Hedda “Gambler”

Indien Henrik lbsen in oorsprong niet Brynjolf Bijarme had geheten, maar — ik zeg zo maar iets — Tennessee Williams, dan had hij zijn Hedda Gabler misschien beter de familienaam Gambler, speelster, meegegeven, want dat is precies wat ze doet. Mevrouw Gabler verveelt zich en daarom « speelt » ze maar met andermans levens. En ze verliest nog op de koop toe. Ach en wee dus.

Hedda Gabler is een dame uit de hogere kringen die zwanger is, maar geen kind wil. Ze is pas gehuwd, maar ze baalt van haar echtgenoot. We leren haar kennen in de twee dagen die aan haar zelfmoord voorafgaan.
Het is een typisch voorbeeld van “communication breakdown”: de omgeving heeft het veel te druk, druk, druk met zichzelf om de tekenen op te vangen, waardoor ze zouden weten welk onheil er dreigt. Want, dat ze zich verveelt, dat kunnen wij (en dus ook haar tegenspelers) enkel uit haar woorden opmaken want in de vier bedrijven, die tesamen dus amper twee dagen in beslag nemen, volgt de ene intrige op de andere. De ene minnaar is nog niet buiten of er staat reeds een andere klaar. Het ene lijk is nog niet koud en hop, daar schiet er zich alweer een overhoop.
Heeft u het nog niet door ? Dit is een ontluistering, een entmythologisierung, zoals dat zo geleerd heet. Dat Ibsen in de literatuurgeschiedenis een onvervangbare plaats bekleedt, kan best zijn, maar anderzijds moet evenzeer worden toegegeven dat hij soms knoeiwerk heeft afgeleverd. Knoeiwerk waarbij hij enkel op z’n grote trukendoos terugvalt. « Hedda Gabler » is zo’n knoeiwerk.
Vooral dan op het psychologische vlak, nochtans Ibsens sterkste kant zoals algemeen wordt aangenomen. Zo zou Hedda « laf » zijn. Ja, dat staat zo in de tekst, dat wel, maar waaruit moet dat dan blijken ? Omdat ze een gewezen minnaar, die haar overigens niets heeft misdaan, niet overhoop durft te schieten ? Ja, dan ken ik wel méér lafaards in dit aardse tranendal.
Maar een tranendal is het in het Mechels Miniatuur Theater niet geworden. Want het publiek is niet dom (ook al gaat het zowaar meestampen op de maat van Mozarts « Turkse mars » die Hedda backstage inoefent) en die inconsequenties gaan dus grappig op hen inwerken. Voeg daarbij nog de onvermijdelijke MMT-aanpak en je krijgt op bepaalde momenten pure slapstick ! Begin het in zo’n geval maar eens waar te maken als hoofdactrice ! Tessy Moerenhout roeide dapper tegen de stroom op, maar het was onbegonnen werk. Om b.v. de verveling die er in feite niet is toch een beetje te doen uitkomen, verviel ze in overdrijving.
Wie ook overdrijft, maar dan werkelijk alle normen te buiten gaat, is haar tegenspeler Jos Geens als Tesman. Hij moet een sul op toneel zetten, maar doet dit zo sullig dat je je gaat afvragen of hij beter niet gewoon zichzelf zou hebben gespeeld… In KVS-Brussel loopt hetzelfde stuk en de recensent van « De Morgen » schreef dat Paul Emiel Van Royen (de KVS-Tesman) al blij mocht zijn dat Chris Lomme (de KVS-Hedda) niet op de scène in tranen uitbarstte, nu dat is zéker waar voor de prestatie van Geens ! Reken daarbij nog ondermaatse prestaties van Luc Springuel en Hilde Van Haesendonck en het ziet er helemaal niet goed uit voor de jongste MMT-generatie.
Naast de bewonderenswaardige Tessy waren het dus enkel de « oude ratten » Tuur De Weert en Jenny Tanghe die het « deden », maar dan wel omdat ze het zichzelf gemakkelijk maakten door op de MMT-truukjes terug te vallen. De regie van Jaak Van Assche zal hieraan trouwens ook niet vreemd zijn, denk ik.

Referentie
Ronny De Schepper, Hedda “Gambler”, De Rode Vaan nr.47 van 1982

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.