45 jaar geleden: de putsch van Pinochet

45 jaar geleden: de putsch van Pinochet

Het is alweer meer dan 45 jaar geleden dat de democratisch verkozen socialistische president van Chili, Salvador Allende, door een militaire putsch onder leiding van generaal Augusto Pinochet werd aan de dijk gezet. Daarbij kwam Salvador Allende om het leven (bovenstaande foto). Volgens de putschisten had hij zelfmoord gepleegd, maar sympathisanten van het regime hebben altijd beweerd dat hij werd vermoord. Op Wikipedia wordt nu beweerd dat op 19 juli 2011 door zijn dochter Isabel Allende Bussi (niet te verwarren met de drie jaar oudere gelijknamige schrijfster) werd bekendgemaakt dat het inderdaad om zelfmoord ging. Maar uit de rest van de tekst van Wikipedia blijkt dat de schrijver ook op voorhand al de versie van de putschisten genegen is, zodat ik mijn twijfels blijf hebben. Hoe dan ook, in die tijd stond heel progressief Vlaanderen op z’n kop en wilden wij op diverse manieren de Chileense vluchtelingen ter hulp komen. Wij van Jongerengroep De Veldstraat deden dit met een benefietavond. Maar die draaide op iets heel anders uit…
Lees verder “45 jaar geleden: de putsch van Pinochet”

Joe McCarthy (1908-1957)

Joe McCarthy (1908-1957)

Het is vandaag al 65 jaar geleden dat de republikeinse senator Joseph McCarthy, die vooral bekend is van de commissie die zijn naam draagt, werd teruggefloten door het leger. Die commissie had jarenlang een heksenjacht geopend op al wie linkse sympathieën had in het Hollywood-wereldje van de vroege jaren vijftig, maar toen ze 65 jaar geleden ook het leger op de korrel wou nemen, keerde zich dit als een boemerang tegen hen en werd McCarthy beschuldigd van “undue pressure tactics”.
Lees verder “Joe McCarthy (1908-1957)”

Etienne Vermeersch (1934-2019)

Etienne Vermeersch (1934-2019)

Ik verneem zopas dat vorige week vrijdag professor emeritus Etienne Vermeersch (foto YouTube) is overleden…

In mijn tekst over Miel Swillens heb ik het over een “top tien” van mensen die een belangrijke rol hebben gespeeld in mijn leven. Etienne Vermeersch hoort daar zeker ook bij.
Ik heb professor Vermeersch leren kennen toen ik aan de universiteit voor het keuzevak “hedendaagse wijsbegeerte” opteerde. Maar dan enkel “ex cathedra”, ik heb zelfs geen mondeling examen bij hem afgelegd. Vermeersch gaf namelijk eerst een schriftelijk examen met meerkeuzevragen en nadien kon je dan, als je dat wou, nog een mondeling examen gaan afleggen om je punten wat bij te schaven.
Nu, uit mijn verhaal over zijn collega prof.Boehm moet wel duidelijk zijn dat filosofie aan mij helemaal niet besteed was. Maar dankzij die “multiple choice” vond ik mijn schriftelijk examen toch nog tamelijk geslaagd (ik zou gelijk krijgen: ik behaalde 14) en ik was dus niet van plan om dat cijfer naar de filistijnen te helpen door mij aan een mondeling examen te wagen.
Toch heb ik professor Vermeersch wel ooit persoonlijk ontmoet. Dat was op een treinrit van Brussel naar Gent en toevallig dan ook nog op een “omnibus”, zodat we een hele tijd hebben kunnen praten. Ik stelde mij voor als een vroegere student en voegde er voor alle zekerheid ook mijn hoedanigheid als journalist van De Rode Vaan aan toe. Dat moet zijn belangstelling hebben gewekt, want we hebben zoals gezegd heel lang samen gepraat. Maar sla me dood, ik zou begot niet meer weten waarover.
Zeker niet over popmuziek, want wat zegt de brave man hierover? “Je moet popmuziek zeker niet gaan vergelijken met de werken van Bach of Beethoven. Strikt muzikaal gezien betekenen The Beatles mijns inziens weinig: de kans dat men er over honderd jaar nog naar luistert, is gering. Toch heb ik ooit een plaat van The Beatles gekocht, ‘Sergeant Pepper’s lonely heartsclub band’, omdat ik dat een historisch monument vond.”
En ook niet over het hoofddoekenverbod, want dat was toen nog niet aan de orde. Nochtans had het een interessant gesprek kunnen opleveren, want terwijl heel het pseudo-progressieve wereldje op z’n achterste poten gaat staan omwille van het hoofddoekenverbod voor ambtenaren in steden zoals Antwerpen en Gent, verklaarde professor Vermeersch in de Gazet van Antwerpen van 1/3/2008 juist dat hij nog veel strengere maatregelen gewenst acht. “Zo’n belangrijk onderwerp moet worden behandeld op het niveau van de Vlaamse regering. De huidige situatie, waarin politici van dezelfde partij tegenstrijdige standpunten innemen in verschillende gemeenten, is belachelijk. En het VB grijpt dankbaar de kans om de zaak overal op de agenda te zetten. In Frankrijk is op het hoogste niveau een speciale commissie aangesteld, die na rijp beraad heeft besloten dat de hoofddoek in de scholen niet wordt aanvaard. In de openbare besturen en instellingen moet absolute neutraliteit heersen. De ambtenaren moeten een dresscode dus aanvaarden. Ik ga daarin zelfs nog verder dan Patrick Janssens: ik vind dat die code moet worden uitgebreid naar alle ambtenaren met enig gezag. Ook in het onderwijs. Ik wil alleen een uitzondering maken voor leerkrachten die religieuze of levensbeschouwelijke vakken geven.”
Dat laatste is inderdaad iets wat vaak door katholieken wordt vergeten, die nu de kant van de hoofddoek kiezen omdat ze met heimwee terugdenken aan hun nonnenkappetjes. Maar dat waren dus wel nónnen, hé, die waren “gewijd” (wat men daarover ook mag denken), terwijl het nu gaat over gewone “gelovigen”.
GRAVENSTEENMANIFEST
En al evenmin hadden we het over het zogenaamde Gravensteen-manifest, waaraan professor Vermeersch mede ten grondslag ligt, want dat zou ook pas een vijftiental jaren later opduiken. In Humo van 8/7/2008 legt prof.Vermeersch uit waarom dat hem zo nauw aan het hart ligt: “Omdat een Belgische natie niet meer bestaat. Een natie is, naar een theorie van Benedict Anderson die ik volleidg volg, een imagined community. Mensen stellen zich voor tot dezelfde gemeenschap te horen, een gemeenschap waarin ze een zekere broederlijkheid ervaren, waarvoor ze ook bereid zijn te sterven én te doden. Zo’n natie komt tot stand door feitelijke netwerken: administratief, sociaaleconomisch, verkeerswegen enzovoort. Maar ook de communicatiemedia, die de gedachten en gevoelens sturen, spelen een fundamentele rol. Welnu, the imagined community België bestaat niet meer in de geesten. Je hebt nog wel het historisch gegroeide administratieve netwerk, maar de imparct daarvan brokkelt af door de overheveling van bevoegdheden naar de regio’s en naar Europa. (…) Zo’n imagined community bestaat wel in Vlaanderen: je hebt daar geen Bekende Belgen maar wel Bekende Vlamingen, en die BV’s staan dan symbool voor een hele reeks zaken uit de populaire cutluur die mensen delen. Van Oostende tot Maaseik kunnen mensen met elkaar spreken over ‘Familie’ en Ann Van Elsen. Misschien zijn er nog wel mensen die zich Belg voelen, maar in feite zijn ze dat niet: ze wéten dat ze in Wallonië niet over Jan Leyers of Rik Torfs moeten beginnen. (…) Het Vlaams Blok heeft het separatisme telkens weer op de voorgrond gebracht; dat is belangrijk. Hun extreme Vlaams-nationalisme sprak aanvankelijk weinig mensen aan, maar het Blok heeft dat gekoppeld aan hun migrantenstandpunten, die wél succes hadden. Zo hebben ze stilaan ook hun nationalistische programma bij een veel bredere groep ingang doen vinden. (…) Ik geloof niet dat in Vlaanderen de solidariteitsgedachte op zich in het geding is – niemand heeft er problemen mee dat we solidair zijn met Portugal of Ierland, of Ethiopië. Maar de solidariteit wordt wél een probleem als de Vlamingen merken dat de Franstaligen de politieke solidariteit niet opbrengen om de grondwet te respecteren. Want dat is de kern van deze impasse: de Franstaligen respecteren de taalgrens niet, ze denken dat ze daarover heen mogen lopen, dat ze hun grondgebied onbeperkt kunnen uitbreiden. En dan tegelijk zeggen: ‘En nu moeten jullie ook nog solidair zijn met ons!’, dat is steeds moeilijker te aanvaarden, hé?”
“Bovendien hebben ze sociaal-economisch zwaar geknoeid. 25 jaar geleden was Ierland een arm land, vandaag is het met Europese steun een succesverhaal geworden. Wallonië heeft die Europese steun óók gehad, en bovendien nog eens steun vanuit België, en het is een rampverhaal geworden. Zij moeten toch ook kunnen wat Ierland kan? Solidair zijn met een bodemloze put is heel ontmoedigend. (…) En als Van Hecke en Dewinter dan in de volgende verkiezingscampagne tegen de mensen zeggen: ‘Met de miljarden die we vandaag aan Wallonië geven kunnen we morgen uw financiële problemen oplossen,’ dan zullen de mensen eieren voor hun geld kiezen, wees daar maar zeker van.”
THOMAS VAN AQUINO
Maar daarover hebben we het dus allemaal niet gehad, dus om die “top tien”-plaats te rechtvaardigen moet ik dan toch maar terug naar zijn cursus. Daarin vertelde Vermeersch namelijk iets wat mij op slag ongelovig maakte. Hij zei dat de meeste mensen de zin van hun bestaan zochten in het feit dat ze door god waren geschapen. Met andere woorden: ze trachtten te leven conform het verwachtingspatroon dat die god dan in hen had gesteld. “Maar,” zo voegde Vermeersch eraan toe, “wie heeft in dat geval dan die god geschapen?”
Ik was als door de hand gods geslagen, om nu eens een heel ontoepasselijke beeldspraak te gebruiken. Ook ik had tot dan toe immers steeds volgens die stelregel gehandeld en nu viel die ineens weg. Op het college hadden we in de lessen Frans reeds uitgebreid gesproken over de existentialisten (Sartre, Camus, Malraux) en ik had daar wel veel belangstelling voor gehad, maar ik had die “sprong in het duister” altijd zo vreemd gevonden. Je weet wel: het humanisme dat voortvloeit uit het existentialisme. Ze geloven in niets, maar juist daardoor gaan ze “humaan” handelen. Ik vond dat absurd. Maar nu, met die uitspraak van Vermeersch, kon ik die sprong ineens wél maken: niet god, maar “de mens is de maat van alle dingen”.
Ik weet nog goed dat ik daardoor zo van de kaart was, dat ik daarover met iedereen ging discussiëren. Zo ook met mijn toenmalig lief, die niet eens haar humaniora had uitgedaan. “Dat wist ik al lang,” antwoordde ze me droog. Dat vond ik toen zó verwaand: niet eens de humaniora gehaald en dan iets poneren waarvoor ik de hulp van een superintelligente professor nodig had gehad.
Toen vond ik dat dus, maar nu niet meer. Misschien is het inderdaad iets waar je met een eenvoudige geest vanzelf op komt. Ikzelf lig echter altijd zozeer met mezelf in de knoop dat ik dergelijke voor de hand liggende zaken niet zie.
Maar goed, hoe kom ik nu daarbij om daar uitgerekend vandààg zo lang bij stil te staan. Omdat ik nu lees dat Thomas van Aquino in datzelfde principe juist het godsbewijs ziet! Akkoord, Thomas van Aquino spreekt niet over “scheppen” maar over “bewegen”. Maar het principe is hetzelfde: “Alles wat bewogen wordt, moet bijgevolg door iets anders bewogen worden. Maar wanneer nu datgene, waardoor iets bewogen wordt, zelf ook weer bewogen wordt, dan moet het ook door iets anders bewogen worden, en dat ook weer door iets anders. Maar zo kan men niet opklimmen tot in het oneindige, want dan zou er geen eerste beweger zijn, en zelfs geen enkele andere, want de ondergeschikte bewegers kunnen alleen iets bewegen, in zover ze door een eerste beweger zelf bewogen worden: zo brengt een stok alleen dan iets in beweging, wanneer hij zelf door de hand bewogen wordt. We moeten dus tot een eerste beweger komen, die door geen ander wordt bewogen, en hierdoor verstaat iedereen God.”
Ben ik dan ook opnieuw gelovig geworden? Uiteraard niet, alleen wordt de impact, die de uitspraak van Vermeersch op mij had, serieus ondergraven. Overigens, sinds wanneer lees ik Thomas van Aquino? Niet, uiteraard! Het fragment staat in “Bidden wij voor Owen Meany” van John Irving (p.542), ook wel een zeer “religieus” boek, maar evenmin van aard om mijn niet-geloof (ongeloof?) aan het wankelen te brengen.
AND NOW FOR SOMETHING COMPLETELY DIFFERENT
“De aarde telt sinds maandag officieel 7 miljard mensen. Geen reden om te feesten, want de grote populatie bedreigt de natuur en de toegang tot gezondheidszorg,” aldus Glynis Procureur in Het Nieuwsblad van 2/11/2011. Daarom komt ethicus Etienne Vermeersch met een drastische stelling. ‘De meeste mensen denken dat de keuze van het aantal kinderen een fundamenteel mensenrecht is. Hoewel de universele verklaring van de rechten van de mens dat suggereert, is die stelling op termijn niet houdbaar. Want als iedereen zelf mag bepalen hoeveel kinderen hij neemt, wordt de situatie onhoudbaar.’ In 1950 waren we met 3 miljard, tegen 2040 zal dat al 9 miljard zijn. En dat terwijl het tot 1800 duurde vooraleer er één miljard mensen op de aarde rondliepen. ‘Er is duidelijk nood aan begrenzing. In landen als Niger, Somalië en Ethiopië sterven dagelijks honderden kinderen door honger. We hadden die vrouwen vroeger moeten aansporen hun kinderaantal te beperken, door sterilisatie te belonen met een geldsom bijvoorbeeld. Dat was veel beter geweest. Nu moeten we lijdzaam toezien hoe hun kinderen sterven.’
Dan maar overal de éénkindpolitiek zoals in China?
‘Dat was niet prettig, maar onvermijdelijk op dat moment. Daardoor zijn 300 miljoen Chinezen niet geboren. Een opluchting, want anders zouden de Chinezen van vandaag zelfs geen kans op onderwijs gekregen hebben.
Geboortebeperking is ook bij ons nodig. ‘De ecologische voetafdruk van een kind uit de westerse landen is ongeveer twintig keer zo groot is als die van een Afrikaans kind. In België moet er op dit moment niets gebeuren: we hebben voldoende gezond verstand om niet allemaal vijf kinderen te nemen. Maar wat men zeker niet mag doen, is zeggen dat onze vrouwen te weinig kinderen baren. Geboortes aanmoedigen is het laatste wat moet gebeuren. Migranten in ons land hebben vaak nog te veel kinderen.
Nochtans berekenden Duitse wetenschappers dat er op onze aardbol plaats is voor minstens 75 miljard mensen. ‘Die wetenschappers zijn onnozelaars. Natuurlijk is er plaats voor zo’n massa. Net zoals er plaats is voor één miljard kippen in België, op voorwaarde dat ze allemaal op 25 vierkante centimeter leven.
Onnodig te zeggen dat Vermeersch de toekomst somber inziet. ‘Behalve de explosie van de wereldbevolking, groeit ook het consumptieniveau. Als ze in China en India evenveel auto’s kopen als wij in België, gaat de natuur eraan kapot.‘”
In 2016 ging hij zelfs nog een stapje verder in een interview met de internetsite Doorbraak.be: “Ik vind al zeer lang dat men ontwikkelingshulp zou moeten koppelen aan eisen voor geboorteregeling. In Haïti hebben we eerst die aardbeving en vervolgens die storm gehad en dan zouden we mensen moeten steunen. Maar die steun zou erin moeten bestaan dat iedereen die je laat steriliseren 500 dollar krijgt. Dat zou een efficiënte steun zijn. Wat baat het dat we ze steunen en ze vervolgens met een reeks kinderen afkomen die ze toch niet kunnen opvoeden? In de oorlog bij ons indertijd hielden de mensen zich in. Na de oorlog heeft dat dan tot de babyboom geleid. Maar nu zie je in Syrië, ze zijn daar al jaren in oorlog, dat die vluchtelingen allemaal met kleine kinderen afkomen. Alleen al het beeld dat je in oorlogstijd kinderen verwekt, dat is toch krankzinnig? Die mensen zijn onvoldoende voorgelicht en de officiële instanties zouden nooit mogen spreken over problemen zonder het probleem van de contraceptie en de geboorteregeling erbij te noemen. En als er geld wordt uitgedeeld moeten het in de eerste plaats gaan naar vrouwen die zich laten steriliseren. (…) De komende 30 jaar zal er fundamenteel veel veranderen. Maar dan zitten we met het onnoemelijke probleem dat tussen nu en 2050 de bevolking van Afrika met een miljard zal aangroeien. Zelfs als er 100 miljoen Afrikanen naar Europa komen, kunnen wij dat gewoon niet aan als we ook aan hen een basisinkomen moeten uitbetalen. Men schijnt onvoldoende te beseffen wat er op ons afkomt. De asielcrisis die we nu meemaken is maar een fractie van wat er op ons afkomt.”

Lees verder “Etienne Vermeersch (1934-2019)”

Veertig jaar geleden: “YMCA” van Village People op nr.1

Veertig jaar geleden: “YMCA” van Village People op nr.1

Het is vandaag veertig jaar geleden dat “YMCA” van Village People op nr.1 stond in Engeland. In die tijd gingen er 150.000 exemplaren per dag over de toonbank. De Sloebergazet, het blad van de communistische jeugdbeweging “De Pionierkes”, vroeg mij dan ook om een stuk te maken over homoseksualiteit omwille van het succes van Tom Robinson aan de ene kant van het muzikale spectrum en The Village People (foto) aan het andere uiteinde. Eens kijken of deze tekst de “tand des tijds” heeft doorstaan…

Je zal wel al eens het woordje “homofiel”, afgekort “homo”, gehoord hebben of (minder gebruikelijk) “homoseksueel”. En misschien weet je ook wel dat dit jongens zijn die elkaar graag zien en ook wel eens samen vrijen (al kunnen het in theorie ook meisjes zijn, maar dan gebruikt men eerder de term “lesbiennes” of “lesbische”). Of misschien ken je wel zulke mensen, maar zeg je daar “jeannetten” tegen omdat je dat al hebt gehoord van andere mensen. Dat is eigenlijk niet zo’n mooi woord, maar die mensen gebruiken dat omdat ze homo’s vies vinden, omdat ze vinden dat jongens met meisjes moeten vrijen en niet onder mekaar (“heterofiel zijn” heet dat dan officieel).
Soms gaan de mensen zó ver dat ze homofielen dood doen, omdat ze homofiel zijn. De fascisten deden dat en zij zouden dat nog doen, als ze dat konden. Maar gelukkig zijn er nu een heleboel mensen die vinden dat men iemand niet mag veroordelen omdat hij of zij homofiel is. Sommigen die het misschien wel goed menen, maar een beetje te katholiek zijn opgevoed, denken dat het een “ziekte” is, dat men homo’s moet trachten te”genezen”, te bekeren als het ware. Dat is ook fout. Sommige mensen houden nu eenmaal meer van hun eigen geslacht dan van het andere, of van allebei, dat kan ook. Het is dus eigenlijk heel gewoon. En dat weten jullie wel, want velen onder jullie hebben wellicht reeds met een vriendje of een vriendinnetje doktertje gespeeld of zoiets en dat is toch allemaal zo erg niet. Trouwens bij kinderen spreekt men nooit over “homofilie” omdat een kind nog alle richtingen uit kan. Als je dus als jongetje je vriendje lief vindt en als die soms wel eens zijn piemeltje aan je toont of zo, moet je nog niet denken dat hij of jij homofiel bent.
Maar wat heeft dat nu met muziek te maken ? Wel, de moderne muziek die tracht vooral veel platen te verkopen, want dat brengt veel geld op. Grote platenfirma’s zijn trouwens kapitalistische maatschappijen die naast platen ook nog andere dingen maken, soms zelfs oorlogsmateriaal ! Zoals je al hebt gezien op reclamefilmpjes en foto’s, helpt “seks” meer te verkopen. Vandaar dat disco-muziek zo dikwijls gezongen wordt door mooie meisjes met weinig kleren aan. Wat ze aan hebben, schittert zo mooi, dat men spreekt van “glitter”. Soms zingen zelfs andere meisjes die niet zo mooi zijn en zie je dus iemand anders staan die doet alsof. Dat het bijna altijd meisjes zijn, komt doordat onze maatschappij een “mannenmaatschappij” is. Dat wil zeggen dat de mannen de voornaamste posten bekleden, bijvoorbeeld de bazen van die platenfirma’s zijn mannen. En zij vinden zo’n mooi meisje wel fijn. Een mooie jongen, dat is een ander probleem. Sommigen vinden dat “nichterig”. Met name in de periode van de glamrock of glitterrock deden de zangers zich erg “verwijfd” voor (dat betekent dat ze zich zoals meisjes schminkten en ook wel een beetje de kledij overnamen). Zelfs David Bowie, Lou Reed, zelfs Mick Jagger (van The Rolling Stones) of Rod Stewart deden daaraan mee, maar het waren vooral de groepen die uit de “stal” van Nicky Chinn en Mike Chapman kwamen, die erdoor beroemd werden (vooral The Sweet).
Daarna was er Tom Robinson, voor wie z’n homoseksualiteit de aanleiding werd om zich te engageren voor andere minderheidsgroepen en tegen discriminatie in het algemeen. Vandaar dat hij de motor werd van bewegingen als “Rock against Racism” en “Rock against Fascism”, waarvan ook in Vlaanderen een afdeling bestaat. Tom ziet er dan ook uit zoals u en ik en heeft niks verwijfds. Ondertussen is hij zelfs getrouwd!
Dit in tegenstelling tot een andere groep die zich homofiel noemt, namelijk The Village People. De Village-jongens van hun kant lopen helemaal mee in de commerciële mallemolen.
The Village People is een idee van Jacques Morali. Aan Humo legt hij uit hoe hij daartoe gekomen is:
Ik heb het idee gekregen toen ik in New York in een homofielenbar kwam waar een paar go-go dansers in de weer waren. Eén van hen was Felipe Rose, de Indiaan, en hij stond in volle uitrusting op disco te dansen, met naast hem een vent in cowboy-pak, en een andere die als bouwvakker verkleed was. En ik dacht meteen: fantastisch, dit is het. De homofielen hebben nog altijd geen popgroep waarmee ze zich kunnen identificeren: maar zo’n verzameling superkerels moet het zeker kunnen maken. Ik zocht Victor Willis aan als zanger en plaatste een advertentie in The Village Voice: gezocht homofiele zangers en dansers, zeer mooi, met snorren. Op die manier vonden we de jongens die nu bij Village People zijn, en de een staken we in leer, de ander in een cowboy-pak, nog eentje in bouwvakkerskleren… En we waren vertrokken.”
Hoe serieus bedoel jij eigenlijk je songs, met al die knipogen naar homofilie?
Jacques Morali: “Ik lach er helemaal niet om. Ik ben zelf homofiel, dus moet je van mij niet verwachten dat ik daar een lolletje over maak. Ik geloof in de groep en ik maak er allesbehalve een parodie van.”
Met “In the Navy” maak je een aardige reclamespot voor de Amerikaanse Marine.
Victor Willis: “Ja, dat slaat geweldig in. Het heeft te maken met het thema Organisatie, Uniform. Dat is nog altijd typisch mannelijk. En naar ik hoor is de Navy er erg gelukkig mee. Onlangs zijn we nog uitgenodigd om een dagje door te brengen op het fregatschip USS Reasoner, in het gezelschap van 260 mariniers en 17 officieren. Erg leuk. Daar hebben we een filmpje na-gesynchroniseerd van In the Navy, en de Marine heeft ons gevraagd of zij een copie konden krijgen om voor hun eigen werving te gebruiken. Ze zien daar een enorme kans om die jongelui te bereiken die ze in hun reclamecampagnes zo wanhopig achternazitten. En wij vragen niet liever, kun je wel dromen.”
Morali contracted HIV during the mid-1980s, and he died of AIDS in 1991.

Referentie
Ronny De Schepper, Help, moeder, ’t zijn homo’s!, Sloebergazet

Lees verder “Veertig jaar geleden: “YMCA” van Village People op nr.1″

Tien jaar geleden: Tobback over Dedecker

Tien jaar geleden: Tobback over Dedecker

Schitterend dubbelinterview met Louis Tobback (foto Filip Naudts via Wikipedia) en Bart De Wever tien jaar geleden in Humo. Zonder het ideologisch over alles eens te zijn met deze twee personages, moet ik toegeven dat ik voor beiden een beetje een boontje heb. Ik heb dan ook ten volle genoten van het vuurwerk. Met een lichte voorkeur voor Keizer Louis uit Leuven (*). Maar dat wil daarom niet zeggen dat hij zo maar mag liegen, hé! Op het einde gaat het bijvoorbeeld over Jean-Marie Dedecker en daarover sneert Tobback: “Ik ben toch nooit een fan geweest van Dedecker, hè, of wel?”

Lees verder “Tien jaar geleden: Tobback over Dedecker”

Abdel Mabrouki wordt 45…

Abdel Mabrouki wordt 45…

Niet alleen Geri Halliwell wordt 45, ook voor Abdel Mabrouki is het zo ver. Abdel Mabrouki? Wie mag dat wel zijn? vraagt u zich af en niet ten onrechte natuurlijk. Wel, in Frankrijk is er wel een klein kansje dat men hem kent, vooral dan in uiterst linkse middens. Maar aan dat verhaal gaat een heel eigenaardige historie vooraf en die vertrekt bij mij thuis, jawel…
Lees verder “Abdel Mabrouki wordt 45…”

Teleblok: voor als je problemen hebt in examentijden

Teleblok: voor als je problemen hebt in examentijden

De examens zorgen weer voor kommer en kwel, vraag het maar aan Lowieke uit “Thuis”, die serieus door het lint gaat. In zo’n geval is Teleblok er om u te helpen. Toen Teleblok meer dan twintig jaar geleden werd opgericht, ging ik praten met initiatiefnemer Dirk Van Hoye.
09 mathias vergels als lowieke
Lees verder “Teleblok: voor als je problemen hebt in examentijden”

Ludwik Lejzer Zamenhof (1859-1917)

Ludwik Lejzer Zamenhof (1859-1917)

Vandaag is het honderd jaar geleden dat L.L. Zamenhof is gestorven. Dertig haar eerder had hij het eerste Esperantoboek laten verschenen. De verwachting, of liever ijdele aspiratie, was dat honderd jaar later de hele wereld deze taal zou spreken en schrijven, want Esperanto is bedoeld als een makkelijk te leren, politiek neutrale, internationale kunsttaal. Onder het pseudoniem Dr.Esperanto – ‘iemand die hoopt’ – publiceerde Zamenhof het boek met de titel La internacia lingvo (de internationale taal). De taal werd echter bekend onder Zamenhofs pseudoniem en kreeg zo de naam Esperanto. En na 130 jaar is ze weer op sterven na dood. In 1982 heb ik voor De Rode Vaan een lang interview over Esperanto gedaan.
Lees verder “Ludwik Lejzer Zamenhof (1859-1917)”