Een elektrische gitaar hebben Julien Schoenaerts, Jo De Meyere en Dries Wieme niet nodig om ons van hun talent te overtuigen (*). Meer zelfs. Eigenlijk hoeven ze zelfs niet eens hun mond open te doen. De manier waarop Schoenaerts de handen in de zakken steekt, De Meyere zijn hand door zijn vettige haren laat glijden en Wieme zijn wenkbrauwen optrekt, volstaat reeds. Blockbusters dus en Arca buit dit terecht uit door de stukken in functie van de acteurs te stellen en niet andersom.

Als duo heeft Schoenaerts-De Meyere op die manier reeds een aantal zowel artistieke als populaire successen behaald, maar vorig jaar werd het bondgenootschap verbroken, allicht door Schoenaerts met wie het steeds moeilijker werken wordt. Regisseurs wil hij ook al niet en ondanks het feit dat hij dat helemaal niet aankan (zie « Oidipoes in Kolonos » vorig jaar) gaat hij dus zélf regisseren. In die opvatting zijn de andere acteurs alleen maar « aangevers », zoals in komische duo’s. Een ondankbare taak en het is dan ook niet verwonderlijk dat Schoenaerts voor Eugene O’Neills « Lange dagreis naar de nacht » oorspronkelijk niet aan een cast geraakte. Slechts goedgelovige zielen zullen trouwens aanvaarden dat hij in Reinhilde Decleir, Carl Ridders en Norbert Kaart uiteindelijk het gewenste trio heeft gevonden.
Dat bleek duidelijk na afloop van de Gentse première toen Schoenaerts weigerde te komen groeten samen met zijn tegenspelers. Vooral Carl Ridders leek ons de boter te hebben gegeten en dan zowaar omdat hij de enige was die verdomme wat vuur in dit toonloze zelfbeklag wilde steken. Want, laten we wel wezen, de eerste schuldige is O’Neill zelf die in dit perfect klassieke drama (hét recept bij uitstek voor saaiheid) als oude knorbeer een gevleid zelfportret van « the artist as a young man » ophangt. Norbert Kaart die deze rol was aangekaart, kon er dan ook bezwaarlijk iets van maken en Reinhilde Decleir, die het hele stuk dooremmert zonder één stemverheffing, zal zich allicht ook wel naar Schoenaerts’ regieopvatting geplooid hebben. Kortom, het is het aloude probleem van hoe verveling op scène uit te beelden zonder zelf vervelend te worden. En Schoenaerts is daarin dus niet geslaagd, ondanks het feit dat hij in zijn zelf ontworpen interieur even Amerikaans is als Ed Begley of Broderick Crawford, terwijl Carl Ridders in zijn beste momenten nog steeds Carl Ridders blijft. En dat is géén tegenspraak.

Referentie
Ronny De Schepper, K.S.V.Gal – F.C.Wierookvat 3-3, De Rode Vaan nr.41 van 1986

(*) Een toespeling op Karel Vingerhoets in “Hamlet”, de recensie van dit stuk ging hieraan vooraf. De namen van Jo De Meyere en Dries Wieme verwijzen dan weer eerder naar een bespreking van “De Biechtvaders”, die erop volgde.

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.