Theo’s Buitelingen (46): de Kubus van Heymans

Theo’s Buitelingen (46): de Kubus van Heymans

Wij, mijn  vriend Willem en ik, geloofden heilig in de vooruitgang. Met een HBS- diploma in onze achterzak was de verovering van de wereld en de rest van het leven nog maar een kwestie van tijd. En wat schriftelijke cursussen! Alles valt te leren. Waar een wil is, is een weg. Ons nieuwe credo in twee zinnen samengebald.

Lees verder “Theo’s Buitelingen (46): de Kubus van Heymans”

Theo’s Buitelingen (45): Henry O.Gigold, de Vliegende Amerikaan

Theo’s Buitelingen (45): Henry O.Gigold, de Vliegende Amerikaan

Even een Smeetsiaanse huiskamervraag om mee te beginnen. Wie hoort in dit rijtje Amerikaanse staatsburgers niet thuis: Neil A. Armstrong, Kristin Armstrong, Lance E. Armstrong of Henry O. Gigold? Kristin Armstrong, zegt u, die Olympische en wereldkampioene tijdrijden, want die staat daar als vrouw een beetje verloren tussen drie mannen. Zou kunnen. Gigold dan met zijn afwijkende familienaam. Zou ook zomaar kunnen. Maar ik kies er liever voor om Neil Armstrong, die maanwandelaar, uit het rijtje te gooien. Immers een astronaut tussen drie fietsfenomenen is wel wat veel van het goede. Kristin (overigens niet de ex van Lance) schitterde nog op  de Spelen in Londen. En Lance is altijd goed voor wat krantenkoppen. Maar wie is in godsnaam Henry Otto Gigold?

Lees verder “Theo’s Buitelingen (45): Henry O.Gigold, de Vliegende Amerikaan”

Theo’s Buitelingen (44): de Vleut, wilskracht en courage (2)

Theo’s Buitelingen (44): de Vleut, wilskracht en courage (2)

Als het doek valt voor Flandria moet Jos op zoek naar een nieuwe ploeg. “Eigenlijk jammer want ik kon goed overweg met Lomme Driessens. Die zei steeds maar: Kèèske, ge moet wachten gij, niet zo onbesuisd rijden. Die hield me strak en daar luisterde ik wel naar. In ’66 tussen die vrijbuiters van Televizier ging de teugel weer los. Zo kneep ik er in de Vuelta eens tussen uit. Ik waande me zeker van de etappewinst en tegelijk de leiderstrui. Komt me daar op de meet nog zo’n klein kutspanjaardje voorbij geschoven. Ik hai ut hul klòtmenneke nie ins in m’n wiel zien zitten. Mooi dat hij wel tien dagen aan de leiding bleef. Kassa natuurlijk. Op twee seconden stond ik al die tijd achter die klojo in het klassement. Toen heeft Jo de Roo me nog wel goed de oren gewassen. Ik had allang die leiderstrui moeten hebben, volgens Jo. We waren beroeps om geld te verdienen, niet om twiddes te worre. Uiteindelijk won ik nog wel de groene trui. Heel vereerd voelde ik me, dat streelde me echt”.

Lees verder “Theo’s Buitelingen (44): de Vleut, wilskracht en courage (2)”

Theo’s Buitelingen (43): de Vleut, wilskracht en courage (1)

Theo’s Buitelingen (43): de Vleut, wilskracht en courage (1)

Veelwinnaar Van der Lee wint Houtse wielerkoers kopte het Eindhovens Dagblad. De allereerste wielerwedstrijd, ooit gehouden in Mierlo-Hout (’t Hout zeggen ze daar), werd bij de amateurs een prooi voor Drunenaar Tiny van der Lee. Hij legt ze er allemaal op. Klinkende namen als Mik Snijder, Werner Swaneveld en Piet van As. Burgemeester Krol doet hoogstpersoonlijk de huldiging. Even tevoren had zijn zoontje al de nieuwelingen op pad mogen sturen. Een zekere Munt uit Rotterdam wint. “De plaatselijke favoriet J. v.d. Vleuten kon het tempo helaas niet bijbenen”, aldus onze verslaggever ter plekke. September 1960 schrijven we, de 25e om precies te zijn. Joske van der Vleuten debuteert op de uit de wilgen geplukte fiets van zijn broer Ad. Jos, de vierde in de rij thuis, wilde zun eige best wel us uitkure op dae ding. Het viel zwaar tegen dus.

Lees verder “Theo’s Buitelingen (43): de Vleut, wilskracht en courage (1)”

Theo’s Buitelingen (42): Il Direttore Sportivo

Theo’s Buitelingen (42): Il Direttore Sportivo

TRENTINO: Het summum aan vakantie schreeuwt de advertentie. Zon, bergen, meren, cultuur en gastronomie. Het blijkt waar te zijn. Gastvrij Trentino heeft heel wat in petto voor ons. Wandelen in de Dolomieten. Zonnen en zwemmen in Levico. Met het fietsje op pad. Bergie op, bergie af. Kaiserjägerstrasse. M’n moed om te dalen is omgekeerd evenredig aan het klimmen van de jaren. Volgens waaghals Rini Wagtmans is het allemaal niet zo ingewikkeld. Linke bochten zijn altijd voorzien van een vangrail. Zo is dat ook in Italië. Maar die marmeren en bronzen  plaquettes in de bergwand tegenover die vangrails, ter herinnering aan diegenen die er overheen zijn gekukeld, stellen je toch niet altijd even gerust.

Lees verder “Theo’s Buitelingen (42): Il Direttore Sportivo”

Theo’s Buitelingen (41): De grabbelton der verweesde coureurs

Theo’s Buitelingen (41): De grabbelton der verweesde coureurs

Hij blijft mijn pad maar kruisen. Soms fysiek zoals in Ouagadougou of Maastricht. Dan wel virtueel in Pieve di Curturola bijvoorbeeld of pas geleden in het Brabantse Gerwen, of all places. Waar hij sneaky door de achterdeur van café De Stam was binnengeslopen. Gianni Savio natuurlijk de Harry Houdini van het Italiaanse professionele cyclisme (foto SoloTitano via Wikipedia). Onverhoeds en onverwacht was hij daar weer. Niet lijfelijk dus, maar wel figurerend in het “Wielercafé”, een kleinschalig praatprogramma in het dorp dat pretendeert de moeder van alle Brabantse criteriums in huis te hebben.

Lees verder “Theo’s Buitelingen (41): De grabbelton der verweesde coureurs”

Theo’s Buitelingen (40): Cees Paymans (deel vier)

Theo’s Buitelingen (40): Cees Paymans (deel vier)

“Ik was een eigengereid manneke, hoor. Van de andere kant konden ze me ook wel enorm opnaaien. Zo had ik ingeschreven voor een koers in Dongen. Veel slechte weg; het deed wat Bels aan. Onze buurman zei: dae kende gij helemoal nie Cees. Zoiets moesten ze niet tegen mij zeggen. Ik ben van het hele spul weggereden. Met een halve ronde voorsprong kwam ik binnen. Van hetzelfde laken een pak in Geldrop, met die kasseienhelling. Halfkoers gaan lopen en alleen aangekomen. Een volle auto met premies, inclusief een complete fiets. Thuis gekomen meteen door naar die verrekte buurman om het hem onder zijn neus te wrijven”.

Lees verder “Theo’s Buitelingen (40): Cees Paymans (deel vier)”

Theo’s Buitelingen (39): Cees Paymans (deel drie)

Theo’s Buitelingen (39): Cees Paymans (deel drie)

Tilburg ontving de nieuwbakken kampioen met alle egards. Een vorstelijke rondrit in een open Pontiac. Een zegetocht langs alle gewijde plaatsen. Van café de Korenbloem naar café Belvédère. Dan een korte stop bij café J. van Geloven, het clubhuis van wielerclub “ ’t Abattoir”. Weer terug naar Belvédère waar werkelijk tout Tilburg aantrad om de laureaat te feliciteren. Van het Gemeente Bestuur tot de St. Nicolaas Vereniging Zuid. Om maar enige instituties van naam en faam te noemen. Maar de show werd absoluut gestolen door de kinderfanfare “Veul geweld veur weinig geld”. Moeder Paijmans moest zelfs een traantje wegpinken.

Lees verder “Theo’s Buitelingen (39): Cees Paymans (deel drie)”

Theo’s Buitelingen (38): Cees Paymans (deel twee)

Theo’s Buitelingen (38): Cees Paymans (deel twee)

Toch bleef er iets knagen in de jonge Cees. Ergens onder zijn hersenpan hoorde hij nog steeds die woorden van Jan Pijnenburg: “Paaijke as gij mì oew fietske deur di hoog bochte kent rije , krijde van mij unne gulde”. Een jaar of vijf zal hij toen geweest zijn, in 1935 of zo. Op zijn eerste fietske met vader meegekomen naar de TWEM. Makkelijk beloven van de Pijn. Die bochten van de TWEM waren akelig steil. Daar vielen geroutineerde coureurs soms nog uit.

Lees verder “Theo’s Buitelingen (38): Cees Paymans (deel twee)”