425 jaar geleden: de eerste voorstelling van Shakespeare’s “Romeo and Juliet”

425 jaar geleden: de eerste voorstelling van Shakespeare’s “Romeo and Juliet”

Welke lieftallige jongedame deze aandoenlijke tekening voor mij heeft gemaakt, zal omwille van de privacy – ondanks het feit dat dit nu al meer dan veertig jaar achter ons ligt – helaas een goed bewaard geheim moeten blijven, maar ik ben wel blij dat ik de tekening even naar boven kan halen, aangezien het volgens mijn vriend Alcide vandaag precies 425 jaar geleden is dat de eerste voorstelling van Shakespeare’s “Romeo and Juliet” plaatsvond…

Lees verder “425 jaar geleden: de eerste voorstelling van Shakespeare’s “Romeo and Juliet””

Tito Gobbi (1913-1984)

Tito Gobbi (1913-1984)

Vandaag is het al 35 jaar geleden dat de Italiaanse bariton Tito Gobbi is overleden. Hij zal vooral de geschiedenis ingang door zijn indrukwekkende vertolking van Baron Scarpia productie van Franco Zeffirelli van Puccini’s Tosca in Covent Garden met Maria Callas in de titelrol (foto). Het tweede bedrijf van deze productie, waarin Scarpia door Tosca wordt vermoord, werd door de Britse televisie uitgezonden en wordt nog voortdurend herhaald. Het is ook verkrijgbaar op dvd. Gobbi en Callas hadden deze rollen eerder gezongen in de klassieke opname van 1953 met Giuseppe di Stefano als Mario Cavaradossi en met Victor de Sabata als dirigent. Dit album is als langspeelplaat en als cd uitgebracht en wordt door velen beschouwd als de beste operaopname ooit gemaakt. Gobbi was een goede vriend en bewonderaar van Callas en heeft diverse malen interviews gegeven over hun samenwerking. Hun beider opvatting (én die van regisseur Zeffirelli) van realistisch acteren heeft voor een omwenteling in het verstarde operagebeuren gezorgd. Zijn operadebuut maakte hij in 1935 als Graaf Rudolfo in Vincenzo Bellini’s La sonnambula. In 1942 debuteerde hij in het Teatro alla Scala in Milaan als Belcore in Donizetti’s L’elisir d’amore en in 1951 speelde hij voor het eerst in Covent Garden in Londen, eveneens als Belcore. Hij speelde ook in 25 films, ook soms in ‘gewone’ gesproken rollen. Hij stopte in 1979 als operazanger en gaf een tweetal autobiografieën uit, getiteld Tito Gobbi: Mijn leven (1979) en Tito Gobbi zijn wereld, de Italiaanse Opera (1984).

Zeventig jaar geleden: de grote doorbraak van Maria Callas

Zeventig jaar geleden: de grote doorbraak van Maria Callas

Morgen zal het al zeventig jaar geleden zijn dat Maria Callas moet invallen voor Elvira in “I Puritani” (foto Pinterest) van Vincenzo Bellini in La Fenice in Venetië en ze is meteen een succes.

Dat succes was volkomen verdiend en kwam nog meer uit de verf als men weet wat eraan voorafging. Ik laat het vertellen door de Engelse Wikipedia (de Nederlandse slaat deze episode gewoon over: onbegrijpelijk!).
In 1946, Callas was engaged to re-open the opera house in Chicago as Turandot, but the company folded before opening. Basso Nicola Rossi-Lemeni, who also was to star in this opera, was aware that Tullio Serafin was looking for a dramatic soprano to cast as La Gioconda at the Arena di Verona. Subsequently he recommended Callas to retired tenor and impresario Giovanni Zenatello. During her audition, Zenatello became so excited that he jumped up and joined Callas in the act 4 duet.
It was in this role that Callas made her Italian debut. Upon her arrival in Verona, Callas met Giovanni Battista Meneghini, an older, wealthy industrialist, who began courting her. They married in 1949 and he assumed control of her career until 1959, when the marriage dissolved. It was Meneghini’s love and support that gave Callas the time needed to establish herself in Italy and throughout the prime of her career, she went by the name of Maria Meneghini Callas.
After “La Gioconda”, Callas had no further offers and when Serafin, looking for someone to sing Isolde, called on her, she told him that she already knew the score, even though she had looked at only the first act out of curiosity while at the conservatory. She sight-read the opera’s second act for Serafin, who praised her for knowing the role so well, whereupon she admitted to having bluffed and having sight-read the music. Even more impressed, Serafin immediately cast her in the role.
Serafin thereafter served as Callas’s mentor and supporter. In 1968, Callas recalled that working with Serafin was the “really lucky opportunity of my career, because he taught me that there must be an expression; that there must be a justification. He taught me the depth of music, the justification of music. That’s where I really really drank all I could from this man”.
Zoals gezegd, the great turning point in Callas’s career occurred in Venice in 1949. She was engaged to sing the role of Brünnhilde in “Die Walküre” at the Teatro la Fenice, when Margherita Carosio, who was engaged to sing Elvira in “I puritani” in the same theatre, fell ill. Unable to find a replacement for Carosio, Serafin told Callas that she would be singing Elvira in six days; when Callas protested that she not only did not know the role, but also had three more Brünnhildes to sing, he told her “I guarantee that you can.”
In Michael Scott’s words: “The notion of any one singer embracing music as divergent in its vocal demands as Wagner’s Brünnhilde and Bellini’s Elvira in the same career would have been cause enough for surprise; but to attempt to essay them both in the same season seemed like folie de grandeur.”
Before the performance actually took place, one incredulous critic snorted, “We hear that Serafin has agreed to conduct I puritani with a dramatic soprano … When can we expect a new edition of La traviata with [baritone] Gino Bechi’s Violetta?”
But after the performance, one critic wrote: “Even the most sceptical had to acknowledge the miracle that Maria Callas accomplished… the flexibility of her limpid, beautifully poised voice, and her splendid high notes. Her interpretation also has a humanity, warmth and expressiveness that one would search for in vain in the fragile, pellucid coldness of other Elviras.”
Franco Zeffirelli recalled: “What she did in Venice was really incredible. You need to be familiar with opera to realize the size of her achievement. It was as if someone asked Birgit Nilsson, who is famous for her great Wagnerian voice, to substitute overnight for Beverly Sills, who is one of the great coloratura sopranos of our time.”
Scott asserts that “of all the many roles Callas undertook, it is doubtful if any had a more far-reaching effect.” This initial foray into the bel canto repertoire changed the course of Callas’s career and set her on a path leading to Lucia di Lammermoor, La traviata, Armida, La sonnambula, Il pirata, Il turco in Italia, Medea and Anna Bolena, and reawakened interest in the long-neglected operas of Cherubini, Bellini, Donizetti and Rossini.
In the words of soprano Montserrat Caballé: “She opened a new door for us, for all the singers in the world, a door that had been closed. Behind it was sleeping not only great music but great idea of interpretation. She has given us the chance, those who follow her, to do things that were hardly possible before her. That I am compared with Callas is something I never dared to dream. It is not right. I am much smaller than Callas.” [Wikipedia]

Lees verder “Zeventig jaar geleden: de grote doorbraak van Maria Callas”

Operaregie of het nut van olifantenpoten

Operaregie of het nut van olifantenpoten

Eigenlijk mogen we de weinig fijnzinnige criticus van de opvoering van “Aida” op het Festival van Verona in juli 1948 dankbaar zijn (*), want dankzij hem werd het genre opera van een gewisse dood gered. Het was voor Maria Callas immers de aanleiding om een drastische vermageringskuur te beginnen. Haar stem kreeg daardoor een hardere, metaalachtiger klank, maar vooral: zij werd er zich van bewust dat opera op de eerste plaats theater is, dat je daar niet enkel je vocale kunstjes staat te verkopen, maar dat je acteert met je hele lijf. Hààr transformatie leidde de dood in van de Bianca Castafiori’s en bracht interessante regisseurs (Luchino Visconti, Franco Zeffirelli) naar de operazalen. Marc Clémeur, de intendant van de Vlaamse Opera heeft ooit eens gezegd: “Het is heel belangrijk voor de geloofwaardigheid om jeugd op de scène te zien. Mijn criteria zijn eerst en vooral dat ze er goed uitzien, dat is belangrijk. Uiteraard moeten ze ook een fantastische stem hebben. En als ik ze op een auditie goed heb bevonden, ga ik naar een van hun optredens om ze als acteur op de scène te zien.”
Lees verder “Operaregie of het nut van olifantenpoten”