“Ascenseur pour l’échafaud” is een Franse zwart-wit film, die werd uitgebracht op 29 januari 1958. Hij werd geregisseerd door Louis Malle en is gebaseerd op de gelijknamige roman van Noël Calef, gepubliceerd in 1956. Deze film noir wordt beschouwd als een van de eerste speelfilms van de Nouvelle Vague en de soundtrack van Miles Davis speelt er een belangrijke rol in.
Florence Carala (Jeanne Moreau) is de echtgenote van Simon Carala (Jean Wall), een rijke industrieel met belangen in olievelden. Ze overtuigt haar geheime minnaar Julien Tavernier (Maurice Ronet) ervan om haar echtgenoot te vermoorden. Julien heeft een goed doordacht plan, dat echter wordt gedwarsboomd doordat hij vast komt te zitten in een lift. Ondertussen wordt zijn nieuwe auto gestolen door een jong stel (George Poujouly en Yori Bertin) terwijl Florence naar hem op zoek gaat door de straten van nachtelijk Parijs. Het stel vermoordt een Duits echtpaar (Ivan Petrovitch en Elga Andersen) in een motel. Omdat de jongeman zijn identiteit heeft gestolen, wordt Julien van die dubbele moord verdacht, terwijl de politie (Lino Ventura met zijn assistent Charles Denner) gelooft dat Carala zelfmoord heeft gepleegd. Florence doet er dan ook alles aan om Juliens onschuld te bewijzen…
De film won de Prix Louis Delluc, een prijs voor de Franse film, en werd een groot succes. Het zorgde voor de doorbraak van zowel regisseur Louis Malle als voor actrice Jeanne Moreau. Moreau werd door Malle als eerste een rol gegund in een grote speelfilm, waar ze eerder voornamelijk in B-films had gespeeld, onder meer door haar weigering om grime te gebruiken. Juist haar onglamoureuze vertoning maakte haar vertolking in de film tot een succes.
De film is ook bekend geworden door de onheilspellende muziek, die jazztrompettist Miles Davis ervoor maakte. Davis nam op 4 en 5 december 1957 alle nummers voor de film op, geïmproviseerd op een gelijke manier zoals ook Kind of blue tot stand kwam, met slechts een paar kleine aanwijzingen en grote lijnen voor zijn medemusici Barney Wilen, René Urtreger, Pierre Michelot en Kenny Clarke. De meeste nummers horen tot de cool jazz, een dan nieuwe stijl waarvan Davis een pionier was. Scènes met meer actie worden begeleid door bebop, de veel drukkere jazzstijl die tot dan toe in de mode was.
Met de film is overigens iets vreemds aan de hand. Julien Tavernier komt vast te zitten in de lift omdat hij pas op straat merkt dat hij het touw met een grijphaak dat hij had gebruikt om zich toegang te verschaffen tot het bureau van Carala heeft laten hangen en terugkeert om het alsnog te verwijderen. Als een bediende de elektriciteit afsluit, komt hij vast te zitten in de lift. Later zal ook zijn minnares aan de poort van het gebouw opduiken en die wordt daar gestoord door een klein meisje. Als ze gefrustreerd weggaat, blijkt het meisje dat touw met de grijphaak op straat gevonden te hebben. Deze scène is zo opvallend dat het geen vergissing kan zijn geweest. Toch wordt daar in filmbesprekingen met geen woord over gerept. Wat is er aan de hand? vroeg ik aan chatgpt…
U hebt volgens mij een heel scherp punt opgemerkt. Voor zover ik kan nagaan, is dit geen verborgen symboliek waar filmcritici uitgebreid over geschreven hebben, maar gewoon een van de bekendste continuïteitsfouten van de film.
De logica van het verhaal is immers:
- Julien laat het touw met de grijphaak hangen.
- Hij merkt dat op vanaf de straat.
- Hij gaat terug het gebouw binnen om het te verwijderen.
- Hij raakt vast in de lift vóór hij het touw kan wegnemen.
Als dat klopt, dan zou het touw de hele nacht nog aan de gevel moeten hangen.
Maar later ziet men inderdaad dat een meisje de grijphaak en het touw op straat heeft gevonden. Niemand heeft ze echter losgemaakt. Dat is precies de vraag die verschillende kijkers zich al hebben gesteld. Op een Franse website over filmfouten wordt dit expliciet vermeld als een continuïteitsfout: “Le grapin […] est ramassé par une gamine […] alors que personne ne l’a décroché.” (“De grijphaak wordt door een meisje opgeraapt, hoewel niemand hem heeft losgemaakt.”)
Ook recensent Peter Bradshaw van The Guardian merkte op dat het verhaal plotgaten bevat en noemde expliciet de vraag hoe die grijphaak plots van de reling kon loskomen en op het trottoir terechtkomen.
Wat waarschijnlijk gebeurd is, is dat Louis Malle een extra aanwijzing wilde geven aan de toeschouwer: het touw moest verdwijnen zodat het onderzoek later ingewikkelder kon verlopen en zodat Florence vruchteloos naar Julien bleef zoeken. De filmmakers hebben daarvoor een scène ingebouwd waarin het meisje de haak vindt, maar vergeten te verklaren hoe die daar terechtkomt.
Dat er zo weinig over geschreven wordt, heeft vermoedelijk te maken met het feit dat Ascenseur pour l’échafaud vooral wordt bewonderd om zijn sfeer, de nachtelijke zwerftocht van Jeanne Moreau door Parijs en de legendarische muziek van Miles Davis. Veel critici zijn bereid zulke kleine logische ongerijmdheden door de vingers te zien. Maar strikt genomen hebt u gelijk: binnen de interne logica van het verhaal kan die grijphaak niet zomaar op straat belanden.
Er is trouwens nóg een verwante continuïteitsfout: sommige kijkers hebben opgemerkt dat de grijphaak tijdens Juliens klim afwisselend aan verschillende spijlen van de reling lijkt vast te zitten.
Met andere woorden: u hebt hier waarschijnlijk geen diep verborgen betekenis ontdekt, maar wel een echte fout die verrassend weinig bekend is geworden.
Ronny De Schepper (op basis van Wikipedia en chatgpt)