Johnny Weissmuller (1904-1984)

Johnny Weissmuller (1904-1984)

Vandaag is het al 35 jaar geleden dat Johnny Weissmuller is gestorven. Hij werd geboren in het Hongaarse Freidorf op 2 juni 1904 als Peter Jonas Weissmuller en behaalde in 1924 en 1928 vijf gouden medailles in het zwemmen op de Olympische Spelen. Daarna zou hij schitteren als Tarzan op het witte doek.

Maar eigenlijk moeten we teruggaan naar de tijd toen de Weissmullers nog maar pas naar Chicago waren uitgeweken. Toen werd de kleine Jonas immers getroffen door kinderverlamming. Als therapie raadden de artsen hem aan te zwemmen. Dat bleek een voltreffer: niet alleen genas Johnny, hij werd ook zo goed als onklopbaar (enkel zijn eerste wedstrijd in 1921 heeft hij verloren). Tussen 1921 en 1929 behaalde Weissmuller 52 Amerikaanse titels, brak hij 28 wereldrecords en groeide dus uit tot de held van de Olympische Spelen van Parijs (1924) en Amsterdam (1928). Opmerkelijk is dat Weissmuller op dat moment de Amerikaanse nationaliteit nog niet had (hij zou pas in 1932 genaturaliseerd worden)! Eigenlijk komen die medailles dus Hongarije toe…
In 1931 kreeg hij van MGM een contract voor “Tarzan, the ape man” in een regie van Woody Van Dyke en met Maureen O’Sullivan als Jane. Hij werd verkozen boven (onder meer) Clark Gable, ondanks het feit dat Weissmullers enige filmervaring (een klein rolletje in “Gloryfying the American girl”) zo slecht was dat hij later deze film steevast zou “vergeten” in zijn CV. De producers waren immers van oordeel (en voor één keer eens terecht) dat het er meer op aankwam er goed uit te zien dan goed te kunnen praten. Dat zou Weissmuller immers nooit volledig onder de knie krijgen. Daarom werd van de originele Burroughs-versie afgeweken, waarbij Tarzan ondanks de omstandigheden waarin hij moest opgroeien toch de nodige eruditie verwerft. Hier moet Jane hem werkelijk léren praten (zelfs de beroemde woorden “me Tarzan, you Jane” worden eigenlijk nooit uitgesproken, Weissmuller brengt het niet verder dan “Tarzan, Jane”), wat – hurray for Hollywood – uiteraard ook realistischer is.
Na een mislukte poging met ene Merrill, trachtte men in 1933 met “Tarzan the fearless” (Robert Hill) het succes van Weissmuller te evenaren door Buster Crabbe in te huren (en Jacqueline Wells als Jane). In 1907 geboren was Crabbe immers in 1932 deelnemer aan de Olympische zwemwedstrijd. Maar… slechts deelnemer, geen winnaar!
In 1933 was hij ook nog te zien in “King of the jungle”. Maar het mocht niet baten: hij had niet de uitstraling van Weissmuller, die dan ook in 1934 opnieuw opdook voor “Tarzan and his mate” (van Cedric Gibbons, de art director van MGM van 1924 tot 1956 en als dusdanig de man die de art deco in de VS introduceerde). Hierin is Jane/Maureen O’Sullivan eventjes naakt zwemmend te zien. Oorspronkelijk was het trouwens de bedoeling dat ze net als Tarzan gewoon een lendedoek zou dragen en dat heur haar dan als het ware toevallig op de juiste plaats zou liggen of dat er altijd takkebossen in de buurt waren. Dat bleek echter een onoverkomelijke opgave. Vóór ze in de jungle verdwijnt, had ze in de film overigens nóg een ontkleedscène, weliswaar niet naakt, maar in haar onderjurk en met een zeer erotische ondertoon.
Andere films over zwemmen schieten mij niet zo gauw te binnen. In “Breaking away” houden de cutters eerst een geïmproviseerde zwemwedstrijd tegen de aanstellerige studentjes, maar de nadruk ligt toch wel degelijk op de wielerwedstrijd die uiteindelijk het pleit moet beslechten.
En in “Muriel’s wedding” (P.J.Hogan, 1994) staat de Muriel uit de titel (Toni Collette) op een bepaald moment op het punt om te huwen met een zwemkampioen in spe, maar that’s it.

Lees verder “Johnny Weissmuller (1904-1984)”

Dawn Fraser

Vandaag is het vijftig jaar geleden dat de beroemdste Australische zwemster ooit, DAWN FRASER, als eerste vrouw onder de minuut duikt in de 100 meter vrije slag (59.9). Een maand later is ze nog vier tienden sneller, een record dat ze evenaart op de Olympische Spelen van Tokio in 1964. Dat was toen een klein mirakel want de Australische was ondertussen al 27 jaar (en dus naar de zwemnormen van toen stokoud) en ze had in de aanloop naar de Spelen een ernstig auto-ongeluk gehad. Het was de derde keer op rij dat Fraser het koninginnennummer van het zwemmen won, iets wat haar eind 1964 de titel Australian of the Year opleverde. Dat was merkwaardig want tegelijk had ze zich de woede op de hals gehaald van de Australische zwemfederatie door aan te treden in een ander pak dan dat van de sponsor “omdat het beter paste“. Daarenboven zou ze wat later ook een olympische vlag stelen aan het keizerlijk paleis van Hirohito, waardoor ze een tijdje werd opgepakt. Voor dit onheus gedrag werd de 27-jarige Fraser tien jaar geschorst.

Profbokser out zich als homo

Toen ik twintig jaar geleden Freddy De Kerpel ging interviewen, outte deze reeds Emile Griffith, een gewezen wereldkampioen boksen, als homo. Ik weet echter niet of deze er ook zelf is voor uitgekomen, alleszins wordt in Het Nieuwsblad van vandaag de “allereerste” profbokser opgevoerd, die zichzelf out als homo. Het betreft de 31-jarige Puertoricaan Orlando Cruz en de krant voegt er meteen aan toe dat de reacties op de coming-out grotendeels positief zijn, al vrezen sommigen ook voor zijn veiligheid. “Omdat boksen zo’n hoog machogehalte heeft, is de kans ook groot dat andere boksers een kamp tegen hem in de toekomst zullen weigeren,” waarschuwt Het Nieuwsblad. Daar plaats ik echter De Kerpel tegenover die aansluitend op zijn opmerking over Griffith zei: “Het is een mythe dat boksers iets zouden hebben tegen homo’s. Integendeel, hoe meer homo’s er zijn, hoe meer vrouwen er overblijven voor de boksers!”
Lees verder “Profbokser out zich als homo”