Vandaag is het dertig jaar geleden dat Dean Reed is verdwenen. De naam Dean Reed zal de meesten onder jullie niets zeggen, maar het is nu al meer dan vijftien jaar dat men aankondigt dat Tom Hanks de hoofdrol zou vertolken in “Comrade Rockstar”, een film gebaseerd op Reeds “aussergewöhnliches Leben“. Hanks heeft hiervoor onder meer een bezoek gebracht aan de voormalige Oost-Duitse partijleider Egon Krenz, die op dat moment een gevangenisstraf van 6,5 jaar uitzat omdat hij medeverantwoordelijk werd geacht voor het neerschieten van vluchtelingen bij de Berlijnse muur. Krenz was bevriend met Reed op het moment van diens mysterieuze dood, nu dus dertig jaar geleden. Ondertussen werd niks meer vernomen over de filmplannen en kan de voormalige Oost-Duitse presentatrice Andrea Kiewel op ZDF ongestraft lacherig doen over het lot van Dean Reed, maar het betreft hier wel degelijk een verhaal met de allures van een authentieke Griekse tragedie…

Midden de jaren zestig kreeg het Oostblok, zoals men dat toen noemde, zijn eigen rode Elvis in de hoedanigheid van de uitgeweken Amerikaanse rock- en folkzanger Dean Reed. Alhoewel artistiek niet zo vreselijk begaafd, was Dean Reed toch wel een heel belangrijk fenomeen. Hij moet zowat de meest gefotografeerde vedette ter wereld zijn, men maakte zelfs zo van die typische Russische poppetjes met zijn afbeelding.
Niet ten onrechte stond zijn gitaar dan ook tot voor kort in een museum in Moskou. De perestroika is ondertussen ook voor zijn nagedachtenis fataal geworden.
Nochtans was Reed bevriend met mensen als Yasser Arafat, Daniel Ortega en Salvador Allende. In 1973 zong hij in Chili “Venceremos”, vlak voor de putsch van de generaals. Men draai­de heldhaftige clips in de Sinaï-woestijn waarbij hij op een tank zit of mee in de aanval gaat met guerillero’s in Latijns-Amerika. Eigenlijk was Reed, die geboren was in Denver, Colo­rado, dus toch steeds een “cowboy” gebleven!
Zelfs in zijn jeugd was hij reeds de All American Kid bij uitstek. Dean Reed was in 1938 geboren op een kippenboerderij in Colorado en zijn moeder Anna Brown zegt dat hij een zeer schuch­tere jongen was, die juist gitaar leerde spelen om op die manier toch enige aandacht van de meisjes te krijgen. Met zijn vader Cyril kon hij echter hoegenaamd niet opschieten. Aange­zien hij nog twee broers had, is het niet duidelijk of dit conflict iets te maken heeft met het feit dat in 1982 zijn vader zelfmoord heeft gepleegd.
In 1958 liet Reed zijn ambities varen om ooit de opvolger van Armand Pien te worden (Frank De Boosere is hem er nu nog altijd dankbaar om) en gaf zijn studies aan het meteorologisch instituut op om al liftend naar Hollywood te trekken. Het lijkt wel een Amerikaans sprookje, want de eerste wagen die hem meeneemt, wordt al meteen bestuurd door een “gebuisde” zanger, die hem een introductie bij Capitole Records bezorgt.
In Hollywood speelt hij ook in enkele kleine films. Het is de tijd van de “domme blondjes”, en dat gold eveneens voor de jongens: Frankie Avalon, Fabian, Bobby Rydell. Dean past helemaal in deze categorie, die vaak optreedt in “beach movies”, jongerenfilms waarin vooral mooie, “gezonde”, jonge meisjes en kerels te zien zijn, surfend of op het strand spelend. Niet ten onrechte refereerde Dean later aan zijn Hollywood-periode als aan een “prostituti­on camp”.
POLITIEKE BEWUSTWORDING
Hij leert er wel Paton Price kennen, zijn goeroe tot diens dood in 1983. Price gaf les aan die jonge knaapjes in de Warner Brothers Drama School, o.a. ook aan de Everly Brothers, vandaar Reeds vriendschap met Phil. Hier krijgt Reed ook voor het eerst linkse politieke opvattingen. Niet omdat Price die deelde, maar omdat hij vond dat men daarvoor moest uitkomen.
Dan komt op aanvraag van zijn manager een andere jonge zanger Johnny Rosenberg bij hem inwonen, die als Johnny Rose de zoveelste Elvis probeert te zijn. Reed vond dit een uitsteken­de gelegenheid om er zelf van onder te muizen. Tegen ieders advies in trekt hij naar Chili, waar hij gedurende zes jaar verblijft en voor het eerst een zekere populariteit kent.
Hij huwt er met een Tsjechische “gravin” Nitta Doval, die in het nightclubcircuit optreedt. Aangezien zij uit Tsjechoslovakije was gevlucht, groeien ze steeds verder uit elkaar naarmate Reed zich steeds linkser gaat opstellen onder invloed van de armoede die hij om zich heen ziet. “There I became a revolu­tionary,” zei hij later in een interview in Oost-Berlijn en wie daarvan alvast overtuigd was, was het FBI want daar opent men een dossier over zijn activiteiten. Zijn repertoire wij­zigt ook in die zin: hij begint meer en meer protestliederen te zingen i.p.v. rock’n’roll. Ook uiterlijk wordt hij meer een Beatle-achtig figuur.
WE SHALL OVERCOME
Over de wijze waarop Dean Reed in Oost-Europa is terechtgekomen bestaan er twee versies. De “gravin” vertelt dat ze hem er in 1965 opzettelijk naartoe stuurde opdat hij zou “genezen”, maar dat hij na een auto-ongeval in een kliniek terechtkwam, waar hij “gehersenspoeld” werd. Deze versie wordt begrijpelijker­wijs in twijfel getrokken, maar de andere is nochtans nog ongelooflijker: op een congres in Helsinki werd hij opgemerkt door een lid van de Sovjet-delegatie, Nikolai Pastoekov. Gyorgy Arbatov herinnert zich dat ook: de onderhandelingen tussen Russen en Chinezen draaiden bijna op een handgemeen uit en om de gemoederen te bedaren greep Reed zijn gitaar en begon “We shall overcome” te zingen!
Die “ontdekking” viel overigens niet uit de lucht. In de Sovjet-Unie was men namelijk eindelijk tot de constatatie gekomen dat de filmpjes over de “decadente rellen” die zich bij rock-optredens voordeden, juist op de verbeelding van de jeugd werkten. De Russische jongeren waren de mandolinen van de Pionierkes immers wel beu gehoord. Rockmuziek was uiteraard verboden maar dat was geen beletsel voor een bloeiende handel in sluikpersingen op… röntgenfoto’s! Nu had men echter de uitstekende kans om ze iemand te geven die “the next best thing” bracht en toch achter het systeem stond.
Er ontstond werkelijk een soort Beatlemania, waarbij het seksuele aspect zeker meespeelde: Reed was een erg knappe jongen, die zeer goed te paard reed en ook met de moto aller­lei kunstjes kon uithalen.
Eerst keert hij nog vaak terug naar de Verenigde Staten. Hij speelt o.m. in acht films. De bekendste daarvan is “Adios Sabata” van Frank Kramer uit 1970, waarin hij de tweede belangrijkste rol heeft na titelvertolker Yul Brynner, maar dit is wel een Italiaans-Spaanse coproductie. In die periode ontsnapt hij in Argentinië aan een aanslag, terwijl hij in Chili in de gevan­genis belandt omdat hij “het Vietnamese bloed van de Ameri­kaanse vlag” wast. In beide landen stond hij trouwens op een target-list van de doodsbrigades.
VEREENZELVIGD MET HET REGIME
In de herfst van 1971 ontmoet hij op een filmfestival in de DDR een zekere Wiebke, waarop hij verliefd wordt. Door haar vestigt hij zich in Oost-Berlijn, eerst bij een andere uitgeweken Amerikaan, Victor Grossman, een schrijver die doelbewust daar was gaan wonen en ook geen Amerikaans paspoort meer had (wat Dean Reed tot aan zijn dood wel steeds is blijven houden).
Later gaat hij met Wiebke samenwonen. Ze trouwen in de zomer van 1973 en drie jaar later wordt hun dochter Nastascha geboren. Nog een jaar later gaan ze echter reeds (in vriendschap) uit elkaar.
Ondertussen is Reed bevriend geworden met Egon Krenz. Na verloop van tijd verliest hij op die manier trouwens de sympathie van de rockfans omdat hij zich te zeer met het regime vereenzelvigt. Hij gaat zich dan meer toeleggen op het schrij­ven en draaien van “alternatieve” westerns, waarin hijzelf de hoofdrol vertolkt en waarin de uitroeiing van de indianen centraal staat. Hij huwt ook voor de derde maal deze keer met de actrice Renate Blume.
Op 16 oktober 1985 keert Dean Reed nog eens terug naar Denver, waarbij hij werkelijk denkt dat hij door de gouverneur zal worden afgehaald, tenslotte was hij in Oost-Europa een super­ster. De houding was echter zeer negatief. Zo was er een incident met de Denverse disc-jockey Peter Boyls, die hem allerlei onzin voor de voeten wierp, dat de Sovjet-Unie zou weigeren Amerikaanse voedselhulp aan de bevolking uit te delen b.v. Toen Reed hem antwoordde: “Je spreekt net als een neo-nazi”, kwam het op antenne tot een klinkende ruzie, want het toeval wou dat diezelfde dag Boyls nog had moeten getuigen in de zaak van een bevriende dj, die door neo-nazi’s was ver­moord. Overigens heeft dit incident ook aanleiding gegeven tot de theorie dat Reed door diezelfde neo-nazi’s zou zijn vermoord.
Als reddende engel kwam toen Johnny Rosenberg opnieuw op de proppen. Hij nam Reed mee naar een eenvoudig buitenverblijfje en daar maakten ze samen muziek. Zo schreef Rosenberg een lied over ‘de superster die in zijn geboortedorp niet eens gekend was’ en zien we Reed op de home-video grappen maken in de zin van “wat heeft 64 benen en slechts vier tanden? Het centraal comité voor Gorbatsjov aan het bewind kwam”. De glasnost betekende evenwel helemaal de doodsteek voor Dean Reed, want nu konden de eigen Russische vedetten de muziek en de teksten brengen die ze wilden.
TRICKY DIXIE
Maar dan neemt het verblijf alweer een nieuwe wending als Reed een jeugdvriendin laat overkomen, een zekere Dixie Jean Schne­bly. Zij probeert hem in de Verenigde Staten te houden, o.a. door hem een carrière ter plaatse voor te spiegelen. Terug in Oost-Berlijn belt Dixie dagelijks op, wat Renate stilaan tot waanzin drijft.
Ook professioneel gaat het Reed niet voor de wind. Een film die zou worden gefinancierd door de Sovjet-Unie komt maar niet van de grond (ook al door de veranderde politieke omstandighe­den). En, wat misschien nog het belangrijkste is, Reed is ondertussen 47 geworden. Redenen genoeg dus om depressief te zijn.
In de Verenigde Staten drijft men het mes nog wat dieper in de wonde door een reportage in het kader van het actualiteiten­programma “Sixty minutes” met als titel: “De overloper”. Gevraagd of hij Reagan of Gorbatsjov verkiest, gooit Reed zelf nog wat olie op het vuur door te verklaren dat Reagan zelfs veel gevaarlijker is dan Stalin.
Na één van de steeds talrijker wordende ruzies met Renate verwondt Dean zichzelf vijftien keer, al schrijft hij in een brief dat hij niet “the guts” heeft om zelfmoord te plegen zoals zijn vader. Ook in een brief naar een lid van het Cen­traal Comité die pas in 1990 is opgedoken spreekt hij over zijn gebrek aan moed om zelfmoord te plegen. “Ik ben maar een showman,” zegt hij.
Op 6 juni 1986 verdween Reed op weg naar z’n Oost-Duitse manager. Enkele dagen later werd zijn lichaam gevonden in een meer vlakbij zijn woning in Oost-Berlijn. De omstandigheden van zijn dood zijn nooit helemaal opgehelderd en hebben daarom aanleiding gegeven tot allerlei speculaties.
De dubbele overloper (eerst van hier naar de DDR en dan terug) Jacques Dobbelaere uit Eeklo laat er in “Het Nieuwsblad” van 11 maart 1992 weinig twijfel over bestaan: “Wie de DDR de rug toekeerde, liep een ernstig risico. Een Duitse deserteur werd neergeschoten tijdens zijn vlucht. En twee Britse overlopers die een uitreisvergunning hadden bekomen, werden een week voor hun terugkeer levenloos aangetroffen: de ene had zich verhan­gen, de andere werd teruggevonden met zijn hoofd in een gas­oven. Eenzelfde lot onderging de populaire rockster van Oost-Europa, de uit de VS afkomstige Dean Reed, bijgenaamd de Rode Elvis. Toen zijn ster ging tanen en hij naar de VS wilde terugkeren, werd in juni 1986 zijn lichaam aangetroffen in een meer nabij Oost-Berlijn. De omstandigheden van zijn overlijden werden nooit opgehelderd.”
Die bijdrage werd gebracht onder de subtiele titel: “Vlaams deserteur bespiedt Merckx in DDR, de verschrikkelijke biecht van Stasi-agent Jacques Dobbelaere”. Eddy Merckx heeft overigens nooit deelgenomen aan de Vredes­koers, maar een kniesoor die daarop let als je zo’n prachtige titel hebt natuurlijk!
Op 15 november 1993 wordt hetzelfde verhaal (over Merckx, bedoel ik) nog eens uit de ijskast gehaald, opnieuw door Mon Vanderostyne in “De Standaard”, maar nu wordt Dobbelaere plotseling niet meer met name genoemd, maar wel onder zijn Stasi-schuilnaam Erich Müller…
“Müller” was overigens reeds in 1966 terug naar België gekomen en je zou dus op z’n minst een zekere terughoudendheid verwachten, maar nee, de grootste fanatiekelingen vind je altijd bij diegenen die het systeem vroeger hebben aanbeden. Is een voormalige verte­genwoordiger van de KPB in Praag nu geen handlanger van de Spekpater in hoogst eigen persoon? Welaan dan. Daarom is het des te merkwaardiger dat vanuit de Verenigde Staten zelf een toch wel genuanceerder beeld komt. Enkele jaren geleden werd in de uitste­kende BBC-reeks Arena de documentaire “The incredible case of comrade rockstar” van de Amerikaanse journaliste Reggie Nadel­son getoond. Zij komt tot de conclusie dat Reed zelfmoord heeft gepleegd, omdat hij zowel in zijn professionele carrière als in zijn privé-leven totaal aan de grond zat.
Toch laat Nadelson ook mensen aan het woord die een andere stelling verkondigen. Zo verwerpt Phil Everly, die Reed goed heeft gekend en met hem nog heeft opgetreden in Oost-Berlijn (alhoewel Phil zelf een Reagan-supporter was), de zelfmoord­theorie op basis van het feit dat het zo’n levenslustige persoonlijkheid was. Gyorgy Arbatov van zijn kant ontkent de betrokkenheid van de KGB omdat “sedert Andropov dergelijke methodes niet meer van toepassing waren.”
En de Stasi dan? Zij verdachten Reed ervan een CIA-agent te zijn en op het einde van zijn leven verklaarde hij inderdaad dat hij de indruk had te worden gevolgd. Aangezien hij op weg naar zijn Oost-Duitse manager List is verdwenen, waren alle theorieën open, tot en met een banaal ongeluk, want vlak voor zijn vertrek had hij nog een slaappil genomen.
Een Engels journalist die hem wou interviewen, arriveerde op het moment dat men zijn lijk nog altijd niet had gevonden. Men maakte hem wijs dat Reed in het hospitaal lag. Deze geheimdoe­nerij was ergens “logisch” omdat Reed nog altijd als een voorbeeld voor de jeugd gold.
Kort na zijn dood is overigens ook Dixie verdwenen, nadat ze werd gezocht voor een gewapende overval. Tot bij het maken van de documentaire had men nog steeds niets van haar vernomen. Dat geeft dan weer aanleiding tot verzinsels die ook bij de dood van Elvis Presley of Jim Morrison de ronde doen: Reed zou niet echt dood zijn, het lijk kon niet worden geïdentificeerd, in werkelijkheid zit hij met Dixie ergens te velde, enzovoort.
In 1991 heeft zijn moeder zijn asse meegenomen naar Colorado en daarom is zijn naam op de grafsteen verwijderd door Renate. Grossman mag afsluiten: hij is eveneens overtuigd van de zelfmoordtheorie. Hij vindt zelfs dat het een verstandige beslissing was, “want anders hadden Reed nog tal van ontgoo­chelingen te wachten gestaan.”
Wat evenmin in de documentaire te pas komt is het feit dat de keel van Reed zou overgesneden zijn. Of dat waar is, laat ik in het midden, maar het scenario van de (nog?) niet gedraaide film met Tom Hanks gaat daar wel van uit. In het huidige anticommunistische klimaat bestaat er volgens mij dan ook geen twijfel over dat de film de stelling zal verdedigen dat Reed door de Stasi is vermoord omdat hij wilde terugkeren naar de V.S.
EPILOOG
Eigenlijk is Dean Reed zijn hele leven een naäper geweest op muzi­kaal gebied. Hij was eerst een Elvis Presley-imitator, nadien een Beatle-kloon en later zelfs een soort van Engelbert Hum­perdinck. Maar zijn politieke keuze was blijkbaar wél echt. Met name het optreden in Chili was toch wel impressionant. Persoonlijk wil ik me hem zo blijven herinneren.

Referentie
Ronny De Schepper, Dean Reed, de rode Elvis, Switch maart 1994
Ronny De Schepper, Het lijden van de rode Elvis, Knack 29 juni 1994

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s