25 jaar geleden: “Adam in ballingschap” van Joost van den Vondel

25 jaar geleden: “Adam in ballingschap” van Joost van den Vondel

Op 22 juni 1994 ging ik in het NT2 naar “Adam in ballingschap” van Vondel door de toneelafdeling van het Gentse conservatorium. Saskia Debaere legde hiermee haar eindexamen af, terwijl het voor Karin Bosmans, Govert Deploige en Ineke Lievens het overgangsexamen naar tweede licentie was. Waarom gelegenheidslesgever Senne Rouffaer (foto) speciaal voor deze onspeelbare tekst van Vondel had geopteerd, was mij een raadsel, tenzij hij deze jonge mensen voor een quasi-onmogelijke opdracht wou plaatsen. Het was dan ook duidelijk dat ze er hard hadden op gezweet, maar echt talent kwam er weer niet naar boven. Eigenlijk is het triestig dat ze dan door zulk een beproeving moeten om uiteindelijk in een soap van VTM te belanden!
Lees verder “25 jaar geleden: “Adam in ballingschap” van Joost van den Vondel”

25 jaar geleden: “Duifke Klok” van Karst Woudstra

25 jaar geleden: “Duifke Klok” van Karst Woudstra

Morgen zal het al 25 jaar geleden zijn dat ik in het NTG naar “Duifke Klok” ging kijken van Karst Woudstra (foto). Chris BONI (Fenna Compier), Magda CNUDDE (Thisbe van Dijck), Karen DE VISSCHER (Liesje Schippers), Blanka HEIRMAN (Judith Ferf), Peter MARICHAEL (Stefano Gambineri), Lieve MOORTHAMER (Henriëtte Zondag) en Erik VAN HERREWEGHE (Niels Ferf) werden geregisseerd door Jan DEVOS.

Het was de eerste regie van Jan Devos sedert 1980. Nochtans had hij als pas afgestudeerde regisseur in 1974 een opmerkelijke voorstelling gebracht met zijn groep Het Keuntje. En in 1979 werd zijn “Escurial” in het NTG ook goed onthaald. Dan vertrok hij naar de Actors’ Studio en toen hij terugkeerde beperkte hij zich tot lesgeven aan het Brusselse conservatorium.
Hij was ook als filmer bedrijvig, b.v. als assistent van Delvaux bij “L’Oeuvre au noir”. Vandaar allicht dat Hugo van den Berghe aan hem dacht om een nieuw stuk van Mark Didden te regisseren. Didden (wel aanwezig op de première) kwam echter niet tijdig klaar en daarom greep men dan maar naar het nieuwste stuk van Karst Woudstra. De “filmrealistische” stijl heeft Devos wel aangehouden, dat blijkt ook uit het “halve murendecor” van Jan PLEYSIER en de kostuums van Marnik BAERT.
Vier dames van middelbare leeftijd (apothekeres Fenna Compier, schooldirectrische Thisbe van Dijck, pianolerares Henriëtte Zondag en “rentenierster” Judith Ferf) zijn ooit verliefd op elkaar geweest en nu brengen ze voor het eerst de zomervakantie door in hun landhuis in Toscane. Alles wordt in gereedheid gebracht voor een huis­concert door de jonge cellospelende zoon die de biseksuele Judith aan een losse scharrel heeft overgehouden. Maar de herinnering aan een op de kop 25 jaar geleden overleden vriendin, de legendarische operazangeres Duifke Klok gooit roet in het eten (oorspronkelijk heette zij “Duifje”, maar verder gaat de “vervlaamsing” niet). Zij heeft immers zelfmoord gepleegd en Thisbe houdt Judith daarvoor verantwoordelijk. Thisbe is destijds door Fenna in huis genomen toen ze totaal ontredderd was door die zelfmoord. Haar vroegere vriendin Henriëtte bleef ook inwonen, echter zonder verdere seksuele relaties, zodat deze emotioneel helemaal over haar toeren is. Als op de koop toe dan ook nog het bloedjonge apothekershulpje van Fenna ten tonele verschijnt, helemaal ondergescheten door het effect van bedorven ham gaan de poppen aan het dansen. Letterlijk zelfs want een pop, die de “pop”-kunstenaar Jeff Koons voorstelt, speelt ook een rol.
Dit stuk lijkt helemaal nergens op. “Ik heb helemaal geen enkele ambitie met mijn stukken,” zegt Woudstra ergens. “Ik schrijf ze omdat ik het leuk vind om ze te schrijven, omdat ik weet voor wie ik ze schrijf en dat is zeker het allerbelangrijkste. Vooral de acteurs dan.” Maar dat waren dus niet de acteurs van het NTG! (Al werd ook de creatie door Het Nationale Toneel van Den Haag slecht onthaald.)
Alles aan deze voorstelling klinkt immers vals van A tot Z. Niemand is geloofwaardig. Erik Van Herreweghe als jonge snotneus, die in een reusachtige onderbroek aan zijn piemel zit te trekken, kom nou! Of Peter Marichael als Italiaanse casanova, die meteen onder de voet gelopen wordt door “mannenverslindster” Blanka Heirman: hallo! En vanwaar haalt dat schijterige Liesje plotseling het lef om iedereen op het einde zomaar de les te spellen?
De ommekeer van Thisbe is trouwens al evenmin verklaard. In het begin van het stuk is ze een uitslover, op het einde een intrigante. Maar dat is allemaal nog niks tegen het feit dat de intrige eigenlijk staat of valt met Chris Boni die blijkbaar onweerstaanbaar is voor iedere lesbienne! De enige die min of meer acceptabel is, is Lieve Moorthamer, maar die heeft de auteur dan weer bedacht met een incestueuze verkrachting door haar vader, want niemand is normaal, nietwaar. Kortom, wordt het ensemble van het NTG langzaam maar zeker niet stokoud? Dreigt verstarring niet alom? Is het écht zo’n crisis dat er geen klein budgetje af kan voor een jonge gastactrice of een Italiaanse gastarbeider in een figurantenrolletje?
Deze sof werd merkwaardig positief onthaald door de anders zo strenge Wim Van Gansbeke. Een paar weken later kwam uit waarom dat zo was: hij volgt Frans Redant op als dramaturg van het NTG.

Lees verder “25 jaar geleden: “Duifke Klok” van Karst Woudstra”

“Zeven deuren” van Botho Strauss

“Zeven deuren” (1987) van Botho Strauss werd in het Arcatheater opgevoerd in een regie van Sabine Reifer (regie-assistente bij “Der Rosenkavalier” in de Vlaamse Opera) en een decor van Marc Cnops. Met Gert Portael (interviewster, dochter, pasgehuwde), Johannes Pauwels (huurvoorzitter, autokoper, schoonzoon, zelfmoordenaar), Brit Alen (echtgenote, het ‘niets’, meisje), Bert van Tichelen (huurder, professor, gevangene, bode, broeder), Lies Martens (Colombine), Bob De Moor (kwiskandidaat, autokoper, parkeerwachter, broeder), Roos Dochy (ongehuwde vrouw) en Erik Van Herreweghe (regisseur, autoverkoper, lijfwacht, pasgehuwde, keizer Julianus). De enige verdienste van Sabine Reifer (een Duitse studente Germaanse aan de RUG die hier is blijven plakken) is dat ze dit chaotische stuk in het programma goed samenvat: “Twee net uit de hel ontsnapte monniken maken ruzie met een Romeinse keizer, terwijl een getrouwde man een jonge vrouw probeert te verleiden, een parkeerwachter zoekt een lijfwacht en een vrouw zit thuis te wachten op haar man, die net de bewuste vraag van één miljoen niet heeft kunnen beantwoorden, een pas getrouwd koppel sterft van verveling en een net uit de gevangenis ontslagen misdadiger verleidt de vrouw van een dominee in het appartement van haar dochter, een huurder bedreigt zijn huisbaas en twee mannen op zoek naar de perfekte maagdelijkheid belanden in een supermodern autosalon, de algemene ontwapening komt met de post, een zelfmoordenaar krijgt zijn verdiende straf en een geniale professor stuurt niet alleen de hem interviewende journaliste volledig in de war.”
“L’enfer c’est les autres,” zei Sartre. Botho Strauss is het daar wel mee eens, maar aangezien je altijd de “andere” van iemand anders bent, is de hel ook in jezelf. Dit is ongeveer het enige “thema” van dit “zapstuk”. De enige “vondst” van de regisseuse is het hele stuk te laten dromen door “iemand” (Strauss?) die naar “Knockin’ on heaven’s door” door Guns’n’Roses aan het luisteren is. “Zeven deuren” (van en naar de “hel”) is een aaneenschakeling van een paar redelijk onnozele sketchen, waarvan er slechts één geval echt grappig is (de parkeerwachter) en één goed gevonden (de zelfmoordenaar die kennismaakt met het ‘niets’) maar slecht uitgewerkt. Het decor van Mark Cnops is vindingrijk, maar even saai als de grijze kostumes van Marnik Baert (28/10/1992).