35 jaar geleden: “Gehandicaptenzorg: ’t zal Rika een zorg wezen!”

35 jaar geleden: “Gehandicaptenzorg: ’t zal Rika een zorg wezen!”

35 jaar geleden kreeg ik van De Rode Vaan de opdracht om mij over de gehandicaptenzorg te buigen. Dat was toen het domein van Rika Steyaert. Deze CVP-politica is ondertussen ook al lang overleden (1925-1995) en, eerlijk gezegd, na al die jaren dacht ik dat de titel op haar ideologische collega Rika De Backer (1923-2002) sloeg. Ik weet wel dat zij minister van cultuur is geweest, maar gehandicaptenzorg had ook hààr domein kunnen zijn…
Lees verder “35 jaar geleden: “Gehandicaptenzorg: ’t zal Rika een zorg wezen!””

Dertig jaar geleden: interview met Dr.Michel Vanhoorne

Dertig jaar geleden: interview met Dr.Michel Vanhoorne

In de loop van de maand december 1988 kreeg Dr.Michel Vanhoorne, werkleider in de Dienst voor Hygiëne en Sociale Geneeskunde van de Gentse Rijksuniversiteit, één van de drie prijzen « Gezondheid en Onderneming », die worden toegekend door de « Europese Club voor de Gezondheidszorg ». De prijs werd hem toegekend voor « een epidemiologisch onderzoek in de viscose-nijverheid door middel van studie van de blootstelling aan CS2 en H2S via atmosfeermetingen en biologische monitoring en door grondig medisch onderzoek ». Een heel mondje vol, waarvan we net zoveel begrepen als u en daarom gingen we de gelauwerde in Gent zelf opzoeken, waar we hem overigens reeds sinds jaren kenden als een ernstig en actief militant van de Communistische Partij.

Nadat we een klein uurtje vruchteloos op onze patiënt hadden zitten wachten, komt Michel (het formele Dr. Vanhoorne kunnen we hier wel achterwege laten) zich uitgebreid verontschuldigen : « Glad vergeten en ik was net aan een artikel aan het werken. » « Hij is zo verstrooid, hij werkt zich te pletter, » had lieve echtgenote Carla reeds tevoren verklaard, terwijl zij ons wachten zo aangenaam mogelijk maakte. « Weet je overigens wie me gisteren is komen interviewen? » gaat Michel met pretoogjes verder, maar helaas, we weten het inderdaad al, Carla heeft haar mond voorbijgepraat. Ik vraag echter niet of hij Jef Turf ook een uur heeft laten wachten…
Aangezien ik van mijn kant die avond ook nog verplichtingen heb, wordt er maar meteen aan tafel gegaan en krijgt de cassetterecorder een ereplaatsje tussen een heerlijke gezonde groentesoep en een kalkoen « met uitzonderlijke borsten », zoals Michel hem (haar?) noemt. Is het dus niet tussen de soep en de patatten, dan is het toch tussen de soep en de kalkoen dat hij om te beginnen enige uitleg verstrekt bij de Club die hem deze prijs heeft toegekend. Daar de uitreiking in Rome geschiedde, denk ik uiteraard onmiddellijk aan « de Club van Rome » maar daarmee blijkt ze geen uitstaans te hebben.
« Welke Club het dan wel is, is mij ook niet volkomen duidelijk. Ze bestaat uit een aantal EEG-landen en de prijs wordt dan ook ieder jaar ergens anders uitgereikt. Ik ben overigens niet naar Rome geweest, want ik moest mijn eigen reis-en verblijfskosten betalen, zodanig dat er van het bedrag dat aan de prijs verbonden is (125.000fr) niet veel meer zou overgebleven zijn. In verhouding tot andere prijzen is dat nochtans een behoorlijk bedrag, maar het spreekt vanzelf dat men er op zich uiteraard weinig mee kan aanvangen. » Vooraleer u moord en brand begint te schreeuwen, moet u weten dat Michel zich hier niet als een « big spender » ontpopt, maar dat hij het heeft over het wetenschappelijk onderzoek waaraan hij het geld heeft overgemaakt, aangezien hij zijn collega’s in de internationale waardering wenste te betrekken. Voorwaar een nobele geste, maar wat houdt dat onderzoek nu precies in?
« Het is dus een epidemiologisch onderzoek, dat wil dus zeggen de studie van gezondheidsveranderingen bij groepen mensen en de factoren die daarmee in verband staan. Vroeger werd die term uitsluitend voor infectieziekten (« epidemies ») gebruikt, maar sinds enkele tientallen jaren heeft men dat uitgebreid tot alle ziekten die bij bepaalde bevolkingsgroepen voorkomen. Men bestudeert uiteraard ieder individu, maar het belang van de studie is het globaliseren, het statistisch in kaart brengen van de gezondheidstoestand van bepaalde groepen van mensen, b.v. in mijn geval dus arbeiders in de viscose-nijverheid. »
« Viscose wordt op basis van cellulose gemaakt, die meestal afkomstig is uit hout. Dat wordt opgelost, waarbij de zeer grote moleculen van die cellulose worden afgebroken. Door een herschikking krijgt men dan allerlei nieuwe materialen, meestal textielproducten, zoals kunstzijde die in de voering van vesten e.d. wordt gebruikt, kunstwol, cellofaan, kunstsponsen, dweilen, zelfs wegwerpbare damesslipjes. Maar wij zijn niet geïnteresseerd in de effecten van het eindproduct, want dat is niet giftig, maar die cellulose wordt opgelost met CS2 (koolstofdissulfide) en dat is de grote boosdoener. Dat is een oplosmiddel, dus een vluchtige stof die reeds verdampt bij ongeveer veertig graden en die dampen zijn zeer giftig. De eerste intoxicaties zijn gebeurd en beschreven in het midden van de vorige eeuw, toen men dit ook als oplosmiddel gebruikte bij de natuurlijke rubber, dus bij het maken van ballonnen en condomen enz. op basis van latex. Aangezien men toen de gevaren ervan nog niet kende, werd er gewoon open en bloot mee gewerkt zodat de mensen werkelijk gek werden. Door de opkomst van de kunstrubber is die natuurlijke rubberindustrie fel achteruitgegaan en is ook de enorme epidemie van dat soort intoxicaties in feite op een natuurlijke wijze uitgestorven, »
« Maar in het begin van de twintigste eeuw is dan de viscose-nijverheid opgekomen en zijn er dus nieuwe gezondheidsproblemen opgedoken. België was trouwens één van de eerste landen om dergelijke bedrijven op te richten. O.a. in Aalst was er een viscose-bedrijf dat nu niet meer bestaat, waar rond 1903 een zeer harde staking heeft plaatsgevonden. Die staking heeft maanden geduurd, waardoor de stakers uiteraard geen inkomen hadden en om geld in te zamelen zijn ze dan heel België rondgetrokken, o.m. met de verkoop van een pamflet met het lied van de stakende viscose-arbeiders. Dat lied is trouwens opgenomen in het boek « Pieter Daens » van Louis Paul Boon. »
« Een andere tragische anekdote is dat zeer hoge blootstellingen ook beschreven zijn tijdens de Tweede Wereldoorlog. Toen was in Europa de toevoer van katoen afgesneden en werd de productie van viscose dus geweldig opgedreven. Ik heb een werkelijk vreselijke studie gelezen over zo’n voorval in bezet Polen. De arbeiders werden daar ook volkomen gek, en werden dan naar psychiatrische instellingen afgevoerd. De Duitse politiek ten opzichte van psychiatrische patiënten is echter maar al te goed gekend: afvoeren naar de gaskamer. Op die manier zijn massaal arbeiders uit de viscose-nijverheid om zeep gegaan. »
« Zo erg is het nu uiteraard niet meer, maar door de lagere concentratie heeft men meer « sluipende » effecten. Deze zijn op de koop toe niet zeer typisch, die kunnen dus met andere woorden ook aan andere oorzaken worden gewijd, b.v. stress of vermoeidheid. Zo heeft men in sommige landen een effect vastgesteld op coronair hartlijder (hartinfarct), maar daar spelen natuurlijk ook andere factoren een rol, zodat men niet uit één specifiek geval kan afleiden dat dit speciaal aan die giftige stof te wijten is. Dat kan men alleen als men statistieken gaat maken en men de frequentie van die ziekte gaat nagaan in vergelijking met groepen arbeiders die met dat product niét werken. »
« Naast de reeds genoemde effecten op het zenuwstelsel en het hart en de bloedvaten, is er ook nog invloed op de hormonen, op het sperma, kortom een hele reeks effecten die dienen te worden bestudeerd, ook voor de andere chemische factor, H2S, het zogenaamde putjesgas, dat niet gebruikt wordt als grondstof maar vrij komt wanneer die opgeloste cellulose weer wordt omgezet in het eindproduct. Dit is ook een zeer giftig gas, waarvan men plots bewusteloos kan vallen bij hoge concentraties. Het is dus zeer verraderlijk, b.v. in putten. Maar dergelijke concentraties vindt men niet in de industrie, wel kleinere hoeveelheden die o.m. aanleiding geven tot prikkeling van de ogen. »
« Wij wetenschappers moeten ons er echter wel voor hoeden om normen voor die concentraties vast te leggen. Want eigenlijk is dat zeggen: kijk, dat risico is aanvaardbaar. Er is praktisch niets dat zonder risico is in het leven, maar de vraag is: welk risico is men bereid te aanvaarden? Het is de taak van de wetenschapper om het risico te bestuderen en informatie daarover te geven. Van b.v. te zeggen: als je werkt met een bepaalde giftige stof tegen die hoeveelheid en gedurende zoveel jaar, dan is de kans op het ontstaan van die of die ziekte zoveel procent. Maar de vraag of dat risico aanvaardbaar is, is een maatschappelijke beslissing. En dat is de fout die veel wetenschappers begaan als ze b.v. op televisie worden geraadpleegd over milieuproblemen. De maatschappij moet de wetenschap natuurlijk wel in staat stellen om de relatie tussen dosis en effect te bestuderen. »
« En dat is wat wij in ons geval dus onderzoeken zowel door het meten van bepaalde toxische stoffen in de lucht, als door « biologische monitoring » wat wil zeggen: door de blootstelling te meten in bepaalde biologische media, zoals het bloed of de urine. Een belangrijk aspect van ons werk is juist het perfectioneren van deze methode. »

Men kan zich natuurlijk afvragen in hoeverre de bedrijven hun medewerking willen verlenen aan dergelijk onderzoek. « In dit geval is het een studie die is opgelegd door de arbeidsinspectie. Het bedrijf is dus wel verplicht zijn medewerking te verlenen, maar in het verleden heeft het reeds behoorlijk tegengewrongen, ja. Op een bepaald ogenblik heeft het bedrijf de studie twee jaar geblokkeerd door lobbying via Economische Zaken b.v. »
« De positie van de arbeidsgeneesheer is trouwens zeer variabel van bedrijf tot bedrijf. Vaak zit zo’n man tussen hamer en aambeeld. Maar dat hangt allemaal af van de houding van de directie, van de sterkte van de vakbeweging, enz. Vandaar dat de druk in KMO’s meestal groter is dan bij multinationals. In het ziekenhuis zie ik dikwijls mensen die gestuurd zijn door hun huisdokter en die uit kleine bedrijven komen, waar men op gebied van arbeidshygiëne zeer nalatig is en de adviezen van de arbeidsgeneesheer weinig opvolgt.
»
Hoe wordt iemand eigenlijk arbeidsgeneesheer? « Er zijn verschillende motiveringen, maar ik ken bijna niemand die het reeds bij de aanvang van zijn studies voor ogen staat. Alleszins, toen ik studeerde was dat praktisch nog onbekend (ik ben in 1961 afgestudeerd). Er waren op dat ogenblik wel reeds een aantal geneesheren werkzaam in grote bedrijven, maar die deden daar enkel aan curatieve geneeskunde. Dat was geen arbeidsgeneeskunde gericht op de collectiviteit. Een aantal multinationals waren tussen de beide wereldoorlogen wel met echte arbeidsgeneeskunde begonnen, uiteraard niet uit menslievendheid, maar omdat zij het belang daarvan inzagen. Arbeidsgeneeskunde op grote schaal — de dag van vandaag moet er een arbeidsgeneesheer zijn op alle bedrijven, zelfs als er maar één werknemer is — bestaat nog maar sinds 1968. »
« Ik heb dus algemene geneeskunde gedaan, waarna ik een paar maal huisartsen heb vervangen. Maar in die tijd was hoegenaamd nog geen sprake van groepspraktijken e.d. en de manier waarop die curatieve geneeskunde in het algemeen werd beoefend vond ik eigenlijk niet interessant. Bovendien wilde ik geen legerdienst doen. Ik verkoos een vervangende dienst in Afrika, waarvoor ik dan enkele maanden tropische geneeskunde en chirurgie heb gevolgd. Dat verblijf in Afrika is uiteindelijk vier jaar geworden. Op die manier heb ik meer en meer belangstelling gekregen voor het preventieve, voor het collectieve, al was dat ook daarvoor reeds het geval omwille van mijn politieke instelling (ik ben lid geworden van de partij in 1960). Maar toch stel je vaak vast, vooral bij oudere arbeidsgeneesheren of schoolgeneesheren of anderen die zich met preventieve geneeskunde bezighouden, dat deze mensen eerst in de tropen hebben gewerkt. Omdat men daar automatisch veel meer met de neus gedrukt wordt op de invloed van de maatschappelijke situatie op de gezondheid. Een « normale » opleiding is immers ten zeerste gericht op het individu. Aan het verband met de maatschappij wordt in de traditionele medische opleiding zeer weinig aandacht geschonken.
»
« Toen ik terugkeerde, was een vriend van mij als assistent benoemd in de sociale geneeskunde en toen men daar nog een andere assistent zocht, werd mij die plaats aangeboden. Ik heb dan de cursus arbeidsgeneeskunde gevolgd en zeer snel heeft mijn diensthoofd mij opgedragen om dat beroep ook te velde te gaan uitoefenen. Zo ben ik sedert 1968 twee halve dagen in de week arbeidsgeneesheer bij ACEC. »
« Sommige bedrijven trekken behoorlijk hoge bedragen uit voor intern onderzoek, maar als de resultaten hen niet aanstaan, mogen ze niet gepubliceerd worden. »
« Maar ook nu nog is de sociale geneeskunde een beetje een vreemde eend in de bijt op de universiteit. Aan de ene kant heeft men daar een blok mensen die aan laboratoriumonderzoek doen, de basiswetenschappen laten we zeggen, en aan de andere kant zijn er de mensen uit de kliniek die met zieken omgaan. Het spreekt vanzelf dat wij met deze twee disciplines moeten samenwerken, maar wij zijn vooral gericht op de buitenwereld (het bedrijf, de school, het milieu…) en dat is iets waar de meeste geneesheren over het algemeen weinig begrip van hebben. Bovendien wordt in de geneeskunde veel onderzoek gedaan in functie van en betaald door de farmaceutische nijverheid, dat is uiteraard een geldbron waarop wij hoegenaamd geen beroep kunnen doen. Sponsoring vanuit de bedrijfswereld in het algemeen komt haast even zelden voor. Wat er natuurlijk wel gebeurt, dat zijn bedrijven die zelf intern een onderzoek laten doen door hun eigen arbeidsgeneesheren en daarvoor soms behoorlijk grote bedragen uittrekken. De keerzijde van de medaille is echter dat als de resultaten hen niet aanstaan, deze niet gepubliceerd mogen worden. Ik ken collega’s die in bepaalde industrieën zeer interessant onderzoek doen en mij daarover berichten, maar die daar wel aan toevoegen dat dit niet gepubliceerd mag worden. De directie beschouwt dat als interne keuken… »
« Als je in België een tijdlang geld gekregen hebt voor een bepaald onderzoek, zegt men: ’t is genoeg geweest, nu moet je maar eens iets anders doen. »
Waarmee we rond zijn, want deze prijs kan voor de wetenschappelijke overheid dan misschien een aansporing zijn om er toch maar mee door te gaan. « Het grootste deel van ons onderzoek is kunnen gebeuren dankzij het Nationaal Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek. Gedurende zes jaar hebben we daarvan geld gekregen. Maar het is een politiek probleem. Als je hier in België een tijdlang geld hebt gekregen voor een bepaald onderwerp, dan zegt men plotseling: ’t is genoeg geweest, nu moet je maar eens iets anders doen. Dat is volgens mij een verkeerde politiek, want meestal zijn nog niet alle problemen opgelost en heeft men op een bepaald terrein juist voldoende ervaring en know-how opgedaan om er nu tegenaan te gaan. Maar juist dan heeft men het moeilijk om aan fondsen te geraken. Bepaalde onderwerpen zijn natuurlijk « populair » (denk maar aan kanker of hartziekten) en als men dan van de ene instelling geen geld kan loskrijgen, dan staat er wel een andere klaar, de ASLK of de Lotto of weet ik veel. Maar dat is bij de sociale geneeskunde natuurlijk niet het geval… »

Lees verder “Dertig jaar geleden: interview met Dr.Michel Vanhoorne”

Het hoekje van Opa Adhemar (1)

Het hoekje van Opa Adhemar (1)

Zullen we het eens over gezonde voeding hebben? Immers, we moeten niet alleen denken aan dierenleed maar ook in dit geval aan het belang van het milieu, meer bepaald de opwarming van de aarde. Immers: het kweken van dieren kost zoveel plantaardig voedsel dat het in verhouding heel weinig vlees opbrengt; het is geen win-win situatie. We moeten niet allemaal volledige vegetariërs worden maar afwisselen kan geen kwaad. Daarom hier enkele suggesties…

Quinoa
Dit kun je vergelijken met rijst of couscous en bevat veel essentiële voedingstoffen. Is gemakkelijk verteerbaar, bevat veel vezels en mineralen. Bovendien groeit quinoa gemakkelijk in alle temperaturen, heeft weinig water of meststof nodig, en wordt nu ook in België geteeld. Het smaakt naar noten, je kookt het best in groentebouillon of licht gezouten water.
Tofu
Tofu of tahoe wordt reeds meer dan 2000 jaren gegeten in Azië. Hier wordt het steeds populairder bij vegetariërs. Het wordt gewonnen uit sojabonen (denk ook aan de sojamelk) en bevat veel vitaminen B, calcium, proteïnen. Tofu is neutraal van smaak, je moet er zelf een smaak aan toevoegen die het wel gemakkelijk opneemt. Het is verkrijgbaar in blokjes (hard en zacht) en kan gebakken worden in olie of je kan het grillen.
Zeewier
Dit noemt men wel eens ‘spinazie van de zee’! Zeewier zit vol eiwitten, ijzer, omega 3, jodium, calcium… Uiteraard groeit het in water en palmt het geen landbouwgrond in, een pluspunt. Gedroogd en verkruimeld kan het als zout gebruikt worden maar als groente is het lekker bij vis. En… voor wie geen vis eet suggereert het de smaak van vis.
Noten
Een aperitiefhapje? Vergeet het! Noten zijn veel meer dan dat. Ze passen bij het hoofdgerecht. Ze zijn rijk aan eiwitten, ijzer en vezels. Maar hier: overdaad schaadt; want ze bevatten onverzadigde vetten die weliswaar gezond zijn maar toch, dus een handvol daags volstaat. Walnoten, pompoenpitten (geroosterd)… kies voor lokale noten en liefst niet voor bvb. pecannoten die moeten overgevlogen worden. In een stoofpotje, salade, bij de havermout, een goede aanvulling.
Peulvruchten
Bonen allerhande, ze zijn populair geworden. Kidneybonen in chili con (of liever natuurlijk: sin) carne, linzencurry… Eiwitten, vezels, mineralen; weinig vetten. Ze zijn lang houdbaar en er is relatief weinig water en bemesting nodig. Spijtig genoeg moeten we hen veelal buiten Europa halen, een ecologisch minpunt. Qua smaak: nogal neutraal, dus moeten ze het hebben van de aangepaste kruiden.
Falafel en Humus
Deze worden allebei gemaakt op basis van kikkererwten en zijn als nevenproduct (afgeleide dus) zeer in trek.
Om falafel te bekomen voegt men aan de kikkererwten raapolie toe, (tarwe)bloem, vaak spinazie, kruiden, knoflook, peper en zout. Het is rijk aan eiwitten, vitamine B 12, ijzer en vezels.
Humus bestaat uit ongeveer dezelfde ingrediënten. Hier wordt vaak sesampasta bijgevoegd, olijfolie en citroensap. Zo is humus rijk aan calcium, vitamine B 11, ijzer en vezels.
Beide zijn zeer geschikt om te verwerken in allerlei gerechten. Denken we aan vegetarisch gehakt dat bruikbaar is in talloze menu’s!
Insecten
Je hebt eerst en vooral – en reeds hier en daar verkrijgbaar in restaurant en supermarkt – de insectenburger. Die wordt vervaardigd op basis van de meelworm of van de buffaloworm, met toevoeging van planten. Ook krekels worden gemalen tot meel en zo verwerkt in koekjes bijvoorbeeld. Maar wormen, sprinkhanen, krekels laten zich ook anders eten: gebakken. Krekels smaken naar noten! Ook wormen en andere insecten komen in aanmerking. Een aperitiefhapje, nu nog alternatief maar over enkele jaren misschien ingeburgerd? Ze worden trouwens reeds verwerkt en verkocht als snoepgoed. Ze zijn rijk aan vezels, ijzer, vitaminen, calcium en magnesium. En zitten vol eiwitten, 25 keer meer dan rundsvlees. Dat het milieuvriendelijk is hoeft niet gezegd… Er worden reeds, ook hier, insecten gekweekt voor de consumptie. De opmars is bezig. Wie meer wil weten moet eens snuffelen online op entowarehouse, dan zie je wat er allemaal te vinden is!
Zo, hopelijk hebben jullie hiermee een beetje inspiratie opgedaan. En natuurlijk: vergeet de groenten niet, een slaatje, of bij het hoofdgerecht of eventueel een groenteburger. Smakelijk!

Lees verder “Het hoekje van Opa Adhemar (1)”

Wees gezeten en strijk, mijnheer de muzikant! (*)

Wees gezeten en strijk, mijnheer de muzikant! (*)

In ons land zitten duizenden en duizenden muzikanten te blazen, te strijken of te tokkelen achter hun muzieklessenaars. Tot meerdere eer en glorie van die grote kunst die muziek heet. Maar die muzikanten, beroeps en amateurs, nemen vaak uren heel geforceerde houdingen aan. Rug– en spierklachten ziin schering en inslag.
Lees verder “Wees gezeten en strijk, mijnheer de muzikant! (*)”

Enkele gezonde wenken voor “blok” en examens

Enkele gezonde wenken voor “blok” en examens

Ik was het al totaal vergeten, maar ik heb mijn vroegere schoolvriend Edwin Thoen nog eens geïnterviewd voor De Rode Vaan, zij het anoniem, zoals ik overigens in de inleiding uitleg. Tegelijk is dit korte stuk een beetje een voorafspiegeling van mijn groot interview met de initiatiefnemers van Teleblok, een tiental jaren later.

Lees verder “Enkele gezonde wenken voor “blok” en examens”

Teleblok: voor als je problemen hebt in examentijden

Teleblok: voor als je problemen hebt in examentijden

De examens zorgen weer voor kommer en kwel, vraag het maar aan Lowieke uit “Thuis”, die serieus door het lint gaat. In zo’n geval is Teleblok er om u te helpen. Toen Teleblok meer dan twintig jaar geleden werd opgericht, ging ik praten met initiatiefnemer Dirk Van Hoye.
09 mathias vergels als lowieke
Lees verder “Teleblok: voor als je problemen hebt in examentijden”

Zal ik es wat vragen, dokter ?

Zal ik es wat vragen, dokter ?

« Zal ik es wat vragen, dokter ? » handelde vorige week over contraceptie (16-3-82). De dokters van dienst gaven daarover eerst een zakelijke uitleg d.w.z. zij beschreven de onderscheiden middelen die daarvoor kunnen gebruikt worden gaande van de pil alover het spiraaltje tot het condoom. Ook de sterilisatie bij vrouw en man kwamen ter sprake. Aan de hand van vragen uit het publiek werd vooral uitleg gegeven over de psychologische aspecten die bij een en ander komen kijken. Zulke soort uitzendingen (ook de aflevering van « Een vinger in de pap » van 18.3 was aan voorlichting gewijd, meer bepaald i.v.m. de « puber-tijd ») hebben op de toeschouwers natuurlijk een onderscheiden impact, in verhouding met hun voorafgaande kennis en ervaring. Toch menen wij dat ze nuttig blijven daar er in Vlaanderen nog altijd heel wat taboes blijven bestaan omtrent de seksualiteit. Het is eerst wanneer het algemeen peil van de kijkers fel opgetrokken zal zijn (maar hoe dit te meten ?) dat men naar een vlottere aanpak van het programma als dusdanig kan streven. Nu valt er eerst nog veel gewoon pionierswerk te doen.

Referentie
Lode De Pooter, Nog altijd nuttig, De Rode Vaan, 25 maart 1982

Marisje Vermeiren aan het lijntje

00De vzw Melanoom is een organisatie die ten strijde wil trekken tegen het fenomeen met die naam, voor de leken beter gekend als huidkanker. Een van de acties van de vzw (die u kan steunen via PRK 001-1322825-15 van Melanoom, De Levis Mirepoixlaan 7, 1090 Brussel) was een voorlichtingscampagne aan de kust, omdat de zon als boosdoener nummer 1 voor het veroorzaken van de kwaal wordt aangewezen. En met succes blijkbaar want van onze voyeurs ter plaatse bereiken ons alarmerende berichten over het feit dat de verspreiding van de monokini zou teruglopen. Niet gedraald en fluks naar « Flair » gebeld, waar Marisje Vermeiren de rubriek « medische aspecten » op de beauty-redactie waarneemt. En, wee ons, zij bevestigt die dalende trend, al heeft volgens haar de vrees voor huidkanker er niet zo direct iets mee te maken.
Lees verder “Marisje Vermeiren aan het lijntje”