Veertig jaar geleden: de nacht van de bolle akkers en de holle woorden

Veertig jaar geleden: de nacht van de bolle akkers en de holle woorden

Het succes van Guido Lauwaerts « Nachten van de Poëzie » zat eigenlijk in extra-poëtische elementen. Ik moet mij dus verontschuldigen bij de lezers die op basis van mijn stukje van veertien dagen geleden welgemutst naar de Leopoldlaan togen en er met een slaapmutsje vandaan kwamen (onze fotograaf heeft een viertal van dergelijke « aandachtige luisteraars » voor de eeuwigheid vastgelegd en misschien vind je één of meer daarvan wel terug op deze pagina). Door mijn schuld, dus, door mijn schuld, door mijn allergrootste schuld. Daniel De Smet zei het reeds in zijn inleiding op het stadhuis dat ik (en mijn collega’s ook een beetje natuurlijk) hem een pad in zijn korf had gezet. Ik dacht eerst dat hij die klasfoto bedoelde, maar het bleek dat wij door onze propaganda te veel belangstellenden hadden gelokt, zodat De Smidse fluks geruild moest worden tegen een « omgetoverde » sporthal.
Omgetoverd was wel het woord. Door het samenbrengen van kaarsenhouders uit één of andere kerk, andere kaarsen deze keer in lege wijnflessen (afkomst onbekend) en een soort van visnetten om de zaak af te ronden (letterlijk), kreeg je een « onbestemd gevoelen ». Vooral dan wanneer de lichten gedoofd werden en onze ogen het enkel met de kaarsen moesten redden. Ik verdenk de organisatoren er sterk van op dit gebied onder één hoedje te hebben gespeeld met de opticiens van Sint-Niklaas! (Als er anderen zijn die beweren dat « Bolle akkers » eigenlijk een protest is tegen de ruilverkaveling, dan mag ik ook wel eens een boude opmerking plaatsen.)
Lees verder “Veertig jaar geleden: de nacht van de bolle akkers en de holle woorden”

25 jaar geleden: Telefacts over schijnhuwelijken

Als Paul Jambers toeslaat, dan staan de anderen in de kou. Dat zal ook Marc Hoogsteyns ondervonden hebben die zijn bijdrage over spijbelende ambtenaren helemaal gemarginaliseerd zag, ook al trachtte hij met verborgen camera-toestanden toch nog het laken een beetje naar zich toe te halen. Het was echter een ongelijke strijd. Niet alleen had Jambers met zijn “schijnhuwelijken” weer een actueel thema aangeboord, op de koop toe konden – gezien het onderwerp – een aantal geïnterviewden niet in het beeld komen, waardoor Pieken Paultje de kans schoon zag om zelf nog wat meer in de belangstelling te komen. En het stoorde zelfs niet eens.
Lees verder “25 jaar geleden: Telefacts over schijnhuwelijken”

Leopold Vermeiren (1914-2005)

50 de rode ridderHet is vandaag ook al tien jaar geleden dat Leopold Vermeiren is gestorven. Leopold Vermeiren is de geschiedenis ingegaan als de oorspronkelijke auteur van De Rode Ridder (nog vóór de stripverhalen van Studio Vandersteen), maar misschien is zelfs dat niet meer geweten bij het jonge volkje (“Da’s van vóór mijnen tijd“). Maar wat vast en zeker helemààl niet meer geweten is, dat is dat onze Leopold onder de naam Paul Ticher ook wel eens erotische verhalen durfde te plegen. Hierbij mijn recensie van één van zijn boeken in De Rode Vaan van 1984.
Lees verder “Leopold Vermeiren (1914-2005)”

Paul Jambers wordt zeventig…

33 paul jambersVorig jaar heb ik de autobiografie van Paul Jambers “Ik heb het gedaan” (*) gelezen. En zo ontdekte ik dat Jambers zowaar nog voor landbouwkundig ingenieur had gestudeerd en dan nog wel in het Gentse “Boerenkot” aan de Coupure, wat voor een Antwerpenaar toch wel merkwaardig is. Aangezien ik zelf vier jaar lang mijn studentenleven heb gedeeld met “boerenkotters” en “peerdepieten” (de veeartsenij lag aan de overzijde) vroeg ik me af waar hij dan wel op kot zou kunnen hebben gezeten. En jawel hoor: “Ik had een kamertje gevonden in een volksbuurt niet ver van de Coupure, waar de Rijkslandbouwhogeschool was gevestigd. Het kamertje maakte deel uit van de achterbouw van een herenhuis in de Brugsepoortstraat, een pand dat verder uitgaf op een oud pakhuis met een achteringang in de volkse Akkerstraat. De eigenaar van het huis was een politieman en ik heb nooit begrepen hoe een politieman eigenaar kon worden van zo’n indrukwekkend pand. Ik vermoed dat zijn vrouw, die van betere komaf was, de zaak had geërfd. In ieder geval speelde ze de baas over de politieman en over de studenten.” (p.55) Paul Jambers had dus verdomme dezelfde kotbaas als mij (het echtpaar Rigoir-Faes)! Uit zijn tekst leid ik weliswaar af dat het gedeelte waar ik mijn onderkomen zou vinden toen nog een “pakhuis” was (Jambers is zes jaar ouder dan ik), maar toch… Want het is nog niet alles: Jambers werd daar bevriend met Vesa Liukku, de oudere broer van Erkki, die in Gent zou blijven plakken en tegen de tijd dat ik student was, woonde hij (Vesa dus) in de Jozef Platteaustraat, in hetzelfde gebouw als mijn collegevriend Marc Riebbels. Ik kwam hem daar dus geregeld tegen, zeker omdat hij op de koop toe in die tijd verkeerde met een germaniste uit het Waasland. Jammer dat ik dit allemaal nog niet wist, toen ik Pieken Paultje telefonisch interviewde voor De Rode Vaan in 1985, dan hadden we nog wat herinneringen kunnen ophalen…
Lees verder “Paul Jambers wordt zeventig…”

Klei in de vleugels

33 paul jambersVertelde Paul Jambers (volgens de kenners) misschien niet veel nieuws over het reilen en zeilen van de hedendaagse muziekindustrie in Vlaanderen in de « Panorama »-aflevering van vorige week (3-3-88) dan zette hij de zaken toch netjes op een rij. Eerste conclusie: de platenverkoop loopt (dramatisch) terug. Vijfduizend exemplaren heet een reuze-oplage te zijn. Tweede besluit: er is gebrek aan kwaliteit en de BRT, die dikwijls het verwijt te horen krijgt niet genoeg werk van eigen bodem te brengen, moet zich niet verlagen tot de rol van promotor van banale en minderwaardige waar. Een stel « competenten » uit de Vlaamse perswereld kwam dit (met argumenten) vertellen. Onze eigen R.V.-specialist ontbrak (natuurlijk ?!) in dit rijtje maar voor ons is dit geen reden om tegen Paul Jambers te keer te gaan omdat hij op het einde van zijn reportage een nummertje aandring-journalistiek ten beste gaf wanneer een « glorie » van het Vlaamse lied (Tony Servi) hem niet te woord wilde staan. Of hij van deze vorm van journalistiek tegenover mindere goden (er was reeds een voorgaande bij de studentendoop-reportage waar hij af te rekenen kreeg met privé-bewakingsdienst die hinderend optrad) een merkteken dient te maken, willen wij evenwel in twijfel trekken. Er zijn veel andere en belangrijkere domeinen waarin de TV-reporter kan en moet aandringen om een repliek uit te lokken. Zelfs als hij er dan zijn Millet-jasje aan scheurt (zie D. Buyle).
Lees verder “Klei in de vleugels”

Analyse van een stripverhaal (3): De Smurfin

In het middelbaar onderwijs moeten de leerlingen een boek leren bespreken. Dat lijkt me ook vrij logisch. Probleem is dat in technische scholen en beroepscholen de leerlingen zelfs niet eens meer een boek lézen, laat staan bespreken. Daarom bedacht ik het volgende: laat ik hen een stripverhaal doen ontleden. Dat lezen ze nog wel en de gebruikte methodiek is tenslotte dezelfde. Daarna hebben we in de klas de resultaten besproken aan de hand van enkele stripverhalen. Ik denk dat dit uiteindelijk een goede beslissing gebleken is. Ik zal deze resultaten in de loop der tijden weergeven, waarbij men zal kunnen vaststellen dat de vragen telkens weerkeren, maar uiteraard met verschillende antwoorden.
Lees verder “Analyse van een stripverhaal (3): De Smurfin”

“Heilige koeien” van Oliver Czeslik

“Heilige koeien” van Oliver Czeslik

Oliver Czeslik schreef “Heilige koeien”, althans onder die titel werd het opgevoerd door Arca in een regie van Sabine Reifer. Met Bert van Tichelen als Karl Klementi, een soort van linkse Jambers, die de vermetele moed heeft opgevat een “inside” reportage te maken over neo-nazi’s. Erik Burke is Gero von Wilfenstein, de leider van de neo-nazi’s, die hem ontmaskert en aan een dagenlange marteling onderwerpt met het vooruitzicht hem op de verjaardag van Hitler in Dresden te “offeren”. Tenslotte is er Ann Saelens als Ulrike, een sexy bedoelde maar eerder volslanke “collega” van Klementi, van de schrijvende pers weliswaar, die reeds enige tijd in het milieu is geïnfiltreerd. Als Ulrike wordt ontmaskerd, schijnt ze zich om haar vel te redden te “bekeren”. Ook Klementi komt op het einde tot het “inzicht” dat de neo-nazi net zo goed zijn “zoon” kan zijn. Een merkwaardig slot voor een voor de rest ook al totaal mislukte voorstelling, waarin plat realisme voor mislukt “théâtre de la cruauté” moet doorgaan.
Lees verder ““Heilige koeien” van Oliver Czeslik”