Veertig jaar geleden: een boek over Raymond van het Groenewoud (bijna!)

Veertig jaar geleden: een boek over Raymond van het Groenewoud (bijna!)

Morgen zal het ook al veertig jaar geleden zijn dat ik in overeenstemming met Raymond van het Groenewoud en zijn toenmalige manager Pol Evrard besloten had een boek over het ‘fenomeen’ R.V.H.G. te schrijven. In een schrijven naar diverse uitgeverijen stelde ik het ontwerp van het boek voor, ontwerp dat tot stand was gekomen met de medewerking van Raymond van het Groenewoud zelf, na een vergadering op het kantoor van Universal Songs, bij Linda Van Waesberge, op dat moment nog Linda Blaute…

Lees verder “Veertig jaar geleden: een boek over Raymond van het Groenewoud (bijna!)”

WK ’86: gemist…

00« Tenslotte zijn het nog altijd de renners die de wedstrijd maken ». Deze uitdrukking hoort men meestal wanneer bepaalde organisatoren alles hebben gedaan om een wielerwedstrijd te doen slagen, maar de heren renners het vertikken om enig animo erin te steken. Het zal elke wielerliefhebber dan ook ontzettend plezier doen dat het met de wereldkampioenschappen in Colorado Springs (6 en 7/9/1986) precies andersom was. De UCI (de mondiale wielerbond) was alweer eens bezweken voor het grote geld en was de les van Venezuela 1977 ook reeds goed en wel vergeten, zodanig dat deze toch wel omvangrijke organisatie werd toevertrouwd aan wielerenthousiastelingen uit de Verenigde Staten, waar de wielermikrobe dan al stilaan zijn weg mag beginnen vinden, maar waar de grote massa nog totaal onverschillig staat tegenover het verschijnsel.
Lees verder “WK ’86: gemist…”

Van Platgents tot Burgergents

Van Platgents tot Burgergents

Eddy Levis is geen onbekende in de Gentse Sint-Baafsabdij. Enkele jaren geleden las hij in de refter voor uit zijn Gentse hertaling van het aloude verhaal van den vos Reynaerde, en nu is hij te gast in de herberg. Levis groeide op aan ‘t Rabot en de kaaien van de Muide en kreeg onze lokale tongval – op heel nadrukkelijke wijze mogen we wel zeggen – met de moedermelk binnen. Hij werd onderwijzer maar bleef een leven lang bezig met het Gents. Hij is “prezedent” van de “Gentsche Sosseteit”, een vereniging die zich inzet voor de promotie en de instandhouding van het Gentse dialect en die onlangs de wedstrijd voor het populairste Gentse dialectwoord organiseerde, gewonnen door tsiepmuile. Met Van Platgents tot Burgergents – Analyse van een stadsdialect zal hij – met veel zin voor humor – zijn visie op ons Gentsch brengen, met een antwoord op vragen zoals “wadde, oe, wannier, en woar goat da noartoe”. Afspraak in Herberg Macharius, Voorhoutkaai, Gent op zaterdag 24 november van 20 tot 22u. Toegang gewoontegetrouw heel en al gratis.

Lees verder “Van Platgents tot Burgergents”

Extra Time

De eerste « echte » aflevering van « Extra time » van 1983 (17-1) — want de voorgaande twee uitgaven kon men moeilijk als gevarieerde programma’s beschouwen — is meegevallen. Wij vonden het nog wel geen volwaardig sportmagazine maar in de onderscheiden interviews (Verheyen, Sercu, Saronni enz.) werd toch al naar een zekere diepgang gestreefd en ook de filmische gedeelten trachtten meer te zijn dan eenvoudige beeldverslagen. Het is in die dubbele zin dat er bestendig voortgewerkt zal moeten worden om van « Extra time » een uitzending te maken die vooral de ietwat meereizende sportman-telekijker (en die bestaan er ook) zal boeien. Mensen die enkel uitslagen en doelpunten willen zien, kunnen immers nog altijd bij « Sport op zaterdag » en « Sportweekend » terecht. (Lode De Pooter in De Rode Vaan nr.4 van 1983)
Lees verder “Extra Time”

Belgisch kampioenschap: surrealistische dimensies

Nu de sponsoring van wielerploegen door de economische crisis problematisch is geworden, grijpen vele kleine renners naar een noodoplossing, de zgn. « individuele sponsoring ». In feite klinkklare uitbuiting. De renner krijgt namelijk hoegenaamd geen vergoeding, maar in ruil voor het voeren van publiciteit voor zijn vermeende maecenas krijgt hij sociale zekerheid en andere maatschappelijke verworvenheden, die elders doodnormaal zijn. Dergelijke renners mogen volgens de reglementen niet uitkomen in grote wedstrijden, zodanig dat het Belgisch kampioenschap (21/6/81), dat voor iedere prof openstaat, voor hen de enige kans is om met hun publiciteit het TV-scherm te halen. Vooral dan wanneer er reeds van bij de start wordt uitgezonden en « de grote kanonnen » zich nog rustig houden. Konden we dit vorig jaar reeds vaststellen bij eenling Ronny Van Marcke, dan had hij dit jaar al een tiental navolgers, die zich ’s morgens om tien uur verdrongen voor de mobiele camera. Zielig spektakel, maar de renners zelf treft hier de minste schuld. Daarnaast was er nog een verslag van het kampioenschap van vorig jaar dat door een defect aan de video-apparatuur surrealistische dimensies kreeg. In de namiddag kregen we echter een mooie uitzending opgedist (we hebben ook naar de buitenlandse kampioenschappen gekeken en de BRT troonde hier weer hoog bovenuit) met een mooie winnaar, Roger De Vlaeminck, als kroon op het werk. Waarom Louis De Pelsmaeker dan zo nodig deze positieve indruk moest besmeuren met het stellen van een aantal werkelijk imbeciele vragen is ons een compleet raadsel.