Vandaag is het precies vijftig jaar geleden dat Eddy Merckx werd uitgesloten uit de Giro d’Italia, die hij op het punt stond te winnen. Dat gebeurde in Savona nadat onze nationale wielergod was betrapt op doping. Geflikt! zo riep Eddy uit en met hem heel België (*). Enfin toch bijna heel België, want hier en daar was er natuurlijk wel een Van Looy-supporter die zei: ik heb het altijd geweten! Voor hen werd Eddy Merckx vanaf die dag Eddy den Bleiter (zie foto). Maar als zelfs sterreporter Jan Wauters uit zijn rol valt, dan is dit toch opmerkelijk. Erger was echter dat er zelfs in het parlement vragen over werden gesteld, zodat Merckx – puur op zijn woord van eer – in ere werd hersteld en enkele weken later al mocht deelnemen aan de Ronde van Frankrijk die hij dan ook voor het eerst zou winnen.

« Ter gelegenheid van de voorstelling van de film “American flyers” (zie filmpagina) was Eddy Merckx even in ons land ». De zin kwam uit de schrijfmachine gerold, vooraleer we er erg in hadden dat het nonsens was. Was Eddy Merckx immers — vóór de Mexico-campagne van onze Rode Duivels — niet de enige echte Belg naast onze geliefde vorst ? En toch.
En toch hebben we hem behouden, want het is bijna even moeilijk om Eddy te strikken als de een of andere buitenlandse vedette. We willen niet verhelen dat sedert de traditie is ontstaan om bij de start van de Ronde van Frankrijk één van onze nationale wielergoden aan het lijntje te halen (en dat is toch reeds sedert een paar jaren), Merckx steeds op ons verlanglijstje heeft gestaan. Elk jaar weer tevergeefs, tot we hem nu dus onverhoopt tegen het lijf liepen. Eerst een paar vraagjes over de film natuurlijk, om het ijs te breken… al blijkt dat niet nodig want Eddy is veel minder afstandelijk dan althans één van ondergetekenden dacht.
— Geeft de film een goed beeld van het wielrennen in de VS ?
Eddy Merckx :
In zeker opzicht wel. Je moet weten dat wielerwedstrijden ginds toch wel erg verschillen van die bij ons. Rittenwedstrijden zijn daar vaak een opeenvolging van criteriums, er zit zelden een etappe tussen die men met een rit uit de Ronde van Frankrijk of zo kan vergelijken. Het show-aspect bij start en aankomst strookt ook wel met de realiteit. Bij elke ritaankomst wordt b.v. inderdaad het volkslied gespeeld, zelfs als er uitsluitend Amerikanen meerijden.
— Op die manier kadert deze film, zij het op veel vreedzamer wijze, helemaal binnen de patriottistische Rocky- en Rambo-rage. Maar vindt u dat niet spijtig dat die rivaliteit met de Sovjetrenners zo ten top gedreven wordt, terwijl de Sovjet-Unie juist een nieuwe impuls gegeven heeft aan het wielrennen ?
E.M. :
Absoluut. En bovendien, dat komt ook helemaal niet overeen met de realiteit, de verstandhouding van de renners over alle grenzen heen is door de band erg goed.
— Toch is het wellicht de bedoeling van de film om de wielersport te propageren. Geeft men op die manier echter geen verkeerd beeld van de wielersport op zich ?
64 Taccone & ManzanequeE.M. :
Dat is zeker waar. Kijk, het is cinema, hé ? Dat duwen en dat trekken b.v., dat is totaal ondenkbaar, al zijn er in het peloton vroeger wel eens renners geweest die elkaar met hun pomp te lijf gingen (zie op de foto Vito Taccone en Fernando Manzaneque). Maar als men aan de leiding fietst, zoals het in de film wordt getoond, dan zou de koersdirectie vlug ingrijpen. In de film is er echter nergens ook maar een officiële wagen te bespeuren.
— Wij, Belgen, die met een fiets op de neus zijn grootgebracht, weten dat dit cinema is, maar bestaat het gevaar niet dat die naïeve Amerikanen gaan denken dat het er in de realiteit ook zo aan toegaat ?
E.M. :
Misschien wel. Het grote publiek althans en dat is dan toch wel erg spijtig. Anderzijds groeit het aantal mensen dat van koersen iets afweet in de VS toch gestadig, hoor, je mag dat niet onderschatten.
– Die wedstrijd zelf, « The hell of the west », bestaat die echt ?
E.M. :
Ja, maar eigenlijk is dat de Ronde van Colorado, die in de maand augustus wordt gereden en waarvoor dit jaar nogal wat belangstelling voor bestaat aangezien ze vlak voor het wereldkampioenschap, dat ook in Colorado wordt gehouden, wordt verreden. Het is zelfs zo dat dit vroeger een wedstrijd was voor liefhebbers die ook werd opengesteld voor profs en dat het nu net andersom is. Het is trouwens ook op die manier dat ik in de film ben verzeild geraakt. In ’84 heb ik namelijk de start gegeven van die wedstrijd, waaraan toen ook een Belgische liefhebbersploeg deelnam als voorbereiding op de Olympische Spelen. Als je goed kijkt, kan je dat trouwens zien in de film, want beelden uit die echte wedstrijd werden vermengd met een speciaal voor de film geënsceneerde koers. Voor de rest heb ik met deze film overigens niets te maken. Ik heb zelfs enkel het tweede gedeelte (de wedstrijd zelf, red.) gezien in het vliegtuig.
— Ja, we nemen aan dat indien men om uw medewerking had verzocht voor wat technische raadgevingen er dan zo geen blunders zouden ingekomen zijn zoals die gebaarde Rus van honderd kilo die een toprenner moet voorstellen ! Maar daarover gesproken, was u niet aangezocht als begeleider van de film « The yellow jersey » (de gele trui) van Michael Cimino met Dustin Hofmann ?
E.M. :
Ja, maar die film gaat niet door.
— Toch onvoldoende belangstelling voor het wielrennen ginder ?
E.M. :
Dat niet. Integendeel zelfs. Het wielertoerisme is daar een echte rage aan het worden, vooral nadat het joggen wat in een slecht daglicht is komen te staan door een aantal ongevallen. Het wielrennen zelf heeft echter wel nog met talrijke handicaps af te rekenen, niet in het minst met het verkeer. Die kilometerslange rechte autowegen zijn hoegenaamd niet geschikt voor wedstrijden en organisatoren worden ook vaak geconfronteerd met de onwil van de politieke verantwoordelijken om het verkeer stilte leggen en zo.
— In de film is de bijnaam van « de slechte » de kannibaal en er komt ook een kwaaie hond in voor die Eddy heet… Toeval ?
E.M. :
Ik hoop het.
AANLEG DOORSLAGGEVEND
— Laten we dan maar van de film afstappen met een overgangsvraagje wie wordt er in Colorado wereldkampioen ?
E.M. :
Ja, dat is een groot vraagteken, vooral wegens het hoogteverschil. Er wordt daar gekoerst op 2.000 m hoogte ! Dat maakt dat de Amerikanen die voor eigen volk rijden erg gevaarlijk zullen zijn en ook de Colombianen natuurlijk, al is het parcours niet zo lastig. Door de hoogte zal het echter toch een zeer, zeer zware wedstrijd worden. Gelukkig hebben de Europeanen dus eerst nog de Ronde van Colorado om zich aan het hoogteverschil aan te passen. Toch zal het voor het eerst zijn dat op die hoogte een wedstrijd van meer dan zeven uur wordt gereden en verrassingen zijn dus zeker niet uitgesloten wegens het zuurstofgebrek.
16 bij eddy merckx— Tijdens de Olympische Spelen in Colorado was het de mobiele ploeg van de BRT die voor de televisiebeelden zorgde. Dat brengt ons tot de volgende vraag : wat vindt u van de evolutie van het in beeld brengen van wielerwedstrijden ? In een vorig vraaggesprek met ons blad verklaarde Rik De Saedeleer dat hij graag een tweede helikopter zou inschakelen om van daaruit het koersverloop in beeld te brengen. Maar in Italië heeft dit reeds tot valpartijen geleid…
E.M. :
Het is normaal dat de televisie de renners zo goed mogelijk in beeld tracht te brengen, maar dat mag dan niet in het nadeel van de renners zelf zijn. Door de windverplaatsing bij het laag overvliegen kan men hen in gevaar brengen en zo de koers vervalsen. En dat mag toch de bedoeling niet zijn, dacht ik.
— Stuurvaardigheid is trouwens nog steeds een van de grootste problemen in de wielersport. Neemt dat af met het ouder worden ? Hoe heeft u dat ervaren ?
E.M. :
Ik was toch geen oud ventje, hé ? (lacht) Integendeel, ik denk dat jongeren daar vaak veel meer problemen mee hebben. Stuurvaardigheid moet je leren. Dat komt niet van de ene dag op de andere. Maar hoe vroeger je leert met de fiets rijden, hoe stuurvaardiger je wordt natuurlijk, dat spreekt voor zich, al zijn er altijd die begaafder zijn dan een ander, dit is zoals in alle sporten.
— Heeft u zelf de indruk dat u uw grote succes vooral te danken heeft aan die stielkennis ?
E.M. :
Natuurtalent is toch het meest doorslaggevend, hoor. Bij de geboorte krijg je dat mee, zeker ? Er zijn jongens die zeker zo goed hebben getraind als ik en die het niet zo ver hebben gebracht. Al moet je die gave wel ontwikkelen natuurlijk, want zonder hard werken kom je er ook niet.
— In de film duiken die twee koersende broertjes na afloop van de eerste rit het bed in met hun respectievelijke lieven om dan ’s morgens reeds gezwind te gaan trainen. Kan dat volgens u ?
E.M. :
Waarom niet ? ’t Zijn toch mensen zoals een ander ? (lacht).
— Dat bedoelden we niet. We hadden het over het sportieve aspect. Gebeurt dat tijdens de Ronde van Frankrijk ook b.v. ?
E.M. :
Neenee, zeker niet. Dat is uitgesloten.
— Nu we het toch daarover hebben, enfin bij wijze van spreken dan, het is opvallend hoe fit u erbij loopt. Het lijkt wel alsof u zó weer op de fiets zou kunnen stappen. Dat is niet altijd zo geweest…
E.M. :
Ja, op een bepaald moment was ik echt te zwaar geworden. Maar nu leid ik een veel actiever leven en doe ik ook weer wat aan sport, maar dan geen com-petitie, die rallytoestanden dat was zo maar even tussendoor. Neenee, ik heb nu een bedrijf en daar heb ik werk genoeg mee. Ik stel 27 mensen te werk en dat vraagt constant aandacht.
— Maar waaruit bestaat dat werk dan precies ? Doet u nog nieuwe ontdekkingen op het gebied van fietsen ? Kan de fiets eigenlijk nog echt veel verbeterd worden ?
E.M. :
Op het gebied van gewicht en stevigheid wel. En verder houden wij ons vooral bezig met de personalisatie van de fiets, dus het aanpassen voor ieder individu afzonderlijk. Dat geldt natuurlijk vooral voor de profrenners die met mijn materiaal rijden (de ploegen van Lotto, Teveblad, Panasonic en Kelme, red.), maar ook voor gewone mensen die daarom vragen.
DE GROTE MOLEN
— En verder houdt u zich blijkbaar ook bezig met enkele jonge renners, zoals de zoon van Paul Van Himst. De laatste tijd horen we daar echter niet zoveel meer van ?
E.M. :
Nee, ’t gaat iets minder. Ik ga af en toe nog wel eens kijken, maar het wil niet zo goed meer vlotten.
— Evenmin als met Benno Wauters ?
E.M. :
Die heeft op dit moment problemen met de knie, ja. Maar vorig jaar heeft hij wel wat wedstrijden gewonnen. En al is het niet zo dat je de man van de toekomst gaat worden omdat je bij de jongeren veel koersen wint, dan betekenen bijna dertig overwinningen toch iets.
– Wat gebeurt er eigenlijk met de knieën van al die renners ?
E.M.:
De grote molen, hé.
— Kom, kom, u gaat ons toch niet vertellen dat u met een kleine versnelling reed, zeker ?
E.M. :
Toch veel kleiner in vergelijking met nu. En zeker toen ik jong was. Ik reed nooit op mijn grootste versnelling. Maar nu, de wegen zijn iets beter geworden, er zijn minder stenen en daardoor is alles meer gebaseerd op de kracht. Vooral bij de jeugd is dat echter verre van ideaal. Vandaar trouwens dat de Oost-Europese renners tekortschieten in het gebergte, omdat alles teveel gebaseerd is op die krachtinspanning, op die ploegentijdritten, op dat rijden in waaiers. In de Ronde van Frankrijk is het net andersom. Daar moet je heel klein kunnen rijden. Zelfs op het vlakke. Om meer reserves te hebben voor als er dient geklommen te worden. Anders zou ik niet inzien waarom Oost-Europeanen geen klimmers zouden kunnen zijn. Atletisch zijn ze zeker even sterk.
OPEN RONDE
– Kijkt u een beetje met schrik naar de Ronde van Frankrijk, dat Hinault dat fameuze record zou vestigen van het aantal overwinningen ?
E.M. (schokschoudert):
Helemaal niet. Daar lig ik zeker niet van wakker. Alle records zijn er om geklopt te worden. Ik had misschien ook nog een paar keer meer de Ronde kunnen winnen, maar ik had ook elders verplichtingen. Ik heb voor mijn sponsor b.v. vijf keer de Ronde van Italië gewonnen. Neen, als je zo begint, moet je alles in rekening brengen, vind ik. Maar echt, ik hecht daar niet veel belang aan.
— Misschien omdat u niet in een nieuwe overwinning van Hinault gelooft ?
E.M. :
Dat zou ik niet durven beweren, al is het wel zo dat het een heel open Ronde is dit jaar, aangezien er geen enkele renner de wielersport domineert. Lemond maakt een kans, Fignon, Hampsten die toch erg goed is in het gebergte, de Colombianen als ze niet te veel tijd verliezen in de tijdritten en op het vlakke, enz.
— Vindt u dat het beter is voor de populariteit van een sport dat er iemand domineert, of dat het een meer open strijd is ?
E.M. :
Dat er iemand domineert. Kijk maar naar de andere sporten. Iemand die er altijd stáát, daar kijken de mensen naar.
— Voor de Belgen is het nog altijd huilen met de pet op. Wat denkt u over de nieuwe Belgische kampioen Marc Sergeant ?
E.M. :
Hij heeft het alleszins verdiend, het is een jongen die al een paar jaar steeds net iets te kort is gekomen. In het kampioenschap reden alleen maar Belgen mee, dus moest er wel een Belg winnen (lacht), maar de manier waarop beviel me wel. En misschien dat hij met die trui nu meer vertrouwen krijgt, zoals Criquielion ook meer vertrouwen heeft gekregen sedert hij wereldkampioen is geworden.
— ’t Is iemand die wel goed presenteert ?
E.M. :
Zeker ! Een brave jongen, fatsoenlijk, correct, goede sportman, zeer professioneel ingesteld.
— En hij kan het goed zeggen ! Misschien kan hij u dan wel opvolgen voor uw reportagewerk, dat — als u ons niet kwalijk neemt — toch niet altijd dat was, nietwaar ?
E.M. :
Journalistiek is een beroep, hé ! Jullie zouden toch de eersten moeten zijn om dat toe te geven. En voor mij is dat maar wat bijkomende commentaar geven, men vindt bij de RTBf dat ik toch nog een zekere inbreng kan hebben op dat vlak. Ik vertel dan ook maar wat in mij opkomt, ik wind er geen doekjes om. Je hebt trouwens de tijd niet om er veel over na te denken, het is daar een drukte van jewelste, anderen komen er tussen enz.
Bij dit gesprek ging het er gelukkig veel rustiger aan toe. Vandaar dat we nergens het woordje « euh » hebben moeten schrijven ?


Referentie
Lode De Pooter & Ronny De Schepper, “In de Tour moet je heel klein kunnen rijden, zelfs op het vlakke”, De Rode Vaan nr.27 van 1986

(*) Michel Wuyts meent er in zijn Tourquizboek (p.13) zelfs een naam te kunnen op plakken: Rudi Altig die dan handelde in opdracht (maar eventueel zonder medeweten) van zijn kopman Felice Gimondi. Volgens Wuyts zette Merckx het hem dan ook betaald in de Tour, meer bepaald op de Ballon d’Alsace.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.