“Aarzelend zocht elk van ons zijn eigen deur”

“Aarzelend zocht elk van ons zijn eigen deur”

Ooit ontsloot een vriendin een gammele, vuilgroene deur, die zich tussen twee herenhuizen bevond. En opende daarmee het perspectief op een beluik, een besloten hofje waar kasseistenen overwoekerd werden door onkruid; de huisjes rondom waren bijna allemaal vervallen. Met de simpele handeling, het openen van een deur die tussen de boulevardgevels niet opviel, leerde zij me wat doordacht reizen betekent. Het was de stap in een totaal andere, onbekende en irreële wereld. Het ruimtelijke reisaspect was klein, enkele stappen; veel groter was de reis in de tijd die ons van de grootstad naar eeuwen terug bracht. Het was de trip van de warmte en het scherpe zonlicht met genadeloze contouren, naar de koelte van een schaduw die ons mild ontving. Het was de sensatie geconfronteerd te worden, in de luide namiddagdrukte van een grootstad, met de huiver dat achter je de schim van de Golem zijn hand naar je zou reiken, een Golem die je dus toch ruimtelijk bijna duizend kilometer voerde en van daaruit ook de literaire reis van de verbeelding opstartte. Het was het wegvallen van de massa, de sensatie van de eenzaamheid; het ontdekken van nieuwe emoties, het herontdekken van verloren gewaande emoties. Het was de gefantaseerde reis van Alice, van Gulliver, van Bilbo Balings. En het zou dus ook de reis van een herinnering worden : het nu teruggrijpen, het nu noteren van indrukken… wat de cirkel die elke reis is, voorlopig sluit : de reiziger die daar toen vertrok, is er vandaag weergekeerd, eventjes, op doortocht. En sluit eigenhandig de deur van het beluik.
Lees verder ““Aarzelend zocht elk van ons zijn eigen deur””