Gary Moore (1952-2011)

Het is vandaag ook al vijf jaar geleden dat de Ierse gitarist, zanger en songschrijver Gary Moore is gestorven. We kennen hem nog van bij de rockgroep Thin Lizzy en ik geloof dat ook hij het is die de knappe gitaarintro van hun grootste hit “Whisky in the jar” speelt, maar het nummer zingen doet hij niet. Daarom heb ik de voorkeur gegeven aan zijn eigen grootste hit “I still got the blues”. Een nummer waarvan het beluisteren elke keer weer pijn veroorzaakt. En niet omdat het niet mooi zou zijn, eerder integendeel! Luister misschien ook eens naar wat André Hazes ervan heeft gemaakt.

P.S. Het is misschien ook de aanleiding om eens de aandacht te vestigen op de groep BBM samen met bassist Jack Bruce en drummer Ginger Baker van Cream. They released just one studio album, entitled “Around The Next Dream”, which was released on the Virgin record label. It reached number 9 in the UK Albums Chart in the summer of 1994, but spent only four weeks in the listings. The track, “Where in the World” was issued as a single, reaching number 57 in the UK Singles Chart in August 1994. Most of the work was written by Gary Moore. The band went on a short UK tour to coincide with the album’s release and also played a handful of rock festivals on the continent, before disbanding.

Udo Jürgens (1934-2014)

Udo Jürgens (1934-2014)

Het is al een jaar geleden dat de Oostenrijkse zanger Udo Jürgen Bockelmann is overleden. Wij kennen hem allemaal als Udo Jürgens…

Ik leerde Udo Jürgens al heel vroeg kennen, met name door zijn hitje “Jenny” uit 1958, wat ik nog steeds zijn beste nummer vind, al wil dit helemaal niet zeggen dat ik vind dat hij daarna niets waardevols meer zou hebben gepresteerd, integendeel zelfs, er zijn zeker een tiental nummers van zijn hand die ik hoog inschat.
Maar de reden dat “Jenny” zo’n indruk op mij heeft gemaakt, heeft ongetwijfeld ook met persoonlijke omstandigheden te maken. Ik had in die tijd namelijk een nichtje, dat ik echter nooit als zodanig heb gekend omdat ze een jaar vóór ik geboren werd op zeer jonge leeftijd is gestorven aan kanker. Het enige wat ik me van haar herinner is een foto met haar kaal hoofdje (van de bestralingen uiteraard). En hoe heette dit nichtje? U raadt het al, nietwaar. Mijn tante (haar moeder dus) kocht dan ook dit singeltje van Udo Jürgens en huilde zich telkens te pletter als ze het speelde. Later zou een andere tante ook een dochtertje krijgen en ook zij kreeg de naam Jenny mee. Deze Jenny is gelukkig nog steeds alive and kicking en verjaart precies op dezelfde dag als ik (al is ze wel drie jaar jonger). Ook Udo Jürgens zelf heeft een dochter die hij Jenny heeft genoemd (en een zoon die John heet, daarnaast heeft hij op z’n minst nog twee buitenechtelijke kinderen, Sonja en Gloria).
Na “Jenny” bleef ik geregeld iets horen van Udo Jürgens, aangezien hij haast jaarlijks deelnam aan het Eurovisie Songfestival. Zijn beste nummer in deze reeks vond ik zijn eerste, “Warum nur warum”, dat als “Walk away” (Matt Monro) een groot internationaal succes werd, maar toch is het pas het derde, waarmee hij eindelijk de overwinning in de wacht sleepte dat ik heb gekocht (“Merci Chérie” in 1966). Tussendoor was er ook nog “Sag’ ihr, ich laß sie grüßen”.
Tal van nummers van de hand van Udo Jürgens werden gecovered door andere artiesten. In ons eigen taalgebied was dat o.m. “Griechischer Wein”, dat in de versie van Joe Harris “Drink rode wijn” werd en “Geef me je angst” van André Hazes, die dit wel – zoals het een groot artiest past – helemaal naar zijn eigen hand heeft gezet. André Van Duin zingt met “Een echte vriend” ook nog een versie van “Ich war nog niemals in New York”, maar deze versie heb ik nog niet gehoord en kan ik dus ook niet op haar merites beoordelen. Het nummer zelf (“Ich war nog niemals in New York”) daarentegen vind ik één van Jürgens’ beste. Het is een beetje de mannelijke tegenhanger van “The ballad of Lucy Jordan” (“At the age of 37 she realized she’d never ride through Paris in a sports car with the warm wind in her hair”). Het is ook een beetje de archetypische song over de man die het huis verlaat om een pakje sigaretten te gaan kopen en die nooit meer weerkeert (“Und nach dem Abendessen sagte er, lass mich noch eben Zigaretten holen geh’n (…) Er zog die Tür zu, ging stumm hinaus (…) und auf der Treppe dachte er, wie wenn das jetzt ein Aufbruch wär, er müsse einfach geh’n für alle Zeit”).
Verder schreef hij o.a. nummers voor Shirley Bassey (“Reach for the Stars”) en zelfs voor Frank Sinatra (“If I never sing another song”) maar bij mijn weten heeft die het nooit gezongen: hij heeft het weggegeven aan zijn kompaan uit de Rat Pack, Sammy Davis jr.
Andere schitterende nummers van Udo’s hand zijn “Aber bitte mit Sahne” en “Mit 66 Jahre (fangt das Leben erst an)”. Beide nummers heb ik hem herhaaldelijk zien zingen op de Duitse televisie toen hij de 66 jaren al lang gepasseerd was, maar hij kon het nog met zoveel vitaliteit brengen dat je hem zou hebben geloofd. Ik kan je echter verzekeren: hij liegt!

Lees verder “Udo Jürgens (1934-2014)”

André Hazes (1951-2004)

08Het is vandaag al tien jaar geleden dat de Nederlandse zanger André Hazes is overleden. Ik moet toegeven dat zijn uitvaart in de Amsterdamse Arena één van de meest aangrijpende ervaringen is geweest die ik heb meegemaakt. Sindsdien ben ik ook een onvoorwaardelijke fan, iets wat “bij leven en welzijn” niet het geval was. Dat had precies te maken met het feit dat het leven van Hazes niet altijd rozengeur en maneschijn is geweest en dat hij van de weeromstuit dus net iets te veel zijn toevlucht zocht in de drank met alle gevolgen op relationeel gebied.
Lees verder “André Hazes (1951-2004)”

De Muziekkrant

Het muziektijdschrift Tliedboek is nooit echt ter ziele gegaan. Toen op een bepaald moment folk en “luisterliederen” (muziek waarbij de tekst even belangrijk, zo niet belangrijker is dan de muziek, zeg maar) niet langer “en vogue” waren, werden de bladzijden meer en meer ingepalmd door popmuziek. Bruce Springsteen was op een bepaald moment even prominent aanwezig als vroeger Bob Dylan of Leonard Cohen. Ikzelf schreef twee lange bijdragen over Rod Stewart en zelfs over een oude swinger als Louis Prima. Dat zag een deel van de oude garde met lede ogen aan. Het tij kon echter niet meer worden gekeerd, dat beseften ze wel, maar in de jaren tachtig klom de zogenaamde klassieke of ernstige muziek eindelijk uit het diepe dal waarin ze in de jaren zestig was terecht gekomen. De beweging van de historische uitvoeringspraktijk maakte klassiek weer “hip”. Daarom werden er nieuwe medewerkers aangetrokken zoals Stephan Moens en werd er meteen een totaal nieuw blad uit de grond gestampt “De Muziekkrant”, een beetje naar het voorbeeld van “Le Monde de la Musique”. Fred Brouwers, eerder reeds een obscure medewerker van Tliedboek, kwam nu meer naar de voorgrond en ik weet niet of hij ook daadwerkelijk “hoofdredacteur” was, maar hij was toch “het gezicht” van De Muziekkrant. Zoals gezegd was de redactie van Tliedboek geruisloos overgegaan in die van De Muziekkrant, dus dat gold ook voor mijzelf, maar uiteindelijk heb ik nooit een bijdrage geleverd aan het tijdschrift, ook al werd mij dit een paar keer gevraagd. ’t Is niet dat ik niet wilde, maar ik kon nu mijn ei kwijt op de pagina’s van De Rode Vaan en het was dus niet langer “van moeten”. Ik heb voor De Rode Vaan wel een paar nummers van De Muziekkrant gerecenseerd.
Oh ja, wat de illustratie betreft. Ik heb op het internet geen enkele afbeelding gevonden van een voorpagina van De Muziekkrant en zelf heb ik er ook geen meer in mijn bezit. Maar bij de zoekopdracht “De Muziekkrant” kwam onder meer deze vuist in beeld en in afwachting van een betere illustratie vind ik het toch een leuk tijdsbeeld.
Lees verder “De Muziekkrant”