Dertig jaar geleden: José De Cauwer, de “kingmaker”

Dertig jaar geleden: José De Cauwer, de “kingmaker”

Terwijl iedereen nog volop met de Mondiale bezig was, blikten wij in De Rode Vaan reeds vooruit: op zaterdag 30 juni startte in Futuroscope immers de 77ste Ronde van Frankrijk. En de vraag die op ieders lippen brandde, was natuurlijk: wat gaat de winnaar van vorig jaar, Greg Lemond, ervan bakken? Daarover en over de financiële problemen die aan de grondslag lagen van de breuk met zijn vroegere ploeg gingen we praten met José De Cauwer, zijn sportbestuurder van vorig jaar, de man die Lemond uit een diep dal haalde.

Lees verder “Dertig jaar geleden: José De Cauwer, de “kingmaker””

Veertig jaar geleden: Patrick Sercu breekt record van Peter Post

Veertig jaar geleden: Patrick Sercu breekt record van Peter Post

Morgen zal het veertig jaar geleden zijn dat Patrick Sercu aan de zijde van Didi Thurau de zesdaagse van Berlijn heeft gewonnen daarmee het record van Peter Post (66 overwinningen i.p.v. 65) heeft gebroken. Dat gebeurde precies op dezelfde dag toen vijftien jaar eerder Patrick de gouden medaille veroverde op de Olympische Spelen van Tokio in de discipline “1 km met stilstaand vertrek”…
Lees verder “Veertig jaar geleden: Patrick Sercu breekt record van Peter Post”

Bert Oosterbosch (1957-1989)

Bert Oosterbosch (1957-1989)

Vandaag is het al dertig jaar geleden dat de Nederlandse hardrijder Bert Oosterbosch is gestorven aan een hartstilstand. Ik herinner me nog goed dat ik enkele dagen daarna zijn vroeger ploegmaat Eddy Planckaert ging interviewen. Na door ziekte een vroegtijdig einde aan zijn profcarrière te hebben moeten stellen, was Oosterbosch opnieuw aan een loopbaan bij de amateurs begonnen. Hij had zelfs al een wedstrijd gewonnen. Tegen Planckaert merkte ik op dat Oosterbosch de zoveelste renner was die nog aan de 100km ploegentijdrit voor liefhebbers had deelgenomen, die aan een hartstilstand overleed (*). “Daar heb ik nog niet over nagedacht. Maar gezond kan 100km tijdrijden per ploeg zeker niet zijn,” antwoordde Eddy.

93 bert oosterbosch
Lees verder “Bert Oosterbosch (1957-1989)”

Patrick Sercu (1944-2019)

Patrick Sercu (1944-2019)

Voormalig wielrenner en baanwielrenner Patrick Sercu (foto Erik Westerlinck) is vrijdagnamiddag op 74-jarige leeftijd overleden, zo maakte zijn zoon Christophe Sercu bekend. “Hij zou in juni 75 jaar worden. Zijn gezondheid was al enkele jaren onstabiel en was de laatste weken fel achteruitgegaan. De uitvaart zal plaatsvinden in zeer beperkte kring”, zo vertelde hij aan De Standaard.

Sercu was zeer succesvol als zesdaagserenner. Tussen 1964 en 1983 won hij een recordaantal van 88 zesdaagsen. In het begin werd Sercu aan niemand minder dan Eddy Merckx gekoppeld. Toch was dit niet opzettelijk, de twee kenden elkaar al van bij de juniors, toen ze in het Brusselse sportpaleis gingen trainen. Hun allereerste overwinning was in het Gentse Kuipke in 1965. Ze wonnen toen vóór Post-Simpson en Van Steenbergen-Severeyns: een betere illustratie van de overdracht van de macht was nauwelijks denkbaar. In totaal wonnen ze samen 15 zesdaagsen. Met die andere koning van de baan, Peter Post, won Sercu er veertien. In totaal zou hij er 88 winnen, wat hem de grootste zesdagenrenner aller tijden maakt. De “overdracht van de macht” gebeurde op 16 oktober 1979 toen hij aan de zijde van Didi Thurau de zesdaagse van Berlijn heeft gewonnen en daarmee het record van Peter Post (66 overwinningen i.p.v. 65) heeft gebroken. Dat gebeurde precies op dezelfde dag toen vijftien jaar eerder Patrick de gouden medaille veroverde op de Olympische Spelen van Tokio in de discipline “1 km met stilstaand vertrek”…
Want ook bij de grote kampioenschappen kende hij successen. Het jaar daarvoor (1963 dus) was hij al wereldkampioen snelheid geworden bij de amateurs. Daarna zou hij in dezelfde discipline nog twee keer goud (1967 en 1969) en twee keer zilver (1965 en 1968) behalen tijdens de wereldkampioenschappen bij de profs.
In het begin van zijn carrière blonk Sercu dus vooral uit in de sprintonderdelen van het baanwielrennen. Zo vestigde hij b.v. drie wereldrecords op de korte afstand:
1967: 1:01,23 min – 1-kilometer met vliegende start indoor
1972: 1:07,5 min – 1-kilometer zonder vliegende start indoor
1973: 1:02,6 min – 1-kilometer outdoor.
Later focuste hij zich meer op de duuronderdelen.
Sercu won zowel in 1974 als in 1977 drie ritten in de Ronde van Frankrijk. Hij won in 1974 ook het puntenklassement van de Tour. In 1977 was ik getuige van zijn overwinning in Charleroi, zoals ik elders op mijn blog beschrijft. In de Ronde van Italië boekte hij dertien overwinningen. Hiermee staat hij op de vierde plaats van Belgen met de meeste overwinningen in de Giro.
Na zijn carrière hield Sercu zich vooral bezig met het organiseren van zesdaagses. Dat gebeurde zowat overal ter wereld, maar zijn voornaamste bedrijvigheid was natuurlijk in het Gentse Kuipke te situeren. Het is ook daar dat ik hem een aantal keren heb ontmoet op het einde van de jaren tachtig, toen ik voor Jan Wauters verslag moest uitbrengen van de wedstrijden in het Kuipke. De beste herinnering die ik aan hem heb en die hem het meeste typeert, is volgende anekdote. Sercu had een omnium georganiseerd en daarvoor de nog piepjonge, onbekende Italiaan Silvio Martinello uitgenodigd. Martinello moest zich blijkbaar nog wat aanpassen aan de korte baan in Gent en bracht er niets van terecht. Ik ging dan ook naar Patrick en sneerde: “Waar heb je die uitgehaald?” Waarop Patrick alleen maar eens goed moest lachen. Martinello zou later Olympisch kampioen puntenkoers worden en vier keer wereldkampioen (twee maal in de puntenkoers en twee maal in de madison)…
Dat er überhaupt een wereldkampioenschap madison (ploegkoers) bestààt, mag ook op rekening van Patrick Sercu worden geschreven, net als het feit dat de zesdaagsen niet volledig uitgestorven zijn. Zijn betrachting om opnieuw vaste koppels te vormen (het is voor de echte sportliefhebber nog altijd moeilijk te aanvaarden dat men in de ene wedstrijd tegenstander van elkaar is, terwijl men de week daarop aan hetzelfde zeel zou moeten trekken), mag er dan niet helemaal doorgekomen zijn, het feit dat beide renners liefst van dezelfde nationaliteit moeten zijn (precies met het oog op dat WK), heeft wel grotendeels ingang gevonden.
Patrick Sercu was de zoon van Albert Sercu, die ook een succesvol wielrenner was, en vader van wielermanager Christophe Sercu. (Wikipedia)

Lees verder “Patrick Sercu (1944-2019)”

Hennie Kuiper wordt zeventig…

Hennie Kuiper wordt zeventig…

Vandaag wordt Hennie Kuiper zeventig jaar.

Aangezien hij de boezemvriend was van Temsenaar José De Cauwer heb ik hem destijds ook als “idool” geadopteerd. Het woord “idool” is overdreven, ik was toen al journalist en dan word je geacht geen “idolen” meer te hebben. Mijn houding tegenover Hennie Kuiper verschilt dan ook hemel en aarde van mijn enige echte wieleridool uit mijn jeugd, namelijk Rik Van Looy.
Aan de meeste belangrijke overwinningen van Hennie besteed ik aparte artikels, maar hier wil ik toch even zijn verrassend korte (toch wat doorlopende tekst betreft) Wikipedia-pagina overnemen.
Hendrikus Andreas Kuiper werd in 1972 olympisch kampioen op de weg en in 1975 wereldkampioen op de weg. Hij won in de Tour de France twee keer (1977 en 1978) de etappe naar Alpe d’Huez en werd twee keer tweede in het eindklassement, doch droeg hij nooit de gele leiderstrui. Kuiper richtte zich aanvankelijk op de grote rondes, maar ontpopte zich in de tweede helft van zijn carrière tot winnaar van grote klassiekers. Hij is nog steeds de enige Nederlander die de vier klassiekers Milaan-San Remo, Ronde van Vlaanderen, Parijs-Roubaix en de Ronde van Lombardije won. In november 2017 kwam zijn boek “Hennie Kuiper Kampioen Wilskracht” uit over zijn carrière. Samengesteld door Joop Holthausen, Jacob Bergsma, Kuiper zelf en zoon Bjorn Kuiper met een “woord vooraf” van Eddy Merckx.

Lees verder “Hennie Kuiper wordt zeventig…”