Vijf jaar geleden werd “De Pré Historie” als populairste radioprogramma aller tijden verkozen. Dat moet dus een prettige verrassing geweest zijn voor de maker van dit zondagvoormiddagprogramma, Guy De Pré, die toen op tram 6 plaatsnam. Ondertussen zijn we alweer vijf jaar verder en voor het eerst zal er deze zomer geen Préhistorie te beluisteren vallen. Benieuwd wat dit doet met een mens.

In “De Préhistorie” koppelt hij nieuwsjes uit een bepaald jaar aan de hits van dat moment. Ik luister er al “eeuwen” naar en ben nog altijd op post op zondagmorgen, ook al erger ik me (net als zovele andere muziekliefhebbers) soms aan onnauwkeurigheden. Al heb ik me vooral gestoord aan het boek dat door Guy De Pré werd uitgebracht n.a.v. de TV-reeks “De Préhistorie”. Hierover schreef ik ooit: “Guy De Pré aast zeker op een politieke carrière? Om de twee bladzijden staat zijn foto in het boek van “De Préhistorie”. En al heb ik het maar zeer diagonaal gelezen, als alle informatie even correct is als die op p.164, waar men beweert dat “op 15 maart tijdens het wereldkampioenschap wielrennen Monseré om het leven komt” dan is het klaar voor de vuilnisbak.” Ik heb dit trouwens ooit eens tegen De Pré zelf gezegd na een persvisie van een “Préhistorie” waarin hij de Olympische Spelen van Tokio in 1963 of 1965 laat plaatshebben (ik kan het me niet meer exact herinneren), maar alleszins niet in 1964, zoals het zou horen. En nochtans zou hij moeten weten dat de zomerspelen altijd plaatsvinden in een jaartal dat deelbaar is door vier.
Korte tijd daarvoor had ik nochtans een telefonisch interview met De Pré gehad in het kader van mijn muziekreeks voor De Rode Vaan, meer bepaald de jaren tachtig. Ik vond toen dat hij met een ander programma, namelijk “Funky Town”, wel zijn vinger aan de pols van de tijd had: “Oorspronkelijk was « Funky Town » een idee van een man die als stagiair tewerkgesteld was op Omroep Brabant, namelijk Ivan Hermans, een jonge kerel die eigenlijk al zijn hele leven met zwarte dansmuziek was begaan. In navolging van « Radio Cité » die toen reeds een gespecialiseerd funkprogramma hadden, vond hij dat de BRT ook best met zoiets kon starten. Producer Wim Mertens zag daar wel iets in en samen met Annemie Coppieters, Gust De Meyer en mezelf is er dan een soort van team opgericht dat in het begin elke week een drie uur en veertig minuten durend programma uitsluitend gewijd aan zwarte en slechts heel sporadisch ook blanke dansmuziek ging maken. Dat er daar in het begin protest tegen was, zoals u zegt, dat is het eerste dat ik daarvan hoor en ik vraag me dan ook af van wie die kritiek kwam, maar het enige zinnige dat ik daarop kan antwoorden is dat een programma, zelfs een muziekprogramma, samenhangt met een tijdsgeest en het is nu eenmaal zo dat in de jaren tachtig deze muziek bij een heel groot deel van vooral jonge mensen zeer sterk aanslaat. Ik denk dat het dan ook bijna de taak is van de BRT om daar voor een stuk in tegemoet te komen. Het gebeurt al vaak genoeg dat een bepaalde groep van mensen die van een specifieke muziekstijl houden op de BRT niet aan hun trekken komen, maar hier is dat gelukkig wél het geval en gezien de reacties mogen we wel stellen dat de luisteraars blijkbaar tevreden zijn met dit programma. En wat er nu zo specifiek is aan de funk van de jaren tachtig tegenover b.v. de soul van de jaren zestig ? Ik geloof dat het voornaamste onderscheid het belang van de producer is. Hij of zij is nu de belangrijkste figuur bij het maken van een plaat. We komen nu steeds meer dezelfde namen tegen van vrij jonge zwarte producers, die bijna zichzelf verhuren zeg maar om bij een heleboel artiesten de productie van hun platen te gaan doen. En natuurlijk zijn ook de technische productiemiddelen op die twintig jaar zo geavanceerd dat als je nu b.v. een plaat van James Brown uit 1965 oplegt en daarna een productie uit 1985, dan is dat een enorm verschil in klank. Anderzijds blijf ik erbij dat uit een goeie funkplaat anno 1985 nog steeds dezelfde sfeer moet te voorschijn komen als uit de soulmuziek van de jaren zestig. Dat lukt niet altijd want hoe belangrijker de techniek en de producer worden hoe meer de artiest en de echte muzikale inbreng aan belang verliest. Het gevaar van computermuziek is dus niet denkbeeldig. Maar een goede combinatie vormt b.v. Wilton Felder, een van de oude muzikanten van The Crusaders, die nu een elpee heeft gemaakt waarop Bobby Womach het grootste gedeelte van de zang voor z’n rekening neemt.”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.