Morgen zal het helaas al vijftien jaar geleden zijn dat Antoon Roosens, gedurende lange jaren voorzitter van het Masereelfonds, is gestorven. In een periode dat de Vlaamse linkerzijde en masse het belgicisme en zelfs de monarchie omhelst, is het wel eens nuttig om in herinnering te brengen dat er ook altijd een linkse Vlaamse beweging heeft bestaan. Dat we dus niet noodzakelijk moeten teruggaan op Emiel Moyson of Jef Van Extergem om ons daarop te beroepen. Ook Jan Debrouwere mag dan al van ons heengegaan zijn, in levende lijve zijn er nog altijd mensen als Jef Turf, Miel Dullaert en Joost Vandommele die deze stroming nieuw leven blijven inblazen.

Antoon Roosens liet zich voor het eerst opmerken als de drijvende kracht achter de anti-talentellingsactie in 1959-1960. Hij wist hier Lode Craeybeckx, de socialistische burgemeester van Antwerpen voor te winnen, waarop de actie algemeen werd. De formulieren werden massaal in ongeopende dozen teruggestuurd naar het ministerie.
Antoon Roosens, die zijn hele leven in Schaarbeek heeft gewoond, zat in het Vlaams Komitee voor Brussel en het Vlaams Aktiekomitee voor Brussel en Taalgrens (de voorloper van het Taal Aktie Komitee). In die hoedanigheid kon hij, samen met Staf Verrept, bij momenten 100.000 betogers mobiliseren.
Met het Egmontpact in 1977 vormde Roosens de kern van het linkse verzet tegen dit Gemeenschapspact. Roosens maakte zowel deel uit van het algemene Anti-Egmontkomitee als van het linkse Komitee voor een Demokratisch Federalisme. Daarnaast was hij ook lid van de Vlaamse Volksbeweging. Maar ondanks de successen in de Vlaamse strijd werd het op partijpolitiek vlak nooit iets met Roosens. Hij probeerde samen met VU’er Daniël Deconinck een Vlaams travaillistisch front uit te bouwen, de Vlaamse Demokraten, maar deze kon geen aansluiting vinden met de VU onder invloed van rechtse krachten zoals Karel Dillen en pater Marcel Brauns. De lijst kwam afzonderlijk op en haalde slechts 0,2% van de stemmen bij de verkiezingen van 1965. Roosens trok de lijst in de kieskring Leuven. Roosens probeerde de linkse Vlaamse krachten te verenigen onder het Demokratisch Aktiekomitee (DAK) in de periode april ’67 – eind ’68. Hierin waren leden van de Kommunistische Partij, Socialistische Beweging Vlaanderen (latere RAL) en activisten uit de studentenbeweging aanwezig, wat later zou evolueren tot Amada (de huidige PvdA). Vlaamse Demokraten en Socialistische Beweging Vlaanderen zouden zich verenigen in de Revolutionaire Socialisten.
Antoon Roosens analyseerde altijd vanuit een marxistisch perspectief de Vlaams-Belgische problematiek. Hij maakte daarbij een evolutie door van taal- en cultuurflamingant naar de sociaal-economische kwesties van het federalisme en ten slotte van het separatisme. Roosens ging hierbij uit van een gramsciaans (*) perspectief, nl. dat van de culturele hegemonie. Hieruit volgde voor Roosens automatisch het verwerpen van de Bourgeoisstaat België.
Roosens was ook de vader van het Marshallplan voor Wallonië. Volgens hem moest Wallonië niet geholpen worden door de Belgische geldstromen via de sociale zekerheid die het arbeiderspotentieel steriel maken door de creatie van nepbanen, maar via tijdelijke financiële steun die wordt gebruikt als investeringskapitaal in de economie, die werkelijk de Waalse economie gezond zou maken in plaats van de hangmatsolidariteit. Dit zou moeten gebeuren vanuit een onafhankelijk Vlaanderen, dat die geldstromen zou kunnen leveren door de efficiëntie van een eigen economisch beleid.
Na zijn dood werd een boek aan hem gewijd, De Rode Tong van de Leeuw, en Jelle Versieren schreef De politieke biografie van Antoon Roosens (1929-2003): tussen natie en klasse (onuitgegeven licentiaatsverhandeling geschiedenis), UGent, Gent, 2008. In De Rode Vaan nr.24 van 1981 publiceerde Roosens een “pamflet” over de Vlaamse kwestie. (Wikipedia)

(*) Antonio Gramsci (1891-1937): Italiaans schrijver, politicus en politiek theoreticus. Mede-oprichter en eerste leider van de Communistische Partij van Italië (PCI). Door zijn theorieën over de rol van cultuur en leiderschap in de politieke strijd geldt hij als een originele en invloedrijke denker, zowel binnen als buiten het marxistische kader. Marx schreef al over het “valse bewustzijn” waaronder arbeiders in het kapitalisme leden: religie en nationalisme vertroebelden hun klassenbewustzijn, het inzicht dat zij worden uitgebuit en onderdrukt. Gramsci was ontevreden met Marx’ analyse, die voor hem niet kon verklaren waarom de klassenstrijd zo langzaam voortschreed. De opkomst van het fascisme als vals bewustzijn bij uitstek, leidde Gramsci tot de theorie van de culturele hegemonie. Volgens deze theorie worden ideologisch wenselijke sociale patronen door de heersende klasse door middel van cultuur dominant gemaakt. Door dit systeem van culturele waarden worden revolutionairen steeds verder buiten de orde geplaatst. Hegemonie wordt inderdaad niet zomaar afgedwongen: om haar te verkrijgen moet een klasse andere sociale groepen in haar strijd betrekken en daarvoor moeten politieke compromissen gesloten worden om tot een nationaal belang te komen. Dit levert een sterke nuancering op in het beeld van de klassenstrijd, die zo centraal is in al het marxistisch denken.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.