Glenn Frey (1948-2016)

Glenn Frey (1948-2016)
Glenn Frey, gitarist en stichtend lid van de Amerikaanse rockband Eagles, is vijf jaar geleden gestorven in New York. Hij werd 67 jaar. Volgens de bandleden overleed hij aan de complicaties van reumatoïde artritis, een acute dikkedarmontsteking en een longontsteking. Hij was enkele weken geleden ziek geworden. De Eagles annuleerden in november 2015 nog een optreden in Washington als gevolg van de gezondheidsproblemen van Frey. De bedoeling was om eind 2016 opnieuw op te treden, maar dat zal dus zonder hun gitarist zijn.

Glenn Frey kennen wij dus vooral als één van de zangers/gitaristen/stichters van The Eagles. Wat minder bekend is, dat is dat Frey ook een bescheiden acteercarrière heeft uitgebouwd, o.a. in de televisieserie “Miami Vice” en in de Hollywoodfilm “Jerry Maguire”.
Eind mei 2013 heb ik nog naar het eerste deel van de documentaire “The history of the Eagles” gekeken op Canvas en toevallig stond ’s anderendaags, op 1 juni, in de Gazet van Antwerpen, een bespreking van de dvd in kwestie door ene S.V.
The story of an American band is de ondertitel van History of the Eagles,” schrijft S.V. “In deze drie uur durende documentaire wordt dan ook meermaals benadrukt hoe oer-Amerikaans dit in 1971 opgerichte gezelschap wel is.”
Dat kan wel zijn, maar zelf viel ik toch achterover toen ik vernam dat de eerste twee elpees in Londen werden opgenomen! The Eagles wilden immers per se Glyn Johns (o.a. van The Who, The Rolling Stones en Led Zeppelin) als producer en die wilde op zijn beurt enkel in zijn vertrouwde Olympic Sound Studios in het zuidwesten van Londen werken, vandaar. Dat maakt dus ook dat de legendarische Desperado-elpee (de afgedrukte hoes kan volgens de documentaire niet de originele hoes zijn), die zo door en door Amerikaans klinkt, dus eigenlijk een Engels product is. Overigens ging de elpee die wij nu inderdaad (en terecht) “legendarisch” noemen oorspronkelijk de mist in. Het is pas toen Linda Ronstadt het titelnummer coverde dat er wat schot in de zaak kwam. Uit de documentaire blijkt overigens dat het verhaal dat The Eagles oorspronkelijk de begeleidingsband van mooie Linda was, stevig dient te worden gerelativeerd. Ten eerste heetten ze toen nog niet The Eagles, ten tweede waren er toen nog maar twee leden bij (Glenn Frey en Don Henley) en ten derde heeft dat verhaal toch maar heel kort geduurd. Anderzijds dient gezegd dat de vriendschap en de samenwerking met Linda Ronstadt nadien nog is blijven doorlopen.
S.V. schrijft daarom terecht: “Het eerste deel van de documentaire is fantastisch. In twee uur tijd nemen de makers je mee naar California op het scharnier van de sixties en seventies. De eerste samenwerkingen van Don Henley en Glenn Frey vormen dan onderdeel van een ontluikende scene waarin ook Jackson Browne, Bob Seger, J.D.Souther, Joni Mitchell en Linda Rondstadt een rol spelen. Historische beelden benadrukken speelplezier en camaraderie, en maken duidelijk hoe uit een onachtzaam uitgesproken zinnetje een wereldsong kon ontstaan.” Hiermee maakt S.V. een allusie op “You can’t hide your lying eyes”.
“De meningsverschillen die later leidden tot verschillende personeelswissels komen minder nadrukkelijk aan bod dan in de verhalen van Eagles-biografen,” stelt S.V. terecht vast en hij of zij gaat verder: “History of the Eagles is zo ‘band approved‘ dat je de historische correctheid in vraag moet stellen. Dat doet weinig af aan de heerlijke onderdompeling van die eerste filmhelft. Het reünie-verhaal in een tweede deel is minder interessant en bevestigt het bestaande beeld, van groepsleden die nog alleen via hun advocaten met elkaar praten, niet. Of is het veelzeggend genoeg dat de vier Eagles in de volle drie uur van deze film niet één keer samen aan de interviewtafel te zien zijn?”
Een zeer terechte opmerking, al heeft dit het voordeel dat ik dan eindelijk misschien zal kunnen plaatsen wie wie is. Dat is trouwens een kritiek die S.V. in zijn of haar recensie wel had mogen vermelden: het is niet altijd duidelijk wie aan het woord is. Soms moet je als kijker enkel op de stem afgaan en dat is toch wel heel veel gevraagd, vind ik. En de vele personeelswisselingen maken het er dan al niet makkelijker op en al helemaal niet als The Eagles in beeld komen zoals ze nu zijn: kale of grijze, dikke uitgezakte mannekes die er in het beste geval als gepensioneerde boekhouders uitzien en in het slechtste geval spreken ze nog altijd een beetje haperend omdat de drugs hun verwoestende werk hebben gedaan (vooral bij Joe Walsh).

 

83_eagles_desperado_xlarge
Lees verder “Glenn Frey (1948-2016)”

Vijftig jaar geleden: Jimi Hendrix in voorprogramma van The Monkees

Vijftig jaar geleden: Jimi Hendrix in voorprogramma van The Monkees

Amper een paar dagen geleden schreef ik over een Amerikaanse tournee van Herman’s Hermits, waarbij – ongelooflijk maar waar – The Who voor het voorprogramma moesten zorgen. Ik verwees toen naar het fameuze concert van The Monkees, waarbij al even unlikely Jimi Hendrix die ondankbare rol moest vervullen. Wist ik veel dat dit pas enkele dagen later al het geval zou zijn! Met name dus op 17 juli 1967 in Forest Hills (New York).
Lees verder “Vijftig jaar geleden: Jimi Hendrix in voorprogramma van The Monkees”

Ritchie Valens (1941-1959)

Ritchie Valens (1941-1959)

Ricardo Valenzuela zou vandaag 75 jaar zijn geworden. Misschien zou hij die verjaardag gewoon in alle anonimiteit bij zijn Mexicaanse familie in Texas hebben gevierd, maar net zo goed zou het in Las Vegas kunnen zijn geweest met champagne, coke (maar dan geen coca cola) en bourbon à volonté. Misschien zou Valenzuela dan reeds honderd kilogram wegen en op een dieet van hamburgers, pep- en slaapmiddelen leven, misschien (maar veel minder waarschijnlijk) zou hij nog slank zijn en met zijn sexy grijze haren nog af en toe opduiken in de hitparade.

Lees verder “Ritchie Valens (1941-1959)”

“American Pie” van Don McLean

“American Pie” van Don McLean

Het is vandaag ook 45 jaar geleden dat de Amerikaanse singer-songwriter Don McLean het nummer “American Pie” uitbracht. Het was een ultieme poging om door te breken en daarom ademt het nummer ook een “desperate feeling” uit. De tekst van het nummer is dan ook al sinds de originele uitgave onderwerp van discussie. Het nummer begint in elk geval het vliegtuigongeluk waarbij Buddy Holly, Ritchie Valens, en J. P. Richardson (The Big Bopper) om het leven kwamen, ook gekend als “the day the music died” (al denk ik dat McLean zelf deze omschrijving heeft uitgevonden). Voor de rest schetst het nummer een beetje de treurige geschiedenis van de Verenigde Staten, min of meer te vergelijken met “We didn’t start the fire” van Billy Joel enkele jaren later. Het is dan ook merkwaardig dat het nummer, vooral sedert de versie van Madonna in 2000, een beetje als een alternatief volkslied van de VS wordt beschouwd. Het nummer wordt alleszins gezien als een van de belangrijkste nummers van de 20e eeuw. Zo plaatste het opleidingsproject Songs of the Century het nummer op de vijfde plaats van hun lijst van nummers van de 20e eeuw. Het nummer is met een lengte van 8:30 minuten tevens het langste nummer dat ooit op de eerste plaats in de Billboard Hot 100 heeft gestaan. In 1980 was Don McLean te gast in ons land en toen schreef ik in De Rode Vaan het volgende stukje…
Lees verder ““American Pie” van Don McLean”