the tom-tom”. Verwacht u echter niet aan ellenlange drumsolo’s, zoals in de popmuziek van de late jaren zestig, maar aan de individueelste expressie van de allerindividueelste emotie. Zo kregen we 25 jaar geleden een concert uitsluitend voor solo-triangel te horen van Brian Johnson. (RDS in HLN van 31/3/1999)

45 jaar geleden: het minimum minimorum

45 jaar geleden: het minimum minimorum

“Omdat Jan Segers even buiten westen is, rijg ik een kroniekje aaneen dat niet het maximum maximorum wil nastreven, maar veeleer een minimumbenadering is van de landelijke politiek-sportieve problemen op het scherm,” schreef Wouter Vloebergh 45 jaar geleden en hij voegde meteen de daad bij het woord door het griezelige vooruitzicht van “op het knopje te drukken” te minimaliseren naar een “guerre des boutons”…

Lees verder “45 jaar geleden: het minimum minimorum” →