Buddy Knox (1933-1999)

Buddy Knox (1933-1999)

Het is al twintig jaar geleden dat de Amerikaanse zanger en gitarist Buddy Knox (foto YouTube) is overleden. In de VS heeft hij een hele carrière uitgebouwd, maar bij ons is hij enkel bekend als “one hit wonder” en we hebben het dan nog over de bescheiden hit “Party Doll”. Alhoewel hij echt Buddy heet, werd hij na de dood van Buddy Holly zo wat beschouwd als diens opvolger, maar dat heeft hij nooit kunnen waarmaken. Ondanks dat zijn voornaam dus “Buddy” is, zou ik hem eerder tot de “Bobbies” rekenen (voor een verklaring: zie het artikel dat ik aan dit “verschijnsel” heb gewijd).

Knox leerde als kind reeds gitaar te spelen. Als teenager richtte hij met enkele vrienden van de High school de band Rhythm Orchids op. In 1956 traden ze samen met Roy Orbison op in een radio-uitzending, die hun voorstelde om de muziekproducer Norman Petty op te zoeken in zijn studio in Clovis (New Mexico).
De band nam in Petty’s studio drie nummers op, onder andere “Party Doll”, wat hij samen had geschreven met zijn bassist Jimmy Bowen. Twee van de opgenomen nummers (“Party Doll” als A-kant en “I’m Sticking With You” als B-kant)) werden in 1956 uitgebracht door het kleine Texaanse label Triple-D. De single werd in het Noord-Texaanse Panhandle en rondom Lubbock (de woonplaats van Buddy Holly) een gewestelijk succes. Derhalve verwierf Roulette Records de rechten voor de opnamen en bracht aan het begin van 1957 “Party Doll” opnieuw uit, deze keer met als nieuwe B-kant “My Baby’s Gone”. De single plaatste zich in februari 1957 voor de eerste keer in de charts, zou er voor 23 weken blijven en verving in maart 1957 “Young Love” van Tab Hunter aan de kop van de hitparade.
De volgende single “Rock Your Little Baby to Sleep” was minder succesvol (23e plaats). Zijn tweede en laatste top 10-succes had hij met het nummer “Hula Love”, dat in de oorspronkelijke versie reeds in 1911 werd opgenomen door Dolly Connolly onder de naam “My Hula Hula Love”. Peter Kraus coverde het nummer voor de Duitstalige platenmarkt onder de titel “Hula Baby” en behaalde er een eerste plaats mee in 1958. Met “Somebody Touched Me” (22e plaats) had Knox dat jaar zelf nog eenmaal een respectabele hit bij Roulette Records.
Sinds januari 1959 werden op de releases de Rhythm Orchids niet meer genoemd. Nadat de platensuccessen langzaam minder werden, wisselde Knox in het midden van 1960 naar het label Liberty Records, waar hij in 1961 nog eens een top 40-hit had, een coverversie van de R&B-hit “Lovey Dovey” van The Clovers uit 1954. Ook zijn laatste notering in de charts in de vroege zomer van 1961, “Ling-Ting-Tong”, was een coverversie van een doowop-klassieker. Nadat hij na 1961 geen successen meer had op de popmuziekmarkt, ging hij verder met countrymuziek. In Groot-Brittannië haalde hij in 1962 met de single “She’s Gone” nog eens de top 50.
Knox nam tot 1964 platen voor Liberty Records op en was in 1965 en 1966 onder contract bij Reprise Records, waar slechts vier singles verschenen. Na een onderbreking verschenen van 1968 tot 1971 nog zeven singles en een album bij United Artists Records. Zelfs tot aan het begin van de jaren tachtig verschenen platen onder het label Sunny Hill Records, maar chartsuccessen had hij sinds 1961 al niet meer. (Wikipedia)

Lees verder “Buddy Knox (1933-1999)”

55 jaar geleden: The Beatles nemen “Please please me” op

55 jaar geleden: The Beatles nemen “Please please me” op

Het is al 55 jaar geleden dat de tweede single van The Beatles, “Please please me”, werd opgenomen. Het grote verschil met “Love me do“, hun eerste single die “slechts” de zeventiende plaats van de Britse hitparade bereikte, was dat deze plaat nu wél onmiddellijk naar nummer één zou doorstoten. Eigenlijk kan men deze datum dan ook als de “geboorte” van Beatlemania bestempelen…
Lees verder “55 jaar geleden: The Beatles nemen “Please please me” op”

Dertig jaar geleden: “A night in black and white”

Dertig jaar geleden: “A night in black and white”

Op 30 september 1987 werd een een televisiespecial opgenomen waarmee de zwart-witvideo Roy Orbison and Friends, A Black and White Night werd samengesteld. In deze show bracht Roy al zijn grote hits, inclusief twee nummers van zijn dan nog nieuw uit te komen album, ten gehore. Hij werd omringd door gastmuzikanten als Bruce Springsteen, Elvis Costello, Bonnie Raitt, Tom Waits, Jennifer Warnes, k.d.lang, Jackson Browne, J.D.Souther en James Burton (ex-gitarist van Elvis Presley). Roy was eindelijk terug aan de top, hij bracht nog een nieuwe CD uit, die hij o.a. in ons land (het Antwerpse Sportpaleis) kwam promoten, maar helaas zou hij enkele dagen daarna schielijk overlijden…

Eddy De Saedeleer wordt 65…

Eddy De Saedeleer wordt 65…

Eddy De Saedeleer viert vandaag zijn 65ste verjaardag. Dat betekent dus dat hij nog geen jaar jonger is dan ikzelf. Wat wel merkwaardig is omdat ik hem destijds als medewerker bij De Rode Vaan heb aangetrokken, toen ikzelf vond dat ik te oud werd voor de poprubriek. Ik vond dus dat het tijd was dat een jongere mijn plaats innam. Een jongere? Jazeker dus, wel een half jaar! Ik herinner me nog dat toen we de geschiedenis van de popmuziek in vier delen onder elkaar verdeelden Jan Mestdagh de jaren vijftig voor zijn rekening nam, ikzelf de jaren zestig, Patrick Cohen de jaren zeventig en dat half jaar jongere piepkuiken de jaren tachtig! En in die hoedanigheid liet ik hem op het eind van 1988 ook het popjaaroverzicht schrijven…
Lees verder “Eddy De Saedeleer wordt 65…”

Shadow Morton (1941-2013)

81 Shadow MortonHet is weer tijd om iemand “uit de schaduw” te halen en in de schijnwerpers te zetten. Vandaag is het immers ook twee jaar geleden dat de Amerikaanse producer Shadow Morton is overleden. Eigenlijk heet hij George Francis Morton, maar hij liet zich terecht “Shadow” noemen, omdat hij bij uitstek een vertegenwoordiger is van de zogenaamde “death rock” uit het begin van de jaren zestig…
Lees verder “Shadow Morton (1941-2013)”