Het is vandaag 210 jaar geleden dat de fameuze Markies de Sade is overleden…

In februari 2001 ging in Arca “God van Morgen” in première, een muziektheatervoorstelling van Brecht Callewaert en componist Tom Van der Schueren met Fabrice Delecluse, Maaike Cafmeyer en Els Deventer die een ode wilde zijn aan de Markies de Sade. De biografie van de Sade en een aantal beschouwingen errond heb ik ontleend aan de perstekst die toen is verspreid.
Donatien Aldonse (zijn tweede naam wordt per vergissing als Alphonse ingeschreven) François, markies de Sade wordt geboren in het Parijs van 1740. Als telg van een oude, adellijke familie had hij het leven van een God in Frankrijk kunnen hebben maar zijn natuur, zoals hij zelf zegt, koos een ander lot.
De jonge markies krijgt nauwelijks aandacht van zijn ouders, graaf en gravin de Sade, en wordt op vijfjarige leeftijd toevertrouwd aan zijn oom, de abt van het klooster van Ebreuil in de Provence. De abt was een overtuigd libertijn die geregeld orgieën organiseerde. Ongetwijfeld inspireerde deze periode het latere werk van Donatien.
In het jezuietenklooster van Harcourt voltooit de Sade zijn middelbare studies waarna hij het leger instapt. Zijn militaire carrière wordt stopgezet, wanneer hij in 1963 met de niet bepaald knappe Renee Pelagie Cordier de Launay de Montreuil, oudste dochter van een vooraanstaande en vermogende familie, huwt. Hoewel de Sades liefde uitgaat naar de jongste dochter, onderwerpt hij zich aan de wil van zijn vader om zo het risico te worden onterfd te ontlopen. Of dit verhaal de voornaamste oorzaak is geweest van de Sades zedenverval kan niet worden gezegd. Wat wel kan worden gezegd is dat de Sade vanaf 23‑jarige leeftijd zijn leven siert met verdenkingen van ontuchtige handelingen waarvoor hij uiteindelijk een groot deel van zijn leven in de gevangenis zal belanden.
In de gevangenis zal de Sade het grootste deel van zijn oeuvre schrijven. In zijn werk koppelt hij zijn tomeloze verbeelding aan een eigenzinnige moraal. Uiteindelijk stelt hij alleen mens en natuur gelijk, en in de natuur bestaan geen (zedelijke) normen: goed en kwaad zijn er evenwaardig. Het enige wat de natuur oplegt, is het bereiken van het hoogstpersoonlijke genot, meteen ook het uitgangspunt en streefdoel van de Sade. Aan dat doel wordt iedereen en alles onderworpen.
Markies de Sade wordt voor de eerste maal veroordeeld tot een gevangenisstraf in Vincennes in 1763, op verdenking van mateloze ontucht. Twee weken later tekent Lodewijk XV zijn ontslag uit deze gevangenis.
In 1767 overlijdt graaf de Sade, met als enige erfgenaam de markies. Een jaar later wordt Louis‑Marie geboren, de Sades oudste zoon. In hetzelfde jaar ontmoet hij Rose Keller die hij meetroont naar ‘une petite maison’ om haar daar seksueel te gebruiken en te mishandelen. Rose slaagt erin te ontkomen en dient een aanklacht in. De markies wordt voorwaardelijk vrijgelaten en mag kasteel La Coste niet verlaten. Tussen 1769 en 1771 wordt hij vader van een tweede zoon Donatien‑Claude‑Armand en een dochter Madeleine Laure. De Sade wordt negen dagen vastgehouden wegens grote schulden. In 1772 neemt hij zijn intrek in een hotel in Marseille, waar hij het zoveelste schandaal veroorzaakt. Behalve meisjes te willen geselen en onder meer anaal te gebruiken, geeft hij hen anijspillen waarvan ze ziek worden. Hij wordt ter dood veroordeeld en in het fort Miolans gevangen gezet, maar weet al snel te ontsnappen.
In het jaar 1774 bevindt hij zich opnieuw op kasteel La Coste maar hij kan zich niet rustig houden. De schandalen volgen elkaar op. Na zijn arrestatie in 1777 zit hij zeven jaar opgesloten in Vincennes.
Tijdens zijn gevangenschap wordt hij voortdurend gekweld door de vraag wanneer hij zal worden vrijgelaten en hij reageert geïrriteerd op de antwoorden die hij van zijn vrouw krijgt. Wanneer zijn vrouw hem probeert duidelijk te maken dat het vanwege zijn denkwijze is dat hij zolang wordt vastgehouden schrijft hij: ‘Wat kan mij dat schelen? Mijn denkwijze is de vrucht van mijn overpeinzingen, ze hangt samen met mijn leven, mijn persoonlijkheidsstructuur. Ik heb het niet in mijn macht hierin verandering te brengen. Ik verklaar openlijk dat er met mij niet over vrijheid te praten valt als ik die terugkrijg op voorwaarde dat ik mijn principes opgeef.’
De komende jaren in Vincennes leest de Sade veel, hij schrijft brieven en ‑ zonder veel succes ‑ toneelstukken. In 1784 wordt hij naar de Bastille gebracht waar hij op 22 oktober 1785 zal beginnen aan zijn meest ambitieuze werk ‘De 120 dagen van Sodom’. Achteraf blijkt ‘De 120 dagen’ het moederwerk te zijn van waaruit al zijn latere werk is geboren. Maar niet iedereen denkt er zo over: “Ik moet na lezing de mening bijtreden dat de Sade de meest overschatte auteur is in de wereldliteratuur.” (Guido van Meir in Humo)
12 juli 1789 Omdat hij via de regenpijp de bevolking had opgeruid met verzonnen verslagen van martelingen en executies, wordt de markies de Sade (naar verluidt naakt) overgebracht naar het krankzinnigengesticht van Charenton.
14 juli 1789 Bij de bestorming van de Bastille gaat het handschrift van “Sodom” verloren. De laatste hoofdstukken waren enkel nog maar schetsmatig aangegeven. Het manuscript zal pas na de dood van de Sade opnieuw opduiken.
Na de Revolutie wordt de Sade enkele jaren vrijgelaten. Verwoede pogingen om het te maken in de toneelwereld lopen op niets uit. Zijn werk wordt op een fluitconcert onthaald. De Sade wordt in 1793 opnieuw gearresteerd omdat hij tegen de doodstraf pleit. Zijn houding zou de revolutionaire filosofie ondermijnen. Hij wordt aangeklaagd en berecht voor contrarevolutionaire activiteiten. Hij wordt van de ene gevangenis naar de andere gebracht en de schulden stapelen zich op.
In 1803 wordt Markies de Sade opnieuw geïnterneerd in Charenton. Dankzij de hulp van directeur Coulmier kan hij theaterstukken schrijven en mag hij ze zelfs laten opvoeren door de ‘zieken’. De gezondheid van de markies gaat snel achteruit. Bijna blind, sluit de Sade op 2 december 1814 voorgoed de ogen.
Markies de Sade, met een been in de Verlichting, met het andere in de Romantiek. Terugkeer naar de natuur, protest tegen de gevestigde orde, aanbidding van het vrouwelijke, vrijheid boven alles, geloof in de natuurlijke goedheid van de mens, kortom de Romantiek. Toch zal deze beweging, die gebaseerd is op vrijheid, zich onvermijdelijk aan een nog striktere orde onderwerpen, een orde aan de verbeelding ontsproten. Vrijheid schept immers nieuwe ketenen. Reactie volgt dan ook ‘snel’: wreedheid, seksuele ambiguïteit, narcisme, obsessie, vampirisme, verleiding en verkrachting maken deel uit van het gedachtengoed van de hoog‑ en laat‑romantiek. Decadentie viert hoogtij. En precies daar vinden we Markies de Sade terug.
Voor de romantici is de adoratie van de natuur onbetwistbaar; zij is de Grote en Goede Moeder. Maar de natuur aanbidden, betekent de vrouw aanbidden. Zij is geheimzinnig en superieur, is niet langer seksueel ondergeschikt aan de man en krijgt een eigen seksuele identiteit. Seks wordt een van de westerse grondprincipes.
De Sade slaat al deze romantische verwachtingen stuk: seks is geweld, gewelddadigheid de ware aard van Moeder Natuur. Toch blijft de Sade de nadruk leggen op energie, instinct en verbeelding, wat hem tot een onvervalst romanticus maakt. Maar de Sade gaat verder: hij duidt op de kloof tussen seks en emotie. Seks is macht, is agressie; seksuele relaties vervangen de sociale. Seks is in niets op voortplanting gericht. De Sade heeft een hekel aan vruchtbare vrouwen. Vruchtbaarheid is griezelig, wijst op een pact met de bloeddorstige Natuur. Het vrouwenlichaam wordt door de Sade dan ook dikwijls bespot, hij vindt het veel minder mooi als dat van een man. Hij koestert dan ook een seksueel verlangen naar sodomie als reactie tegen de overdadigheid van de scheppende Natuur; sodomie blokkeert de voortplanting. Hij blijft zoeken naar een bevrijding van zijn vrouwelijke oorsprong. ‘Moeder’ Natuur wordt Sades meest verheven vrouwelijk personage. Ze is een duivelse godin: ‘Wreedheid is natuurlijk.’ (La philosophie dans le boudoir, 1795). Ze is het begin en einde van alle dingen.
Sade maakt van seks de nieuwe religie, de nieuwe basis van de samenleving. Zo maakt hij komaf met goddelijke en burgerlijke wetten maar installeert onmiddellijk een nieuwe structuur: de hiërarchie van sterken en zwakken, van meesters en slaven. Deze hiërarchie heeft niets te maken met sociale conventies, de zwakke is niet noodzakelijk de vrouw. Toch worden Sades sterke heldinnen steeds vermannelijkt door hun zonderlinge levenskracht, een energie die in zijn ogen enkel mannelijk kan zijn.
De Sades grootste erogene zone is de geest; hij creëert er een eigen wereld van nieuwe sensaties en nieuwe schepselen, een wereld waar verlangens onmiddellijk worden bevredigd. In zijn romans krijgt de menselijke verbeelding een beslissende rol. Deze verbeelding overtreft steeds de natuur die het niet kan opnemen tegen de scènes van geweld die door de fantasie worden getekend. De vulkaan is het enige natuurelement die de menselijke fantasie in kracht kan evenaren of misschien zelfs overtreffen. De vulkaan, spiegel en leermeester, blijkt dan ook een belangrijke inspiratiebron voor zijn vele romans. Hij vond er het bewijs voor zijn natuuropvatting want nergens anders toonde de onberekenbare en onverschillige Natuur zo duidelijk haar ware gezicht; ze schenkt slechts haar gaven om ze later op wredere wijze te ontnemen. Wreedheid is dan ook een van onze meest elementaire driften.
De markies de Sade (alhoewel hij paradoxaal genoeg zelf eigenlijk eerder masochist was) is samen met Leopold von Sacher Masoch met zijn “Venus im Pelz” uiteraard de “naamgever” geworden van het sadomasochisme. Beide schrijvers interesseren mij echter maar matig (Masoch) tot helemaal niet, integendeel zelfs (Sade). Mijn eigen belangstelling is terug te voeren op mijn collegetijd. Niet dat er daar nog lijfstraffen werden gegeven, zoals op sommige Engelse scholen het geval was (alhoewel op de knieën zitten ook ferm pijn kan doen; ik herinner me nog altijd de vernedering toen ik huilend moest toegeven dat ik het niet langer kon uithouden), maar de absolute afwezigheid van vrouwen en/of meisjes maakte opgroeiende pubers natuurlijk razend benieuwd naar dat mysterieuze andere geslacht.
En precies op die ontvankelijke leeftijd kreeg ik van een oudere klasgenoot twee werkjes in handen gestopt, “L’Atlantide” van Pierre Benoit en “She” van Rider Haggard, waarin een mysterieuze vrouw een zodanige aantrekkingskracht uitoefent op mannelijke passanten, dat ze bereid zijn de grootste vernederingen te ondergaan om in haar gunst te komen. Ze zullen zelfs niet terugschrikken voor moord en doodslag als het erop aankomt rivalen uit de weg te ruimen.
Deze vrouwen, respectievelijk Antinea en Ayscha, genieten een soort van goddelijke status, waarbij geïnsinueerd wordt dat ze over het geheim van de eeuwige jeugd beschikken. En er wordt trouwens nog veel meer geïnsinueerd, want beide werken zijn ontstaan bij het begin van de vorige eeuw. Wat maakt dat er dus weinig plaats is voor expliciete beschrijvingen, maar precies daardoor is het vreselijk intrigerend wat er zich wel allemaal achter de wanden van hun paleizen zou kunnen afspelen…
De illustrator van de sixties-uitgave, waarover ik beschikte, lichtte alvast een tipje van de sluier op, om het met een goedkope woordspeling te zeggen.
Ook “De Vrouwenclub” van Isaac Faro is erg van belang geweest, denk ik, omdat ik dit boek eveneens op deze erg “ontvankelijke” leeftijd heb gelezen. Hier wordt immers het thema bespeeld van een man overgeleverd aan de willekeur van meerdere vrouwen.
EROTIEK OF PORNOGRAFIE?
Over SM is nog steeds heel wat te doen. Het is als het ware een exponent van de eeuwige discussie: is dit alles nu erotiek of pornografie?
Uiteraard is dit respectievelijk een positief en een negatief begrip, zoveel is duidelijk, maar waarop dit dan al mag slaan is al veel duisterder. Op de literaire kwaliteit? Op de beschreven toestanden?
In beide gevallen speelt de tijd alleszins een belangrijke rol. Als we onze christelijke beschaving als uitgangspunt nemen, dan zien we een steeds grotere tolerantie ontstaan en dus wordt meer en meer literatuur, die eerst als pornografisch werd gebrandmerkt, nu erotisch genoemd.
Tegelijk heeft dit vaak voor gevolg dat men ook de literaire kwaliteiten ervan hoger gaat inschatten, denken we hierbij op de eerste plaats maar aan de erkenning die markies de Sade de jongste tijd te beurt valt. Opvallend hierbij is dat men in een eerste stadium nog abstractie maakte van zijn meer “pornografische” werken, maar dat men nu ook al ongedwongen “De 120 dagen van Sodom” als een literair meesterwerk gaat beschouwen.
Baanbrekend werk hiervoor is alweer verricht door een vrouw: Annie Le Brun. Typisch is ook wel dat mevrouw Le Brun zich in een ander boek (“Lâchez tout”) tegen het doctrinaire feminisme heeft gekeerd en dat ze net als alle andere erotische schrijfsters bij het surrealisme aanleunt. Dit dan met haar gedichten, want bij mijn weten heeft ze nog geen eigen erotische roman afgeleverd, al heeft ze wel een als briljant omschreven studie van de “gothic novel” (de griezelroman) geschreven, die de veelzeggende titel “Les châteaux de la subversion” meekreeg.

Ronny De Schepper

(*) In 1970 werd dit boek overigens onder zijn eigen naam heruitgegeven bij Gallimard in de reeks L’Imaginaire n°290.
(**) Zeer merkwaardig is ook de tekst van een Frans hitje van Hervé Vilard, zijn eigen vertaling van het Italiaanse “Storie di tutti i giorni” van Riccardo Fogli, wat we in ons taalgebied kennen als “Dromen zijn bedrog” van Marco Borsato. Hervé Vilard zingt dus in “La vie est belle, le monde est beau”: “Laissez-moi vivre une histoire d’O pour atteindre les sommets du Kilimandjaro”…

Selectieve bibliografie
“The Marquis de Sade, a biography and a note of hope” van Robert del Quiaro uit 1994 (Messidor Books).
“Het seksuele masker” van Camille Paglia uit 1993.
“De reis naar de vulkaan” van J. Von der Thusen uit 1996.
D.A.F. de Sade , Aforismen, Nederlandse bewerking van F. J. Schmit en A.C. Niemeyer, Rotterdam, 1990.
Krista Beinstein, “Abenteuer einer Masochistin”, een onderdeel uit het boek “Im Rausch der Triebe” (Verlag Claudia Gehrke, 1989).
Pat Califia, “Macho sloeries”.
Diverse, “Spelen met erotiek, speelse SM-verhalen door lesbische vrouwen”.
Florence Dugas, “Het evangelie volgens Eros”, 2001.
Vanessa Duriès, “Le Lien”, Ed.Spengler. Nederlandse vertaling: “De leiband”.
Annick Foucault, “Françoise Maîtresse”.
Marilyn French, “Dagboek van een slavin”.
Linda Jaivin (zoals ze voorkomt in de voorstelling “Eet me” van Miet Braem uit 1999).
Marco Kamphuis, “Tamara” (Kwadraat, 1999).
Alfred Kossmann, “Martelaar voor een dagdroom” (over Sacher-Masoch, 1963).
Caroline Lamarche, “La nuit l’après-midi”.
Brenda Lover, “Encyclopedia of Unusual Sex Practices” (1992).
Willem Melchior, “24/7” (2004).
Melissa Panarello (°1986), “Honderd keer een borstel door je haar halen voor je gaat slapen” (2002).
Anita Phillips, “A defence of masochism” (Faber 1998).
Amy Yamada, “Kniel neer en lik mijn voeten”.

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.