Mieke Felix

Mieke Felix

Na bijna dertien jaar nam de artistieke leidster van Theater Poëzien, Mieke Felix, afscheid van het theater dat ze samen met Robert Van Yper heeft opgericht. Deze werd nu algemeen directeur. Als zakelijk leider wordt hij opgevolgd door Yvonne Peiren en als nieuwe artistieke leider werd Eddy Vereycken aangezocht. Bij haar afscheid wilde Mieke Felix er eerst en vooral de nadruk op leggen dat haar vertrek bij Theater Poëzien “volledig” was…

Lees verder “Mieke Felix”

25 jaar geleden: “Molly Sweeney” van Brian Friel in Arca

25 jaar geleden: “Molly Sweeney” van Brian Friel in Arca

Voor het seizoen 1995-96 werden bij Arca opnieuw twee vaste regisseurs aangetrokken: Bart Verschaeve van het Universitair Toneel en Hugo Van Laere van het Salon. Hun eerste productie “Molly Sweeney” van de Ier Brian Friel (°1929) werd echter negatief onthaald. Dit verhaal over de blinde Molly (Els Olaerts), die op aandringen van haar man (Frans Van der Aa) zich laat operereren door Dr.Rice (Hans Royaards), maar die eigenlijk ontgoocheld is over hetgeen ze ziet, werd als statisch verteltheater afgedaan. Friel is van oorsprong trouwens een luisterspelschrijver.

Ronny De Schepper

Speeltheater: vrij als een albatros

Speeltheater: vrij als een albatros

In de Gentse incrowd circuleert op dit moment een raadsel dat als volgt gaat : had hij in dat restaurant geen albatros gegeten, hij had geen zelfmoord gepleegd. Maar los dat zelf maar eens op tijdens een dood moment op café. (*)


De albatros die wij bedoelen is de nogal logge vogel die eens hij opstijgt een sierlijke vlucht beschrijft (overigens uitstekend verklankt in het instrumentaaltje van Fleetwood Mac). En het is op die manier dat we een andere nieuwe productie van het Speeltheater, “Vogel-vrij”, zouden willen typeren.
De grondidee van dit stuk van en door kinderen is dezelfde als bij de vorige musical “Spring”, in plaats van “durf te springen” wordt het nu “durf te vliegen”. Alleen was “Spring” verder gebaseerd op een eigen visie op 150 jaar België, terwijl er in “Vogel-vrij” nauwelijks een verhaal le bespeuren valt. Het stelen van een sportvliegtuig, een verblijf in een tropenhol en in een superkamp houdt misschien wel beloftes in, maar die worden toch niet helemaal ingelost.
Vooral de drie beroepsacteurs die weer in het spel worden verweven, brengen niets wezenlijks bij. Frans van der Aa kan hoegenaamd niet overtuigen. terwijl het stilaan bekende duo Mia Grijp-Raymond “Bosje” Bosschaert deerlijk faalt als fascistisch koppel. Of beter waren die hele super-kamptoestanden gewoon achterwege gelaten. Gek dat de kinderen die zogezegd zelf zouden hebben gekozen…
Dat het desondanks toch nog een genietbaar spektakel is, komt door de bekende Eva Bal-ingrediënten : het creatief omspringen met kindertalent, de poëtische evocaties (zij het soms iets te langdradig voor kinderen), de leuke muziek, gebracht door een paar bekende namen uit het popwereldje en heel eventjes ook door de kinderen zelf. Ondanks alle onhandigheden vonden wij dat erg sympathiek.

Referentie
Ronny De Schepper, Vrij als een albatros, De Rode Vaan nr.22 van 1981 (foto JJ Harrison via Wikipedia)

(*) Weet iemand nog waarop dit slaat?

Veertig jaar geleden werd De Leguit geopend door de Zwarte Komedie

Veertig jaar geleden werd De Leguit geopend door de Zwarte Komedie

Op 22 november 1980 opende de Zwarte Komedie het nieuwe theaterzaaltje De Leguit in Antwerpen met “Omdat mensen belangrijk zijn”, een stuk van Bert Verhoye over “een ambitieus en later verbitterd Edegems politicus”, gespeeld door Max Schnur. Naast twee muzikanten (Chris Dries en Carl van Camp) was er nog slechts één andere acteur (een actrice eigenlijk want het was Mia Grijp).

Lees verder “Veertig jaar geleden werd De Leguit geopend door de Zwarte Komedie”

De vier Aymijnskinderen

05 De_vier_heemskinderen_1786Het verhaal van de vier heemskinderen, wie kent het niet, ben je geneigd van te zeggen. Nochtans, bij nader toezien is deze sage wel vrij onbekend, vooral als het erop aankomt zich alle details voor de geest te halen. Wellicht ls dit te wijten aan het feit dat de structuur van het verhaal ingewikkelder is dan de ontstaansperiode (de vroegste nog bewaarde Nederlandse literatuur, namelijk de zgn. voorhoofse ridderepiek) zou laten vermoeden. Vandaar ook dat in het onderwijs deze savoereuze geschiedenis meestal moet wijken voor het meer sprookjesachtige « Karel ende Elegast ».
Lees verder “De vier Aymijnskinderen”

Kindertheater met de a van avontuur of van abstract?

1985 werd door de UNESCO uitgeroepen tot internationaal jaar van de jeugd. Een reden voor heel wat organisaties om hun jeugdzonden over te doen. Is er in de stripwereld (om maar die te noemen) nog geen enkele terugval van het avonturenverhaal te merken — integendeel, zelfs de « volwassen » strip lijkt er steeds meer door aangestoken — dan ziet het er op de planken naar uit dat de « incrowd » van het kindertheater (dus de toonaangevende gezelschappen en dito recensenten) resoluut de weg naar het abstracte theater heeft ingeslagen. Hier volgt het kindertheater dus de volwassen broer. De vraag is alleen maar of ook de kinderen volgen. Wij hebben daar zo onze twijfels over.
Lees verder “Kindertheater met de a van avontuur of van abstract?”

Het malle Speeltheater

« De vergeten leeftijd ». Tot voor enkele jaren waren dat de jongeren tussen 12 en 16 jaar. Te oud voor kindertoneel en te jong voor tiener- of volwassenenstukken heette het. Maar sindsdien zijn er tal van theaterprojecten opgezet in die zin en op televisie kwam er het niet te versmaden programma « Een vinger in de pap ». Men kan dus niet meer beweren dat die jongeren in de kou blijven staan.
« De vergeten leeftijd » is nu die van de kleuters en jonge kinderen uit de lagere school. Van 4 tot 8, laten we zeggen. Weinig acteurs durven het aan voor hén te gaan spelen. Zogezegd omdat het « beneden hun waardigheid » is, in werkelijkheid omdat het erg moeilijk is voor die leeftijd op de juiste manier over te komen. In het Gentse Speeltheater werden er gelukkig twee acteurs bereid gevonden, niet alleen om het te doen, maar vooral om het goed te doen. Met duidelijk veel inzet brengen Frans van der Aa (foto) en Loek Sijlvers « De Malle-malle-mannetjes » waarin aan de hand van een eenvoudig verhaaltje wordt ingespeeld op angsten en complexen die bij die kinderen leven en tot uiting komen via het « ik-wil-de-grootste-zijn »-syndroom en vooral de geheimdoenerij.
Een verfrissende voorstelling, afwisselend grappig, spannend en ontroerend.

Referentie
Ronny De Schepper, Het malle Speeltheater, De Rode Vaan nr.20 van 1982

“De Alibicentrale” van H.J.A.Hofland

Op 28 oktober 1991 zag ik in Arca een productie van Malpertuis, namelijk “De Alibicentrale”, een stuk van H.J.A.Hofland (onder pseudoniem S.Montag) in een regie van Dirk Buyse en een decor van Dirk Verougstraete. Met Mieke Bouve (als Désirée, minnares en handlangster), Dirk Buyse (als K.P., de uitvinder van de Alibicentrale), Frans van der Aa (als Hector, de psycholoog die de aanleiding geeft tot de oprichting; als Katz van Woerden, de wrekende industrieel; als Lucky, de ingehuurde gangster van Mammon; als een cafébaas en als een journalist, gezien de diversiteit van de typetjes gaat Frans zich geregeld te buiten aan overacting), Katelijne Verbeke (als Loes, de vrouw van Hector, en als Grada Gevel, de vrouw van Katz van Woerden).
De Alibicentrale verdubbelt de identiteit van de mensen. Ze geeft je een kans daar te zijn waar je wil zijn, terwijl je tegelijkertijd ook daar “bent” waar je moet zijn. K.P., een financieel adviseur, is op dat idee gekomen, wanneer hij tijdens een feestje een handtekening gaat plaatsen in de naam van zijn vriend-psycholoog, die liever verder fuift i.p.v. een faculteitsvergadering bij te wonen. De eerste opdracht die de Alibicentrale krijgt, loopt al onmiddellijk slecht af omdat het alibi van mevrouw Grada Gevel niet moet dienen om een slippertje te verbergen (alhoewel het dat ook is), maar veeleer een zaak van “inside trading” (voorkennis bij overname van bedrijven).
Tot aan de pauze is het stuk zeer onderhoudend, zelfs in die zin dat men verbaasd is dat een beroepsgezelschap dit stuk op haar repertoire neemt. Ondanks wat gefilosofeer over het bedrog in de wereld is het immers heel vrijblijvend amusementstheater, of beter gezegd: een ontspanningsromannetje, voor toneel bewerkt door Buyse zelf. Na de pauze begint het gefilosofeer echter de overhand te nemen, zonder dat het echt kan overtuigen, terwijl het het verhaaltje naar de verdoemenis helpt. Blijft dus enkel over: een paar uitstekende regievondsten en het erg professionele spel van de acteurs en een verblindend mooie Katelijne Verbeke (ook al het hoertje uit “Het haar van de hond” van Claus, vorig seizoen in KNS).