The New Romantics

Gisteren naar een special gekeken over The New Romantics op La Deux. Het betrof de captatie van het optreden van een vijftal groepen in een club ergens in Wallonië en wordt op dit eigenste moment heruitgezonden. Dat is uiteraard te laat om er dan nog “reclame” voor te maken, maar dat is toch niet echt nodig want de optredens waren vrij saai (Bananarama zong zelfs in playback!). Alleen op het einde werd het nog een beetje leuk (dus dat kan je nù nog vlug meepakken) toen er een beetje samen werd “gejamd” (om in deze context een heel ontoepasselijk woord te gebruiken) met nummers van wat ik hieronder de “stijlgoeroes” noem, namelijk “Suffragette City” van David Bowie, “Addicted to love” van Robert Palmer en “Let’s stick together” van Bryan Ferry.

In 1980 noteer ik n.a.v. “Another brick in the wall” (Pink Floyd) ook dat “Avro’s Top Pop niet meer zo slecht is. Omdat binnenkort de mensen geen platen meer zullen kopen, maar video-cassettes en omdat de jongeren binnenkort niet meer naar – toch dikwijls vervelende en steeds duurdere – popconcerten zullen gaan, maar thuis naar hun videotoestel zullen blijven kijken, zijn de platenfirma’s zeer veel aandacht beginnen besteden aan de promotiefilmpjes voor hun platen: de clip als de clitoris van de platenindustrie!”
Die nadruk op videoclips maakt natuurlijk dat het uiterlijk erg belangrijk wordt. Stijlgoeroes als David Bowie, Robert Palmer en Bryan Ferry drukken dan ook hun stempel op groepen zoals The Human League die met hun dansbare singles (“Don’t you want me”…) aanleiding geven tot een nieuwe beweging. De zogenaamde New Romantics zijn eigenlijk een revival van glamrock “ten years after”, “like punk never happened”, zoals de titel luidt van het boek dat Dave Rimmer in 1985 aan het fenomeen wijdde. Als ikzelf hierover een boek zou schrijven (maar ik ben wel slimmer dan dat) dan zou ik het de titel “Ridicule is nothing to be scared of” meegeven, een zin uit “Prince Charming” van Adam and the Ants, wellicht het “anthem” van deze beweging. .
We zijn dus opnieuw aanbeland in een periode waarbij de hitparade min of meer een weerspiegeling was van wat de jeugd aanspreekt en wat tevens gebruikt kan worden in de discotheken. De artificiële periode van het discogeweld was immers uitgeraasd. Voor de discotheken blijft echter meestal een hermixte langere versie voorbehouden, vaak met meer nadruk op het ritme.
Donna Summer heeft b.v. veel succes met haar versie van “State of independence” uit “The friends of Mr.Cairo” van Vangelis en Jon Anderson. Deze hebben zelf wel een singlehit met een andere track, “I’ll find my way home”. De Griekse roots van Vangelis komen echter beter tot uiting in de twee CD’s die hij heeft gemaakt met Irene Papas.
In 1982 verschijnen de eerste CD’s in de handel. Met het DDD-systeem (digitale opname, digitale montage, digitale weergave) bereikt men nagenoeg de perfectie. Analoge opnamen worden wel voor het nageslacht bewaard met ADD persingen (al is dat woord niet echt meer van toepassing). Om mij van de kwaliteit van digitale opnames te overtuigen zendt Ariola mij een grammofoonplaat (jawel!) van Sky, de groep van de klassieke gitarist John Williams met telkens een nummer analoog en één digitaal opgenomen. En jawel hoor, zelfs op vinyl is het verschil goed merkbaar!
Het succes van Spandau Ballet met “Gold” en “True” (voor de meisjes en de homo’s) en Bow Wow Wow met “Do you wanna hold me” en “The man mountain” (voor de Humbert Humberts) is aan mij niet besteed, maar ik ben wel gecharmeerd door de meest opmerkelijke figuur van 1983 namelijk Boy George die met “Karma Chameleon” (Culture Club), een Buddy Holly-pastiche uitbrengt die zowaar Jan Mestdagh nog kan inpakken.
1984 was het grote succesjaar van de groep Frankie goes to Hollywood met hits als “Relax” (uit de film “Body double”), “Two tribes” en “The power of love” (niet te verwarren met de twee andere nummers met dezelfde titel die dat jaar ook in de hitlijsten stonden, nl. die van Jennifer Rush en van Huey Lewis & the News). Zanger Holly Johnson kreeg in november 1991 op 33-jarige leeftijd het bericht dat hij seropositief was. In april ’93 maakte hij het bekend in een interview.
De jaren tachtig waren ook succesvol voor Sting, nadat die uit The Police was gestapt. Veel later zou hij op 11 september 2001 een concert geven in Toscane. Ondanks de dramatische gebeurtenissen van die dag werd het concert weliswaar niet afgelast, maar het verliep uiteraard wel in mineur.
In 1993 had Sting dan weer geweigerd mee te doen aan de CD “Duets” van zijn grote idool Frank Sinatra, omdat de vocals apart werden opgenomen (*). Hij wilde immers per se samen zingen met de man die hem ooit een foto stuurde met als opdracht: “To Sting: the new blue eyes”…
Op dat moment is de zwarte bewustwording ook volledig geworden, juist in een periode dat het economisch zeer slecht gaat, waardoor dit zich gaat uiten in zeer agressieve rapmuziek. Nadat de zwarten dus in de jaren zestig de correctie vormden op het Amerikaanse maatschappijmodel zijn ze er nu juist de exponent van geworden: luidruchtig, gewelddadig, leeghoofdig (anti-intellectueel) en uitsluitend gericht op consumptie.

Ronny De Schepper, gebaseerd op
Eddy De Saedeleer, De jaren tachtig, De Rode Vaan nr.14 van 1985

(*) Dat argument heeft hij alvast niet gehanteerd toen hem werd gevraagd samen met Bryan Adams en Rod Stewart de titelsong van de nieuwe “Three Musketeers”-film op te nemen. Sting heeft immers een hekel aan Stewart en zou de single dus zeker niet hebben opgenomen als ze juist wél samen in de studio hadden moeten aanwezig zijn.

(Zeer) selectieve bibliografie
Holly Johnson, A Bone In My Flute, Century, 1994

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s