Twintig jaar geleden: “Forrest Gump” grote overwinnaar bij de oscars

forrest_gump_w1Vandaag is het twintig jaar geleden dat de film “Forrest Gump” met de voornaamste oscars ging lopen, namelijk beste film, beste regisseur (Robert Zemeckis) en beste mannelijke hoofdrol (Tom Hanks).

Tom Hanks (Californië, 9/7/1956) is op de eerste plaats een komisch acteur. Zeker in zijn beginperiode. We maakten met hem kennis in “Bachelor Party” en daarna was er “Big” van Penny Marshall, maar als ik me goed herinner werd hij zelfs in “Dragnet” (Tom Mankiewicz, 1987) nog als komisch talent opgevoerd. Datzelfde jaar was hij echter ook te zien in « Nothing in common » van Garry Marshall waarin wij met huwelijksproblemen werden geconfronteerd van twee oudere mensen die na 34 jaar « echtelijke trouw » uit mekaar gaan. Het is hun luchthartige zoon (Hanks dus) die onverwacht met deze situatie geconfronteerd wordt, precies op het moment dat hij het zelf heel lastig heeft om een reclamespot aan een vliegtuigmaatschappij te verkopen. Opgeroepen door vader en door moeder om hun klachten te aanhoren en dan nog tijd moeten vrijmaken voor een avontuur met de dochter van zijn commerciële opdrachtgever, is een taak die hem boven het hoofd dreigt te groeien. Maar hij meestert de situatie en… wordt er heel wat wijzer uit. « Nothing in common » is een prent die de glimmer van de reclamewereld in fel contrast plaatst met de vervelende huiselijke zorgen, die dan ook in twee tempo’s verloopt, maar die nadien toch blijft nazinderen in de geest. Waarom draaien er zovelen mee in deze dolle wereld ? is de vraag die men zich stelt. Vaklui als Jackie Gleason en Eva Marie Saint geven voortreffelijk gestalte aan het oude paar en Tom Hanks, als hun filmzoon, wint meer en meer aan overtuigingskracht. Een jongere die er nog zal komen, schrijft Lode De Pooter in De Rode Vaan nr.5 van 1987.
Daarna werd Tom Hanks echter totaal gemiscast in “The bonfire of the vanities” (Brian De Palma). Ook het succes van de tearjerker “Sleepless in Seattle” met Meg Ryan was voor mij een raadsel. Hanks hield er voor zichzelf ook nog een tweede nominatie als beste komische acteur aan over. Maar toen kwam “Philadelphia” en van dan af werd Hanks wel degelijk als een all-round topacteur beschouwd. Zoals men weet heeft het dankwoord van Hanks op de oscaruitreiking aanleiding gegeven tot de komedie “In and out” met Kevin Kline. Omdat het niet zo bedoeld was, wilde Hanks daarom nog eens expliciet zeggen dat hij wel degelijk tégen outing is, maar hij voegde er wel aan toe: “We leven anderzijds niet meer in 1962 toen Rock Hudson met zijn persagente moest trouwen om roddeltantes als Hedda Hopper de pas af te snijden.”
Het jaar daarop ging de oscar voor de beste acteur voor de tweede opeenvolgende keer naar Tom Hanks (na “Philadelphia” nu “Forrest Gump”, waarvoor hij ook al een Golden Globe had gekregen). Daarmee evenaarde hij de prestatie van Spencer Tracy die in 1937 werd bekroond voor “Captain Courageous” en een jaar later zeer onterecht nogmaals voor de smartlap “Boys Town”. Bij de oscars staan komische films echter duidelijk nog altijd laag aangeschreven. Daarom kwam Hanks voor “Punchline”, een film met Sally Field, gebaseerd op het leven van Roseanne Barr, niet in aanmerking, maar voor “Apollo 13” maakte hij wel een kans om de eerste te zijn om een hattrick te scoren. Als ik me niet vergis, werd de nominatie deze keer echter niet omgezet.
Op 26/12/95 werd Hanks ook voor een vierde keer vader. Voor zijn vrouw Rita Wilson was Truman Theodore haar tweede kind, hun eerste, Chester, is reeds vijf en werd eveneens naar een president (Chester Allen Arthur) genoemd. Uit zijn eerste huwelijk met Samantha Lewis heeft hij ook nog een zoon en een dochter.
Met een aflevering uit de reeks “Fallen angels” maakte hij ondertussen ook zijn (geapprecieerd) debuut als regisseur met “I’ll be waiting” naar een verhaal van Raymond Chandler met allemaal onbekende acteurs, behalve dan precies Hanks zelf. Toch ging in Toronto 1996 zijn “That thing you do!” de mist in. “Misschien hadden we er ook niet meer van moeten verwachten,” schrijft Patrick Duynslaegher in Knack, want de film “weerspiegelt gewoon de persoonlijkheid van de superster die toch zowat de incarnatie is van het allerbanaalste Amerika.” Zelf speelt Hanks slechts een bijrol in deze geschiedenis van een fictief popgroepje (“The Wonders”) in de jaren zestig. “Hanks viel vooral door de mand,” gaat Duynslaegher verder, “omdat een verwante film zoveel beter was. Maar dan wel een muziekfilm over vrouwen, gepatroneerd door Martin Scorsese. Grace of my Heart is Allison Anders’ ode aan de muziek die in de jaren vijftig en zestig ontsproot in de legendarische Brill Building op Broadway, een echte hitfabriek.”
Zelf vond ik “That thing you do!” helemaal niet slecht en daarna heb ik ook nog genoten van Hanks’ vertolking in “Cast Away” en in “The Green Mile”, een Amerikaans drama uit 1999 van Frank Darabont naar de gelijknamige roman van Stephen King. “The Green Mile” is de bijnaam van de gang die naar de elektrische stoel leidt. Tom Hanks is, zoals meestal, erg goed als hoofdbewaker van blok E in de Cold Mountain-gevangenis van Louisiana, maar het is de reusachtige neger Michael Clarke Duncan, die de show steelt als de ten onrechte ter dood veroordeelde John Coffey. Ik gebruik opzettelijk het woord “neger” omdat het afgeleid is van het Latijnse “niger” dat… zwart betekent. Het is dus alweer een grove uiting van verregaande stupiede politieke correctheid om dat woord niet meer te gebruiken en “zwarte” wél. Of moet ik Afro-Amerikaan zeggen? Dat is al helemààl van de pot gerukt!
Maar 1999 was natuurlijk vooral het jaar van Internet. Wordt door het internet een virtuele eskimo uit Alaska immers niet een dichtere buur dan de Marokkaan naast de deur? Niet noodzakelijk. Want die virtuele eskimo blijkt uiteindelijk vaak een identiteit fakende surfer aan de andere kant van het cybercafé te zijn, die men op de koop toe in de realiteit niet kan uitstaan, terwijl hij of zij op het net helemaal anders overkwam (cfr. de film “You’ve got mail”). Vroeger veinsde men immers orgasmes, nu veinst men virtuele identiteiten. “You’ve got mail” (waarin Meg Ryan en Tom Hanks hun zoetzuur nummertje uit “Sleepless in Seattle” nog eens mogen overdoen) is overigens een remake van “The shop around the corner”, een film uit de jaren veertig van Ernst Lubitsch, waarin James Stewart en Margaret Sullivan net zoals Ryan en Hanks een concurrerend winkeltje hebben, alleen waren zij toen wel pennevrienden i.p.v. Mailsurfers.
Daarna was Tom Hanks te zien in “The ladykillers”, een film van de broertjes Coen uit 2004. Eigenlijk betreft het hier een remake van een oude Engelse film met Peter Sellers in de hoofdrol. Een uitstekende gelegenheid dus om beide acteurs te vergelijken…
De volgende film met Tom Hanks die ik heb gezien was “The Terminal” van Steven Spielberg uit 2004. Doorgaans hou ik wel van Hanks (vlak daarna heb ik “Forrest Gump” nog eens herbekeken en ik moet zeggen dat deze tweede visie mij meer beviel dan de oorspronkelijke) en van Spielberg ben ik een paar decennia een regelrechte fan geweest, maar deze film viel mij toch zwaar tegen. Ik heb er geen bezwaar tegen dat het reëel gebeurde feit van een immigrant die niet verder dan de luchthaven geraakte en daar dus jarenlang diende te verblijven een beetje “opgeleukt” wordt (anders zou het al vlug een larmoyante historie worden), maar de humor in deze film was toch wel heel erg ongeïnspireerd.
Daarna was er natuurlijk “The Da Vinci Code” en “Angels and Demons”, beide naar de boeken van Dan Brown, maar ik heb helaas niet onmiddellijk nota’s genomen en nu ben ik het natuurlijk weer allemaal al lang vergeten. Dan was er “The Great Buck Howard” van Sean McGinly uit 2008, waarin Tom Hanks maar een klein rolletje speelt, namelijk die van de vader van het hoofdpersonage (dat is evenwel niét de titelrol, die door John Malkovich wordt vertolkt), Troy Gable, de assistent van mentalist Buck Howard (gebaseerd op The Amazing Kreskin). En deze rol wordt vertolkt door… Colin Hanks, Toms oudste zoon. Niet echt verwonderlijk, want Tom Hanks is tevens één van de producers van deze film.
In 2013 zag ik hem aan het werk in de titelrol van “Captain Phillips” van Paul Greengrass. Ik keek vooral naar deze film omdat ik nooit kon geloven hoe een paar haveloze Somalische piraten zo’n grote tankers konden enteren. En dan bleek dus dat deze schepen inderdaad geen enkel wapen aan boord hadden. Ook met hun blusapparatuur konden ze niet echt op de boten richten. Ja dan… Nu begrijp ik wel dat dit burgers zijn en dat je die dus niet zo maar een wapen in hun hand kunt stoppen, maar die rederijen zijn toch rijk genoeg om op elk schip een paar professionelen te installeren die vlug korte metten zouden maken met die haveloze avonturiers!
yhst-27744509796426_2271_42473017

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.