Op dinsdag 13 januari 2015 is de tweede productie van ‘De grote foulée’ in première gegaan in de Gentse Minardschouwburg. ‘The Duck Variations’ is een spitante tekst voor twee acteurs van de gerenommeerde Amerikaanse scenario- en toneelschrijver David Mamet. Mamet kreeg in 1984 de Pulitzerprijs en ontving ook verschillende nominaties voor de Tony’s, de Academy Awards, de Oscars en de Gouden Palm. In dit stuk heeft Mamet uit gewichtsloze woorden zijn eigen wereld gebouwd. Hij is een observator van het gedrag, een afluisteraar van mensen. De mensen breien theorieën, hersenspinsels en drogredenen eindeloos aan elkaar. Een reeks gesprekken in een stuk van Mamet zijn momenten in de strijd om de bovenhand. Een reeks wedstrijden, in vele rondes. De strijd opgeven, ook al is hij volslagen absurd, is geen optie. Prijsvechters van dienst zijn Daan Hugaert en Marc Stroobants (zijn vroegere collega Dams in “Witse”). Mieke Laureys, die al tekende voor de regie van ‘Een Trooster’ regisseert ook deze voorstelling naar godsvrucht en vermogen, die ter gelegenheid van de Gentse Feesten wordt hernomen in de gezellige Arcaschouwburg aan de Sint-Widostraat.

De Gentse acteur Daan Hugaert is op dit moment vooral bekend als de zatte Eddy in “Thuis” of als de zure Van Deun in “Witse”, maar op het ogenblik dat ik “officieel” met Daan, die ik reeds ken van toen hij nog bij kindertheater Stekelbees speelde, aan tafel ging zitten, waren die dingen nog niet aan de orde. Het was ten tijde van “Kat op een heet zinken dak”, het stuk van Tennessee Williams waarmee het Nederlands Toneel Gent zijn missie als repertoiretheater eindelijk opnieuw waarmaakte. En het publiek reageerde navenant. Geen wonder dat een seizoen later het stuk werd hernomen, te meer daar dit seizoen in het teken stond van “de familie”. En welk stuk gaat er méér over “familie” dan, nee niet de gelijknamige soap, maar deze “Kat op een heet zinken dak”?
Ook de acteurs voelden zich weer goed in hun vel. Vooral Daan Hugaert, die in zijn rol van Grote Va bijna unaniem werd bejubeld. Zelfs tien jaar later zou hij het in een gesprek met Rudy Vandendaele nog steeds de rol vinden waarin hij zich het meest optimaal kon inleven.
PATRICIERSWONING
In het stuk viert hij zijn zestigste verjaardag, maar in werkelijkheid was Daan op dat moment amper een half jaar de vijftig gepasseerd. Ik ontmoette hem toen in zijn prachtig gerestaureerde patriciërswoning in een onooglijk zijstraatje naast het Burgcentrum. Een renaissancewoning die hij – met zijn eigen handen, zegt hij nadrukkelijk – in een leefbare ruimte heeft omgeturnd. “Ik heb een bewonersgeschiedenis samengesteld die teruggaat tot in 1672 toen hier een weduwe woonde. Toen zij is hertrouwd, kwam het huis in handen van de familie Van Hoobrouck, die ook nogal wat kastelen in de buurt van Gent bezit. Het is lagere verfranste adel, één van de burgemeesters uit de faciliteitengemeente draagt nu bijvoorbeeld ook die naam. Hier in Gent was Filip Ignatius van Hoobrouck de meest bekende. Hij was immers stadsontvanger, wat destijds een functie was die nog boven de schepenen stond.”
Toch woont Daan niet in een museum. Er heerst een gezellige chaos met rondslingerende schoenen en sportzakken van vrouwtje Lut Vermeulen, turnlerares en tapdanseres, en speelgoed van de kinderen Arthur (op dat moment elf) en Victor (negen). Arthur zou later – onder impuls van zijn vader, zelf een begaafd amateur – uitgroeien tot één van de beste schakers van ons land.
Iedereen is echter het huis uit, als we plaatsnemen aan de keukentafel en Daan met een wat gedempte stem over zijn jeugd aan de Brugse Poort vertelt. Hij moet nog steeds voorzichtig met zijn stem omspringen, want in “Macbeth” deed de regisseur hem zodanig hard schreeuwen dat hij er een half jaar revalidatie bij een logopedist aan overhield. Nee, het was niet prinses Mathilde, dan hadden we het wel op de frontpagina gebracht.
Die regisseur in kwestie was Guy Van Sande. We hebben dus heus geen moeite om te raden wie Daan bedoelt als hij zegt “dat er een nieuwe wind waait door het NTG, sinds een tijdje geleden de deur werd opengezet om bepaalde mensen buiten te laten.” Guy Van Sande was immers ook de regisseur van “Kat op een heet zinken dak”, maar werd nog tijdens de repetities voor zijn diensten bedankt.
Toch wil Daan de zaak niet personaliseren. “Ook andere regisseurs zijn weggegaan. Niek Kortekaas en Eddy Vereycken met name. Daarom heb ik er persoonlijk op aangestuurd dat het artistieke beleidsteam zou worden uitgebreid met alle acteurs. En sindsdien is het gesloten, ondemocratische systeem doorbroken en is de sfeer van schrik en wantrouwen verdwenen. Er wordt nu opnieuw vrij gepraat en hopelijk wordt de toekomst dus na een pak tegenslagen weer wat zonniger.”
Eén van die “tegenslagen” was het nogal negatieve oordeel van de Adviescommissie. Het zit Daan nog altijd hoog. “Zij hebben alleen maar oog voor nieuwlichters, terwijl wij altijd hebben gezegd: geef het publiek de kans te kiezen tussen diverse soorten theater. Sedert de verjonging van het NTG hebben wij vooral een jong publiek aangetrokken, maar met ‘Kat op een heet zinken dak’ komt nu ook het vroegere publiek massaal terug. Ik vergelijk het altijd met architectuur. Waarom heeft Gent niet het Bokrijk-gehalte van Brugge bijvoorbeeld? Omdat hier een heel palet van stijlen wordt aangeboden. Zo zou het theater ook moeten zijn, anders dreigt er een grote verschraling.”
WIELRENNERS
Daan Hugaert werd op 15/9/1949 geboren in… een familie van wielrenners. Zijn vader Albert “Berten” Hugaert (foto) was in de jaren dertig een geduchte sprinter die meestal “met een neuslengte” won, want hij was nogal goed gegeveld. Hij werd echter net geen prof omdat hij in de Bevrijdingslaan, waar zijn café stond, een meisje leerde kennen dat in diezelfde straat een confectiewinkeltje had.
Daan: Mijn vader heette Albrecht Hugaert of Albert, Bert, Berten uit Kaprijke (of Sint Jan in Eremo). Omdat de uitslagen telefonisch werden doorgeseind en de telefoon nog niet was zoals vandaag, vielen er ook ontzettend veel verschrijvingen te noteren. B.v. Huygaert, Hughaert, Huygaert, Huyvaert, Hunaert, Huygebaert, Hughebaert, Huyghe, Luypaert, ja zelfs ooit eens Luyaaerd! De juistheid van zijn identiteit kan worden afgelezen aan de toevoeging: Kaprijke, St Jan, Meetjeslander, etc. Hij was in Gent-Kuurne-Gent ooit tweede omdat hij zijn lief zocht in het Citadelpark (aankomst Sterre) anders had hij gewonnen met minuten voorsprong.
Mijn peter was ook wielrenner: Pieter (Piet, Pierre) Lampaert. Hij heeft jarenlang een gekende fietsenzaak gehad op de Brugsesteenweg in Gent. Hij is langer renner gebleven dan mijn vader (met zijn zuster getrouwd) en haalde mooie koersen binnen. Op tweeënzeventigjarige leeftijd is hij nog tweede geworden in het wereldkampioenschap voor veteranen in Oostenrijk. Zijn zoon Raoul is mijn neef. Hij was ook een uitstekende Gentse liefhebber (koerste met Denoyette) en werd zeer pril, op 16-jarige leeftijd kampioen van België bij de onderbeginnelingen. Zijn later palmares is mij niet zo bekend.
Maar de allerbekendste was een aangetrouwde oom, Camiel Vandecasteele (foto), die in de jaren twintig vijf keer heeft deelgenomen aan de Ronde van Frankrijk en zelfs twee ritten heeft gewonnen.
Grootvader Hugaert is eigenlijk afkomstig van de noordelijke grensstreek, maar hij kwam naar Gent afgezakt om in de UCO te komen werken. Later hield die grootvader (met wie Daan veel optrok) een café open in de Brugse Poort, waar Daan inspiratie opdeed, zowel voor dronkelappen als Eddy Van Overstraete in “Thuis” als voor rijkswachter Romain Van Deun in “Witse”, want het café lag vlak in de buurt van de rijkswachtkazerne.
NE SPECIALE
Daan zelf was ook een beetje “ne speciale”. Na in Gent een aantal keer van school te hebben gewisseld, maakte hij zijn hoger middelbaar uiteindelijk in… Californië af, via The American Field Service. “Dat is een vereniging die als het ware op de slagvelden van de Eerste Wereldoorlog is ontstaan. Vandaar ook field. De Amerikaanse brancardiers die de gewonden gingen ophalen op de slagvelden, bleven daarmee vriendschapsbanden onderhouden en oorspronkelijk waren het dan ook alleen Amerikanen die hier tijdens de zomer naartoe kwamen. Later kon het ook in de andere richting maar dan wel voor een volledig jaar. Ook wij hadden zo’n jongen uit Atlanta, Richard, te gast en hij overhaalde mij om het ook eens te proberen. Zo trok ik naar de Chico Senior Highschool waar ik samen met een jongen uit Hong Kong die vijf jaar in Parijs had gewoond een voetbalploeg heb opgericht. Soccer, wel te verstaan hé, geen American football. En daar is ook de liefde voor het toneel geboren, want drama was een keuzevak op school.”
Daarna studeerde hij bij prof.Apostel, terwijl hij tegelijk in de Marnix-boekhandel werkte. Zijn grote liefde was echter het theater en samen met Freek Neirynck en Jan Temmerman richtten ze Toneelboetiek op in de Reinaertstraat. Twee jaar later studeert hij af aan het conservatorium, waarna hij Germaanse begint te studeren. Daar heeft hij Herwig De Weerdt leren kennen. Samen geven ze een andere richting aan het voormalige poppentheater Stekelbees (foto). Daarna komen ze samen ook bij het Trojaanse Paard terecht, waarna hun wegen scheiden en Daan bij Arena in de “Marat Sade” terechtkomt, waar hij turn- en tapdans-lerares Lut Vermeulen (zus van Herman) leert kennen.
Daarna was Daan een tijdlang directeur van Vertikaal tot hij zijn broek scheurde aan een festival voor jonge regisseurs. Sedert Daan in “Gat in kop”, “Amphytrion”, “Het park” en “De thuiskomst” (1984-86) van de Mannen van de Dam voelde “dat hij het kon”, is hij als free-lancer zowat overal aan het werk geweest, soms zelfs in zijn “eigen” gezelschap (nu eerder dat van zijn vrouw): Onfijlbaar Producties. In mei 1987 bracht hij in die hoedanigheid een memorabele opvoering van “Duck variations” (door hemzelf vertaald als “Variaties omtrent eend”) van David Mamet die nu nog vaak wordt geïmiteerd.
RUDOLF WERTHEN
Maar meestal werkte hij voor Arca, zo b.v. in Arthur Schnitzlers “Droomnovelle” in een regie van Dirk Buyse, die in 1990 Daan ook regisseerde als Rudolf Baeten (lees: Werthen) in “Het Concert” van Hermann Bahr bij Malpertuis.
In 1991 zag ik hem in “Het Portret” van Slawomir Mrozek, gevolgd door nogmaals Harold Pinters “Homecoming”, deze keer opgevoerd in een regie van Achiel Van Malderen.
Dan was het opnieuw de beurt aan een stuk van David Mamet, “The Woods”, in een regie van Paul Kaptein (18/01/1992), gevolgd door “De naakten kleden” van Luigi Pirandello in een regie van Senne Rouffaer (KVS, maart 1992).
Op 2 oktober 1992 was hij opnieuw te zien in William Shakespeares “Henry V” door Malpertuus gebracht in een regie van Ruurd van Wijk. Een merkwaardige voorstelling die tegengestelde reacties opriep. Alhoewel Shakespeare gewoontegetrouw komische passages inlast met volkse figuren, was de komische aanpak van dit nogal machtswellustige historisch drama mij oorspronkelijk een doorn in het oog. De flauwe grappen als de twee bisschoppen de “claims” van Henry V op de Franse troon aantonen, irriteerden mij en vooral het hoofdpersonage zelf zat in het begin totaal verkeerd. Hij werd voorgesteld als een weifelaar, een man zonder karakter, tot hij dan plotseling (met een kous over zijn geslacht à la Red Hot Chili Peppers) omslaat in een vastberaden veroveraar. Nochtans zit van dan af de prestatie van Peter De Graef erg goed. Hij is de enige die de kans krijgt een personage volledig tot ontwikkeling te laten komen en hij heeft die kans met beide handen gegrepen. De anderen moeten diverse personages uitbeelden (tenzij misschien Goele Derick maar die krijgt voornamelijk een “commentariërende” functie toebe­deeld) en zijn dan ook wisselend van kwaliteit (al dient gezegd dat de overgangen heel spontaan en vlot gebeuren). Daan Hugaert had naar eigen zeggen een off-day door oververmoeidheid (hij struikelde herhaaldelijk over zijn tekst) en Ludo Busschots, die voor het eerst met een bril acteerde, schrok zich een hoedje omdat hij zich plots gecon­fronteerd wist met een nu eens slaperig, ongeïnteresseerd, dan weer kritisch publiek. Toch is de humoristische aanpak uitein­delijk efficiënt gebleken, omdat hij op het einde, wanneer traditiege­trouw bij Shakespeare de scène bezaaid ligt met slachtoffers, eerder bijtend-sarcastisch overkomt. En daar wordt dan tegen­over “de vrouw” geplaatst, die “von Kopf bis Fuss auf Liebe ist eingestellt”.
GEEN STRONT
Tussendoor is Daan op 3/4/1994 te zien in de TV-film “De put”. Hij is trouwens ook vroeger reeds opgetreden in dergelijke films, b.v. in “Surprise weekend” van Frank Van Laecke. En al speelt hij ook soms voor VTM (“Deman” b.v.), naar eigen zeggen heeft hij “er altijd over gewaakt dat ik niet in de stront terechtkwam.” Waarop Rudy Vandendaele hem uiteraard voor de voeten werpt of “Wittekerke” dan geen stront is… Nee, vindt Daan, maar “Ramona” was dat wel: “Die Australische scenario’s zijn al een stuk beter dan wat Vlaamse scenaristen er in dat genre van bakken.”
In het Claus-seizoen van het RVT (1994-1995) speelt hij in “Blauw Blauw“, waar er incidenten zijn met migrantenjongeren.
In april ’96 is Hugaert opnieuw van de partij in Arca. Hij speelt er in “Het schilderij” van de Rus Viktor Slavkin in een regie van het duo Verschaeve-Van Laere. Al wordt het geen succes, toch verdient hij steun wat zijn standpunten over modern theater betreft: “Als ze in Amsterdam een voorstelling met niets dan luide scheten maken, doet men dat vier maanden later dunnetjes over in Antwerpen.”
In oktober van datzelfde jaar speelde hij bij Theater Zuidpool een rol in “Thuis” van Hugo Claus (regie: Ignace Cornelissen) en zorgde hij voor de vertaling van “Kvetch” in Arca. Begin 1997 was hij dan weer te zien bij Antigone in “De kersentuin” van Tsjechov, opnieuw in een regie van Ignace Cornelissen. In de lente was hij de titelfiguur in het stuk “Baron von Münchhausen” dat ouwe gabber Herwig De Weerdt speciaal voor het KJT heeft geschreven.
Onder het motto “theater voor een publiek, publiek voor een theater” stelde Jean-Pierre De Decker op zaterdag 1/2/1997 het NTG-seizoen 1997-98 voor, dat een verjonging van het gezelschap zou moeten betekenen. Toch werd ook Daan Hugaert aangetrokken. En hij kreeg er véél werk. Achtereenvolgens in: “Midsummernight’s dream” (27/9/97), “Strelingen” (19/11/97), “Clockwork orange” (11/3/98), “Voorjaarsontwaken” (27/5/98), “Het bal” (16/10/98), “Peter Pan” (9/12/98), “La strada” (20/2/99), “Macbeth” (25/9/99) en opnieuw “Peter Pan” (9/12/99, wel in een andere, belangrijker rol, namelijk Smie, ook al een rol die vroeger door Cyriel Van Gent werd vertolkt).
Op het nieuwjaarsconcert 2000 van het NTG is hij zowaar een verbazingwekkende travestie in “I’m your man” van Leonard Cohen. En op de Gentse Feesten 2007 speelde Daan samen met Bob De Moor een stuk van Jo Van Damme, “De jongens”. Het gaat over twee broers die elkaar na een lange tijd terugzien bij de notaris om de erfenis van hun moeder op te strijken. Dan moeten ze echter wel de Turk zien buiten te krijgen die op dat moment in haar huis woont. Aanleiding voor een lading “politiek incorrecte” humor.
Tegelijk speelde hij overdag ook Angel Luiz Munoz, één van de grote groep Spaanse kinderen die zeventig jaar geleden naar aanleiding van de Spaanse Burgeroorlog in Gent onderdak hadden gevonden en waarvan er velen ook hier blijven wonen zijn. Als oude man doet hij dus zijn verhaal en neemt ondertussen de toeschouwers mee op een wandeling door enkele straten van de Gentse binnenstad. Deze voorstelling met als titel “Spaans Krijt” kende zo’n succes dat zij ook na de Feesten nog werd verlengd.
BOER DE CLERCK
Maar in april 2000 schitterde hij dus als Grote Va in “Kat op een heet zinken dak”. Of is het dan toch Leo Deschryver uit de roman-trilogie van Tom Lanoye?
Daan: “Dat je aan dat personage moet denken, verbaast mij niet, want net zoals ikzelf heb gedaan is het gebaseerd op ‘boer’ De Clerck van de tapijtfabriek Beaulieu: stinkend rijk maar toch niet al te veel ontwikkeld. Iemand die miljarden overheidssubsidies weigert terug te storten, kortom iemand die er een bijzonder soort ethiek op nahoudt en dan ook nogal meedogenloos met mensen omspringt. Ik moet echter wel zeggen dat ik die man, net als Rudolf Werthen trouwens (zie hoger), nooit persoonlijk heb ontmoet. Ik heb me gewoon gebaseerd op wat ik in kranten over hem heb gelezen. Een acteur voedt zich met dingen die voor het grijpen liggen. Hoe meer bagage men heeft, hoe beter. Zo heb ik met Herwig De Weerdt eens het lunchtheater Pluimage gebracht. Daarbij zijn we uitgegaan van My dinner with André van Tsjechov, echter zonder het stuk zelf ooit te hebben gelezen. Naast boer De Clerck heb ik mijn personage trouwens ook gebaseerd op pa Van Daele uit Thuis van Hugo Claus. En dàt personage had ik op Claus’ vader geënt die ik oppervlakkig heb gekend. Die kon ook zo soms van die explosieve reacties hebben.”
Tegelijk met “Kat op een heet zinken dak” liep in Minnemeers het stuk “Fun”, dat door Daan was vertaald. Daarbij wijkt Daans taal af van de voorgeschreven toneeltaal. Ze leunt aan bij het “verkavelingsnederlands”, waarover ik me ook nogal eens kan druk maken: da, nie, goe, enzovoort. Hugaert: “Ik schrijf dat zelfs zo op papier in mijn vertalingen. Ik vind verkavelingsnederlands immers een uiterst bruikbare taal voor het theater. Taal is een levend iets. Door de taal te ketenen, door ze regels op te leggen, heeft men destijds het Latijn dood gekregen. Op school werd ons al aangeleerd dat de eind -n van werkwoorden mocht worden weggelaten. Ik zeg niet dat dit uiteindelijk ook met de eind -t het geval zal zijn, maar voor dialogen is dit toch noodzakelijk. Kijk, Bavo Claes zal zijn eind -t’s wel nooit weglaten, maar in Windkracht 10 gebeurde dit ook niet en daardoor sloeg dit helemaal niet aan. Plots sprak immers iedereen als Bavo Claes. Ik ben nu dertig jaar acteur en ik heb gemerkt dat er een evolutie heeft plaats gehad in de smaak van het publiek, maar ook van de acteurs zelf. Er is een streven naar meer naturel. Spreekmachines à la Comédie Française zijn verdwenen. Niet voor niets heette de eerste toneelcursus aan het Gentse conservatorium uitgalming! Nu durft men ook al mompelen. Het is dezelfde evolutie als in de film. Waarom komen oude films zo gedateerd over? Omdat niemand zich ooit verspreekt, omdat die volzinnen er zonder aarzelen komen uitgerold. De eerste film waarbij mij opviel dat er een andere vorm van spreken werd gehanteerd was Dustin Hoffman in The Graduate. Ondertussen is men daar wel een beetje te ver in gegaan, vind ik. Het gaat nu van fuck hier en fuck daar, al is ook dat jammer genoeg een weerspiegeling van de maatschappij. Zelfs politici schelden elkaar nu in die termen uit. Dat heeft ook met de toenemende agressiviteit in de samenleving te maken. Onlangs ging ik naar Three kings kijken, een zogenaamde ontspanningsfilm, waarin echter harde scènes zaten, die pas enkele jaren tevoren enkel in cultfilms als Pulp fiction voorkwamen. Meer nog, het tienerpubliek dat daarop afkomt, zit daar gewoon mee te lachen, terwijl ik het hoofd moet afwenden!”
Ja, Hugaert, ge zijt gij niet meer mee, hé jong. Dat ondervond hij dan ook na het overlijden van Jean-Pierre De Decker: plotseling was er geen plaats meer voor hem bij de jonge garde die het Publiekstheater had overgenomen! Gelukkig drukten de VRT-kijkers hem dus aan de borst als Eddy in “Thuis” en vooral als Van Deun in “Witse”. En er was ook nog het Vernieuwd Gents Volkstheater: “Vorig jaar was De Jongens dé theaterhit van de Gentse Feesten. Bob De Moor en Daan Hugaert kropen in de huid van de ‘Soprano’s van Ledeberg’. Jo Van Damme schreef de tekst. Ze speelden in ‘schoon Gents’. Vaart, vinnige en vettige dialogen, veel couleur locale en grote muilen kenmerkten dit nieuwsoortige, geestige volkstheater. Je vergat er zelfs bij dat het bloedheet was in het Arcazaaltje. Dit jaar trekken ze als De Ondernemers naar de Minardschouwburg. Om een voor de jongens Toni en Franky mysterieuze reden heeft hun vader hen gevraagd een dame af te halen op de luchthaven. En vaders wil is wet! De kennismaking met de dame verloopt woelig en is nog maar het begin van een reeks opportuniteiten en verregaande calamiteiten. Zeker als blijkt dat de dame in kwestie een spirituele dimensie aan het leven van de jongens dreigt te geven. Daar hebben de heren allerminst om gevraagd, laat daar geen misverstand over bestaan! Met Mieke Bouve als de dame.” (Karel Van Keymeulen in De Gentenaar van 16/7/2008)

Ronny De Schepper

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s