De Californische acteur en regisseur Tom Hanks viert vandaag zijn zestigste verjaardag.

Tom Hanks, die slechts heel toevallig in het acteren is gerold (Wikipedia schrijft het op rekening van zijn “verwarrende kindertijd”), kwam voor het eerst aan de oppervlakte in de Porky’s-achtige komedie “Bachelor party” van Neal Israel in 1984. Tom Hanks is dan ook op de eerste plaats een komisch acteur. Zeker in zijn beginperiode. Want na “Bachelor Party” was er “Big” van Penny Marshall en, als ik me goed herinner, werd hij zelfs in “Dragnet” (Tom Mankiewicz, 1987) nog als komisch talent opgevoerd. Datzelfde jaar was hij echter ook te zien in « Nothing in common » van Garry Marshall waarin wij met huwelijksproblemen werden geconfronteerd van twee oudere mensen die na 34 jaar « echtelijke trouw » uit mekaar gaan. Het is hun luchthartige zoon (Hanks dus) die onverwacht met deze situatie geconfronteerd wordt, precies op het moment dat hij het zelf heel lastig heeft om een reclamespot aan een vliegtuigmaatschappij te verkopen. Opgeroepen door vader en door moeder om hun klachten te aanhoren en dan nog tijd moeten vrijmaken voor een avontuur met de dochter van zijn commerciële opdrachtgever, is een taak die hem boven het hoofd dreigt te groeien. Maar hij meestert de situatie en… wordt er heel wat wijzer uit. « Nothing in common » is een prent die de glimmer van de reclamewereld in fel contrast plaatst met de vervelende huiselijke zorgen, die dan ook in twee tempo’s verloopt, maar die nadien toch blijft nazinderen in de geest. Waarom draaien er zovelen mee in deze dolle wereld ? is de vraag die men zich stelt. Vaklui als Jackie Gleason en Eva Marie Saint geven voortreffelijk gestalte aan het oude paar en Tom Hanks, als hun filmzoon, wint meer en meer aan overtuigingskracht. Een jongere die er nog zal komen, schrijft Lode De Pooter in De Rode Vaan nr.5 van 1987.
Daarna werd Tom Hanks echter totaal gemiscast in “The bonfire of the vanities” (Brian De Palma). Ook het succes van de tearjerker “Sleepless in Seattle” met Meg Ryan was voor mij een raadsel. Hanks hield er voor zichzelf ook nog een tweede nominatie als beste komische acteur aan over. Maar toen kwam “Philadelphia” en van dan af werd Hanks wel degelijk als een all-round topacteur beschouwd.
In “Philadelphia” wordt advocaat Andrew Beckett (Tom Hanks) ontslagen omdat hij aids heeft. Zijn zwarte collega Joe Miller (Denzel Washington) neemt het echter voor hem op, nadat hij eerst zijn homofobie heeft moeten overwinnen. Dat gebeurt, nadat Beckett hem Maria Callas heeft laten horen met een aria uit “Andrea Chenier”. Een onvergetelijke scène, die echter ook een racistische ondertoon heeft: Miller, nochtans een zwarte advocaat, blijkt nog nooit van Callas te hebben gehoord!
Men zegt dat deze film er gedeeltelijk is gekomen, omdat Demme naar aanleiding van “Silence of the lambs” zélf van homofobie werd beschuldigd. Hoe dan ook, Hanks hield er een Golden Globe als beste ernstige acteur aan over, een onderscheiding op het Festival van Berlijn 1993 én een oscar. Zijn “acceptance speech” was de aanleiding voor de film “In and out” (1997), omdat hij daarin zijn vroegere toneelleraar bedankte, wat meteen vragen opriep over die mens zijn privé-leven (*).
In “Philadelphia” is Antonio Banderas te zien als Miguel, de exotische vrijer van Beckett. Hij wordt niet geculpabiliseerd, daar gesuggereerd wordt dat Beckett het virus heeft opgelopen toen hij eens is vreemd gegaan in een pornocinema.
In de kleinere rollen waren tal van echte aidspatiënten gecast om de dramatiek te verhogen. Slechts tien van de 53 figuranten haalden het einde van 1994! Daarbij o.a. Ron Vawter, een acteur die hier in België verbleef voor zijn “Philoktetes-variations”, toen de terminale fase van de ziekte begon.
Toch werd homofilie in de film nog altijd op een “Ikea-manier” in behandeld (**). Banderas en Hanks mochten elkaar enkel een beleefdheidskus geven! Of misschien wilden ze dat niet, ook al dient te worden toegegeven Banderas al jaren met de homofiele regisseur Pedro Almodovar werkt en dus b.v. in “La Ley del Deseo” wel al méér gewoon was.
Tom Hanks heeft wel gelijk als hij zegt: “We leven niet meer in 1962 toen Rock Hudson met zijn persagente moest trouwen om roddeltantes als Hedda Hopper de pas af te snijden.” Maar Hanks is wel tégen outing en daarmee onderscheidt hij zich van b.v. Richard Gere, die er nochtans zelf last van heeft gehad.
De leukste baseball-film is ongetwijfeld “A league of their own” van Penny Marshall (1992). Het personage van de aan lager wal geraakte trainer Jimmy Dugan wordt gespeeld door Marshalls favoriete komedie-acteur, Tom Hanks) en er is ook een rol weggelegd voor Madonna, maar het personage voor wie knuppel en ballen het minste geheimen blijken te hebben, is dat van Geena Davis als sterspeelster Dottie Hinsen. Want dat is het punt waarop de film verschilt met andere baseball-films en waardoor hij misschien toch de moeite waard is om te worden gezien en dat is dus de licht feministische inslag van de film.
Net zoals op tal van andere terreinen is ook op sportgebied de Tweede Wereldoorlog immers doorslaggevend geweest om een aantal vooroordelen te doorbreken. De mannen waren aan het front, dus moest men het maar met vrouwen stellen. Die vrouwen bleken het uiteindelijk echter niet zo slecht te doen en zo kwam de vrouwenemancipatie in een stroomversnelling terecht. Nu is dat juist in de sport minder gelukt dan in de “normale” maatschappij. De sportwereld wordt dan ook nog vaak bevolkt door een mengeling van macho’s en conservatieve zakken. Zo is er enerzijds de oubollige filosofie van mensen à la Guillaume Driessens: “De vrouw aan de kookpot en geen seks voor de wedstrijd”. Daartegenover staat dan juist een nogal hengstig gedrag van een aantal sporters (al dan niet overgeëxciteerd door het gebruik van stimulerende middelen), dat even vrouwonvriendelijk is. We noemen liever geen namen, al is het privé-leven van sommige topsporters de laatste tijd gemeengoed in een bepaalde pers.
Met name in baseball hebben de meisjes van de film – want ondanks de gewijzigde namen berust het scenario op reële gebeurtenissen – weliswaar kunnen verhinderen dat ze onmiddellijk na het beëindigen van de oorlog (en dus bij het heropstarten van de “gewone” mannencompetitie) werden “afgeschaft”, maar veel langer dan midden de jaren vijftig hebben ze het toch niet uitgezongen. Op die manier zou men, net zoals bij Madonna, van Geena Davis kunnen beweren dat ze zichzelf speelt (de hele film drijft trouwens op “type-casting”). Die licht feministische ondertoon past immers helemaal in het kraam van deze actrice, die vooral bekend is geworden als Thelma in “Thelma and Louise” van Ridley Scott. Deze film wekte het jaar daarvóór verontwaardiging in sommige kringen omdat hij over twee vrouwen handelt die het “recht” in eigen handen nemen. Maar tegelijk zat er een zekere dubbelzinnigheid in de film. Met name Thelma (Geena Davis dus) was wel een mooi poesje, maar eigenlijk toch ook even dom als haar fraaie echtgenoot. En die dubbelzinnigheid komt ook nu weer tot uiting in “A league of their own”. Uiteindelijk keert Dottie immers toch terug naar de kookpot.
Trouwens, ook het seksisme is niet helemaal vreemd aan het relatieve succes van de onderneming. Die meisjes in een soort van opwaaierende chirojurkjes laten rondlopen, moest natuurlijk ook wel dienen om de achtergebleven mannen of de teruggekeerde “war heroes” wat ontspanning te verschaffen, terwijl Dottie het in de eerste plaats toch met haar baseball-talent tracht waar te maken. Anderzijds zou het hypocriet zijn te stellen dat het sexy smoeltje van Geena Davis (haar lippen zijn zowat het vrouwelijke equivalent van Mick Jagger) geen énkele rol speelt. Als ze trouwens op een bepaald moment een bal vangt met een “grand écart” (Kim Clijsters tenniste toen nog gewoon thuis tegen papa Lei), dan is dit niet enkel een sportieve, maar ook een “seksuele” prestatie. Ook is het moeilijk te begrijpen waarom regisseur Penny Marshall, die zelf toch ook niet bepaald vooraan in de rij stond toen De Schepper de schoonheid uitdeelde, zo de draak steekt met eveneens minder bedeelde meisjes. Een mannelijke regisseur zou hier (terecht) van seksisme worden beschuldigd!
Het jaar daarop ging de oscar voor de beste acteur voor de tweede opeenvolgende keer naar Tom Hanks: na “Philadelphia” nu “Forrest Gump” (zie bovenstaande foto), waarvoor hij ook al een Golden Globe had gekregen. Daarmee evenaarde hij de prestatie van Spencer Tracy die in 1937 werd bekroond voor “Captain Courageous” en een jaar later zeer onterecht nogmaals voor de smartlap “Boys Town”. Bij de oscars staan komische films echter duidelijk nog altijd laag aangeschreven. Daarom kwam Hanks voor “Punchline”, een film met Sally Field, gebaseerd op het leven van Roseanne Barr, niet in aanmerking, maar voor “Apollo 13” maakte hij wel een kans om de eerste te zijn om een hattrick te scoren. Als ik me niet vergis, werd de nominatie deze keer echter niet omgezet.
Op 26/12/95 werd Hanks ook voor een vierde keer vader. Voor zijn vrouw Rita Wilson was Truman Theodore haar tweede kind, hun eerste, Chester, is reeds vijf en werd eveneens naar een president (Chester Allen Arthur) genoemd. Uit zijn eerste huwelijk met Samantha Lewis heeft hij ook nog een zoon en een dochter.
Met een aflevering uit de reeks “Fallen angels” maakte hij ondertussen ook zijn (geapprecieerd) debuut als regisseur met “I’ll be waiting” naar een verhaal van Raymond Chandler met allemaal onbekende acteurs, behalve dan precies Hanks zelf. Toch ging in Toronto 1996 zijn “That thing you do!” de mist in. “Misschien hadden we er ook niet meer van moeten verwachten,” schrijft Patrick Duynslaegher in Knack, want de film “weerspiegelt gewoon de persoonlijkheid van de superster die toch zowat de incarnatie is van het allerbanaalste Amerika.” Zelf speelt Hanks slechts een bijrol in deze geschiedenis van een fictief popgroepje (“The Wonders”) in de jaren zestig. “Hanks viel vooral door de mand,” gaat Duynslaegher verder, “omdat een verwante film zoveel beter was. Maar dan wel een muziekfilm over vrouwen, gepatroneerd door Martin Scorsese. Grace of my Heart is Allison Anders’ ode aan de muziek die in de jaren vijftig en zestig ontsproot in de legendarische Brill Building op Broadway, een echte hitfabriek.”
Zelf vond ik “That thing you do!” helemaal niet slecht en dat werd gevolgd door “Saving Private Ryan” van Steven Spielberg, waarin een soldaat op hoger bevel dient te worden gerepatrieerd omdat zijn drie broers reeds waren omgekomen (één van hen op het strand van Omaha Beach zelf, bij de ontscheping in Normandië, waarmee de film begint). Het script van Robert Rodat is gebaseerd op een waar gebeurd feit, wordt gezegd, maar als de Nederlander Armand Blau gelijk heeft, dan klopt dat toch niet helemaal. Hij heeft immers een boek geschreven over de dood van de drie broers Tester, waardoor de vierde, Carroll Tester, van militaire dienst werd vrijgesteld. Maar hij diende dus niet van het slagveld te worden teruggehaald.
Waaraan in de film wél wordt gerefereerd is aan de dood van de vijf broers Sullivan (ook uit Iowa, net als Ryan) die in 1942 alle vijf waren omgekomen bij de ontscheping in Guadalcanal. Niet alleen dienen ze als voorbeeld voor generaal Marshall (die van het latere plan, jawel) om het bij de Ryans niet zo ver te laten komen, het is bovendien ook de reden waarom de Ryans in vier verschillende compagnies waren onderverdeeld (namelijk om de kans op een gezamenlijke afslachting te verkleinen). In de versie die ik heb gezien (op Canal+) “vergeet” de vertaler dit voorval met de Sullivans zelfs te vertalen, maar Hollywood is toch iets minder “vergeetachtig” geweest. Ook hùn verhaal is immers verfilmd in “The Fighting Sullivans”, nog gedraaid in 1944 en dus helemaal heroïsch van opzet, totaal het tegenovergestelde van wat Spielberg beoogt.
Veel is ook te doen om de slotwoorden van Tom Hanks als captain Miller, het hoofd van de “rescuing party”, tot Matt Damon als private (soldaat) Ryan: “Earn it.” Sommige commentatoren blijken zelfs helemaal niet te begrijpen wat hiermee bedoeld wordt. Nochtans is dàt vrij duidelijk: een beetje daarvóór in de film heeft Hanks reeds de hoop uitgesproken dat Ryan later een of andere ophefmakende wetenschappelijke ontdekking zou doen die de hele mensheid ten goede zou komen. Op die manier zou immers het absurde van de situatie (acht man die hun leven op het spel zetten om één persoon te redden) worden opgeheven.
En daarom is de larmoyante slotscène toch van belang. De oud geworden Ryan kan immers aan het graf van Miller tegenover zijn vrouw (overigens vertolkt door Kathleen Byron, de Britse ster uit “Black Narcissus”, “al wist Spielberg dat wellicht niet eens,” aldus de dame in The Observer van 13/9/1998) enkel vaststellen dat hij“als een goed mens” heeft geleefd. Maar is dat wel voldoende? Dat is een vraag die we ons allemaal moeten stellen. Daarna heb ik ook nog genoten van Hanks’ vertolking in “Cast Away” en in “The Green Mile”, een Amerikaans drama uit 1999 van Frank Darabont naar de gelijknamige roman van Stephen King. “The Green Mile” is de bijnaam van de gang die naar de elektrische stoel leidt. Tom Hanks is, zoals meestal, erg goed als hoofdbewaker van blok E in de Cold Mountain-gevangenis van Louisiana, maar het is de reusachtige neger Michael Clarke Duncan, die de show steelt als de ten onrechte ter dood veroordeelde John Coffey. Ik gebruik opzettelijk het woord “neger” omdat het afgeleid is van het Latijnse “niger” dat… zwart betekent. Het is dus alweer een grove uiting van verregaande stupiede politieke correctheid om dat woord niet meer te gebruiken en “zwarte” wél. Of moet ik Afro-Amerikaan zeggen? Dat is al helemààl van de pot gerukt!
Maar 1999 was natuurlijk vooral het jaar van Internet. Wordt door het internet een virtuele eskimo uit Alaska immers niet een dichtere buur dan de Marokkaan naast de deur? Niet noodzakelijk. Want die virtuele eskimo blijkt uiteindelijk vaak een identiteit fakende surfer aan de andere kant van het cybercafé te zijn, die men op de koop toe in de realiteit niet kan uitstaan, terwijl hij of zij op het net helemaal anders overkwam (cfr. de film “You’ve got mail”). Vroeger veinsde men immers orgasmes, nu veinst men virtuele identiteiten. “You’ve got mail” (waarin Meg Ryan en Tom Hanks hun zoetzuur nummertje uit “Sleepless in Seattle” nog eens mogen overdoen) is overigens een remake van “The shop around the corner”, een film uit de jaren veertig van Ernst Lubitsch, waarin James Stewart en Margaret Sullivan net zoals Ryan en Hanks een concurrerend winkeltje hebben, alleen waren zij toen wel pennevrienden i.p.v. Mailsurfers. Bovendien kwam in hetzelfde jaar nog een succesvolle film uit met Hanks in een belangrijke rol: Catch Me If You Can van regisseur Steven Spielberg, aan de zijde van Leonardo DiCaprio. Het verhaal speelt zich af in de jaren zestig en gaat over Frank Abagnale jr., een van de meest gezocht misdadigers aller tijden.
In 2002 schittert Hanks in “Road to Perdition” van Sam Mendes (Perdition is een plaatsnaam, maar tegelijk betekent het ook “verderf” natuurlijk). In 1931 Mike Sullivan (Hanks) and Connor Rooney (Daniel Craig) are two henchmen of elderly Chicago-based Irish-American mobster John Rooney, Connor’s father (laatste rol van Paul Newman). In many respects, John treats Mike more as his son, who he raised as his own after Mike was orphaned, than the volatile Connor, who nonetheless sees himself as the heir apparent to the family business. One evening, Mike’s eldest son, twelve year old Michael Sullivan Jr. (een schitterende Tyler Hoechlin), who has no idea what his father does for a living, witnesses Connor and his father gun down an associate and his men, the situation gone wrong initiated from an action by Connor. Caught witnessing the incident, Michael is sworn to secrecy about what he saw. Regardless, Connor, not wanting any loose ends, makes an attempt to kill Mike, his wife (Jennifer Jason Leigh) and their two sons. Mike and his surviving son know that they need to go on the run as Connor, who has gone into hiding, will be protected through mob loyalty, especially by John, who cannot turn on his own flesh and blood. (Written by Huggo on IMDb)
Daarna was Tom Hanks te zien in “The ladykillers”, een film van de broertjes Coen uit 2004. Eigenlijk betreft het hier een remake van een oude Engelse film met Peter Sellers in de hoofdrol. Een uitstekende gelegenheid dus om beide acteurs te vergelijken…
De volgende film met Tom Hanks die ik heb gezien was “The Terminal” van Steven Spielberg uit 2004. Doorgaans hou ik wel van Hanks (vlak daarna heb ik “Forrest Gump” nog eens herbekeken en ik moet zeggen dat deze tweede visie mij meer beviel dan de oorspronkelijke) en van Spielberg ben ik een paar decennia een regelrechte fan geweest, maar deze film viel mij toch zwaar tegen. Ik heb er geen bezwaar tegen dat het reëel gebeurde feit van een immigrant die niet verder dan de luchthaven geraakte en daar dus jarenlang diende te verblijven een beetje “opgeleukt” wordt (anders zou het al vlug een larmoyante historie worden), maar de humor in deze film was toch wel heel erg ongeïnspireerd.
Daarna was er natuurlijk “The Da Vinci Code” en “Angels and Demons”, beide naar de boeken van Dan Brown, maar ik heb helaas niet onmiddellijk nota’s genomen en nu ben ik het natuurlijk weer allemaal al lang vergeten.
Mike Nichols draaide zijn laatste film, Charlie Wilson’s war in 2007 met Tom Hanks en Julia Roberts in de hoofdrollen. En dan was er “The Great Buck Howard” van Sean McGinly uit 2008, waarin Tom Hanks maar een klein rolletje speelt, namelijk die van de vader van het hoofdpersonage (dat is evenwel niét de titelrol, die door John Malkovich wordt vertolkt), Troy Gable, de assistent van mentalist Buck Howard (gebaseerd op The Amazing Kreskin). En deze rol wordt vertolkt door… Colin Hanks, Toms oudste zoon. Niet echt verwonderlijk, want Tom Hanks is tevens één van de producers van deze film.
In 1964 was er “Mary Poppins” naar het boek uit 1934 van P.L.Travers (1899-1996). Deze was niet tevreden over de verfilming met Julie Andrews omdat ze die te simplistisch vond. Andrews zelf hield aan haar filmdebuut wel een oscar over. Vele jaren later (met name in 2013) werd het hele verhaal verteld in “Saving Mr.Banks”. Emma Thompson vertolkt hierin P.L.Travers, die kampte met een onverwerkt jeugdtrauma en daarom hebben de originele boeken (want het is een reeks) ook een donker kantje. En bijgevolg was ze er als de dood voor dat Walt Disney – rol van Tom Hanks – van haar boek een onnozele tekenfilm zou maken. Het kostte Disney bloed, zweet en tranen om de nukkige schrijfster toch over de streep te trekken.
Het is nu ook al meer dan vijftien jaar dat men aankondigt dat Tom Hanks de hoofdrol zou vertolken in “Comrade Rockstar”, een film gebaseerd op het “aussergewöhnliches Leben“ van Dean Reed, “De Rode Elvis”. Hanks heeft hiervoor onder meer een bezoek gebracht aan de voormalige Oost-Duitse partijleider Egon Krenz, die op dat moment een gevangenisstraf van 6,5 jaar uitzat omdat hij medeverantwoordelijk werd geacht voor het neerschieten van vluchtelingen bij de Berlijnse muur. Krenz was bevriend met Reed op het moment van diens mysterieuze dood, nu dus dertig jaar geleden. Ondertussen werd niks meer vernomen over de filmplannen.

Ronny De Schepper

(*) In “In and out” van Frank Oz wordt deze rol gespeeld door Kevin Kline (de rol van de Oscar-winnaar door Matt Dillon) en het conflict wordt op de spits gedreven aangezien de vermoedens de kop opsteken op de vooravond van zijn huwelijk met Joan Cusack. Overige rollen zijn weggelegd voor Debbie Reynolds als zijn moeder en voor Tom Selleck als een TV-reporter die via dit verhaal met zijn eigen seksualiteit in het reine komt.
(**) Daarmee wil ik refereren aan het geruchtmakende reclamefilmpje van deze meubelmaatschappij waarin twee mannen een bankstel gaan kopen. Men kan vermoeden dat het om twee homo’s gaat, maar men toont het uiteraard niet.

yhst-27744509796426_2271_42473017

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s