55 jaar geleden: The High Numbers afgewezen

55 jaar geleden: The High Numbers afgewezen

Dat The Beatles ooit door Decca werden afgewezen na een auditie is ondertussen legendarisch geworden, maar ook andere latere supergroepen hebben ooit dit lot ondergaan. Zo is het vandaag 55 jaar geleden dat The Who niet goed genoeg werden bevonden door EMI. Mogelijke reden waarom dit minder in het geheugen is blijven kleven: The Who heettten toen nog The High Numbers (foto YouTube). De afwijzing was trouwens ook de reden om het onder een andere naam te proberen.

Lees verder “55 jaar geleden: The High Numbers afgewezen”

55 jaar geleden: “Do wah diddy diddy” op nummer één

55 jaar geleden: “Do wah diddy diddy” op nummer één

Do wah diddy diddy is een nummer geschreven door Jeff Barry en Ellie Greenwich en oorspronkelijk in 1963 opgenomen door de Amerikaanse meidengroep The Exciters. Het werd al snel gecoverd door de Engelse r&b-groep Manfred Mann. Vandaag 55 jaar geleden werd het hun eerste (en bij mijn weten ook enige) nummer één-hit in Amerika (*). Opvallend daarbij is dat zowel leider Manfred Mann als zanger Paul Jones een hekel hadden aan dat nummer. Het werd hen opgedrongen door producer John Burgess (1932-2014), maar zijzelf vonden het (als resp. jazz- en blues-liefhebber) veel te onnozel. En dat is het zeker, maar… ik moet toch toegeven dat ik het een erg leuk nummer vond. Ik zou kunnen zeggen: maar ja, ik werd die dag dan ook pas dertien jaar. Dat neemt echter niet weg dat ik het ook nu nog een catchy nummertje vind…

(*) In hun thuisland (Engeland dus, ook al kwam Manfred Mann zelf oorspronkelijk uit Zuid-Afrika) werd het ook nummer één, maar daar zouden ze wel nog twee andere nr.1-hits hebben: “Pretty flamingo” en “Mighty Quinn”.

55 jaar geleden: Rod Stewart voor het eerst op televisie

55 jaar geleden: Rod Stewart voor het eerst op televisie

Morgen zal het ook al 55 jaar geleden zijn dat het eerste televisieoptreden van Rod Stewart plaatsvond. Dat was in “Beat Room” op BBC2. Met welk nummer staat er niet bij vermeld, maar ik dacht dat het “Good morning little schoolgirl” zou geweest zijn, waarmee hij even later ook in “Ready Steady Go” was te zien. “Schoolgirl” werd echter pas op 10 september opgenomen…

Rod Stewart treedt op dat moment ongeveer een jaar op in het clubcircuit. Hij had toen onderdak gevonden bij Chris Peers, niet de Belgische ex-wielrenner natuurlijk, want die zou pas twee jaar later geboren worden, maar wel iemand die zich als manager opwierp van mensen die eigenlijk uit het “buskers-circuit” kwamen, zoals Peter Sarstedt (“Where do you go to, my lovely”). Peers zegt over Rod Stewart: “Hij is de grootste vrek die ik ooit heb ontmoet, maar ook bezeten met een onwrikbare wil om er te komen.”
Ondertussen was Chris Blackwell, de zoon van een Engelsman die zich in Jamaica had gevestigd als eigenaar van een bananenplantage, tot de constatatie gekomen dat de lokale muziek (ska, later reggae genoemd) evenzeer een exportproduct kon worden als bananen. Hij vormde zijn eigen label “Island” en liet voor de Westindische gemeenschap in Engeland in 1964 Millie Small een cover van de R&B-hit van Barbie Gaye uit 1957 “My boy Lollipop” opnemen. Voor de mondharmonicasolo plukte hij een muzikant van de straat, maar dat was dan niet Rod Stewart zoals de legende wil, maar wel Jimmy Powell (*).
Met Jimmy Powell and the Five Dimensions werden twee singles opgenomen, “That’s alright”/”I’m looking for a woman” en “I’ve been watching you”/”Sugar babe”, maar het is mogelijk dat Rod hier niet eens op meespeelt, want hij mocht enkel mondharmonica spelen. Vocaal kwam hij hoegenaamd niet aan zijn trekken. Op een bepaald moment wou de manager hem wel eens horen zingen, maar Jimmy Powell vloog toen kwaad van het podium: “I am the lead singer and no-one else!” Toch hield Rod er in 1964 nog een single aan over (“Good Morning Little Schoolgirl”, de klassieker van Big Bill Broonzy), die tijdens de studiotijd van Jimmy Powell and the Five Dimensions werd opgenomen, samen met drummer Bobby Graham, gitarist Brian Daly, pianist Reg Guest en bassist John Paul Jones. Op de B-zijde namen ze “I am gonna move to the outskirts of town” van Welden & Jacobs op. Ondanks een optreden in “Ready Steady Go” (**) werd het een flop omdat de tekst veel te gewaagd was (de opwarmer van “Ready Steady Go” was Gary Glitter die later voor pedofilie zou worden vervolgd). The Yardbirds namen ongeveer tegelijk ook het nummer op, met een afgezwakte tekst, en zelfs die versie ging de mist in.
Jimmy Powell and the Five Dimensions waren Beatle-epigonen, terwijl Rod Stewart liever rhythm and blues wou spelen (al heeft hij later wel zowel Lennon- als McCartney-composities opgenomen), daarom trok hij eruit en werd hij buskend in één van de vele Londense stations opgemerkt door de toenmalige blueslegende Long John Baldry (1941-2005).

Lees verder “55 jaar geleden: Rod Stewart voor het eerst op televisie”

Spencer Davis wordt tachtig…

Spencer Davis wordt tachtig…

Vandaag wordt de Welshe gitarist en zanger Spencer Davis tachtig jaar. We kennen hem natuurlijk vooral van The Spencer Davis Group, maar vergis u niet: alle successen van deze groep kunnen op rekening worden geschreven van Steve Winwood, die zich toen terecht nog Stevie liet noemen, want hij was pas zestien à zeventien jaar. Ook het kenmerkende stemgeluid is dat van Steve/Stevie, men kan zich dus afvragen: wat valt er eigenlijk te vieren bij deze verjaardag, tenzij dan misschien dat Spencer Davis een neus had voor jong talent?

Wel nee, Spencer Davis is méér dan enkel maar de ontdekker van Steve Winwood en dat wordt bewezen door bovenstaande CD die ik me een tiental jaren geleden heb aangeschaft. Wellicht werd ik aangelokt door de vermelding van “I’m a man”, maar in dat opzicht kwam ik bedrogen uit: dit is wel degelijk een CD van Spencer Davis en niet van The Spencer Davis Group. Maar bedrogen? Ook dat zeker niet! Deze CD is namelijk zeer goed. Een ontdekking van wie Spencer Davis echt is. En dus een aanrader. Happy birthday, mate!

Hoe het samengaan van trad jazz en Amerikaanse folk uiteindelijk tot de Britse beat boom heeft geleid, leg ik uit in mijn bijdrage over skiffle (zie elders op deze blog), maar wordt ook goed geïllustreerd door de manier waarop The Spencer Davis Group tot stand is gekomen. Lawrence Winwood had namelijk eveneens een trad jazz combo, waarin ook zijn zonen Muff en Steve speelden, ook al was Steve toen amper de korte broek ontgroeid.
Steve Winwood: “Muff and I would go along with our dad and play on some of the dance sections with him. They used to do the fox-trot, the waltz, the quickstep and a rock’n’roll jive section with popular numbers by the Shadows and Duane Eddy. We’d play along on all of that stuff.”
Later stichtte de oudste zoon Muff zijn eigen trad bandje The Muff Woody Jazz Band, uiteraard met zijn broertje Steve. Toen ze in 1963 in The Golden Eagle in Birmingham optraden, zat er in het voorprogramma een folkgitarist, Spencer Davis, die o.a. nummers van Big Bill Broonzy en Leadbelly zong. Davis zag wel iets in een vermenging van trad jazz en folk en overhaalde de Winwood-brothers om samen een rhythm’n’blues-groepje te stichten: The Spencer Davis Group!

Lees verder “Spencer Davis wordt tachtig…”

55 jaar geleden: “Cry for a shadow” op nr.1 in Australië

55 jaar geleden: “Cry for a shadow” op nr.1 in Australië

Reeds zovele jaren fan en toch leer ik nog elke dag bij. Zo verneem ik pas nu dat “Cry for a shadow”, het instrumentale nummer dat The Beatles opnamen in Duitsland, drie jaar later (in volle Beatlemania) op nummer één is geraakt in Australië!
Lees verder “55 jaar geleden: “Cry for a shadow” op nr.1 in Australië”