De ABVV-kadetten zijn 45 jaar geleden de minister van nationale opvoeding Willy Calewaert voor geweest door hun mening te geven over tien jaar VSO. Een evaluatie, zouden we in VSO-termen kunnen zeggen. Vanuit het standpunt van de leerlingen dan wel. Origineel en waardevol element in de discussie, dat echter al te vaak over het hoofd wordt gezien.
DE THEORIE EN DE PRAKTIJK
Zoals ook wij (en zoals iedereen waarschijnlijk) zeggen de ABVV-kadetten dat zij in principe achter het VSO staan, maar dat er in de praktijk, een ware knoeiboel is van gemaakt. Daarom, om in het vervolg deze fouten te vermijden, hebben de kadetten aan minister Calewaert een brief gericht waarin zij eisen dat voor een duidelijke, democratische en openlijke evaluatie ook rekening moet worden gehouden met de mening van alle scholieren en leerkrachten die met het VSO te maken hebben (gehad).
Toen tien jaar geleden het VSO van start ging, was het de bedoeling dat de leerlingen meer medezegging-schap zouden krijgen en zelfstandiger zouden worden opgeleid. En ook dat iedereen gelijke kansen zou krijgen, zonder onderscheid van afkomst of geslacht. Het VSO had ook de bedoeling ruimere kansen te bieden in plaats van een loutere beroepsopleiding (dus « humaniora » in de letterlijke zin van het woord), enzovoort.
In de werkelijkheid is daar allemaal weinig van terecht gekomen. De leerlingenraden bleven in de la steken of waren een zoethoudertje. De concurrentiegeest bleef nijdig de kop opsteken. Elitaire richtingen bleven bestaan. In de oriëntatie- en vooral determinatiejaren werd er, ongetwijfeld onder druk van de lamentabele toestand van onze arbeidsmarkt, weer hevig gespeculeerd op directe beroepsmogelijkheden, zodat we integendeel een verschraling vaststelden van de algemene opleiding.
En vooral… er waren de haast jaarlijkse wijzigingen die elke grondige doorwerking ervan zo goed als onmogelijk maakten. Bovendien hebben op die tien jaar niet enkel vier socialisten de ministerportefeuille van nationale opvoeding op zak gestoken (achtereenvolgens Vermeylen, Claes, Calewaert, Ramaekers en opnieuw Calewaert), maar ook de liberaal De Croo (na Claes) die het VSO blijkbaar de definitieve nekslag heeft gegeven als er dan toch al progressieve maatschappij-opvattingen van aan de grondslag lagen.
MEER VORM DAN INHOUD
Het gevolg van al deze strubbelingen is dat het VSO uiteindelijk meer voor een formele dan voor een inhoudelijke omwenteling heeft gezorgd. Met alle negatieve gevolgen vandien overigens, want bepaalde tradities zaten zodanig verankerd (b.v. het puntensysteem, de huistaken…) dat die niet zomaar van de baan konden geveegd door rommelige hervormingen die geen kans kregen om ingeburgerd te raken omdat iedere minister per se zijn systeempje wilde doordrukken.
Concreet kan men b.v. stellen dat examens en ondervragingen verdwenen, maar dat summatieve en formatieve toetsen in de plaats kwamen zonder dat er in de grond iets was gewijzigd. Integendeel de stress die men wilde tegengaan werd over bijna een volledig schooljaar uitgesmeerd.
Echte veranderingen daarentegen zoals groepswerk of projektonderwijs kregen geen kans of werden alleszins sterk afgemoedigd én door conservatieve directies en inspecties én door de administratieve lasten die de leerkrachten werden opgelegd zodat voor dergelijke experimenten een extra-inspanning werd gevraagd die meestal met misprijzen werd beloond.
Merkwaardig genoeg verwachten de ABVV-kadetten alle heil van de inspectie. Blijkbaar verkeren zij in de waan dat deze progressieve leerkrachten aanmoedigt en conservatieve collega’s op de vingers tikt, want zij vragen meer inspectie vooral bij vastbenoemde leerkrachten (iets waar we wel kunnen inkomen).
TE VEEL PLICHTEN, TE WEINIG RECHTEN
In een volgend onderdeel pakken de ABVV-kadetten de leerlingenraden en het associatieve beheer aan in de zin zoals wij het ook hebben gedaan. Ze plaatsen er wel een sprekende titel boven : « Een leerling moet steeds teveel plichten vervullen en heeft een tekort aan rechten ».
Ook de besparingen op het materiaal worden over de hekel gehaald. Bespaar liever op kernraketten en wapens aan Afrika, zeggen de kadetten terecht, en zij koppelen hieraan onmiddellijk de eis tot kleinere klassen (wat niet alleen kwalitatief beter onderwijs oplevert, maar ook een vermindering van de werkloosheidsgraad bij de leerkrachten) en meer didactische uitstappen. Dit laatste is ook een zeer verheugende vaststelling, want de nood situeert zich vooral op het culturele vlak. De jeugd vraagt dus om cultuur, dat moet voor vele zwartkijkers toch een riem onder het hart zijn.
Als er dan toch binnen de sector onderwijs dient bespaard, aldus de ABVV-kadetten, dan kan dat best door de oprichting van één net, dat alle ideologische strekkingen bundelt en ook een kans geeft. Want ook deze eisen behoren tot het laatste onderdeel van hun pakket : recht op vrije meningsuiting, stimuleren van kritische ingesteldheid en recht op vereniging. Tenslotte moet het onderwijs ook écht gratis zijn (en niet louter op papier) !
Slotsom, een zeer interessant document omdat het een stem laat weerklinken die te zelden wordt gehoord en nochtans zeer goede voorstellen oppert, maar wel een beetje te oppervlakkig geformuleerd. Dus eerder een werkbasis, een vertrekpunt voor discussie. Maar een discussie die wij graag een tribune willen verlenen!
Referentie
Ronny De Schepper, Tien jaar VSO…, De Rode Vaan nr.28 van 1981
Het VSO hield op te bestaan op 1 september 1989.
Op die datum werd in Vlaanderen de eenheidsstructuur van het secundair onderwijs ingevoerd. Daarmee verdwenen de twee parallelle systemen die sinds de jaren 1970 naast elkaar bestonden:
- het traditioneel secundair onderwijs (met de klassieke onderverdeling ASO, TSO, BSO en KSO);
- het Vernieuwd Secundair Onderwijs (VSO), dat werkte met observatie- en oriëntatiegraden en een meer gemeenschappelijke eerste fase.
Vanaf het schooljaar 1989-1990 vielen alle scholen onder dezelfde structuur. Dat betekende overigens niet dat alle pedagogische ideeën van het VSO verdwenen. Enkele kenmerken werden behouden, zoals:
- de indeling in drie graden;
- een relatief brede eerste graad;
- meer aandacht voor oriëntering van de leerling vóór een definitieve studiekeuze.
De omzendbrief die de huidige structuur historisch toelicht, verwoordt het als volgt: “Op 1 september 1989 werd in het secundair onderwijs de eenheidsstructuur ingevoerd die een einde maakte aan twee naast elkaar bestaande onderwijstypes: het traditioneel secundair onderwijs en het vernieuwd secundair onderwijs.”
Een kleine historische nuance: het VSO werd niet van de ene dag op de andere “afgeschaft”. De invoering van de eenheidsstructuur was het eindpunt van een lang politiek compromis. In de praktijk hadden veel scholen zich in de jaren tachtig al gedeeltelijk aangepast, zodat de overgang in 1989 minder bruusk was dan de datum doet vermoeden.
chatgpt