James Fenimore Cooper (1789-1851)

James Fenimore Cooper (1789-1851)

Het is vandaag 165 jaar geleden dat James Fenimore Cooper, de eerste professionele auteur van de nog jonge Verenigde Staten, is overleden. Zijn romans hebben nu nog uitsluitend een historische betekenis. Desondanks zijn ze belangrijk omdat een combinatie van invloed van Walter Scott (het historische verhaal) en de 18de eeuwse verering voor de primitieve mens (dat de romantiek trouwens overnam en uitbouwde!) leidde tot de schepping van de indianenroman, de zogenaamde “Leatherstocking Tales”, een genre dat later erg geliefd werd, denken we alleen nog maar aan Karl May, wiens populariteit er de oorzaak van is dat het belang van Cooper wel eens onderschat wordt.
Lees verder “James Fenimore Cooper (1789-1851)”

Antonia Susan Byatt wordt tachtig

Antonia Susan Byatt wordt tachtig

Vijf jaar geleden heb ik A.S.Byatt leren kennen door het lezen van “Obsessie”, de Nederlandse vertaling van “Possession, a romance”, het boek waarvoor Byatt in 1990 de Booker Prize toegekend kreeg. “Obsessie” gaat over de geheime liefde tussen de Victoriaanse dichters Christabel LaMotte en Rudolph Henry Ash. Deze twee schrijvers worden zo gedetailleerd beschreven dat menigeen in de val is getrapt en het boek heeft gelezen als een soort van geromanceerde maar op realiteit berustende biografie. Helaas (?), het is allemaal zuivere fictie en Byatt figureert dan ook prominent in de fameuze “list of fictional books” op Wikipedia (*).
Lees verder “Antonia Susan Byatt wordt tachtig”

55 jaar geleden: “Lady Chatterley’s Lover” is niet in strijd met The Obscene Publications Act

55 jaar geleden: “Lady Chatterley’s Lover” is niet in strijd met The Obscene Publications Act

Alhoewel D.H.Lawrence zijn “Lady Chatterley’s Lover” reeds in 1928 had geschreven en in Florence was verschenen, werd het in Engeland pas in 1960 uitgegeven door de populaire Penguin Editions. Meteen hadden die een proces aan hun broek als test van de nieuwe Obscene Publications Act uit 1959. De wet uit 1959 maakte het mogelijk om de uitgevers aan vervolging te laten ontkomen als ze konden aantonen dat een werk van literaire waarde was. Een van de objectieven was de frequentie van woorden als “fuck” en afgeleiden. Meerdere academische critici, onder wie E.M.Forster, Helen Gardner en Richard Hoggart werden als getuige opgeroepen. Op 2 november 1960 werd Penguin Books onschuldig verklaard. Als gevolg hiervan werd een grotere vrijheid in het publiceren van expliciet materiaal in het Verenigd Koninkrijk gegeven. In 1961 kwam de tweede editie op de markt, deze werd opgedragen aan de twaalf juryleden, drie vrouwen en negen mannen, die Penguin Books onschuldig hadden verklaard. In 2006 werd het proces door BBC Wales verfilmd als The Chatterley Affair.
Lees verder “55 jaar geleden: “Lady Chatterley’s Lover” is niet in strijd met The Obscene Publications Act”

Jef Geeraerts, “de man met de zweep”

14 jef geeraertsHet is vandaag 45 jaar geleden dat Jef Geeraerts de staatsprijs kreeg voor “Black Venus”. Merkwaardig genoeg werd het boek haast tegelijk uit de handel genomen door Alfons Vranckx, toenmalig minister van justitie. In de jury was de socialist Piet Van Aken uit verontwaardiging opgestapt, dit in tegenstelling tot de katholieke professor Marcel Janssens. Ook andere katholieken zoals André Demedts en Albert Westerlinck verdedigden het boek, maar de grootste supporter was Marnix Gijsen die in Humo liet optekenen: “Mensen lief, daar zijn wij allemaal kleine mannetjes tegen, zowel in Nederland als in Vlaanderen.”
Lees verder “Jef Geeraerts, “de man met de zweep””

D.H.Lawrence (1885-1930)

Morgen zal het precies honderd jaar geleden zijn dat D.H.Lawrence kennis maakte met Frieda von Richthofen (1879-1956), die op dat moment gehuwd was en moeder van drie kinderen. Hij had haar als gevolg van zijn studie aan het Nottingham University College leren kennen; zij was immers de vrouw van een hoogleraar (Ernest Weekley) die aldaar doceerde. Frieda, die heel haar leven haar gevoel zou volgen en een duidelijke anti-intellectualistische houding had en op die manier model zou staan voor Ursula in “Women in love” en uiteraard voor Connie in “Lady Chatterley’s Lover”, verliet meteen haar gezin om met haar minnaar te gaan samenwonen. Volgens Janet Byrne, “A genius for living: the life of Frieda Lawrence”, Harper/Collins, 1995, zou zij zelfs delen van “Sons and lovers” hebben geschreven, het boek waaraan Lawrence aan het werken was op het moment van hun ontmoeting.

Kenmerken van het vitalisme

1.Vita = leven. Ontspruit eigenlijk uit de angst voor de dood. Niet zozeer de dood-in-se, maar de doodstrijd, de aftakeling, de onzekerheid omtrent wat erop volgt. Hangt dus nauw samen met mortalisme (mors = dood, cfr.morsdood).
“Ik zal in ieder geval geen ogenblik aarzelen als ik merk dat ik fysiek of gestelijk niet meer meekan. (…) Vroeg of laat gebeurt dat toch als je de veertig voorbij bent. Maar veertig, zestig of tachtig, wat belang heeft het? Als je erover nadenkt is er niets zo verschrikkelijk als de menselijke aftakeling. Oude mensen op straat… Soms afschuwelijk om aan te kijken. Ik wil nooit oud worden.” (Jef Geeraerts, “Zonder clan”)
Lees verder “Kenmerken van het vitalisme”