Uitgeverij Ludion nodigt u van harte uit op de boekvoorstelling van de historische roman Als rook over de bergen, op vrijdag 2 december 2016 om 20u in boekhandel De Groene Waterman in Antwerpen. Daar zullen auteur Marc Andries en professor Bruno De Wever in gesprek gaan met journalist-historicus Marc Reynebeau over deze opvallende roman gebaseerd op het leven van gewezen socialist, flamingant, activist en communist Jef Van Extergem. Marc Andries, auteur van onder andere Vossenjong, schreef zo’n 25 romans en een aantal essays en dichtbundels. Hij publiceerde in de jaren ’60 bij De Bezige Bij en was bevriend met Louis Paul Boon. Het was ten andere Boon die hem aanraadde een boek over Van Extergem te schrijven. Vandaag is het zover.

In een biografische bijdrage in het Vlaams Marxistisch Tijdschrift typeert Jan Debrouwere, voormalig lid van het Politiek Bureau van de KP en politiek directeur van het partijblad De Rode Vaan, Van Extergem als “antimilitarist, activist, socialist, Vlaams nationalist en communist”. Jef Van Extergem sympathiseerde als flamingant tijdens de Eerste Wereldoorlog met het activisme en was daarnaast ook nog pacifist en socialist. Hij wordt veroordeeld tot twintig jaar hechtenis, maar wordt in juni 1921 voorlopig vrijgelaten, nadat hij een document heeft ondertekend met de belofte om nooit meer aan politiek te doen. Toch gaat hij verder, waarbij hij publiceert onder nogal doorzichtige schuilnamen, zoals Bertha Van Extergem Horemans, de naam van zijn vrouw, of een andere keer als Extremegem. Datzelfde jaar, met name op 21 september om precies te zijn, rolt in Antwerpen ook de eerste Rode Vaan van de persen, toen nog onder de veelzeggende titel Het Vlaamsche Volk.
“Na 1918 had het flamingantisme zich,” schrijft Marc Reynebeau in “Het nut van het verleden” (Tielt, Lannoo, 2006) “verknoopt met een reeks zeer uiteenlopende, nu als progressief beschouwde idealen, niet alleen op democratisch of sociaaleconomisch vlak, maar ook rond pacifisme, internationalisme, feminisme, communisme en zelfs vegetarisme of seksuele bevrijding. Dat gebeurde onder andere in de modernistische avant-garde in de kunst en in de daar deels mee verweven Clarté-groepen, die later in de communistische partij opgingen. In die ideologisch brede maar kwantitatief kleine subcultuur werd het Vlaams-nationalisme het convergentiepunt van een beweging waarin een progressistische en pluralistische ambiance hing. Wat al deze stromingen gemeen hadden, was hun virulente afkeer van het burgerlijke (en dus Franstalige) bestel in België. Dat had zich echter, anders dan ze hadden gehoopt en verwacht, na de Eerste Wereldoorlog haast probleemloos hersteld. Maar die gezamenlijke afkeer was dan ook wet ongeveer het enige wat deze stromingen bond. Het ging hier om een slechts vrij informele en in reikwijdte beperkte subcultuur, die ook in de brede Vlaamse Beweging en in het Vlaams-nationalisme relatief geïsoleerd stond en die al evenmin, alle progressiviteit ten spijt, nauwe banden onderhield niet de georganiseerde arbeidersbeweging.” (p.217)
En hij gaat verder: “Omdat deze subcultuur over erg mondige woordvoerders beschikte en ook literair een aanzienlijke erfenis naliet, onder meer met het werk van Van Ostaijen, was het risico groot dat haar betekenis en impact overschat zouden worden. Zo ontstond achteraf het beeld dat rond 1920 een `authentiek’ Vlaams-nationalisme was opgestaan, democratisch en progressief, maar dat het in de jaren dertig helaas `ontspoorde’ in het fascisme. Die afwijking van het juiste, democratische spoor leek dus slechts een accident de parcours te zijn, als gevolg van iets wat er kwam `binnengeslopen’, niet van een of andere inherente (*) ontwikkeling van het (Vlaams-)nationalisme zelf.
Toch is die opvatting maar een halve historische waarheid, die heel erg is ingekleurd door de idealen van wie haar verdedigt. Een van die verdedigers, Joost Vandommele, verspreidde zo het bijna sociaalrealistische beeld van wolkeloze harmonie toen hij beschreef hoe de communistische flamingant Jef Van Extergem bij zijn vrijlating uit de gevangenis in 1928 werd `onthaald door Vlaamse en Waalse arbeiders’ en bloemen kreeg van de kinderen van de dan nog gevangen zittende August Borms, een eveneens wegens collaboratie veroordeelde flamingantische ‘martelaar’. Daartegenover (en tegenover het pluralisme dat het ‘historisch pardon’ suggereert) staat het feit dat de Frontpartij bij dat onthaal opvallend afwezig bleef, omdat ze Van Extergems `socialisme’ niet kon pruimen.”
(p.218-219)
In 1937 richt Van Extergem binnen de Communistische Partij van België de Vlaamse Communistische Partij op. Voor de gemeenteverkiezingen in Antwerpen komt hij met een Vlaams Blok voor Zelfbestuur en Democratie op, samen met het Vlaamsgezinde Federalistisch Volksfront en twee uiterst linkse groepjes. Als in mei 1940 het Duitse leger België binnenvalt, worden communisten samen met Vlaams nationalisten preventief aangehouden.
Tijdens de bezetting mag het weekblad Ulenspiegel mild communistisch van inhoud en zeer positief tegenover het niet aanvalspact tussen Duitsland en de Sovjet Unie aanvankelijk nog verschijnen, zij het onder een sterke censuur. Maar in oktober 1940 volgt de aanhouding van de eerste communisten. Van Extergem en andere notoire communisten duiken onder en beginnen sluikkranten en pamfletten te publiceren. De Rode Vaan verschijnt nu illegaal. Van Extergem zelf wordt – na verraad of door infiltratie, dat is niet helemaal duidelijk – door de Duitsers opgepakt en naar een concentratiekamp overgebracht. Hij sterft in maart 1945 van ontbering, terwijl de Duitsers met hun gevangenen op de vlucht zijn voor het oprukkende Rode Leger.
In De Rode Vaan nr.50 van 1983 heb ik nog een fragment gevonden van een interview van Jan Debrouwere met Christian Dutoit n.a.v. diens boek “Jef Van Extergem en de Vlaamse Beweging”. Helaas betreft het dus slechts een fragment en we vallen er middenin wanneer beide heren het over Herman Van den Reeck hebben…
… die zelfs een heel gespierd pseudoniem uitgekozen had, Krylenko. Daar schreef hij dan zijn proza onder in « Staatsgevaarlijk » en andere geschriften, waar ook Geert Grub nog mee te maken heeft gehad. En dan is hij plots, op een heel tragische wijze, in de geschiedenis der Vlaamse Beweging terechtgekomen. Over hem is ook nog lang niet alles gezegd of aan het licht gebracht…
C.D.
: Het zou waarlijk niet slecht zijn, over hem te schrijven, want nu wordt hij elk jaar herdacht door Were Di…
– Hij is in feite in beslag genomen door mensen die daar helemaal geen recht op hebben…
C.D.
: … ik vraag me zelfs af of ze wel weten wie ze daar precies herdenken.
– Zal wel niet. Jaren geleden heb ik in de Rode Vaan geschreven dat Van den Reeck zichzelf links, progressief noemde, en in die dagen wel met grote bewondering zal hebben opgekeken naar het jonge Sovjet-Rusland. Het weekblad dat je hier zelf al met naam hebt genoemd (**) wond zich daar erg over op, schreef dat daar niks van waar was, en dat Jan Debrouwere dat dan maar eens moest bewijzen. Wat niet eens zo moeilijk is.
C.D.
: Veel mensen in de Frontbeweging keken toen met sympathie naar de Sovjetrevolutie.
– Jozef Simons heeft het in « Eer Vlaanderen vergaat » ergens over Vlaamse soldatenbetogingen, achter het IJzerfront, waarin « Leve Rusland, leve de Vrede, leve Trotski » werd geroepen. Vanwege de legerleiding, maar ook vanwege de leiding der Frontbeweging, werd daar hard tegen aan gegaan.
C.D.
: Er staan ook nog andere dingen in mijn boek, denk maar aan het « Vlaamse Blok » van 1937, waarin Van Extergem, Augusteyns en nog andere, kleinere progressieve groepjes, samen de verkiezingen in gingen. Het klinkt wel vreemd, zo’n naam, vandaag.
– De tijden waren anders.
C.D.
: Precies, woorden veranderen van betekenis, krijgen andere ladingen te dekken.
– En over de Frontbeweging én de Frontpartij, valt ook nog veel te schrijven. Tot nog toe is de belichting te eenzijdig. Willemsen, Elias — ik noem hem hier als historicus, en hij schreef belangrijke dingen — of Wils, hoe dan ook, daar ont-
breekt de andere visie. Neem nu de « Godsvrede », waarover men kan denken wat men wil. Zij betekende een compromis, maar dus de erkenning van het feit dat er vele opvattingen leefden, en dat de « godsvrede » hoe dan ook iets voorbijgaande zou zijn. Enzovoorts, enzovoorts. Willen we het daar bij laten ?
C.D.
: We hebben een hele krant bij elkaar gepraat.
– Zo is het. Hartelijk bedankt voor dit gesprek.

Jan Debrouwere

(*) Iemand citeren wil niet zeggen dat men er ook mee akkoord gaat. De stelling die het boek van Reynebeau wil uitdragen is dat de geschiedenis of beter gezegd: de geschiedschrijving, geen neutraal iets is, maar het verleden is telkens de dienaar van het heden. Helaas past Reynebeau deze (correcte) stelling niet op zichzelf toe: hij wil bewijzen dat de Vlaamse beweging always was, still is and always will be extreem-rechts en daarvoor zijn alle middelen goed. Zelfs het bekladden van de brave Joost, die ongetwijfeld de geschiedenis ook een beetje naar zijn hand zet, maar dàt wordt dan wel dik in de verf gezet, terwijl Reynebeau zijn opvattingen als “objectief” en “ongeïnteresseerd” presenteert. En dat terwijl hij al heel vroeg in het boek (p.30) meldt dat de baarlijke duivel Bart De Wever hem, nobele wetenschapsmens, als “gevaarlijk” heeft gebrandmerkt. Zeer terecht overigens en Reynebeau draagt het verwijt dan ook als een pluim op zijn hoed. Het gekke is wel dat zowel De Wever als Reynebeau enige landelijke bekendheid veroverden dankzij een televisiespelletje, “De slimste mens”.
(**) Ik kan dus eigenlijk niet meer weten welk weekblad dit dan wel was, maar mijn kop eraf als dat niet ’t Pallieterke was!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.