Morgen viert Eddy Merckx zijn 75ste verjaardag. Ik heb hem twee keer geïnterviewd. De eerste keer, in 1986, nogal informeel op de persvisie van de koersfilm “American flyers”. De tweede keer, een jaar later, uitgebreid en in aanwezigheid van fotograaf Jo Clauwaert (zie hierboven). Dat interview ging bijna uitsluitend over de Tour 1987, dus het is eigenlijk beter dat ik dat gesprek nog eens ophaal over twee jaar als het 35 jaar geleden zal zijn dat deze Tour werd verreden.

Toch zijn er een paar anekdoten die ik wel kan aanhalen n.a.v. dat interview. De mij dierbaarste anekdote is uiteraard die over het fietsje van Axel Merckx. Mijn jongste zoon reed in die tijd immers op een koersfietsje dat volgens Walter Godefroot (bij wie ik het had gekocht) nog heeft toebehoord aan de zoon van Eddy…
E.M.: Dat kan best zijn. Axel heeft tientallen fietsjes gehad. Als hij bij wijze van spreken een centimeter gegroeid was, dan liet ik hem een nieuw exemplaar maken. Want we spreken nu wel over hoe gevaarlijk wielrennen kan zijn, maar ik vind het toch nog altijd beter je kinderen aan sport te laten doen dan dat ze sterven van een overdosis! Wat natuurlijk wel waar is, dat is dat fietsen op de openbare weg steeds moeilijker wordt met het toenemende verkeer. Als wij jong waren dan koersten wij tijdens de vakantie gewoon in onze buurt zonder dat daar al te veel risico’s bij te pas kwamen. Dat kan nu niet meer natuurlijk en juist daarom vind ik dat er reeds van heel jonge leeftijd af wedstrijden zouden moeten worden toegelaten op afgesloten parcours. Want koersen doen ze toch, hoor.
Uiteraard kon ook een discussie over doping niet uitblijven, al durfde ik – dat moet ik eerlijk toegeven – aan Eddy niet de rechtstreekse vraag te stellen of hijzelf ooit doping had gebruikt. En dat zou nochtans geen “overbodige” vraag geweest zijn. Is Merckx immers niet de enige renner in de geschiedenis die op zijn woord werd geloofd, wanneer hij zei dat hij “geflikt” was toen hij de eerste maal betrapt werd in de Ronde van Italië van 1969. Maar goed, wat antwoordde Merckx destijds op mijn vraag over doping?
E.M.: Dopingcontrole moet er zijn, uiteraard, maar ze moet worden verricht door mensen die valabel zijn en er niet op uit zijn om op grof wild te jagen. Professor De Backer is zo iemand, vind ik, die graag in de publiciteit komt met uitlatingen die volgens mij niet gepast zijn voor een professor. Prof.Heyndrickx daarentegen draagt mijn volste vertrouwen weg. Belangrijk is ook dat er niet enkel repressief, maar vooral preventief wordt opgetreden. Hier is een taak weggelegd voor de BWB. De bond moet de jeugd duidelijk maken dat men met medicatie geen wielrenner kan worden en dan heb ik het zelfs over toegestane medicatie. Door al die heisa rond de doping en zo is het eerste, waarnaar een jonge wielrenner op zoek gaat, een sportdokter. Totaal verkeerd! Natuurlijk moet af en toe het hart, de bloeddruk en zo worden gecontroleerd, zoals dat bij iedere sportman gebeurt, maar voor de rest is het gewoon een kwestie van gezond eten, veel trainen en natuurlijk talent. Om een Ronde van Frankrijk te kunnen rijden, dan heb je uiteraard medische begeleiding nodig, maar anders kan je volstaan met gezond te leven. Door gebrek aan die voorlichting gaat er juist veel talent verloren. Want jongeren gaan op zoek naar een dokter die hen iets geeft. Als ze het bij de ene niet vinden, dan gaan ze wel naar een andere. En dat is op het ogenblik de kwaal van de wielersport.
– Van wat voorafgaat aan een carrière als beroepswielrenner naar wat erop volgt: de tijd lijkt wel voorbij dat wielrenners na hun loopbaan in een zwart gat vielen. Ik denk aan Rik Van Steenbergen die door gokproblemen op een bepaald moment zelfs in een seksfilm “moest” meespelen. Tegenwoordig lijkt dat allemaal wel mee te vallen. Niet alleen jijzelf, maar ook mensen als Rik Van Looy of Walter Godefroot “maken” het…
E.M.: Dat heeft er natuurlijk ook mee te maken dat Van Steenbergen tot zijn 42ste heeft gekoerst, nietwaar? Wat moet je dan nog? Je hebt je organisme dan zo zwaar op de proef gesteld dat je niet meer de nodige energie opbrengt om bijvoorbeeld nog een zaak uit te bouwen. En dan heb je natuurlijk veel tijd waarmee je niet weet wat aan te vangen, zodat je misschien bij slechte vrienden terechtkomt, enzovoort. Daarom dat ikzelf veel vroeger heb afgehaakt. Je stapt eigenlijk pas op latere leeftijd in het “gewone” leven en dat vergt wel degelijk een aanpassing. En het is verleidelijk natuurlijk, als je als sportman wat geld bij elkaar gespaard hebt. Ik zal bijvoorbeeld niet zeggen dat ik de rest van mijn leven als rentenier zou kunnen doorbrengen, maar een paar jaar zou dat wel gegaan hebben. Ik heb echter ook kinderen en de dag van vandaag mag je nog universiteit gedaan hebben, dat wil daarom nog niet zeggen dat je ook aan werk geraakt. Daarom wou ik iets doen dat ik ook nog tot mijn 65ste zou kunnen blijven doen. Al is het in het begin niet van een leien dakje gelopen. Je weet ook hoe hoog de sociale lasten liggen in België, maar toch ben ik erin geslaagd 23 arbeiders en 4 bedienden te werk te stellen en we maken nu zo’n 5.000 kaders per jaar. Een hele prestatie voor een bedrijf dat pas zeven jaar bestaat, vind ik. Maar daarvoor moet ik dan wel veel reizen, want een groot deel is voor de export bestemd. Maar ik doe het graag, want ik hou nog altijd van de wielersport en ik wil daarbij vooral iets bijbrengen aan de jeugd.

– Is het waar dat, zoals algemeen wordt gezegd, dat uurrecord je leven met zowat een jaar heeft verkort? 
E.M.: Ik bestrijd dat ten zeerste. Het zal misschien wel het zwaarste uur van mijn carrière geweest zijn en het is wel waar dat ik spierletsels heb overgehouden van de druk die ik op die versnelling moest zetten, maar na een paar dagen was ik gerecupereerd en heb ik daar geen hinder meer van ondervonden. Het zuiverste bewijs: het jaar daarop win ik reeds opnieuw de Giro, de Vuelta en een paar klassiekers. Niet zozeer mijn leven, maar dan toch mijn carrière is wel verkort door de Tour van ’75 uit te rijden ondanks een kaakbeenbreuk, dat wil ik wel toegeven. Dat was pure waanzin. Maar ja, dat lag nu eenmaal in mijn aard. Ik wilde niet opgeven, o.a. om mijn ploegmaats niet te ontgoochelen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.