Het is vandaag al twintig jaar geleden dat de Franse acteur Jean Marais is overleden.

Jean Marais is het meest bekend geworden door de film La Belle et la Bête uit 1946, geregisseerd door zijn mentor en minnaar Jean Cocteau (foto). Merkwaardig genoeg was Jean Marais zeer enthousiast over de rol. Men had het tegendeel kunnen vermoeden omdat hij een minderwaardigheidscomplex had, zowel over zijn uiterlijk als over zijn verstandelijke vermogens. Later zal hij het zich misschien wel hebben beklaagd, want door de aandacht die de make-up afdeling aan zijn uiterlijk moest besteden (telkens drie uur voor zijn gezicht en een uur voor elke hand), mocht hij zich in de loop van de dag niet ontschminken. Maar de omvang van de maquillage stelde hem ook niet in staat om het hoofd te buigen, zodat hij door zijn tegenspeelster Josette Day (die was aangebracht door Marcel Pagnol) diende te worden gevoed met een lepeltje.
Dat minderwaardigheidscomplex gaat wellicht terug op zijn jeugd. Toen hij geboren werd, wilde zijn moeder hem niet zien, omdat haar enige dochter een paar dagen eerder was gestorven. Toen zijn vader uit de dienst in het leger terugkeerde, was Jean al vijf jaar oud. Niet lang hierna stuurde zijn moeder haar drie kinderen naar hun grootmoeder waar ze opnieuw zonder vader opgroeiden. Hij droomde er al vanaf zijn kindertijd van om acteur te worden, maar hij werd tweemaal afgewezen door de toneelschool en ook niet door zijn familie aangemoedigd. Na als een meisje verkleed te zijn geweest om zijn vrienden te vermaken en te hebben geflirt met een (mannelijke) leraar, werd hij op de koop toe van school gestuurd.
Daarna werkte hij onder meer als assistent van een fotograaf en kon hij acteerlessen nemen bij de grote “metteur-en-scène” Charles Dullin. Om de lessen te kunnen betalen, nam hij allerlei bijrolletjes bij het theater aan. Het was vermoeiend werk, maar Marais was gelukkig om uiteindelijk in de wereld van zijn keus te zijn. Eén van de producties waarin hij verscheen, Les Parents Terribles, werd jaren later verfilmd met hem in de hoofdrol. In het begin kreeg hij rollen vooral omdat hij er goed uitzag, maar hij ontwikkelde zich toch als acteur.
Zijn vroege interesse voor schilderen, iets wat hij overigens bleef doen zijn hele leven lang, gaf hem de eerste kans om in een film op te treden. Filmregisseur Marcel L’Herbier kocht in 1933 een van zijn schilderijen en gaf hem vervolgens kleine rolletjes in meerdere films.
Op zijn vierentwintigste ontmoette hij dan eindelijk de dichter Jean Cocteau, die Marais’ carrière als acteur voor goed lanceerde door hem eerst een rol in Oedipe-Roi in 1937 te geven en vervolgens als Galahad in Les Chevaliers de La Table Ronde. Op een gegeven moment vroeg Marais aan Cocteau naar een toneelstuk dat hem nog meer bekendheid kon geven en dat wer dan L’Éternel retour.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog bleef Marais in de filmindustrie en op het toneel werken terwijl de Duitse troepen Frankrijk bezetten. Nadat de geallieerden Parijs bevrijdden in augustus 1944, ging hij bij de Tweede Franse Pantserdivisie en vervoerde hij als vrachtwagenchauffeur brandstof en munitie naar het front. Hij kreeg hiervoor later het Croix de Guerre.
De grootste successen behaalde Marais op het toneel in klassieke rollen, maar op het witte doek werd hij als de romantische hoofdrol in spannende avonturenverhalen gecast. Brigitte Bardot is in 1955 te zien in “Futures vedettes” van Marc Allegret. Men zou kunnen zeggen: nooit was een filmtitel beter gekozen, maar wie heeft er bijvoorbeeld ooit nog van Isabelle Pia gehoord? De haan in dit kiekenkot was Jean Marais, terwijl hij zich wellicht eigenlijk beter thuis voelde in “Le bossu” van André Hunebelle uit 1959, waarbij hij Bourvil als sidekick krijgt toegewezen. Sabine Sesselmann speelt (weinig overtuigend overigens) zowel moeder Isabelle de Caylus als dochter Aurore de Nevers. Als dochter wordt ze al even ongeloofwaardig verliefd op de man die haar als een vader heeft opgevoed, Jean Marais dus. Ook van Marais straalt geen straaltje liefde of erotiek af, maar dat komt wellicht wegens zijn geaardheid van nature met daarbij gevoegd de voortschrijdende leeftijd. Toch wordt in de “Fantomas”-reeks van Edouard Molinaro een nóg ouder wordende Jean Marais gekoppeld aan Mylène Demongeot, het prototype van het domme blondje.
Wat weinig geweten is, dat is dat Jean Marais ook aan de basis ligt van de fameuze Beatle-haarsnit. In Hamburg maken The Beatles namelijk via Klaus Voormann (die later de hoes van “Revolver” zou ontwerpen) kennis met Astrid Kirchherr. Astrid meet haar vrijer, bassist Stu Sutcliffe namelijk een nieuw kapsel toe dat sprekend lijkt op dat van haar vorige vrijer, Klaus Voormann. Zij had hem immers zo geknipt omdat zij als “Exis” (existentialisten) fans waren van de films van Jean Cocteau en in één van die films loopt Jean Marais er met zo’n lang uitgevallen pagekopje bij. De andere Beatles lachen hem aanvankelijk uit, maar als ze een tweede keer naar Hamburg terugkeren, nadat ze er eerst waren uitgegooid omdat George nog minderjarig was, heeft de jonge, en dus beïnvloedbare, George Harrison zijn haar reeds zo geknipt en even later volgen dan ook John Lennon en Paul McCartney.
In 1970 is Jean Marais nog eens te zien in de sprookjeswereld van Jacques Demy voor “Peau d’âne” naar het gelijknamige sprookje van Charles Perrault. Ondanks het sprookjesachtige decor (met blauw- en roodgeverfde dienaars en paarden) is het tegelijk een illustratie van het amorele van vele sprookjes. Niet alleen wordt hier toch wel heel oppervlakkig omgegaan met een serieus gegeven als incest (een koning, gespeeld door Jean Marais, heeft zijn overleden gemalin beloofd slechts opnieuw te zullen huwen met een vrouw die even mooi is als zijzelf; dat blijkt dan zijn eigen dochter te zijn…), ook de eisen die de prinses (Catherine Deneuve) op aangeven van de fee (Delphine Seyrig) stelt om aan het huwelijk te ontkomen (o.a. een ezel die geld schijt doden om zijn ezelshuid (peau d’âne) als vermomming te dragen, zijn eigenlijk extreem wreed. Toch is de lieflijke muziek opnieuw van Michel Legrand.
In 1993 werd hem een ere-César uitgereikt. Zijn laatste filmrol speelde Marais in 1996, in Stealing beauty die door Bernardo Bertolucci werd geregisseerd. In hetzelfde jaar kreeg hij het Franse Erelegioen voor zijn bijdrage aan de Franse filmindustrie. Jean Marais overleed onverwachts op 8 november 1998 in Cannes aan een hartaanval. Hij liet een geadopteerde zoon, Serge, achter, die hij evenwel uit zijn testament had geschrapt. Deze zou dit eigenlijk nooit te boven komen en zich uiteindelijk in februari 2012 van het leven beroven. Hij was toen al bijna zeventig jaar, maar volgens “son meilleur ami” was de zelfmoord wel degelijk aan de verstoorde relatie met zijn adoptievader te wijten.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.