Vandaag is het precies 170 jaar geleden dat de Amerikaanse auteur Edgar Allan Poe in Baltimore in de goot werd aangetroffen in ijlende toestand, terwijl hij steeds maar de naam Reynolds prevelde (*). Het was de laatste keer dat de schrijver in het openbaar werd gezien. Enkele dagen later (op 7 oktober 1849) overleed hij. Poe was nooit meer lang genoeg bij bewustzijn om uit te leggen hoe hij in die erbarmelijke toestand terecht was gekomen en hoe het kwam dat hij niet z’n eigen kleren droeg…

Edgar Poe werd geboren in Boston, Massachusetts, op 19 januari 1809 als zoon van reizende acteurs, Eliza Poe en David Poe Jr., die beiden overleden vóór hij drie jaar oud was. Poe werd in huis genomen door John Allan, een succesvol maar kinderloos zakenman uit Richmond, Virginia. Hij werd hierdoor wel gescheiden van zijn oudere broer en zijn jonger zusje. Poe werd niet officieel geadopteerd, maar nam Allan als z’n tweede voornaam (of eerste familienaam?) aan.
Van 1815 tot 1820 werd hij opgevoed in Engeland. In 1826 schreef hij zich in aan de Universiteit van Virginia, maar bleef daar slechts een half jaar. Hij was immers beginnen drinken en gokken, kon zijn vele schulden niet meer betalen en werd weggestuurd. In 1827 liep Poe weg bij de Allans en ging hij bij het leger. Daar werd hij ontslagen wegens opzettelijk plichtverzuim.
Daarna ging hij bij zijn grootmoeder (langs vaders kant), zijn tante, Mrs Maria Clemm, en zijn nichtje, Virginia Clemm, wonen in Baltimore, Maryland. In 1836 trouwde hij met Virginia, die op dat ogenblik 13 jaar oud was (eat your heart out, Jerry Lee Lewis!). Hij begon te werken als redacteur en literair criticus en zou in 1843 zelfs worden voorgesteld aan de Amerikaanse president. Poe had zich voor de audiëntie een beetje moed ingedronken en was uiteindelijk te dronken om de president te ontmoeten…
Poe schreef ook verhalen en gedichten, maar met matig succes. Pas met de publicatie van zijn gedicht “The Raven” in 1845 begon hij literaire erkenning te krijgen.
In 1838 had hij toen al zijn enige roman geschreven “The narrative of Arthur Gordon Pym of Nantucket”. Ik vond het boek als jongeling in de bibliotheek van mijn tante Nelly en kon haar overhalen het me cadeau te geven. En ik schreef toen de volgende samenvatting: “Een jongeman, Pym, heeft een vriendje, Augustus Barnard, wiens vader een schip bezit, de Grampus. Wanneer dit schip op walvisvaart gaat, wordt Gorden als verstekeling meegenomen door Augustus. Terwijl hij in het ruim verborgen zit, speelt er zich aan dek een verschrikkelijke muiterij af, waardoor er nog slechts enkele overlevenden zijn. De leider is Dirk Peters, een schrikaanjagende halfbloed. Na het vergaan van de Grampus, blijven Peters en Pym nog alleen over en ze verdwijnen in een geheimzinnige mist van een merkwaardige poolzee.”
Het was vooral dat beklemmende einde dat me is bijgebleven. Later zou ik ontdekken dat vele eilanden in de realiteit maar vooral in de verbeelding van vele schrijvers in mist gehuld zijn. Ik denk aan een aantal verhalen die Boudewijn Büch heeft opgetekend in zijn “Eilanden”-boeken, maar vooral natuurlijk aan het verhaal van King Kong…
Daarnaast heb ik ook nog de andere scènes genoteerd die me vooral aanspraken: “Het verblijf van Pym in het ruim. De doodstrijd van de Grampus. Het langsvaren van het zogenaamde dodenschip.”
Die samenvatting en die opmerkingen heb ik destijds op een schrijfmachine ingetikt, maar er staat in de marge ook een aantekening in stylo: “De moord op Richard Parker heeft in gelijkaardige omstandigheden in 1884 effectief plaatsgevonden” (met drie uitroeptekens). En daarmee kreeg Edgar Allan Poe naar het schijnt ook een plaatsje op de fameuze cover van de Sgt.Pepper’s-elpee van The Beatles.
Bovendien had ik ook nog een kritische opmerking ingetikt: “Inconsequentie: Pym had een hond bij en die verdwijnt na driekwart van het verhaal, zonder dat daarvoor een reden wordt opgegeven.”
In 1847 overleed Virginia aan tuberculose. Na haar dood begon Poe de strijd tegen drank en drugs te verliezen, in 1848 probeerde hij zelfmoord te plegen. In het daaropvolgende jaar verdween hij gedurende drie dagen en vond men hem ergens in de goot in de straten van Baltimore in ijlende toestand terug. Enkele dagen later (op 7 oktober 1849) overleed hij. Poe was nooit meer lang genoeg bij bewustzijn om uit te leggen hoe hij in die erbarmelijke toestand terecht was gekomen en hoe het kwam dat hij niet z’n eigen kleren droeg.
Degene die als eerste zijn verzameld werk zou uitgeven, een zekere Griswold, schreef over Poe’s dood: “Eergisteren is Poe overleden in Baltimore. Dit nieuws zal velen verrassen, maar onder hen zullen er weinigen zijn die erom zullen treuren.” This unfavorable obituary was first published in the October 9, 1849 issue of the New York Tribune. Additionally Griswold wrote a biographical article about Poe painting him as a depraved, drunk, drug-addled madman. Writers Ben Livingston and Hannah Shakespeare of the movie “The Raven” wrote Griswold’s fictional death scene based upon “The pit and the pendulum” as revenge. After Poe’s death, Griswold claimed to be Poe’s literary executor promising to share any profits with Poe’s family which he did not. However, he attempted to destroy the author’s reputation. Much of what he wrote were half-truths and outright lies, parts of it were lifted almost verbatim from Edward George Bulwer-Lytton’s The Claxtons and his description of the fictitious Francis Vivian. Griswald also claimed he had proof in the form of some of Poe’s letters. These were later found to be forgeries. Griswald’s mendacious portrayal of Poe appeared in biographies about him for the nearly two decades and formed most people’s impression of the man.

DETECTIVEROMAN
Volgens onderzoek van de Amerikaanse auteur Matthew Pearl zou Poe overleden zijn aan de gevolgen van een hersentumor. Pearl schreef eerder “The Poe Shadow”, waarin hij in de vorm van een historische detectiveroman de dood van Edgar Poe beschreef. Met zijn kortverhaal “The murders in het Rue Morgue” (1841) had Edgar Allan Poe immers een aantal beginselen van het detectivegenre vastgelegd, waarvan nadien zelden werd afgeweken.
In “The murders in the Rue Morgue” worden twee alleenstaande vrouwen op bijzonder gruwelijke wijze vermoord. Alles was echter langs binnen afgesloten en de moordenaar(s) schijnt (schijnen) ook allerlei talen tegelijkertijd te hebben gesproken, want niemand raakt er wijs uit. Wie het verhaal nog moet lezen, raad ik aan hier te stoppen met lezen, want ik ga de oplossing weggeven (het verhaal is immers bekend genoeg). Detective Auguste Dupin komt er immers achter dat de moorden werden gepleegd door een dolgeworden aap.
Die “typische beginselen” die in het verhaal aan bod komen zijn: (1) niet de misdaad maar de opheldering ervan staat centraal; (2) de detective lost het op dankzij een logische redenering; (3) hij legt het uit aan een minder briljante medewerker (bij Poe is dit het ik-personage, maar later worden die “klankborden” even beroemd als de detective zelf, denk maar aan de Watson van Sherlock Holmes, de Hastings van Hercule Poirot, de Flambeau van Father Brown of de Lapointe van commissaris Maigret).
Alhoewel er in Parijs helemaal geen Rue Morgue bestaat, was dit voldoende voor de chauvinistische Fransen om Poe (die nooit een voet in Frankrijk heeft gezet) te adopteren. Dat had natuurlijk ook te maken met het feit dat hij op een wel heel bijzondere vertaler kon rekenen, namelijk Charles Baudelaire.
Daarnaast heeft Baudelaire ook een biografie van Edgar Poe geschreven die aan geen kanten betrouwbaar is. Enerzijds omdat hij zich baseerde op Amerikaanse bronnen die zelf al onwaar waren (maar dat kon hij niet weten), anderzijds schroeft hij juist die onwaarheden op, omdat hij in Poe kost wat kost een poète maudit wilde zien. Zo beschrijft hij o.a. Poe’s deelname aan de Grieks-Turkse oorlog die (voor hem) eindigt in een gevangenis van Sint-Petersburg. Niets van aan dus. Buiten die jeugdjaren in Engeland heeft Poe de V.S. nooit verlaten!
Hij is dus ook nooit in Nederland geweest, al laat hij een paar verhalen zich daar afspelen. Zo o.m. “Het onvergelijkelijke avontuur van een zekere Hans Pfaall” dat Rotterdam als achtergrond heeft. Er werd daar namelijk een… UFO waargenomen! (Het bleek uiteindelijk om een ballon te gaan “die geheel uit vieze kranten was vervaardigd”.)
Voor “De duivel in de belfroot” heeft Poe zelfs niet eens de moeite gedaan een bestaand Nederlands stadje tot onderwerp te kiezen. Hij laat dit verhaal zich immers afspelen in Vondervotteimittiss. Dat trekt uiteraard op geen kanten op Nederlands. Het is eerder een soort van Duitse schrijfwijze van “(I) wonder what time it is”.
Toch is het even verkeerd om (zoals Willem Frederik Hermans doet) te trachten te ontkennen dat Poe tot de romantiek zou behoren. Zijn voorbeelden waren immers Charles Brockden Brown (de eerste Amerikaanse romanschrijver), E.T.A.Hoffmann, Philip Freneau (“The house of night”), Nathaniel Hawthorne (“The Scarlet Letter”) en Edward Bulwer-Lytton (“The Last Days of Pompei”). Prof.Willem Schrickx vatte Poe’s filosofie destijds samen als “Man’s most powerful emotion is fear. And man’s most powerful impulse is self-preservation”.

GRIEZELVERHALEN
Edgar Allan Poe was dan ook geobsedeerd door het fenomeen schijndood. Hij was er als de dood voor (sorry voor de ongewilde woordspeling) dat hij te vroeg zou worden begraven. Iets wat in de negentiende eeuw, toen men met bepaalde ziektebeelden (coma b.v.) nog niet echt overweg kon, geregeld gebeurde. Dat heeft men kunnen vaststellen aan de hand van lichamen die in een verkrampte vorm in hun kist werden teruggevonden. Blijkbaar hadden deze mensen nog verwoede pogingen gedaan om hun lot te ontlopen. In “The Fall of the House of Usher” vertrekt Poe bijvoorbeeld van een spierziekte die algehele verstijving met zich meebrengt. Ik heb het verhaal destijds in het Engels gelezen en mijn aantekeningen zijn dan ook in die taal: “It is an illustration of the concept that there are two parts in man (cfr. “the second consciousness” of spiritists and stories like ‘Dr.Jekyll and mr.Hyde’ or ‘The portrait of Dorian Gray’). The second part of Usher is embodied in his twin-sister Lady Madeleine. He wants to get rid of her and buries her prematurely. He becomes mad and (thinks?) she comes back.”
Bij “The facts in the case of Mr.Valdemar” noteerde ik zelfs: “The will to stay alive is stronger than death.”

De allereerste griezelverhalen van Edgar Allan Poe zijn echter eerder nog “puur” romantisch. Poe zette eerder zijn hallucinerende visioenen te boek en Roger Corman heeft vele ervan verfilmd. Zo b.v. “The rise and fall of the house of Usher” (USA 1960 met Vincent Price). Daarna volgde “The pit and the pendulum” (USA 1961, alweer met Vincent Price). “The raven” dateert van 1963 en ook hier is de hoofdrol weggelegd voor Vincent Price. Voor “The Tomb of Ligeia” (1964) week Corman uit naar Engeland, maar hij nam Vincent Price mee in dit huiveringwekkende maar fascinerende verhaal van een man die zijn overleden vrouw niet kan vergeten en pas hertrouwt met iemand waarvan hij denkt door de geest van Ligeia bezeten te zijn. Zoals van zovele bekende films is hier ook een pornoversie van gedraaid, weliswaar in Frankrijk, zodat de namen totaal niet meer overeenkomen. Voor wie vertrouwd is met het verhaal van Poe mag echter duidelijk zijn dat “Le Parfum de Mathilde” (Marc Dorcel, 1994) wel degelijk op “Ligeia” is gebaseerd. Hoofdactrice Draghixa Laurent (Drajica Jovanovic) mocht voor haar vertolking zelfs een “Hot d’Or” (een soort van porno-oscar) in ontvangst nemen.
In de over-the-top interpretatie van het originele “House of Usher” is niets wat het lijkt te zijn. Wanneer de huwelijkskandidaat arriveert om de hand van het mooie, jonge meisje te vragen, openen de poorten van het huis van Usher zich en kunnen de kwellingen beginnen. In dezelfde lijn is “The Pit and the Pendulum” een vlot horrorverhaal à la Poe, dat zich afspeelt vlak na de Spaanse inquisitie. Vincent Price denkt dat hij wijlen zijn vader is, de meest kwaadaardige folteraar van de bloedige inquisitie. De befaamde klok- en slingermarteling van Poe in een prachtige enscenering. In “The Raven” wijkt Corman in zekere zin af van zijn vaste horroringrediënten; hij creëert hier een grappige satire op het horrorgenre waarin de tovenaars (Vincent Price en Peter Lorre) hun machtswellustige collega Boris Karloff (jawel, de beroemde Frankenstein-vertolker van James Whale) uitdagen, met alle gevolgen van dien.
Peter Bogdanovich leerde het vak bij Roger Corman. Hij kreeg in 1968 als “zijn eerste opdracht”: twee dagen filmen met Boris Karloff, die nog voor twee dagen in het krijt stond bij Corman. Dat moest twintig minuten film opleveren. Daarnaast had Corman zelf ook nog twintig minuten film met Karloff op overschot en dan kreeg Bogdanovich nog twee dagen de tijd om met andere acteurs hierrond een verhaal te bouwen! Dat werd dan “Targets” en het scenario zag er uiteindelijk als volgt uit: op de vooravond van de première van zijn nieuwste film kondigt Byron Orlok, ooit een gevierd horror-acteur (uiteraard gespeeld door Boris Karloff), aan dat het meteen ook zijn laatste zal worden. Hij heeft immers een grote afkeer gekregen van het toenemend geweld in de samenleving. Toch stemt hij toe om de première bij te wonen. Ondertussen speelt zich elders in de stad (natuurlijk, aangezien het om een totaal andere film gaat!) een drama af: Bobby, een wapenfanaat, heeft zijn vrouw doodgeschoten en vuurt nu vanop een gastank op al wat beweegt. Hij wordt door de politie in het nauw gedreven maar slaagt erin te ontsnappen. Hij verschuilt zich achter het scherm van de drive-in bioscoop waar Orlok de eregast is… Ook voor Boris Karloff werd dit trouwens de laatste interessante rol.
Met zijn tweede film, “The last picture show”, stapte Bogdanovich in tegenstelling tot Wood echter meteen al de legende binnen. Hij deed trouwens meteen ook de hoofdactrice Cybill Shepherd binnen.Zijn eerste opdracht bestond trouwens uit twee dagen filmen met Boris Karloff, die nog voor twee dagen in het krijt stond bij Corman. Dat moest twintig minuten film opleveren. Daarnaast had Corman zelf ook nog twintig minuten film met Karloff op overschot en dan kreeg Bogdanovich nog twee dagen de tijd om met andere acteurs hierrond een verhaal te bouwen! Met zijn tweede film, “The last picture show”, stapte Bogdanovich echter meteen al de legende binnen. Hij deed trouwens ook de hoofdactrice Cybill Shepherd binnen.
Edgar Allan Poe is ook door anderen uiteraard herhaaldelijk verfilmd. “Histoires extraordinaires” b.v. was een compilatie van drie kortfilms door Roger Vadim, Federico Fellini en Louis Malle. Deze laatste nam “William Wilson” voor zijn rekening, met in de hoofdrollen Brigitte Bardot en Alain Delon. Dit waren ingehouden meesterwerkjes. Wie liever van grand guignole houdt, kan terecht bij “The black cat” (Edgar G.Ulmer in 1934, maar veel meer nog in de remake door Lucio Fulci).

Ronny De Schepper

Referentie
Willem Frederik Hermans, Vondervotteimittiss, Elsevier, 3/6/1989.

(*) Dit zal in 2012 aanleiding geven tot een film met als titel “The Raven” (alhoewel dat er verder niks mee te maken heeft) en gedraaid door James McTeigue. Scenaristen Hannah Shakespeare en Ben Livingston bedenken hiervoor dan een seriemoordenaar die volgens verhalen van Edgar Allan Poe te werk gaat. Dat zou dan die Reynolds zijn. Een interessant uitgangspunt, maar helaas veel te far-fetched om ook maar iets van geloofwaardigheid te hebben.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.