Henry Rider Haggard (1856-1925)

68 rider haggardVandaag is het negentig jaar geleden dat Henry Rider Haggard, de Britse schrijver van werken als “She” of “The mines of King Solomon”, is gestorven.

In “She” is de hoofdrol weggelegd voor een sensuele heerseres, waarvoor mannen als slaven aan haar voeten liggen (“She” is de afkorting voor “She who must be obeyed“). De oorsprong van het boek is terug te vinden in het leven van Rider Haggard zelf. Op zijn negentiende werd hij immers verliefd op ene Lilly Jackson. Zijn vader, die vond dat hij “a dimwit” was, stuurde hem echter als onbetaalde functionaris naar Zuid-Afrika om daar “ervaring op te doen”. Lilly beloofde op Henry te wachten. Deze vond inderdaad “zijn draai” in het land van de Zoeloes, voor wier cultuur hij een grote verering opvatte. Hij werkte zich op en kreeg een betaalde functie in Johannesburg aangeboden. Tussendoor wilde hij nog gauw naar Engeland overwippen om met Lilly te huwen. Zijn vader (die op dat moment nog instond voor zijn financies, dus ook voor zijn reiskosten) verbood het hem echter, waardoor hij alweer voor een paar jaar in Afrika “opgesloten” zat. Nu kon Lilly niet meer wachten en huwde iemand anders. Henry bracht er begrip voor op, maar zou haar heel zijn leven blijven beminnen. Hij huwde bijvoorbeeld zelf ook wel, maar in zijn dagboek noemde hij zijn vrouw “a brick”, een baksteen. Dat was wel positief bedoeld (je kunt erop bouwen b.v.), maar het spreekt vanzelf dat hieruit weinig liefde, laat staan verliefdheid spreekt. Toen Lilly uiteindelijk door haar man geruïneerd werd achtergelaten, nadat hij haar nog syfilis ten geschenke had gegeven, nam Haggard de financiële kost van haar verzorging op zich.
“She” werd reeds in 1899 verfilmd als “La colonne de feu” door niemand minder dan Georges Méliès. De eerste Amerikaanse verfilming (onder de evidente titel “She”) dateert uit 1908 en is van de hand van een andere filmpionier Edwin S.Porter. Florence Auer speelt de rol van Ayescha (*), zoals “She” door intimi wordt genoemd. William V.Ranous is haar getormenteerde aanbidder Leo Vincey. Drie jaar later volgt er reeds een nieuwe versie van bijna een half uur (bij de versie van Porter wordt op de internet movie database geen duur vermeld), geregisseerd door George Nichols. De tegenspelers zijn hier Marguerite Snow en James Cruze, die later meer naam zou maken als regisseur (van o.a. “The covered wagon”). Zoals gewoonlijk in die tijd waren er geen dialogen in de film. Nogal wiedes, zal je opmerken, want er was geen klank. Jawel, maar je zou op z’n minst dan toch mogen verwachten dat de dialogen in de “title cards” zouden worden weergegeven. Maar nee, die vertellen eigenlijk gewoon nog eens wat je ook al kan zien. Vreemd, maar zo ging dat nu eenmaal in die tijd. Er zit ook een poging tot “special effects” in, namelijk wanneer op het einde Ayescha in een mummie verandert, maar we moeten er geen doekjes om winden: het is op zijn zachtst gezegd niet veel soeps.
De eerste Britse verfilming (het thuisland van de auteur) dateert uit 1916. Het vergde twee regisseurs (William G.B.Barker en Horace Lisle Lucoque) en de hoofdrollen worden vertolkt door Alice Delysia en Henry Victor, dat is alles wat ik erover kan zeggen.
Een jaar later is er alweer een Amerikaanse versie, deze keer van Kenean Buel. De hoofdrollen zijn weggelegd voor Valeska Suratt en Ben Taggart en dat is alweer het enige wat ik erover kan mededelen.
67 betty-blythe in she 1924In 1925 is er dan opnieuw een Britse verfilming (door G.B.Samuelson), deze keer met Duitse inbreng (in de persoon van mede-regisseur Leander De Cordova). De Duitser Heinrich George mag de rol van Horace Holly vertolken, maar voor de rest is de cast bijna uitsluitend Brits. Dat geldt alleszins voor de hoofdrollen, vertolkt door Betty Blythe (foto) en Carlyle Blackwell sr. Er bestaan twee zeer uiteenlopende versies van deze film. De ene duurt een goed uur, de andere meer dan anderhalf uur. Aangezien het een Britse film is, zou het me verbazen dat de ingekorte versie een “gekuiste” versie zou zijn. Het verhaal van “She” zindert wel van erotiek, maar dan louter impliciet en noch Duitsers noch Britten lijken me nu de aangewezen personen om deze erotiek te beginnen expliciteren.
De eerste gesproken versie dateert uit 1935 en is opnieuw Amerikaans van oorsprong (Lansing C.Holden en Irving Pichel). De hoofdrollen worden vertolkt door Helen Gahagan (haar enige filmrol) en Randolph Scott, de man waarmee Cary Grant zowat zijn hele leven heeft samengeleefd, maar dan enkel “om de kosten te drukken”. Uiteraard. Dat spreekt voor zich. In een bijrolletje herkennen we de legendarische Olympische kampioen Jim Thorpe als hoofd van de paleiswacht. De muziek is van Max Steiner.
In 1965 is er dan de wellicht meest bekende versie (opnieuw afkomstig uit Engeland), namelijk die van de Hammerstudio’s (regisseur Robert Day) met een verschrikkelijk mooie Ursula Andress in de hoofdrol. John Richardson is haar jeugdige minnaar, maar belangrijker zijn Peter Cushing in de rol van archeoloog Horace Holly en Christopher Lee als Billali. Bernard Cribbins zorgt als Job (de knecht van Holly) voor de komische noot.
Twintig jaar later is er een Italiaanse spaghettiversie van Avi Nesher, die op het internet wordt aangeraden als “sooo bad” dat het een “must see” wordt. Sandahl Bergman speelt She, maar voor de rest is er (door Nesher zelf) zozeer met het oorspronkelijke scenario geknoeid dat ik zelfs de figuur niet kan terugvinden die voor Leo Vincey moet doorgaan. Ik gok op David Goss als Tom.
Tenslotte is er een zeer recente versie (2001), die bij mijn weten nog niet is uitgebracht in ons land, maar wel te zien is op BBC2 op donderdag 25 oktober 2007 om 14 uur. Het is een Canadees-Bulgaars-Brits-Italiaans product en dat zegt op zichzelf al genoeg, vrees ik (van Humo krijgt de film anderhalve ster). De regisseur is Timothy Bond en de hoofdrolspelers heten Ophélie Winter en Ian Duncan. Nog nooit van gehoord, moet ik zeggen, tenzij dat die Ophélie Winter tevens een zangeresje is, meer bepaald de dochter van “one hit wonder” David Alexandre Winter (“Oh Lady Mary”, 1969).
Ik vrees desondanks dat dit weer een film zal zijn die in het beste geval zo slecht is dat hij toch weer goed wordt. Dat is wel vaker het geval met verfilmingen van werken van Rider Haggard. “Dawn” uit 1917 wordt zelfs aangeraden door Edward Margulies in zijn artikel “Bad Movies We Love” (Movieline-USA, Vol.XI, Iss.3, November 1999). Als auteur geeft hij wel “Merle Haggard” op (de countryzanger), we hopen dus dat hij met de rest van zijn gegevens wel een beetje zorgvuldiger omspringt…
Haggard schreef nog twee vervolgen op “She”. Het eerste daarvan was “The Return of She” (**) in 1905, waarin Leo Vincey en Horace Holly Ayescha terugvinden ergens in het Himalaya-gebergte en dan wel in de vorm van het afzichtelijke oude besje dat ze op het einde van “She” is geworden. Maar als Leo/Kallikrates haar zelfs in deze gedaante zijn liefde opdraagt boven alweer een nieuwe Amenartas (deze keer met de naam Athene) dan wordt zij door de Godin (in wier opdracht zij destijds Kallikrates van Amenatras moest afweken) opnieuw gezegend met een bovenaards mooi lichaam. Helaas is dit “bovenaardse” in dit geval wel heel letterlijk te nemen, wat voor de nodige problemen zorgt. Of zoals Athene het formuleert: “Weet dit, mijn vijandin, dat man en geest niet kunnen paren!” (p.146)
Hoe puberaal het verhaal ook is, toch slaat Haggard op het einde aan het filosoferen: “Leo Vincey, hoor nu de waarheid: dat alle dingen illusies zijn, dat er zelfs geen toekomst en verleden bestaan en dat, wat geweest is en wat zijn zal reeds eeuwig is. (…) Weet ge dan niet, dat deze wereld feitelijk één grote hel is, in welker zalen de geest van tijd tot tijd een ogenblik verwijlt, om zich dan afgetobd en opgeschrikt verder te spoeden, de vrede bejammerend, die hij gewonnen had.” (p.155/157)
In deze plechtstatige uitspraken van Ayescha kan men het oubollige taalgebruik van vertaler J.Peels (uitgeverij Scala, Rotterdam, 1977) overigens misschien nog goedkeuren, maar ik verzeker u dat hij dit soort taal ook in gewone dialogen hanteert (en om het geheel af te ronden voegt hij er zo nu en dan zelfs een dt-fout aan toe).
Daarna was er ook nog “Wisdom’s daughter” in 1923. Beide spinoffs kenden evenwel terecht veel minder succes en werden dan ook niet verfilmd.
60 cleopatra door rider haggardHaggard schreef ook nog andere romans zoals “Ella” of “Cleopatra”, die ik nog niet heb gelezen, maar die allebei wel een zeer erotische kaft meekregen. (Daarbij dient echter wel aangestipt dat ook spinoffs van Allan Quatermain-verhalen een erotische kaft krijgen, terwijl het originele verhaal eigenlijk toch een soort van jeugdboek is?)
Het lijdt bijna geen twijfel dat “She” de inspiratie was voor Pierre Benoit om “L’Atlantide” te schrijven dat zich eveneens afspeelt in Afrika, maar dan iets noordelijker. Toch is het hoofdpersonage blank. Dat draagt dan weliswaar bij tot de “onverklaarbaarheid” en daardoor tot de “vergoddelijking” van het fenomeen, maar toch is het, net als bij “Tarzan” van Rice Burroughs bijvoorbeeld, eveneens een voorbeeld van latent racisme. Het beklemtoont de superioriteit van het blanke ras wat kracht (bij “Tarzan”) of wat schoonheid (bij “L’Atlantide” en “She”) aangaat (***).
Bij Haggard is dit racisme zelfs niet louter “latent”, al worden de meest kwetsende passages wel in de mond gelegd van de knecht Job en natuurlijk niet van de heren uit de upper class. Elementary, my dear Watson!
Maar ja, wat mag men verwachten van iemand die democratie als volgt omschrijft: “We told her that real power in our country rested in the hands of the people, and that we were in fact ruled by the votes of the lower and least educated classes of the community.” (p.192)
Ook zijn “nevenverhaal”, dat eerlijk gezegd het hoofdverhaal eigenlijk overschaduwt (****), heeft een racistische ondertoon. Het volk van Kôr, dat de uitgedoofde vulkaan bewoonde, duizenden jaren voor zelfs de meer dan tweeduizend jaar oude Ayescha er terecht kwam, was – tegen alle bevindingen van Darwin in – eveneens blank.
Naast “She” is Rider Haggard zowel in de literaire als in de filmwereld vooral bekend door “King Solomon’s Mines” (1885). Dat zou ook het eerste boek zijn dat de notie van “the lost world” introduceert (*****). De eerste verfilming hiervan dateert uit 1937, de bekendste is allicht die uit 1950. Er was er ook nog één in 1985. In 1959 werd er een film gedraaid met de titel “Watusi”, maar ook dit is eigenlijk een bewerking van “King Solomon’s Mines”.
En dan is er ook nog “Stella” uit 1921. Nu zijn er wel meerdere films die “Stella” heten, maar die hebben meestal niets met Rider Haggard te maken. Deze film die dat wél doet, gaat terug op zijn werk “Stella Fregelius; a tale of three destinies” uit 1902.
Tenslotte werden er ook nog kort op elkaar twee stille films gedraaid met als titel “Jess” (1912 en 1914), die beide teruggaan op het gelijknamige werk uit 1887.
Aan zijn verblijf in Zuid-Afrika ten tijde van the Boer War hield hij eveneens een trilogie over, “Marie” (1912), “Child of storm” (1913) en “Finished” (1917), maar hiermee oogstte hij blijkbaar alleen in politieke kringen succes (vandaar zijn “knighthood”), maar populair werk is dit blijkbaar niet, het werd alleszins niet verfilmd. En dat geldt uiteraard ook voor zijn autobiografie, die een jaar na zijn dood verscheen, “The Days of my Life”. De specialist in België van het werk van Rider Haggard is overigens Robert Pourvoyeur.

Ronny De Schepper

65 ayesha van rider haggard(*) “Pronounced Assha.” (p.112)
(**) Merkwaardig genoeg werd dit boek ook uitgegeven onder de titel “Ayescha”, alhoewel She daarin deze naam eigenlijk niet draagt (ze laat zich Hes of de Heseische noemen).
(***) Al dient toegegeven dat beide auteurs zich met dergelijke opvatting in een lange rij scharen. Zelfs in de Oud-Griekse roman “Aithiopika” van Heliodoros van Emesa (derde eeuw na Christus) is de heldin blank, ook al blijkt ze uiteindelijk de dochter van de koningin van Ethiopië te zijn. Tijdens de conceptie keek haar moeder echter met zoveel intensiteit naar een afbeelding van de blanke Andromeda, dat haar dochter van de weeromstuit blank geboren werd! (Over Christus gesproken, zelfs diens voorstelling als blanke langharige hippie in plaats van als Arabische jood valt eigenlijk onder deze eeuwenlange “traditie”.)
(****) Persoonlijk kan ik maar niet begrijpen waarom hij zoveel energie steekt in de minutieuze beschrijving van een beschaving en een landschap, die enkel in zijn geest bestaan. Maar ja, zo zijn er nog wel meerdere onverwachte topics bij Haggard. Zo laat hij Ayescha (die hij voor de rest toch als een meedogenloze despoot afschildert) zich tot het vegetarisme bekeren: “I would that I could teach thee to eat naught but fruit, Kallikrates, but that will come after thou hast washed in the fire. Once, I too, ate flesh like a brute beast.” (p.198)
(*****) Het gelijknamige boek van Arthur Conan Doyle dateert pas uit 1912 en zal de notie enigszins ombuigen naar een wereld waarin mens en dinosauriër cohabiteren. Een gegeven dat wetenschappelijk gezien uiteraard onmogelijk is, maar dat ook reeds voorkwam in “Naar het middelpunt der aarde” van Jules Verne uit 1864. Films of boeken over verloren gegane paradijzen daarentegen (laten we zeggen: de “hemel” tegenover de “hel”) gaan nadien eerder terug op “Lost horizon” van Frank Capra (1937), naar het boek van James Hilton uit 1933, dat ervoor zorgde dat de benaming Shangri-la voor dergelijk paradijs zelfs in de woordenboeken een plaats kreeg.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.