Carl Huybrechts wordt 65…

Carl Huybrechts wordt 65…

De vroegere sportjournalist Carl Huybrechts (rechts op de foto naast Anthony Perkins), die we nadien vooral leerden kennen als presentator van The Night of the Proms, viert vandaag zijn 65ste verjaardag. Zijn glorieperiode situeert zich vooral in de jaren tachtig, waarop in De Rode Vaan nogal “afwisselend” werd gereageerd (vaak was het terug te brengen op het feit of ik het nu was die de kritiek schreef, dan wel Lode De Pooter).
Lees verder “Carl Huybrechts wordt 65…”

Herman Van Molle wordt zestig…

Televisiemaker Herman Van Molle viert vandaag zijn zestigste verjaardag. Ik ben een grote fan van de man. Ik vind zijn gelegenheidsprogramma over het Eurovisiesongfestival nog altijd zowat de beste televisie die ik ooit heb gezien. En ik was ook een fan van quizzen als “De Canvascrack” of diens voorganger “De IQ-quiz”. Mijn collega Lode De Pooter was echter niet te spreken over de eerste uitzending van deze quiz, zoals mag blijken uit onderstaand artikeltje…
Lees verder “Herman Van Molle wordt zestig…”

Regine Clauwaert wordt zeventig…

Wie “kunst op de BRT” zegt, zegt Regine Clauwaert. Zij is jarenlang het gezicht geweest van “Kunst-Zaken” en vandaag wordt ze – godbetere! – zeventig jaar. Het spreekt vanzelf dat Regine ook vóór “Kunst-Zaken” actief was op de televisie (en dan heb ik het uiteraard niet over die verdomde lottrekkingen van de Nationale Loterij). Achteraf merk ik dat ik niet altijd even vriendelijk ben geweest voor haar, maar – liefste Regine – je moet maar denken: meisjes plagen is om liefde vragen!
Lees verder “Regine Clauwaert wordt zeventig…”

Belgisch kampioenschap: surrealistische dimensies

Nu de sponsoring van wielerploegen door de economische crisis problematisch is geworden, grijpen vele kleine renners naar een noodoplossing, de zgn. « individuele sponsoring ». In feite klinkklare uitbuiting. De renner krijgt namelijk hoegenaamd geen vergoeding, maar in ruil voor het voeren van publiciteit voor zijn vermeende maecenas krijgt hij sociale zekerheid en andere maatschappelijke verworvenheden, die elders doodnormaal zijn. Dergelijke renners mogen volgens de reglementen niet uitkomen in grote wedstrijden, zodanig dat het Belgisch kampioenschap (21/6/81), dat voor iedere prof openstaat, voor hen de enige kans is om met hun publiciteit het TV-scherm te halen. Vooral dan wanneer er reeds van bij de start wordt uitgezonden en « de grote kanonnen » zich nog rustig houden. Konden we dit vorig jaar reeds vaststellen bij eenling Ronny Van Marcke, dan had hij dit jaar al een tiental navolgers, die zich ’s morgens om tien uur verdrongen voor de mobiele camera. Zielig spektakel, maar de renners zelf treft hier de minste schuld. Daarnaast was er nog een verslag van het kampioenschap van vorig jaar dat door een defect aan de video-apparatuur surrealistische dimensies kreeg. In de namiddag kregen we echter een mooie uitzending opgedist (we hebben ook naar de buitenlandse kampioenschappen gekeken en de BRT troonde hier weer hoog bovenuit) met een mooie winnaar, Roger De Vlaeminck, als kroon op het werk. Waarom Louis De Pelsmaeker dan zo nodig deze positieve indruk moest besmeuren met het stellen van een aantal werkelijk imbeciele vragen is ons een compleet raadsel.