Vandaag is het 75 jaar geleden dat in de Sun Studios van Sam Phillips “Rocket 88” werd opgenomen door de 19-jarige Ike Turner en zijn groep The Kings of Rhythm. Voor de vocals zorgde echter Jackie Brenston (1928-1979), die normaal sax speelde bij The Kings of Rhythm. De opname werd doorverkocht aan Chess Records die ze uitbracht onder de benaming Jackie Brenston and his Delta Cats en Brenston werd meteen ook als componist genoteerd (zie afbeelding).
Het nummer was een lofzang op de geneugten van de kort daarvoor geïntroduceerde Oldsmobile “Rocket 88” en was gebaseerd op het nummer “Cadillac Boogie” van Jimmy Liggins uit 1947. Het werd ook voorafgegaan en beïnvloed door Pete Johnsons “Rocket 88 Boogie” deel 1 en 2, een instrumentaal nummer dat oorspronkelijk in 1949 was opgenomen voor het in Los Angeles gevestigde label Swing Time Records.
Turner gebruikte elementen van jump blues en swingcombo muziek, maar maakte de stijl nog rauwer door de enthousiaste zang van Brenston, zijn eigen pianospel en de tenorsaxofoonsolo’s van de 17-jarige Raymond Hill (die later de vader zou worden van Tina Turners eerste kind, voordat ze met Ike trouwde) toe te voegen. Willie Sims speelde drums op de opname. Het nummer bevat ook een van de eerste voorbeelden van distortion, ofwel fuzzgitaar, ooit opgenomen, gespeeld door gitarist Willie Kizart van de band.
De plaat bereikte al snel de nummer 1-positie in de Amerikaanse Billboard R&B-hitlijst en bleef daar meer dan een maand staan. Phillips gebruikte het succes van de plaat om het jaar daarop Sun Records op te richten.
Na nog één opnamesessie gingen Brenston en Turner hun eigen weg, en Brenston speelde twee jaar in de band van Lowell Fulson. Van 1955 tot 1962 keerde hij terug naar de band van Turner. Hoewel hij af en toe met de band zong, verbood Turner hem blijkbaar om “Rocket 88” te zingen.
Inmiddels alcoholist, bleef Brenston in lokale bands spelen. Na een laatste opnamesessie met Earl Hooker in 1963 werkte hij af en toe als vrachtwagenchauffeur voordat hij op 51-jarige leeftijd in Memphis overleed aan een fatale hartaanval. (Wikipedia)
Phillips beweerde later dat dit de eerste rock’n’rollplaat was, een bewering die vaak door anderen is herhaald, hoewel er talloze andere kandidaten zijn. Anderen durven de (datum)grens b.v. bijna tien jaar te verleggen en zeggen dat “Flying home” van de band van Lionel Hampton uit 1942 de eerste rock’n’roll-plaat is en wel omwille van de “scheurende” sax van Illinois Jacquet. (Want inderdaad, Hampton heeft in 1940 reeds een eerste versie van “Flying home” opgenomen met trompettist Ziggy Elman als solist en dàt wordt niét als rock’n’roll aanvaard.) In 1945 volgt dan Wynonie Harris met “Around the clock blues”. Dit lijkt wel de voorafschaduwing van “Rock around the clock”, maar dat is het niét. Wel heeft Chuck Berry er zijn “Reelin’ and rockin'” op geïnspireerd. Muzikaal klinkt het nog als een blues, maar in 1948 brengt Harris wel “Good rockin’ tonight” uit. Een jaar later is er Fats Domino met “The fat man”.
En voor wie het enkel bij woorden houdt (m.a.w. muzikaal is het zeker geen rock’n’roll) is er reeds in 1922 “My man rocks me (with one steady roll)” van Trixie Smith, gevolgd door “Rock and roll” van The Boswell Sisters in 1934 (maar dit gaat wel over de zee, zoals in het geval van de film “Wabash Avenue” van Henry Koster uit 1950 met Betty Grable, die toen als “the first lady of rock and roll” werd gelanceerd), “Rock it to me” van Teddy Grace in 1937 en “Rockin’ Rollin’ Mama” van Buddy Jones in 1939.
Ronny De Schepper