Dave Dee (1941-2009)

Dave Dee (1941-2009)

Het is vandaag ook al tien jaar geleden dat David Harman, beter bekend als Dave Dee van de groep Dave Dee, Dozy, Beaky, Mick and Tich (foto Ben Merk via Wikipedia, Dave Dee staat uiterst rechts), aan prostaatkanker is overleden.

The Golden Years waren op 4 december 2005 in het Antwerpse Sportpaleis aan hun zesde editie toe. De tempel daverde op zijn grondvesten met de muziek, de sfeer, de sound van de gouden jaren ’60-’70. Dé revelatie was een groep die zich pas de jongste jaren opnieuw heeft herenigd en aantreedt in de originele bezetting: Dave Dee, Dozy, Beaky, Mick & Tich. Dat zij de revelatie waren, vond ook Temses burgemeester Luc De Ryck. Onmiddellijk na het optreden zocht hij hen op in de VIP-loges en legde hij de basis van hun optreden in Temse. Op zaterdag 18 juni waren zij inderdaad top of the bill op de 19de editie van de Kaaifeesten. Het voorprogramma werd verzorgd door ’s lands beste sixtiesgroep: No Joke, met ronkende namen als Luc Smets, Marcel De Cauwer, Chris Peeters en Jan Hulsens.
De groep Dave Dee, Dozy, Beaky, Mick & Tich werd in 1961 in het Engelse Salisbury gevormd als Dave Dee and The Bostons. Als semi-professionals deden zij heel wat ervaring op in tal van danszalen in het Verenigd Koninkrijk én in Hamburg. Hun repertoire was rock‘n’roll gekruid met komische elementen en de eigenstijlse taal van leadzanger Dave Dee, oorspronkelijk ’n politieagent (*). Toen zij in 1964 doorheen Groot-Brittannië toerden als ondersteunende groep van The Honeycombs, werden zij opgemerkt door de managers-songwriters van deze laatsten: Ken Howard en Alan Blaikley, met als resultaat: een platencontract bij Fontana. Onder de naam Dave Dee, Dozy, Beaky, Mick & Tich begonnen zij een tweede leven (Dozy, Beaky en Tich waren bestaande bijnamen van drie groepsleden; Dave Dee was de artiestennaam van leadzanger Dave Harman; alleen Mick is een echte naam: van drummer Mick Wilson). Nadat hun eerste twee singles flopten, haalden ze begin 1966 de Britse Top 30 met You make it move, de eerste van een ononderbroken succesreeks van dertien. Tussen december 1965 en mei 1969 stonden zij met die dertien hits niet minder dan 141 weken in de Britse hitparade!!!
Al hun nummers werden gecomponeerd door hun managers Howard en Blaikley (die ook The Herd onder hun vleugels koesterden). Steve Rowland produceerde hun singles, die in de regel sterk ritmisch waren, met originele instrumentale vondsten en pakkende geluidsuitschieters. Hun hits hadden een stevige beat, klonken eenvoudig en waren vaak van het meezingerige type, kortom: licht verteerbaar voor het brede – vooral jonge! – publiek (**).
Hun populariteit nam enorme vormen aan (vooral bij de dames), mede dankzij hun eigen(zinnige) stijl: flamboyante, kleurrijke theatrale costumes, grappige in- en uitvallen en de typisch weelderige haardos van die tijd.
Hun succes sloeg over op Europa, Australië, Nieuw Zeeland en Japan. Maar Amerika werd niet veroverd: slechts éénmaal haalden zij er de Top 100 (met Zabadak).
Met de volgende dertien hits uit de periode 1966-1969 verwierven Dave Dee, Dozy, Beaky, Mick & Tich een heel eigen plaats in de popgeschiedenis: You make it move, Hold tight, Hideaway, Bend it, Save me, Touch me touch me, Okay, Zabadak, Legend of Xanadu, Last night in Soho, Wreck of the Antoinette, Don Juan en Snake in the grass.
In 1969 ging leadsinger Dave Dee zijn eigen weg. De andere vier werkten nog enkele jaren verder als Dozy, Beaky, Mick & Tich, maar zetten er een punt achter in 1972. Kort daarop ruilde Dave Dee zijn solocarrière voor een baan in de platenindustrie. Allen zijn naderhand muzikaal actief gebleven, maar de tijd van de hitparades en het wereldwijde succes lag achter de rug.
Toen vanaf de jaren ’80 de revival-shows de kop opstaken, kregen ook Dave Dee & Co weer de kriebels. Geruime tijd traden zij apart op. Maar sinds een paar jaar vormen zij opnieuw één groep en zijn zij dé sensatie van elke sixties-show.
En nu zijn ze dus op zaterdag 18 juni 2005 te zien op de Wilfordkaai in Temse om 22 u., voorafgegaan om 20 u. door No Joke. De toegang is – als altijd – gratis!

Lees verder “Dave Dee (1941-2009)”

Jewel Akens (1933-2013)

Jewel Akens (1933-2013)

Het is al drie jaar geleden dat de Amerikaanse zanger Jewel Akens is overleden aan complicaties na een routine-operatie. Rond die tijd was ook gitarist Alvin Lee van Ten Years After aan een dergelijke complicatie overleden, wat me deed verzuchten: het is blijkbaar niet het moment om je in het hospitaal te laten opnemen voor een chirurgische ingreep dezer dagen. Na zelf drie operaties te hebben ondergaan waarbij er telkens wel iets is misgegaan (met als hoogtepunt uiteraard het geknoei met mijn rechteroog) ben ik trouwens nooit een grote fan geweest om vlug onder het mes te gaan.
Lees verder “Jewel Akens (1933-2013)”

Eddie Cochran (1938-1960)

Het was gisteren ook alweer 55 jaar geleden dat Eddie Cochran werd betrokken in een auto-ongeluk nabij Chippenham in Wiltshire, toen hij met collega Gene Vincent en songschrijfster Sharon Sheeley onderweg was naar het vliegveld van Londen. Vincent en Sheeley overleefden het, maar Eddie Cochran stierf de volgende dag in een ziekenhuis in Bath. Hij was slechts 21 jaar oud. De single “Three Steps to Heaven” werd in Engeland postuum, een maand na zijn overlijden, een nummer 1-hit.
Lees verder “Eddie Cochran (1938-1960)”

Gasoline Alley

Gasoline Alley

Vele insiders beschouwen “Gasoline Alley” nog steeds als de beste elpee van Rod Stewart, al bereikte ze nog niet het grote publiek. Maar waarom is “Gasoline Alley” nu eigenlijk zo goed? Om drie redenen:
1.Er zat afwisseling in. Het is zoals reeds gezegd vooral een folk-elpee, maar er staan bijvoorbeeld toch ook twee rocknummers op (“It’s all over now”, vooral bekend van The Stones, en “Cut across Shorty” van Eddie Cochran), Memphis-soul (“You’re my girl”) en zelfs een Small Faces-nummer (“My way of giving”).
2.Er is een meerderheid van trage nummers, duidelijk Stewarts sterkste kant, niet in het minst omdat hij die het liefst zingt. Ook de andere nummers beantwoorden volledig aan zijn stemcapaciteiten.
3.Het was een persoonlijke elpee, vooral natuurlijk in de eigen nummers, maar ook in de keuze van de andere (b.v. “Only a hobo” van Bob Dylan). Rod staat er dan ook voor honderd procent achter en zingt daardoor erg gevoelig zonder gevoelerig te worden (“Want hoe aardig hij ook kan schreeuwen en rocken, zijn echte Grote Songs blijven toch die medium temponummers zoals Elton Johns Country Comfort waarop hij dank zij het rauwe geluid gevoelig weet te zijn zonder sentimenteel over te komen.” Humo 4/9/1975).
Maar het mooiste compliment dat “Gasoline Alley” kon krijgens is volgens mij de manier waarop het titelnummer wordt aangewend in de film “The Walkabout” van Nicholas Roeg. Namelijk op het moment als het op tilt geslagen burgermannetje in de woestijn op z’n eigen kinderen begint te schieten en nadien z’n auto en zichzelf in de fik steekt. Op de draagbare radio (het enige wat de kinderen konden meenemen) weerklinkt dan “Gasoline Alley”, niet zozeer omwille van de voor de hand liggende connotatie met “gasoline”, maar eerder omdat het nummer handelt over iemand, die de dingen een beetje over het hoofd gegroeid zijn en die terug wil keren naar de achterbuurten waar hij is opgegroeid. (*)

Referentie
Jan Segers, Gasoline Alley, De Voorpost, 22 juni 1979

(*) Het zal aandachtige lezers wel al opgevallen zijn dat Rod Stewart in die periode als titel van een elpee vaak een typisch Engelse uitdrukking kiest (“An old raincoat won’t ever let you down”, “Never a dull moment”, “Every picture tells a story”, “A nod is as good as a wink to a blind horse” enz.). Op het eerste gezicht lijkt “Gasoline Alley” daaraan niet te beantwoorden, maar Wizz Jones wist me te vertellen dat “going back to Gasoline Alley” in het jongerenjargon wel degelijk een soort van uitdrukking is, ook al heeft ze dan The Oxford Dictionary niet gehaald. En ze betekent precies wat ook in het nummer wordt verhaald: terugkeren naar waar je vandaan komt, vooral in de betekenis van “herbronnen”, zich bezinnen, een stap terugzetten… “Gasoline Alley” is natuurlijk ook een beroemde Amerikaanse strip created by Frank King and first published on November 24, 1918. Widely recognized as an innovative pioneering strip, Gasoline Alley was the first to depict its characters aging through generations as the decades progressed. But I’m not sure if the title of Stewart’s album is referring to this strip. In elk geval wordt hij niet vermeld op de nochtans uitgebreide Wikipedia-pagina, gewijd aan de strip, with storylines reflecting American conservative values.