Vandaag is het precies 25 jaar geleden dat de Duitse diva Marlene Dietrich is overleden. Maria Magdalena von Lösch, zoals Marlene Dietrich écht heette, koos als pseudoniem een naam waarvan Jean Cocteau zei dat-ie “begon als een streling en eindigde als een zweepslag”.

Dietrich aan de voeten van PiafAlhoewel Cocteau de herenliefde was toegedaan, had hij in deze vergelijking toch maar mooi gezien dat Marlene Dietrich een icoon zou worden in de SM-wereld van zweepjes en meesteressen. Toch bestaat er een merkwaardige foto waarin La Dietrich zowaar aan de voeten neerknielt van Edith Piaf. Deze foto is genomen in september 1952 in New York waar Piaf trouwde met haar eerste man, Jacques Pills. Marlene Dietrich was getuige.
Marlene Dietrich debuteerde niét in “Der Blaue Engel”, zoals zo vaak wordt beweerd, maar in de Oostenrijkse stomme film “Café Electric” van Gustav Ucicky met in de hoofdrol de toen erg populaire Willy Forst in 1927 en een jaar later verscheen ze ook nog in “Eine Frau, nach der Mann sich sehnt” van Kurt Bernhardt naar een verhaal van Max Brod. Het “misverstand” is ontstaan omdat Dietrich die optredens maar niks vond en er alles aan deed om ze uit haar filmografie te schrappen. Bovendien is het juist dat haar ontdekker Emil Jannings genoemde films niet had gezien, maar dat hij haar wel degelijk uit de theaterrevue “Zwei Kravatten” heeft gehaald.
Evenzeer is het waar dat ze bijna was gedebuteerd in “Die Büchse der Pandora”. Indien hoofdvertolkster Louise Brooks immers het aanbod van regisseur Pabst had afgeslagen, zou hij Dietrich hebben genomen.
Eigenlijk was Dietrich door haar moeder naar Berlijn gestuurd om daar opgeleid te worden tot concertvioliste, maar via het nachtleven is Marlene op andere paden terechtgekomen en toen zij na een auditie tot de theaterschool van Max Reinhardt werd toegelaten, was er geen houden meer aan.
In “Café Electric” moest ze ook zingende zaag spelen en dat is ze altijd blijven doen omdat dit haar een kans gaf haar prachtige benen, die ze bij Lloyd’s nog speciaal heeft laten verzekeren, te tonen (die zaag moet immers tussen de benen geklemd worden). Dat nummer met die zingende zaag, ‘Pagan Love Song’, heeft ze ook nog hier in België gezongen, toen ze de Amerikaanse soldaten een riem onder het hart kwam steken tijdens het Ardennenoffensief. Dat is overigens bij mijn weten de enige keer geweest dat Marlene Dietrich in België is opgetreden (*).
Nadat Jannings haar had aangeraden aan Josef von Sternberg voor “Der Blaue Engel” werden de regisseur en de actrice een onafscheidelijk duo. Dat Dietrich niet van de nazi’s hield en vice versa bleek ook wel uit het feit dat vier jaar na de première van de film in Berlijn (1 april 1930) deze door Goebbels verboden werd. Johan Daisne, naast romancier en dichter ook filmcriticus die tevens talloze malen in filmjury’s zetelde of er zelfs als voorzitter fungeerde, had een voorliefde voor la Dietrich en bijzonder voor Der blaue Engel. Het was “een der eerste geluidsfilms, allicht de eerste waarin men het diepe geluid van een Marlene Dietrich kon horen, die stem waarvan de manlijkheid haar tweemaal tot vrouw maakt, zoals haar hoge zwartzijden kousen haar dubbel naakt toonden in haar tingeltangelplunje.” Hij benoemde de film “één der eerste romantisch-naturalistische prenten”. Maar ook de remake in 1959 The blue Angel van Edward Dmytryk met de Zweedse blonde May Britt (een “sirene” bejubelt Daisne haar) moet niet onderdoen voor het origineel. Opvallend is dat May Britt – een schitterende actrice – de houdingen en ‘tics’ van la Marlene wenste over te nemen in deze rol, net zoals Curd Jürgens deed met de rol van Emil Jannings – geen toeval dus.
Over haar relatie met Cocteau nog dit: in zijn dagboek (15.8.1954) noteerde hij: ‘De operatie plastische chirurgie is legendarisch. Ze heeft het schitterende gezicht van altijd, zonder een spoor van valse jeugd of van een masker.’ (…) En verder vermeldt hij dat zij hem een plaat opstuurt van haar optreden in London en een foto met volgende tekst: “Hoor eens Jean, ik hou van je en heb je hard nodig. Iedereen heeft je nodig – zelfs mijn mooie man van Venus zal je nodig hebben (M gelooft heilig in de Venusiaan uit de vliegende schotel). Je kunt je niet veroorloven ziek te zijn. Je bent groot en geweldig. Ik kus je goede ziel. Zeg tegen je bloed dat ik van je houd. Marlène.”
Datzelfde jaar (1930 dus) draaide Marlene Dietrich met Josef von Sternberg ook nog “Morocco”, waarin de al even legendarische Gary Cooper haar tegenspeler was. In deze film is Marlene Dietrich (die openlijk biseksueel was) niet toevallig de eerste vrouw die een andere vrouw op het scherm een passionele kus geeft. Wat haar lesbische kant betreft wordt er vooral gewezen op een “innige vriendschap” met Mercedes d’Acosta, Jo Carstairs (die allebei, net als Dietrich, vaak mannenkleren droegen), Claudette Colbert, Lili Damita en Maria Nys, de Belgische vrouw van schrijver Aldous Huxley. Reeds in Berlijn had ze samen met Margo Lion “Die beste Freundin” gezongen, een lied over een “ménage à trois” rond een biseksuele vrouw. Dat was dan Margo Lion zelf, die gehuwd was met de tekstdichter van het lied Marcellus Schiffer.
47 marlene dietrich in 1931Met Josef von Sternberg draaide Dietrich daarna nog “The devil is a woman” (bovenstaande foto), een film naar de roman “La femme et le pantin” van Pierre Louÿs, waarvan ik een recensie heb gevonden in een Franstalig weekblad uit die tijd, geschreven door een zekere V.B.
“Comme il y a de ressemblances entre La femme et le pantin et L’Ange Bleu! Le sujet est exactement le même: seuls diffèrent la manière de le présenter, les péripéties et le dénouement. Sans quoi, c’est la même inspiration. L’école psychologique allemande du muet, sombre et attachée aux cas morbides exceptionnels, marque Sternberg. Comme dans L’Ange Bleu, il y a ici une femme très belle, cervelle vide, coeur vide plus encore, qui se laisse aimer par un homme déjà âgé et ne lui rend que froideur et tromperie jusqu’au moment où elle a ravagé sa vie. Ici, elle semble revenir á lui définitivement, ayant enfin compris. Mais l’on n’est pas bien certain, étant donné son caractère et la façon inquiétante dont elle se débarrasse d’un autre admirateur.
La présentation est différente, de même que les lieux. Nous ne sommes pas ici dans la lourde atmosphère allemande qui marque L’Ange Bleu, mais dans une Espagne de carnaval, plus légère, morbide malgré tout, marquée par la personnalité du metteur en scène. Quoique la présentation soit habile, ce procédé de récit d’une partie des événements passés, par celui qui en a été l’acteur, introduit un élément artificiel regrettable, de nature à freiner l’action.
Pour le reste, le film est excellent. Il est l’indice d’une forte personnalité. Sternberg, pour la première fois, a voulu être à la fois son metteur en scène et son opérateur: toutes les photos sont de lui, et certaines sont remarquables. D’autres, comme toute l’histoire, sont d’un romantisme un peu mièvre et désuet.
Marlène Dietrich est franchement moins bonne qu’ailleurs: elle ‘joue’ constamment et exagère les minauderies. En général, elle ppuie trop sur les caractéristiques extérieures de la femme qu’elle doit personnifier. Mais elle est encore excellente en bien des endroits. Le meilleur, impassible, ‘pantin’ qui réfléchit, qui sait sa déchéance entre les mains de cette femme, mais n’a pas la force de réagir, est Lionel Atwill que l’on a vu en bien des rôles puissants, mais qui trouve ici le meilleur rôle de sa carrière. César Romero, Alison Skipworth, Edward Everett Horton component très bien les figures de second plan.
On a compris qu’il faut user de la plus grande prudence pour se permettre le spectacle.”
De samenwerking met von Sternberg eindigde in 1932 met “Shanghai Express”. Het verhaal speelt zich af in het woelige China van de jaren dertig, waar verschillende politieke fracties en krijgsheren elkaar bevechten. Een trein, met bestemming Shanghai, wordt gekaapt door een groep Chinese rebellen. Aan boord bevindt zich Shanghai Lily, China’s meest befaamde prostituée (rol van Marlene Dietrich), samen met haar vroegere Britse minnaar, een dokter in het Britse leger (Clive Brook). De dokter wordt gegijzeld en om hem te redden belooft Dietrich de minnares te worden van de rebellenleider. Het verhaal krijgt verder kleur door de andere passagiers van de trein, die allen iets te verbergen hebben: een gokker, een preutse huisvrouw en een drugs smokkelende invalide. Kortom, duidelijk nog een film van vóór de zogenaamde Hays Code (postman Will Hays stelde een morele code op waaraan Hollywood zich vrijwillig hield). Dra krijgt Marlene Dietrich uiteraard immers ook te maken met de restricties van deze code. Zo mag ze in de western “Destry rides again” (1939) nog wel geld in haar decolleté wegmoffelen, maar de begeleidende tekst “Er zit goud in de bergen” moest eruit.
In August 1938 at the Riviera Joseph P.Kennedy met Marlene Dietrich. Their liaison, conducted under the noses of spouses and other lovers, brought two families together and led to the star’s 1963 tryst with his son, J.F.K. In 1938, Joseph P. Kennedy was 49 years old and had been serving as America’s ambassador to England for six months. War clouds were hovering over Britain, but that summer in Europe the entire Kennedy family leased a villa several miles east of Cannes, abutting the Hôtel du Cap, already one of the world’s great luxury hotels, and so the Kennedys quickly found themselves mingling with select other guests, including the ménage of Marlene Dietrich.
When Dietrich met Kennedy, she was 37 years old and still gorgeous. Her career, however, was at a low ebb. The year before, she had joined Katharine Hepburn and Greta Garbo in being declared “box office poison” by an American theater owners’ organization. Paramount let her go, and while she received a nice severance, she didn’t know if she would work again. Still, she refused to return to Berlin while Hitler was in power—she loathed the Nazis—and flatly turned down his offer to become the leading lady of U.F.A., the German film studio. Instead, she ultimately exiled herself to the South of France with her extended family: Maria, her now 13-year-old daughter; echtgenoot Rudi Sieber en diens minnares Tami (Tamara Matul). Daarnaast was er natuurlijk ook Marlene’s latest lover, the renowned author of “All Quiet on the Western Front”, Erich Maria Remarque.
While Remarque busied himself with writing the novel that would become “Arch of Triumph”, Dietrich’s very isolated teenage daughter became more and more infatuated with all of the Kennedys, particularly Jack, and often found herself spending time with the intellectually disabled Rosemary. Rosemary was six years older than Maria, but, Maria says, “we were both shadow children” who somehow knew they didn’t belong with the others.
At the famous society hostess Elsa Maxwell’s summer ball, J.F.K. danced with Marlene to “Begin the Beguine” and she was “holding me so tight and then she slipped her hand down my trousers.”
Dietrich had been off the screen for two years when the producer Joseph Pasternak, who had known her when they were both beginning their careers in Berlin and was now a growing Hollywood power, tracked her down at the du Cap and called her with an offer for a role in a Western he was planning. She was intrigued, but couldn’t imagine herself playing a dance-hall girl and turned to “Papa Joe” for advice. Kennedy jumped into the negotiations and, as if he had never left the business, placed transatlantic calls to Universal, where Pasternak assured him he wanted Marlene so much that there were also job offers for both Rudi and Remarque. Later that evening, Joe proclaimed that the deal was too good to refuse, and so Marlene accepted the offer to play opposite Jimmy Stewart in “Destry Rides Again”.
“Destry Rides Again” re-ignited her film career, and with America’s entry into the war, no one was more supportive of “my boys” than Dietrich. She toured with the U.S.O. for almost a year without a break, appearing in North Africa, Italy, and France and along the way picking up new lovers, including French actor Jean Gabin and American general James Gavin. (Over the next decade, she would add to her truly incredible and diverse list Yul Brynner, Adlai Stevenson, Edith Piaf, Frank Sinatra, William Saroyan, Edward R. Murrow, Michael Wilding, and Harold Arlen.)
Following the Allied victory, Marlene returned to the screen, most notably in Hitchcock’s “Stage Fright” in 1950. In the early 1950s, she had also found a second career as a spectacularly costumed Las Vegas chanteuse, and when she later acquired a young Burt Bacharach as her accompanist and musical director, they took her one-woman show on a world tour.
Op het witte doek schitterde ze in “Around the World in Eighty Days” (1956), maar vooral in Billy Wilder’s “Witness for the Prosecution” (1957), een toneelstuk van Agatha Christie, dat ze zelf aan regisseur Billy Wilder had toegespeeld. Dietrich kende Wilder goed en had met hem samengewerkt in A Foreign Affair (1948), waarin ze naar eigen zeggen één van haar beste rollen speelde. En alhoewel ze in 1958 al een tijdje Abraham heeft gezien, krijgen haar beroemde benen toch nog eens de spotlights op hen gericht…
In de film is wel opvallend hoe onbewogen en koel Christine overkomt. Dat was niet alleen te danken aan Dietrichs acteerkwaliteiten, maar ook aan de facelift die elke dag plaatsvond. Iedere dag werd haar huid strak getrokken met behulp van touwtjes verbonden aan lifts die vervolgens werden ingeweven in haar kapsel. Over het haar ging een pruik om het weefsel van draden te verbergen. Om te voorkomen dat alles losschoot moest Dietrich vooral met haar lichaam acteren en niet via gelaatsuitdrukkingen. Tijdens de opnamen werd Dietrich hevig verliefd op haar tegenspeler Tyrone Power. De al getrouwde Power moest echter niets van haar weten en wist zich geen raad met de toenaderingen van de verliefde Dietrich.
Some of her other most memorable appearances were in character parts in Orson Welles’s “Touch of Evil” (1958) and Stanley Kramer’s “Judgment at Nuremberg” (1961). Het zal haar laatste belangrijke film worden.
In 1960 keert Marlene Dietrich terug naar Berlijn, maar ze wordt er op gemengde gevoelens onthaald, om niet te zeggen dat de sfeer hatelijk is tegenover haar “die tegen haar vaderland heeft gevochten”. Nadien zou ze nooit meer in levende lijve naar Duitsland terugkeren (ze ligt er wel begraven).
Overal elders blijft ze wel verder tot op hoge leeftijd optreden. Dietrich was a grandmother and past 60 when she brought her sold-out one-woman show to Washington, D.C., in September of 1963 and was flattered by Jack’s phone call inviting her to the White House. After an “ecstatic three to six minutes,” Jack fell asleep. Een aardje naar zijn vaartje dus. When she returned to her New York apartment, she was greeted by Maria’s husband, who was visiting. Before even saying hello, Marlene smiled victoriously, opened her bag, pulled out a pair of pink panties, and waved them at his nose. “Smell! It is him! The president of the United States!” Two months later, the president was assassinated in Dallas, and Dietrich mournfully sent notes and flowers to the family.
Six years later, on November 18, 1969, she was on the short list of friends who received cables from Ted Kennedy, telling her of Joe’s passing at the age of 81, eight years after he had suffered a debilitating stroke. By this time, Marlene had endured a variety of ailments herself. Zo viel ze in Sydney in 1975 van het podium. Dit zou haar laatste optreden worden and after her final film appearance, wearing a thick black veil in “Just a Gigolo” in 1978, she took to living behind closed doors in her Paris apartment. Ze overleed op 6 mei 1992, midden het Festival van Cannes. Niet toevallig wilde men haar daar nog eens hulde brengen, want ongetwijfeld wist men dat haar dagen geteld waren. Dat ze zelfs haar dood nog zo zou regisseren dat ze daarmee dé blikvanger van het Festival zou worden, dat kun je alleen van een Heel Grote Actrice verwachten.
In december 2000 stortte het Ensemble Grupetto, het kleine salonorkest met Sint-Denijs-Westrem als thuisbasis, zich op deze legende van de twintigste eeuw. Na hun succesvolle Titanic-programma brachten zij immers “Falling in love again”.
Hoe komt men van de Titanic bij Marlene Dietrich terecht? Valentijn Biesemans, cellist en arrangeur bij Grupetto, doet het verhaal. “Het bindmiddel is de historische component. We zijn eigenlijk begonnen als ieder ander salonorkest, dat wil zeggen met de nadruk op Weense walsen. Die vormden ook de hoofdschotel op het repertoire van het dansorkest aan boord van de Titanic, maar daarnaast speelden zij, om de vele Amerikanen aan boord te plezieren, ook de hits van dat moment en dat was dan vooral ragtime-muziek. Via die ragtime kwamen we dan terecht bij foxtrot en charleston en toen we dan besloten een programma te maken rond Marlene Dietrich hebben we ons repertoire ook nog uitgebreid met filmmuziek en Frans en Duits chanson.”
“De carrière van Marlene Dietrich omspant een heel grote periode,”
gaat Biesemans verder. “Zowat van 1922 tot 1978. En die carrière kan men in drie periodes onderverdelen, waarbij ze telkens een andere muzikale mentor had. Ze is uiteraard begonnen met Friedrich Holländer, de man die de muziek schreef voor de film ‘Der Blaue Engel’ waarmee ze is doorgebroken. Holländer is overigens geboren in Londen, waar zijn vader Victor muziekdirecteur was. Eén van diens composities, ‘Swing song’, stond zelfs op het repertoire van het Titanic-orkest, zo zie je maar! Hollaender schreef niet alleen “Ich bin von Kopf bis Fuss auf Liebe eingestellt”, hij schreef bijvoorbeeld ook het feministische “Raus mit den Männern!”. Friedrich was na de Eerste Wereldoorlog immers teruggekeerd naar Duitsland, dat hij als jood echter weer is moeten ontvluchten, toen de nazi’s aan het bewind kwamen. Want zoals gezegd schreef Hollaender ook politieke liederen. Het cynische “An allem sind die Juden schuld” bijvoorbeeld. Of het anti-militaristische “Wir wollen alle wieder Kinder sein”. Marlene Dietrich moest niet vluchten, maar verkoos dit wel uit eigen beweging te doen, want ze heeft het nazisme altijd heftig bestreden.”
“In een tweede periode heeft ze dan samengewerkt met de bekende pianist Peter Kreuder en vanaf haar ‘one woman show’ van 1953 in Las Vegas is ze met de Amerikaan Burt Bacharach beginnen werken.”

In het programma dat “Falling in love again” werd gedoopt, naar de Engelse versie van “Ich bin von Kopf bis Fuss auf Liebe eingestellt” van Friedrich Holländer, wordt echter geen historisch overzicht gegeven van het leven van Marlene Dietrich. Eerder is het een evocatie van haar flamboyant liefdesleven, alhoewel ze officieel slechts één echtgenoot heeft gehad (Rudolf Sieber). Daarmee was ze nog als tiener gehuwd en het huwelijk heeft officieel stand gehouden tot aan zijn dood. Maar daarnaast had ze talrijke vluchtige relaties die zich overigens niet tot de andere sekse beperkten. Her teenage diaries bear witness to her bisexuality emerging at an early age, and she would later conclude that “women are better, but you can’t live with a woman.” Het zijn vooral deze avontuurtjes (“falling in love again”!) die uiteindelijk tot een grote eenzaamheid hebben geleid, zodat we wel een evolutie zien van een “deugniet” tot een tragisch figuur.
Oorspronkelijk werd de rol van Marlene Dietrich vertolkt door Katrien De Muynck. Zij werd geboren in Waregem, maar zij woont in Brussel, al speelt haar artistieke carrière zich haast volledig in Gent af. Eerst heeft zij hier Germaanse gestudeerd (meer specifiek Duits), pas daarna heeft ze toneel gestudeerd aan het conservatorium. Ondertussen had ze ook een groep opgericht “Les Piliers de Cabaret”, waarmee ze Frans en Duits chanson bracht “met een eigentijds accent”. “Circus- en zigeunersferen waren nooit veraf,” zegt ze zelf en het was bij een optreden van deze groep in ’t Magazijn dat ze door het Ensemble Grupetto werd uitgekozen om de rol van Marlene Dietrich te vertolken. Daarnaast speelt Katrien ook nog sinds haar twaalfde viool, zodat zij zelfs in staat was om in dit stuk “zingende zaag” te spelen. Toch mocht dit niet baten. De premièrevoorstelling ging helemaal de mist in. En dan hebben we het niet eens over incidentjes met al dan niet aangesloten microfoons, maar wel over het gehele concept, waarbij Katrien De Muynck het podium op en af gaat, zodat een tweetal nummers van Dietrich telkens afwisselen met een paar instrumentale deuntjes die van ver of dichtbij de tijdsgeest moeten oproepen. Op zich zijn deze uitvoeringen best leuk (de eigenzinnige versie van “Stormy weather” bijvoorbeeld), maar ze dragen niet echt bij tot een eenheid in het concept. De grootste druk ligt echter op de schouders van Katrien De Muynck. Dat ze niet over de persoonlijkheid van La Dietrich beschikt, is natuurlijk evident, maar nergens kwam ze ook maar in de nabijheid, zoals bijvoorbeeld Chris Lomme in “Masterclass” wel af en toe de illusie van Maria Callas kon oproepen. Voor de voorstellingen tijdens de Gentse Feesten 2001 werd ze dan ook vervangen door de toen 26-jarige Charlotte Muyllaert.
Een tiental jaren later heeft ook Leah Thys een programma (en een CD) gemaakt waarin ze in de huid kruipt van de Duitse Diva. Dat Leah bij het grote publiek vooral bekend is als Marianne uit “Thuis” verhoogt volgens mij de pret. Het blasé karakter van Marianne past immers uitstekend bij de kuren van Marlene.

Johan & Jan de Belie-Segers

(*) Tenzij Burt Bacharach een beter geheugen heeft. N.a.v. zijn optreden op 9 juli 2009 in de Antwerpse Elisabethzaal, zegt hij in de Gazet van Antwerpen van 4/7/2009: “Helemaal zeker ben ik niet, maar heb ik in die zaal eens niet met Marlene Dietrich opgetreden?”

Referenties
Marlène Dietrich, Mijn mémoires, Uitgeverij Strengholt/Standaard 1993
CARI BEAUCHAMP, IT HAPPENED AT THE HÔTEL DU CAP, Vanity Fair MARCH 2009

4 gedachtes over “Marlene Dietrich (1901-1992)

  1. Geachte.
    In 1974 heeft er in Vorst National Brussel, in Elisabethzaal Antwerpen, en in Carré Amsterdam een optreden plaats gevonden van Marlène Dietrich. Ik heb op Google niets gevonden betreffende deze optredens. Ik kan U wel verzekeren dat deze plaats hebben plaats gevonden, ik heb zelfs de eer heb gehad in het orkest te spelen als sax (tenor/bariton) en klarinet, alleen kan ik mij niet de juiste datum herinneren.
    Marlène kwam deze optredens verzorgen met alleen de ritmesectie, en de blazers moesten van uit België zijn, en zo zijn ze bij de big-band van René Beckers terecht gekomen waar ik ook lid van was, zodoende.
    Er was een week repetitie in Brussel wel alleen met het orkest ( repetities waren wel betaald )
    Eén van haar eisen was wel dat er geen foto’s mochten worden gemaakt. Mijn vraag is dan… mochten er mensen zijn die misschien stiekem toch een foto hebben gemaakt, en die misschien de juiste datum van deze optredens weten, kunt u mij een groot plezier doen door mij deze te laten geworden.
    Vriendelijke groetjes.
    Paul
    N.B. U kan aangaande deze optredens en nog meer vinden op mijn blog
    blog.seniorennet.be/paulsaxtenor

    Like

    1. Een fantastische reactie, mijnheer Geyskens! En ik ben eens naar uw blog gaan kijken en daar staan inderdaad nog tal van interessante verhalen. Alleen… ’t zijn er te veel! Ik weet niet waar beginnen, maar ik ben er zeker van dat wij het vaak over hetzelfde onderwerp hebben en als je dan bij mijn artikel een verwijzing zet naar het jouwe, zal ik zeker eens gaan kijken.
      Aan mensen die met fotomateriaal wensen te reageren op de oproep van mijnheer Geyskens: helaas laat WordPress niet toe dat men in een reactie foto’s zou plaatsen. Met andere woorden, die foto’s kan je dus hier bij mij niet kwijt, maar als je ze ergens hebt kunnen plaatsen (b.v. op de blog van mijnheer Geyskens) dan hoor ik het graag!

      Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.