Bert Verhoye (1945-2019)

Bert Verhoye (1945-2019)

De Antwerpse journalist, columnist en theatermaker Bert Verhoye (foto VRT) is overleden. Hij was 74 jaar. Hij was één van de eerste mensen die ik heb geïnterviewd. Zoals men hieronder kan zien, was dat niet bepaald een prettige ervaring, maar toch was ik een tiental jaren later, toen ikzelf net als hij voor Het Laatste Nieuws werkte en ik dus een gratis abonnement op dit blad kreeg, een fan van zijn rubriekje “Minimaal”. Vooral de manier waarop hij tegen dingen waaraan hij een hekel had (beiaardmuziek, augurken, postmodernisme…) te keer ging vond ik hilarisch.

Lees verder “Bert Verhoye (1945-2019)”

Een kwarteeuw kleinkunst

Een kwarteeuw kleinkunst

Voor de reeks “Een kwarteeuw kleinkunst” hebben wij een wat afwachtende houding aangenomen, omdat producers Jan Geysen (midden op de foto van deze BRT-persconferentie over de deelname van Clouseau aan het Songfestival) en Han Peekel (KRO) hier hun stokpaardje van stal hebben gehaald en zoals algemeen bekend zijn stokpaardjes vaak moeilijk in het gareel te houden. De man die dit tweespan moet mennen is Wouter Stips want hij staat in voor vormgeving en regie. Na drie afleveringen (24-12, 4-1 en 18-1) menen we dat hij voor de helft in zijn opdracht is geslaagd.
Laten we eerst zijn verdiensten even op een rijtje zetten. Grasduinen in de kleinkunst-historie ging automatisch aanleiding geven tot zeer statisch en gedateerd beeldmateriaal, dat wist men op voorhand. Stips is met dit materiaal op zo’n manier omgesprongen dat het toch nog tot leven kan komen, ja zelfs ontroert als men daarnaast de artiest twintig of dertig jaar later portretteert.
Ten tweede is het werken met thema’s een uitstekend idee geweest, aangezien ons op die manier een droge chronologische opsomming bespaard is gebleven (ook al moet men soms de waarheid een beetje geweld aandoen: in de zogeheten taboe-uitzending “De wilde boerendochter” naast “Evviva il Pappa” plaatsen is toch iets overdreven).
Maar half geslaagd betekent ook half mislukt. En de mislukking zit ‘m in het speciaal voor deze reeks opgenomen beeldmateriaal. Vooral de liedjes worden steevast weergegeven in een soort van elektronische spiegeltent wat na twee, drie keer uitermate irriteert. En mag Stips de twee zwanzers (Peekel en Geysen) tamelijk vlug wegdraaien, dan komt Betty Mellaerts toch iets te nadrukkelijk in beeld.

Uit De Rode Vaan nr.4 van 1986