Mike Nichols (1931-2014)

28 mike nicholsHet is ook al een jaar geleden dat de Amerikaanse regisseur Mike Nichols is overleden.

Hij werd als Michael Igor Peschkowsky geboren in Berlijn. In verschillende afleveringen (eerst de vader, dan de kinderen en tot slot de moeder) vluchtte de familie in 1939-40 naar de Verenigde Staten om aan het nazibewind te onkomen.
Als Mike Nichols in de jaren vijftig debuteert als het komisch duo Nichols & May (met Elaine May), gebeurt dit dan ook in Chicago, waar hij ingeschreven was aan de medische faculteit om in de voetsporen van zijn vader (die eerder reeds uit Rusland was gevlucht bij de revolutie) te treden. Maar zijn voorkeur ging uit naar het theater. Het is trouwens bij een schoolopvoering van Strindbergs “Fröken Julie” dat hij Elaine May had ontmoet. Het duurde dan ook niet lang of Mike “dropped out” en ging in New York in de leer bij Lee Strasberg.
In 1961 ging het duo uiteen (ze zullen wel bijna hun hele leven lang blijven samenwerken achter de schermen) en keerde Nichols terug naar het theater. Eerst als acteur en in 1963 debuteerde hij als regisseur van “Barefoot in the park” van Neil Simon. In een interview uit 2003 zou Nichols later verklaren: “On the first day of rehearsal, I thought, ‘Well, look at this. Here is what I was meant to do.’ I knew instantly that I was home”.
By 1966, Nichols was a star stage director and Time magazine called him “the most in-demand director in the American theatre.” Although he had no experience in filmmaking, Warner Bros invited Nichols to direct a screen adaptation of Edward Albee’s Who’s Afraid of Virginia Woolf? starring Elizabeth Taylor and Richard Burton. The film was critically acclaimed, with critics calling Nichols “the new Orson Welles”. Op dat moment zijn de Amerikaanse geldbronnen al lang opgedroogd voor Orson Welles. Zo had hij graag “Catch 22” van Joseph Heller verfilmd, maar uiteindelijk moet hij zich tevreden stellen met een cameo-rolletje in de verfilming van Mike Nichols.
Nichols kreeg voor ‘The Graduate’ uit 1967 een Oscar voor de beste regie. De film met Anne Bancroft en Dustin Hoffman in de hoofdrollen is gebaseerd op een boek van Charles Webb. In de film is het nummer Mrs.Robinson van Simon and Garfunkel te horen, dat door de rolprent een grote hit werd. Bekend is de anekdote dat Dustin Hoffman op een bepaald moment door Hollywood loopt (of door New York, dat is nu niet zo belangrijk) en dat zijn toenmalige vriendin hem toesnauwt: “Hou nou toch eens op!” Waarop Hoffman (volgens zijn eigen versie totaal naar waarheid) zich verbaasd afvraagt waarméé hij dan wel moet ophouden? “Je bent al een hele tijd Mrs.Robinson aan het fluiten!” zegt zijn vriendin verwijtend. Hoffman vertelt de anekdote meestal om aan te duiden hoe acteurs, die zogezegd liever anoniem over straat zouden wandelen, onderbewust toch naar (h)erkenning streven…
Daarna was “Carnal knowledge” is een voorbeeld van een notoire flop ondanks de aanwezigheid van Jack Nicholson, Candice Bergen en Art Garfunkel (of misschien juist dààrom, wat deze laatste betreft).
In “The day of the dolphin” naar het boek van de Franse linkse schrijver Robert Merle zouden Jack Nicholson en Sharon Tate oorspronkelijk de hoofdrollen vertolken en Roman Polanski zou regisseren (het was trouwens dààrom dat hij niet aanwezig was toen de Manson Family haar slachting hield: hij was in Parijs aan het scenario aan het werken). De film zou uiteindelijk in 1973 uitkomen in een regie van Mike Nichols en naar een scenario van Buck Henry en met in de hoofdrollen George C.Scott en Trish Van Devere.
In “Silkwood” (1983) he gives a fairly accurate recounting of the story of Karen Silkwood (played by Meryl Streep), the Oklahoma nuclear-plant worker who blew the whistle on dangerous practices at the Kerr-McGee plant and who died under circumstances which are still under debate.
Nora Ephron vertelde het verhaal van haar huwelijk met Watergate-journalist Carl Bernstein in “Heartburn”, dat door Mike Nichols saai werd verfilmd in 1987 met Meryl Streep en Jack Nicholson in de hoofdrollen. Meryl Streep zou ook – samen met Shirley McLaine – de hoofdrol vertolken in “Postcards from the edge” (naar de autobiografie van Carrie Fisher), maar eerst verfilmde hij in 1988 met “Biloxi blues” ook zo’n beetje de autobiografie van Neil Simon als beginnende schrijver en daarna was Melanie Griffith te zien als “social climber” in “Working girl”. Mijns inziens haar beste vertolking na “Something wild”. Dat leverde trouwens ook goed ensemblespel op, zoals men dat dan zegt, vooral door de interactie van Harrison Ford met de drie vrouwelijke hoofdvertolksters: Melanie Griffith, Sigourney Weaver en Joan Cusack.
Na de yuppie-films in de jaren tachtig, werden de jaren negentig ingezet met een aantal anti-yuppie-films, die willen terugkeren naar “the basic values of life” in plaats van geld verdienen, status verwerven en macht uitoefenen als hoogste doel te stellen. Dat deze “basiswaarden” ook vaak conservatief Amerikaans zijn zoals “the family” is bijkomstig. Ander opvallend punt: het kunnen dezelfde regisseurs en acteurs zijn die nu verguizen wat ze eerst hebben aanbeden. Zo is de maker van “Regarding Henry” (1991), Mike Nichols, ook degene die in “Working girl” Melanie Griffith als “social climber” ten tonele voerde. Haar tegenspeler, Harrison Ford, is zelfs het hoofdpersonage in deze Nichols-film, terwijl Melanie zelf de vrouwelijke hoofdvertolkster was in “The bonfire of the vanities” van Brian De Palma, de film die de hele rage wel schijnt te hebben ontketend.
In “Regarding Henry” speelt Harrison Ford een genadeloze, stinkendrijke, onuitstaanbare advocaat, die na een moordaanslag een totaal ander mens wordt. Moraal van het verhaal: laat je af en toe eens door je kop schieten, dat is gezond.
Er was op “Henry” heel wat kritiek. Dat hij “tranerig” zou zijn b.v. Zelf vind ik het “gezond” sentiment (zoals b.v. ook in “Rain man”) i.p.v. de sentimentaliteit in films als “Love story” of “Kramer versus Kramer”.
Veel hangt dan natuurlijk af van de vertolking. Wie de “sentimentele” versie aanhangt, zal niet tevreden zijn over Harrison Ford en zijn filmvrouw Annette Bening. Anderen (waaronder ik dus) wél. Het zijn tenslotte opnieuw mensen van vlees en bloed (na zijn genezing toch), heel iets anders dus dan die koele yuppies die we nu wel genoeg hadden gezien.
Shirley MacLaine en Meryl Streep spelen moeder en dochter in “Postcards from the edge” in 1990 naar het semi-autobiografische boek van Carrie Fisher, de dochter van Eddie Fisher en Debbie Reynolds. Deze laatste onderstreept wel dat zij nooit haar rokken heeft opgetild om aan haar dochter te tonen dat ze geen slipje droeg (wat in de film wél gebeurt).
In 1993 was er “Wolf”, waarin op zijn oude dag Jack Nicholson dan toch in een weerwolf verandert en dan nog wel omdat hij met Michelle Pfeiffer vrijt! Aangezien seksuele opwinding zijn dierlijke instincten opwekt (of is het vice versa?), kan hij enkel geboeid met Michelle de liefde bedrijven. Ja, we hebben altijd al gedacht dat vrijen met Michelle een boeiende bezigheid moet zijn… James Spader, Kate Nelligan en Christopher Plummer vergapen zich net als iedereen aan de “special effects” van Rick Baker (“An American Werewolf in London”).
In 1996 was er “The birdcage” met Robin Williams, Nathan Lane, Gene Hackman en Dianne Wiest. Deze veramerikanisering van “La cage aux folles” werkte me echter danig op de zenuwen.
Maar Nichols revancheerde zich met “Primary Colors” dat bij zijn verschijnen in 1996 voor de nodige consternatie zorgde in Washington. Wat veiligheidshalve voorgeschoteld werd als fictie, geleek in feite meer op een journalistieke klus. Insiders hadden er in ieder geval geen moeite mee om de echte figuren te herkennen in de pseudo‑verzonnen personages uit de entourage van presidentskandidaat Jack Stanton.
Een veel groter mysterie was wie nu de auteur was van de anoniem gepubliceerde roman. Een man die zo goed was geïnformeerd dat hij wel moest worden gezocht in het selecte groepje van de gezaghebbende politieke commentatoren uit Washington. De ontmaskering van “Anonymous” werd een triomf van cyberspeurders. De roman “Primary Colors” werd in de tekstverwerker gestopt om gecontroleerd te worden op terugkerende eigenaardigheden in spraakkunst, woordkeuze en stijlfiguren. Het resultaat werd getoetst aan het journalistieke proza van de zwaargewichten in de verslaggeving binnenlandse politiek. Uit de bus kwam politiek columnist van “Newsweek” Joe Klein, nu Washington correspondent bij de “New Yorker”.
Om ons door hun filmverhaal te loodsen, maken Nichols en zijn scenariste Elaine May dankbaar gebruik van een beproefd maar handig verhalend procédé: we krijgen alles te zien door de verbaasde ogen van een jonge verteller, de nieuwe campagnemanager van Stanton. Henry Burton (mooi gespeeld door de 27‑jarige Engelse toneelacteur Adrian Lester), de Afro‑Amerikaanse kleinzoon van een befaamde burgerrechtenactivist, is de Candide‑figuur van deze moderne zedenles. Burton wordt voortdurend heen en weer geslingerd tussen contradictorische gevoelens voor zijn baas: enerzijds bewondering voor de nobele inborst van de kandidaat, anderzijds verontwaardiging omdat de man zijn primaire lusten niet kan bedwingen. Washington watchers hebben beslist een vette kluif aan het vergelijken van de acteurs met hun voorbeelden. Naast John Travolta als Clinton/Stanton is er immers een schitterende Emma Thompson als Hillary.
Nichols draaide zijn laatste film, Charlie Wilson’s war in 2007 met Tom Hanks en Julia Roberts in de hoofdrollen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s