Het is al 55 jaar geleden dat de Franse schrijver Marcel Allain is gestorven…
Als tiener was ik fan van de Fantomas-films. Of laat ik eerlijk zijn: ik was zot van Mylène Demongeot. Onlangs heb ik de films teruggezien en de grootste ontgoocheling was precies Mylène. Ik vond ze helemaal niet sexy. Wat moet ik nog groen geweest zijn in die tijd!
Maar goed, het personage van Mylène Demongeot (namelijk het lief van journalist Jerome Fandor) komt helemaal niet voor in de boeken van Marcel Allain, of althans toch niet in het boek dat ik in handen heb gekregen (Fantômas rencontre l’amour, 1946). Zij is dus zeker niet het voorwerp van l’amour, die Fantomas zo kwetsbaar maakt. Dit late boek (het voorvoorlaatste) is ook nooit verfilmd, niet in de oertijden van de Franse film (omdat het toen uiteraard nog niet bestond), maar ook niet in de jaren zestig omdat de reeks na drie films werd onderbroken wegens ruzie tussen Jean Marais (Fandor, maar ook soms Fantomas) en Louis de Funès (commissaire Juve). Om Louis de Funès de kans te geven zijn hilarische driftbuien uit te leven, weken de scenaristen immers heel erg af van het origineel, waarin Juve integendeel zeer intelligent is, bijna de gelijke van de onovertroffen Slechterik Fantomas. Kortom, zowat halverwege de roman zag ik het niet meer zitten. Dit was het niveau van een jongensboek en dan nog niet eens een goed jongensboek!
Marcel Allain werd geboren in Parijs, als zoon van een doctor in de rechten en de geneeskunde. Hij zal advocaat van opleiding worden, zoals veel populaire romanschrijvers, en een bachelor in de kunsten. Hij werd eerst aangenomen als secretaris en notarisklerk, banen die hij opgaf om journalist te worden, wat ertoe leidde dat hij door zijn vader eruit werd gegooid. Vervolgens werd hij opgenomen door Pierre Souvestre, een bekende journalist en schrijver. Onder het pseudoniem Alain Darcel publiceerde hij een eerste detectiveroman, getiteld Les Mystères du métro (1916), werd vervolgens de “ghostwriter” van Souvestre, voordat hij samen met hem toneelstukken en romans schreef. Vanaf 1911 schreef hij Fantômas, een populaire serie in tweeëndertig delen.
Zijn verhalen zijn gebaseerd op een serieel model met terugkerende helden, een erfenis van de serieromans uit de 19e eeuw, in navolging van Paul Féval of Ponson du Terrail, waarbij elk deel een compleet verhaal vormt met een hectisch tempo. Daarmee trok dit excentrieke aspect van zijn werk de belangstelling van de surrealisten.
Hij schreef meer dan vierhonderd andere werken die alle genres van populaire romans bestrijken (sentimentele romans, detectiveromans, avonturenromans, sciencefictionromans), waaronder de reeks spionageverhalen met Naz-en-l’air als held, nog steeds met Souvestre. Na diens dood trouwde hij op 27 september 1926 met Henriette Kistler, de partner van Pierre Souvestre. Zij stierf in 1956.
Allain schreef nog de series Tigris (1928-1950), Fatala (1930-1931), Miss Téria (1931), Dix Heures d’Angoisse (1932-1933), Férociâs (1933), Les Drames ignorés (1937-1938), David Dare (1938-1941) en Le Commissaire Boulard (1956-1957), waarvan er verscheidene geheel of gedeeltelijk zijn geschreven door de literaire ghostwriters Emmanuel Clot, Edmond Mery, Picart-Armanville… Hij is ook geïnteresseerd in film, stripverhalen en nieuwe technieken, waaronder de auto die hem fascineerde (hij had een garage).
Marcel Allain stierf op 25 augustus 1969 in Saint-Germain-en-Laye. Volgens zijn wensen had zijn begrafenis in de meest strikte privacy plaats op 29 augustus op de begraafplaats Père-Lachaise.
Ronny De Schepper (op basis van Wikipedia)
