Sexual Healing tussen Gent en Wevelgem

Sexual Healing tussen Gent en Wevelgem

Een nieuwe bijdrage van kersverse medewerker Theo Buiting…

Zowat tegelijkertijd in de krant in oktober 2012. Bob Dylan die de Nobelprijs wint, en het verscheiden van Lydia Tuinenburg. Lydia wie? Tijd voor een opgepimpte versie van een verhaaltje van even geleden.

Sex, Drugs & Rock ‘n’ Roll

Please don’t procastinate
It’s no good to masturbate
Een verzuchting van een jonge Martin Ros, onze literaire tuinkabouter, o zo idolaat van Fausto Coppi en diens Witte Dame? Zou zomaar kunnen, maar dat laten we voor het gemak maar even in het midden.
Het zijn wél de laatste regels van een nummer, made in Oostende, dat een wereldhit werd. In de fade out van de opname weliswaar, nauwelijks nog te verstaan. Misschien dat de platenmaatschappij er ook een beetje onthand mee was.
Over plaatjes maken gesproken. JW Roy was een van de drijvende krachten achter cd-tjes met wielerliedjes: ”De Sint Willebrord Sessies”.  Sympathieke artiest, Jan-Willem. Kreeg als Kempenaar het rennen met de paplepel ingegoten. Leuk plaatjes ook wel dat Volume 1 en 2; maar wat meer ‘up tempo’ had voor mij wel gemogen.

Radio Manders

Radio Manders uit Asten had ze allemaal in huis. De nieuwste plaatjes. Op alle Oost-Brabantse criteriums schalden ze over het parcours. Voor ons was het allemaal rock ’n’ roll, want Amerikaans en nieuw.


Kon Piet Buuts, al ooit vermoeden dat hij nog eens een naamloos graf zou krijgen in Accra? Toch had ‘Manders’ de volumeknop een extra slinger gegeven toen Del Shannon zong over zijn Little Town Flirt:

“Here she comes, that little town flirt.

You’re falling for her and you’re gonna get hurt”

Vicky heette de zwarte voodoo prinses die Piet, de latere Caballero-prof, mee troggelde naar Ghana. Maar dat droeve verhaal is hier pas nog verteld.
En hoorde ik daar onderweg Fats Domino niet galmen? Het viaduct over de E3 transformeert zomaar tot een onneembare Blueberry Hill. En dat in de ronde van Veldhoven. Het dorp blijkt ineens in de Valley of Tears te liggen. Rugnummers straks inleveren in het Heartbreak Hotel aan de Boulevard of Broken Dreams. De klapzoenen van rondemiss Diana zal ík helaas nooit mogen smaken. Wat moet ik nog uitleggen. Sinds die dagen zijn voor mij wielrennen en rock ‘n’ roll synoniem.
Elke zondag kwamen ze weer allemaal aan een snoertje voorbij. Als renners op het kantje. Vol op kop Jerry Lee the Killer, dan Emile Ford uit de wind gehouden door zijn Checkmates, Johnny Tillotson en Tab Hunter. Fats moest alle zeilen bijzetten om te kunnen volgen. Last van een paar kilootjes teveel. Laatste man, compleet in het zwart, Roy Orbison. Elke week steeds weer dezelfde riedel op die spinnende bandrecorder van radio Manders, maar wij kregen er nooit genoeg van.
Voor mij is “Heartbeat”, in de coverversie van Lydia & The Melody Strings, nog altijd de absolute kraker van die dagen. Apeldoornse Lydia en haar indorock- bandje op de luidsprekers van de Koers van Oers: “Heartbeat why do you skip when my baby kisses me. Heartbeat why do you miss when my baby’s lips meet mine”. Nog altijd lopen de rillingen over mijn rug als ik dat nummer terug hoor. Lydia, de Nederlandse Connie Francis, emigreerde alras met haar vriend naar Los Angeles. Negentien was ze en zwanger bovendien. Ze vluchtte weg van een bedilzuchtige vader, die niet toestemde in een huwelijk. Een carrière werd in de knop gebroken.

The Queen of Dutch Southern Soul

En toch kwam er een blonde fee Lydia naar de kroon steken.


Ze staat meestal strak ingeklemd in mijn platenkast, tussen Dolly Parton en Tammy Wynette. Heel soms mag ze losjes aanschurken tegen Patsy Cline. Tante Pats, altijd goed voor een gebroken hart, een teiltje vol met tranen of een echtscheidinkje. Wie dan wel? Niemand minder dan Corry Konings natuurlijk. The Queen of Dutch Southern Soul. Wie anders. Uit Sint Willebrord. Waar anders.
Wanneer zag ik ze nog in levende lijve. Alweer heel lang geleden. Het moet in het begin van de jaren zeventig zijn geweest. Bij de Sluitingsprijs in Putte-Kapellen. Na afloop zetten de renners het daar toentertijd nog onbedaarlijk op een zuipen. Maar dat even terzijde.
Eerlijk is eerlijk, sinds die dag is ze nooit meer echt van mijn netvlies weggeweest. Maar het was niet genoeg. Ondanks haar platinablonde opgetoupeerde kapsel, minirok, Rekels en verleidelijke Willebrordse tongval. Ja, Corry Konings had bijna alles mee daar op dat plankier vóór café-dancing ‘de Vriendenkring’. Ze zong met een echte snik in haar stem: “Huilen is voor jou te laat” en het hele peloton huiverde snotterend voorbij. Behalve Zwarte Wout.
Nogmaals, een warme plaats in mijn hart had ze veroverd. Maar niet genoeg voor het verdrijven van mijn rockhelden van het eerste uur, die het afzien in de koers draaglijk maakten.

Zwarte Wout
Ook per definitie van de R&R is Wout van den Berg (een paar weken geleden op 85-jarige leeftijd overleden, red.) uit Wateringen. Achttien jaar beroepsrenner, van 1967 tot 1985, en eigenlijk nooit echt een platte prijs gereden. Behalve dan die ene keer in de Sluitingsprijs van ’72. De achttiende plek voor Zwarte Wout op zijn achtendertigste. Dankzij of misschien wel ondanks Corry en haar Rekels. Wout koerste altijd in een compleet zwarte outfit. Naar eigen zeggen omdat Elvis ook altijd in het zwart optrad. Denkelijk zijn de weelderige Las Vegas’ glitterpakken van The King even aan Wout’s aandacht ontsnapt en bedoelde hij toch meer The Big ‘O’ of Johnny Cash.

Ja, Zwarte Wout, steevast de laatste man van het peloton, kreeg op zijn vijftigste geen proflicentie meer van de bond. En hij was om te verrekken! All shook up om maar eens met Elvis te spreken. Van alles hadden zijn “collega’s” al in elkaar gezet om hem uit het peloton weg te pesten. In scène gezette afscheidshuldigingen, geweigerde inschrijvingen, het verstoppen van zijn fiets; van die dingen. Het was allemaal langs zijn kouwe kleren afgegleden. Maar zonder licentie geen koers meer natuurlijk. Het enige wat voorzitter Hein Verbruggen op zijn vraag naar het waarom had gezegd, was: “Een probleem is een probleem”. Hogere – bijna Wittgensteinse – filosofie. Exit dus voor Wout.
Ook daarna bleef hij terug komen naar de voor hem gewijde grond van Putte-Kapellen. Ooit stond hij daar nog, met een far-away look in his eyes, leunend op een dranghek. Ogend als een doodvermoeide Sioux krijger. Pikzwarte haren in een paardenstaart. Zijn markante kop een beetje schuin, zoals hij ook op de fiets zat, omdat hij het licht in één oog moet missen. In zijn hand een grote pils, waarvan je dacht dat hij die zo met glas en al naar binnen zou kiepen. The one and only Wout van den Berg, the last man standing.

Ries de Rockende Renner
Het magische woord is al gevallen: Sint-Willebrord. Niet alleen de thuishaven van ons Corrie, maar ook van Woutje en Wimme. Daarbij niet te vergeten Rinie, het beste paard van stal. Wim van Est, den Beer van het Heike, klapte in zijn biografie “Het IJzeren Uurwerk”, voor zijn doen nogal openhartig uit de school. Twee pervitienekes van 3 milligram pakte hij weleens. Niet meer. “Onze Piet wel, die had in de huiskamer een hoekkastje vol met drog. Voor vijfduizend gulden gekocht van een Belse coureur die gestopt was. Waarom zoude afzien, zei ie, daar zijn toch preparaten voor”. Drugs, doping dus. Niemand, een uitzondering daargelaten, die er nog van opkijkt of er opzichtig over zwijgt. Zelfs de mannen uit die dagen niet. En toch blijft er bij die generatie altijd iets knagen. Iets wat beter in het verborgene kan blijven. Al is het maar wat bijvoorbeeld een collega-renner van toen erover zei: “Ja, dae van Piete, dae is het is wel woar, màr zoiets zegde toch nie over oew eige bruur”.
Nog maar een keertje : wielrennen ís R&R. Daaraan valt niks uit te leggen. Het meest vleesgeworden voorbeeld van die kreet is voor mij toch wel Ries Brouwers. Ook uit Willebrord en ter plekke wereldberoemd. Zoon van Nilleke’s. Ontdekker van Corry Konings. Muziekhandelaar. Volgens kenners, de eerste Nederlandse rock ‘n’ roll pionier. Uitvinder/producer van de “witte” verzamel-LP op zijn eigen Request label. En renner! Alsof je een emmer leeggooit.


Ries moest wel coureur worden. Vader Cees, Nil zeggen ze daar, was in Willebrord de spin in het web. Zag en hoorde alles. Runde er een makelaars- en assurantiekantoor. Was vele jarenlang wethouder en vertrouwenspersoon, zeg maar gerust de schaduwburgemeester. Drager van de Willebrordse cultuur. Daarbij ook nog eens 23 jaar Consul der KNWU in West-Brabant.
Nilleke Brouwers: “Ja, onze Ries barstte van het talent. Tot en met de nieuwelingencategorie kwam hij 21 keer met de bloemen thuis. Plus nog eens meer dan zat ereplaatsen. Maar toen hij amateur ging rijden werd ie op een bepaald moment afgekeurd. Bij de sportkeuring constateerden ze een lekske op het hartklepke. Bij elke achttiende slag was er een afwijking. Hij kreeg geen amateurlicentie meer van d’n bond. Maar onze Ries wilde zo graag blijven koersen. Toen heeft ie nog een licentie als beroepsrenner genomen. Onafhankelijken en beroeps hoefden toentertijd geen sportkeuringsbewijs in te leveren. In de Omloop van Het Volk kwam ie nog samen met Tom Simpson over de meet. Ik heb toen nog een cardioloog geraadpleegd en die zei: ‘hij mag alles, behalve wielrennen en houthakken’. Echt waar, ja dat zeej dieje mèèns. Toen is onze Ries maar gestopt. Doodzonde eigenlijk want hij was zeker zo goed als Rini Wagtmans. Karstens had ook zo’n afwijkingske aan het hart maar die is toch jaren prof gebleven”

Bij elke achttiende slag dus een tikske. Wat zong Lydia ook weer: Heartbeat why do you miss. Heartbeat why do you skip….
Ries opende in ‘67 een platenzaak op Willebrord. In de veertig jaar dat hij die winkel dreef werd hij een absolute autoriteit op R&R gebied. Met zijn bootleg verzamel-LP’s van bekende rockers onder eigen label, trotseerde hij begin jaren zeventig de grote platenmaatschappijen. Met als albumtitels The Sound of Yesterday of I’ll Always Remember. In vier volumes. Tussen de bedrijven door wist hij, met zijn fijne neus voor talent, ook Corry Konings bij Pierre Kartner binnen te schuiven. Wat hij niet wist te trotseren was de kanker die hem, die oude eik, in 2009 velde. Rocker Ries en zijn gelijknamige website stampvol met dampende fifties-rockabilly gingen tegelijkertijd ter ziele. Alles was gratis te downloaden, zo verdeelde Ries de Rockende Renner zijn muzikale erfenis.

De Willebrord Sessies
Ries zal zich wel ongemakkelijk omgedraaid hebben in zijn graf. Hij, de producer was voorbijgestoken door een handvol, in zijn ogen, niet-ingewijden. Die een wielerplaatje kwamen opnemen in zijn dorp, home of Request Records. Nota bene in de fietsenwerkplaats van Hubert van Hoijdonk. Klinkende namen waren er zeker bij en zelfs een paar renners. Maar rockers? Freek de Jonge, Gerard van Maasakkers, Joost Prinsen, Guus Meeuwis. Aardige jongens, maar hadden die wel ooit het bloed, zweet en de tranen van de koers afgespoeld met een wasbakske koud water in een tochtig kippenhok? En hadden ze wel eens gehoord van Jimmy Gilmer & The Fireballs, Jerry Burne & The Loafers of Sonny Deckelman (wie kent hem niet). Allemaal helden van zijn Sound of Yesterday albums. Nou ja, ze deeje mar, het zou zijnen tijd wel duren

The Oostende Connection

Tijd om even het geweer van schouder te veranderen. Van Sint-Willebrord naar Oostende is eigenlijk maar een kattensprongetje. Van Londen naar Oostende idem. In de winter van ’81 was hij van daar uit aan de Vlaamse kust aangespoeld. Als een stuk geloogd wrakhout. Berooid, verward en verslaafd aan sex en drugs. Een eenzame gebroken man. Marvin Gaye, ooit een gevierde rock- en soulman uit de Motown-stal. Nu een gevallen ster. His only friend was named Cocaine. And no one else was to blame.
Impresario Freddie Cousaert had hem opgepikt en onder de arm genomen. Langzaam kruipt Marvin aan de hand van Freddie en zijn vrouw Liliane uit het dal. De zee brengt rust. Hij ging zelfs sporten. Basketten, zoals ze daar zeggen, en joggen op het strand. Van wielrenners moest hij niks hebben. Zo on-Amerikaans toch. Totdat hij Gent-Wevelgem voorbij zag flitsen. De snelheid, het zoeven van de bandjes, het geratel  van het apparaat, dat suizende veelkleurige lint. Marvin was op slag verkocht. Voor zijn verjaardag kreeg hij van Freddie een spiksplinternieuwe koersfiets. Marvin Gaye kachelde voortaan elke morgen langs de kust. Van Oostende naar Middelkerke en terug. Het werkte louterend. Op een gegeven moment was hij zelfs helemaal clean en weer bezig met muziek. En dan komt de grote klapper, die monsterhit ‘Sexual Healing’, gecomponeerd in Oostende.


Onwillekeurig verschijnt dan weer onze Martin Ros, smoorverliefd op het cyclisme, weer in beeld. Ooit schreef hij over zijn jeugd: “Ik ben opgegroeid in een wijk in Hilversum die vanwege het hoge percentage katholieken Klein Rome werd genoemd. Toen mijn ontluikende sexualiteit zich openbaarde, ben ik op advies van de kapelaan gaan fietsen. En zowaar; het bleek dat je je begeerte eruit kon fietsen! Al snel raakte ik in de ban van het wielrennen”. Zou het bij Marvin ook zo gewerkt hebben? Al was het maar een klein beetje en voor heel even. Want het kon niet blijven duren. Bright lights, big city, en alle verlokkingen die daarbij horen. De nieuwe roem dreef hem onverbiddelijk terug naar het verdorven Los Angeles. In de armen van zijn godvrezende vader, recht naar zijn noodlot.
Freddie Cousaert, de man die Marvin uit de goot haalde, kwam in ’98 om het leven bij een “fietsongeval” (sic).
Lydia Tuinenburg is in Californië ingetreden bij de Zevende Dags Adventisten. Ze wilde eigenlijk niks meer te maken hebben met profane muziek. Na echt heel lang soebatten door haar broer zou ze nog voor één keer terugkomen naar Apeldoorn voor een reünie-concert met die ouwe knakkers van de Melody Strings, in november 2012. Helaas, het mocht niet zo zijn. Ze overleed plotseling op 23 september in Fountain Valley (CA), 76 jaar.

So a lot of heartbeats stopped !

Theo Buiting, 6/10/12, modified 6/12/19

Zestig jaar geleden: Elvis in Parijs

Zestig jaar geleden: Elvis in Parijs

Op de website “Elvis, echoes from the past” kan je tientallen foto’s vinden van het korte bezoek dat G.I.Elvis Presley aan Parijs bracht. De foto die ikzelf heb gekozen, is afkomstig van de website van Nancy Holloway. De andere man op de foto is de Italiaanse zanger Rocco Torrebruno (1933-1998), mij totaal onbekend (*), maar toch “tête d’affiche” in die periode in de Moulin Rouge, waar Elvis een kijkje kwam nemen.

(*) Op zijn Italiaanse Wikipedia-pagina verneem ik dat hij is doorgebroken in 1958 met een Italiaans gezongen versie van het instrumentale succes van The Champs. Zijn laatste single dateert al uit 1964.

65 jaar geleden: Bill Haley neemt “Rock around the clock” op

65 jaar geleden: Bill Haley neemt “Rock around the clock” op

Op 12 april 1954 nam Bill Haley met zijn band The Comets in New York het nummer Rock around the clock op en tegelijk ook reeds Shake, rattle and roll (*). Dit wordt over het algemeen door het grote publiek aanvaard als het begin van de hele rock’n’roll-geschiedenis, al zijn kenners het daarmee absoluut niet eens (**).
Lees verder “65 jaar geleden: Bill Haley neemt “Rock around the clock” op”

Arthur Crudup (1905-1974)

Arthur Crudup (1905-1974)

Het is vandaag al 45 jaar geleden dat Arthur “Big Boy” Crudup is overleden. Hij was een Delta-blues zanger, die o.m. “That’s all right, mama”, “My baby left me” en “So glad you’re mine” heeft geschreven, drie nummers die eerst door Elvis Presley en daarna door tal van andere artiesten werden gecoverd. Ik breng deze verjaardag vooral in herinnering omdat er over deze zanger duidelijk een aantal misverstanden de ronde doen. Ikzelf ben daar ook ingetrapt, destijds toen ik het in memoriam voor Elvis Presley schreef b.v. Ik zal beginnen met mijn tekst weer te geven, zoals hij is verschenen…
Lees verder “Arthur Crudup (1905-1974)”