Toen ik nog les gaf, lazen wij in de klas het artikel “Pop als romantisch fenomeen” van Jan Stroop om daaruit dan de kenmerken van de romantiek af te leiden. Dit waren de resultaten:

– de romantiek ijvert voor het persoonlijke, het individuele, het subjectieve
– vandaar: reactie tegen industrialisatie met de gevolgen daarvan voor mens en omgeving
P.B.Shelley: Defence of Poetry
Charles Reich: The Greening of America
– vandaar: terug naar de natuur, waar de mens niet meer gebonden is aan zijn sociale verplichtingen
William Wordsworth: The Prelude
Franz Liszt: Les Préludes
Lamartine
Byron
Gezelle
Canned Heat: Goin’ up the country
Creedence Clearwater Revival: Green river
Neil Young: Country girl (de hele country-rock beweging trouwens)
Pink Floyd: Small furry animals (enz.), Atom heart mother
– vandaar: the noble savage (“En zo zijn er nog wel wat beschrijvingen terug te vinden. Allemaal hebben ze het over de Alakaloef – indianen uit Patagonië, RDS – als bijna-apen of amper-mensen. Niet een van de oude chroniqueurs heeft zich afgevraagd of zij zelf in hun belachelijke wambuizen met fladderende broekspijpen en onnozele hoofddeksels, lange baarden en belachelijk blanke huiden, boeken vol kleine zwarte stippen en kaarten met onmogelijke strepen, lawaaierige musketten en bulderende kanonnen, er niet even belachelijk uitzagen voor mensen die nooit deze eigenwijze weelde hadden aanschouwd.” Uit Dree Peremans, Verhalen uit de Encyclopedia Patagonica, Globe, 1994, p.89)
– die verering van de natuur staat in het teken van pantheïsme of deïsme (afkeer van de geïnstitutionaliseerde godsdienst)
– de onverklaarbare mens: een dualistisch wezen (tijdelijk/eeuwig, ziel/lichaam enz.)
– escapisme: drang naar het onbekende; het onbestemde verlangen zonder meer; Sehnsucht; Weltschmerz (Novalis). Zie ook Franz Schubert: Dort wo du nicht bist ist das Glück.
François-René de Chateaubriand (1768-1848) schetst in zijn boek “René” le mal du siècle, wat een weerslag heeft op het individu: omdat “vluchten niet meer kan” (en Chateaubriand kon het weten: hij was zelfs naar Amerika geweest, zoals blijkt uit zijn “Voyage en Amérique”, en als diplomaat van Louis XVIII had hij ook in Londen gewoond), wil men dan maar “vluchten uit de tijd”, sterven met andere woorden. Maar tegelijk werkt die staat van ongelukkig zijn ook beroezend… Toch wil hij in “Le génie du Christianisme” de godsdienst uit het diskrediet halen waarin ze is terecht gekomen.
Spleen: “Lay me down in silence, easy to be born again, in another world, in another place, in another time” (uit “Astral weeks” van Van Morrison, geïnspireerd op “2001: A Space Odyssey” van Stanley Kubrick)
– exotisme (vooral aantrekkingskracht van het Oosten)
Georges Harrison
– maar toch ook het (verre) Westen
James Fenimore Cooper: The Last of the Mohicans
Antonin Dvorak: Symfonie van de Nieuwe Wereld
– vlucht in het verleden, omdat men dan niet meer in contact komt met de realiteit
Hendrik Conscience
Walter Scott
Victor Hugo
– bij voorkeur in het eigen verleden: cultus van de “volksziel”
een dwepende liefde voor alles wat met de eigen aard van het volk te maken heeft (vooral in sprookjes en poëzie)
gebroeders Grimm
Donovan
– sterk geëngageerd karakter: vrijheid! nationalisme! (*)
Albrecht Rodenbach
Byron
Dylan
Hair
– poeta vates: kunstenaar grijpt in in het maatschappelijke gebeuren
Wagner, Verdi, Pete Seeger, Joan Baez
– nadruk op samenhorigheid: oproep zich aaneen te sluiten, een nieuwe wereld te bouwen en zich los te maken uit de oude maatschappij (pacifistisch!)
Steve Miller: Brave New World
– cultus van de dood (“men must fight and women must weep“)
Multatuli: Ik weet niet waar ik sterven zal
Goethe: Werther
Janis Joplin
Jimi Hendrix
Jim Morrison
– vandaar: eerherstel van de ballade (tragische einde)
– desondanks: optimistischer dan preromantiek
Schiller/Beethoven: Ode an die Freude
Dylan: The times they are a-changin’
– cultus van de nacht
Alfred de Musset: Nuits
Multatuli: het wachten onder de ketapang
– cultus van de droom
E.T.A.Hoffmann
Poe
The Who (“Tommy”)
– cultus van het sentiment, het melancholische, de eenzaamheid
– cultus van de liefde, tussen man en vrouw (ongebonden) maar ook ruimer
Beatles: All you need is love
Jefferson Airplane: Somebody to love
– symfonische gedichten
Franz Liszt: Les Préludes
Pink Floyd: The Grand Vizier’s Garden Party
Moessorgsky: Schilderijententoonstelling
King Crimson: In the court of the crimson king
Hector Berlioz: Symphonie phantastique
– streven naar originaliteit (geen regels): experimenten met volume (Wagner, àlle popgroepen), duur (Mahler, Pink Floyd), “nieuwe” instrumenten (Richard Strauss, Beatles)
– elitair karakter: de eerste echte pop (rock’n’roll) was weliswaar muziek van en voor jonge arbeiders (slechts in een verwaterde versie – highschool rock – ook voor studenten), in het begin van de jaren zestig (Beatles) had popmuziek de kans tot een massacultuur uit te groeien, in 1966 splitst zij echter in “bubblegum” (wel massaal maar geen “cultuur”; cfr.Herman’s Hermits) en in “progressieve” pop (elpeepop), die een even elitair karakter krijgt als klassieke muziek of moderne jazz

Ronny De Schepper

(*) Het is opmerkelijk dat men steeds “nationalisme” gebruikt als men “volksnationalisme” bedoelt, terwijl het woord zelf juist op een “natie”, dus op precies het tegenovergestelde slaat.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.