25 jaar geleden: “Duifke Klok” van Karst Woudstra

25 jaar geleden: “Duifke Klok” van Karst Woudstra

Morgen zal het al 25 jaar geleden zijn dat ik in het NTG naar “Duifke Klok” ging kijken van Karst Woudstra (foto). Chris BONI (Fenna Compier), Magda CNUDDE (Thisbe van Dijck), Karen DE VISSCHER (Liesje Schippers), Blanka HEIRMAN (Judith Ferf), Peter MARICHAEL (Stefano Gambineri), Lieve MOORTHAMER (Henriëtte Zondag) en Erik VAN HERREWEGHE (Niels Ferf) werden geregisseerd door Jan DEVOS.

Het was de eerste regie van Jan Devos sedert 1980. Nochtans had hij als pas afgestudeerde regisseur in 1974 een opmerkelijke voorstelling gebracht met zijn groep Het Keuntje. En in 1979 werd zijn “Escurial” in het NTG ook goed onthaald. Dan vertrok hij naar de Actors’ Studio en toen hij terugkeerde beperkte hij zich tot lesgeven aan het Brusselse conservatorium.
Hij was ook als filmer bedrijvig, b.v. als assistent van Delvaux bij “L’Oeuvre au noir”. Vandaar allicht dat Hugo van den Berghe aan hem dacht om een nieuw stuk van Mark Didden te regisseren. Didden (wel aanwezig op de première) kwam echter niet tijdig klaar en daarom greep men dan maar naar het nieuwste stuk van Karst Woudstra. De “filmrealistische” stijl heeft Devos wel aangehouden, dat blijkt ook uit het “halve murendecor” van Jan PLEYSIER en de kostuums van Marnik BAERT.
Vier dames van middelbare leeftijd (apothekeres Fenna Compier, schooldirectrische Thisbe van Dijck, pianolerares Henriëtte Zondag en “rentenierster” Judith Ferf) zijn ooit verliefd op elkaar geweest en nu brengen ze voor het eerst de zomervakantie door in hun landhuis in Toscane. Alles wordt in gereedheid gebracht voor een huis­concert door de jonge cellospelende zoon die de biseksuele Judith aan een losse scharrel heeft overgehouden. Maar de herinnering aan een op de kop 25 jaar geleden overleden vriendin, de legendarische operazangeres Duifke Klok gooit roet in het eten (oorspronkelijk heette zij “Duifje”, maar verder gaat de “vervlaamsing” niet). Zij heeft immers zelfmoord gepleegd en Thisbe houdt Judith daarvoor verantwoordelijk. Thisbe is destijds door Fenna in huis genomen toen ze totaal ontredderd was door die zelfmoord. Haar vroegere vriendin Henriëtte bleef ook inwonen, echter zonder verdere seksuele relaties, zodat deze emotioneel helemaal over haar toeren is. Als op de koop toe dan ook nog het bloedjonge apothekershulpje van Fenna ten tonele verschijnt, helemaal ondergescheten door het effect van bedorven ham gaan de poppen aan het dansen. Letterlijk zelfs want een pop, die de “pop”-kunstenaar Jeff Koons voorstelt, speelt ook een rol.
Dit stuk lijkt helemaal nergens op. “Ik heb helemaal geen enkele ambitie met mijn stukken,” zegt Woudstra ergens. “Ik schrijf ze omdat ik het leuk vind om ze te schrijven, omdat ik weet voor wie ik ze schrijf en dat is zeker het allerbelangrijkste. Vooral de acteurs dan.” Maar dat waren dus niet de acteurs van het NTG! (Al werd ook de creatie door Het Nationale Toneel van Den Haag slecht onthaald.)
Alles aan deze voorstelling klinkt immers vals van A tot Z. Niemand is geloofwaardig. Erik Van Herreweghe als jonge snotneus, die in een reusachtige onderbroek aan zijn piemel zit te trekken, kom nou! Of Peter Marichael als Italiaanse casanova, die meteen onder de voet gelopen wordt door “mannenverslindster” Blanka Heirman: hallo! En vanwaar haalt dat schijterige Liesje plotseling het lef om iedereen op het einde zomaar de les te spellen?
De ommekeer van Thisbe is trouwens al evenmin verklaard. In het begin van het stuk is ze een uitslover, op het einde een intrigante. Maar dat is allemaal nog niks tegen het feit dat de intrige eigenlijk staat of valt met Chris Boni die blijkbaar onweerstaanbaar is voor iedere lesbienne! De enige die min of meer acceptabel is, is Lieve Moorthamer, maar die heeft de auteur dan weer bedacht met een incestueuze verkrachting door haar vader, want niemand is normaal, nietwaar. Kortom, wordt het ensemble van het NTG langzaam maar zeker niet stokoud? Dreigt verstarring niet alom? Is het écht zo’n crisis dat er geen klein budgetje af kan voor een jonge gastactrice of een Italiaanse gastarbeider in een figurantenrolletje?
Deze sof werd merkwaardig positief onthaald door de anders zo strenge Wim Van Gansbeke. Een paar weken later kwam uit waarom dat zo was: hij volgt Frans Redant op als dramaturg van het NTG.

Lees verder “25 jaar geleden: “Duifke Klok” van Karst Woudstra”

Dertig jaar geleden: verteltheater

Dertig jaar geleden: verteltheater

Dertig jaar geleden had ik het in mijn toneelrubriek in De Rode Vaan over twee toneelstukken die konden worden samengevat onder de noemer “verteltheater”. En zo gezegd, zo gedaan!
« Ik wil u een verhaal vertellen ». Dat zijn de eerste woorden van Lieve Moorthamer, wanneer ze (vanuit het publiek) de geïmproviseerde scène van de aula van de Gentse Rijksuniversiteit opstapt. Dan doet ze haar jas uit en daar staat ze : Rosalie Niemand. Tijdens de lunchpauze zal ze vlug even haar levensgeschiedenis vertellen. Arne Sierens heeft méér tijd nodig. Hij vertelt dan ook twéé verhalen : de moord op Lev Trotski (foto) en die op Emiliano Zapata.
Wat hebben die twee nu met elkaar te maken, vraagt u zich misschien af. En terecht. Het zijn weliswaar beiden in Mexico vermoorde revolutionairen maar het grootste nadeel van het stuk « Los Muerticitos/Onze Lieve Doden » is inderdaad dat er haast geen raakpunten zijn tussen de populaire boerenleider en de geïsoleerde Russische balling. Dat ze met een verschil van 21 jaar (1919-1940) werden vermoord is daarbij vanuit theatraal oogpunt zelfs van minder belang. Even onbelangrijk als het toevallige detail dat ze beiden in 1879 geboren zijn.
Neen, het is veeleer in sfeer dat beide verhalen « schuren ». In het verhaal van Trotski zoals dat door zijn weduwe Natalia Sedowa (Gert Portael) wordt verteld, is het duidelijk dat de Mexicaanse achtergrond (overigens met minimale elementen briljant opgeroepen door het decor van Tone Pauwels en de belichting van Stef Viaene) eigenlijk maar bijzaak is. De drie « Zapatistas », Ramon, Angel en Serafin, daarentegen vertellen hun verhaal « vanuit de buik ». In dit onderdeel haalt Arne Sierens bijna het niveau van zijn ontroerende « De soldaat-facteur en Rachel » (zie rv nr 45 van 1986) waarin de twee hoofdpersonages (gespeeld door hemzelf en de reeds genoemde Gert Portael) letterlijk met beide voeten in de slijkerige West-Vlaamse bodem wegzakken. Geen slijk in Mexico uiteraard, maar wel datzelfde medevoelen, dezelfde passies, het zelfde succesrijke ineenstrengelen van liefde en dood. De passionele liefde tussen Angel (Wouter Van Lierde) en Jesusita, de echtelijke liefde tussen Serafin (Mark Verstraete) en Esperanza, de liefde van Ramon (Bart Van Avermaet) voor zijn broer.
Natuurlijk is er ook de liefde tussen Natalia en Trotski, maar deze wordt op een heel andere manier naar voren gebracht. Met ironiserende trekjes, cynisme zelfs, kortom intellectualistischer, afstandelijker, helemaal in de geest van de personages zelf. Arne Sierens (die overigens zelf de regie heeft verzorgd van deze Korrekelderproductie) heeft verklaard dat het verhaal over Trotski ook best apart kon worden gebracht, maar dat hij het juist een uitdaging vond om de twee « lamento’s » samen te voegen, met als leidraad « de dag der doden », wat overeenkomt met onze Allerzielen, maar die in Latijns-Amerika uitbundig wordt gevierd. Van dat « vieren » was overigens niet veel te merken, misschien daarom dat de samenvoeging zo zwaar op de hand was. Laten we hopen dat Sierens deze krachttoer niet probeert te herhalen in de stukken die nog moeten volgen. Deze twee verhalen maken immers deel uit van een « Kroniek XX », een ambitieus project waarin Sierens de mythologische geschiedenis van de twintigste eeuw tracht samen te vatten.
Hoeft het nog gezegd dat de muziek voor het stuk van Sierens gecomponeerd werd door Johan De Smet, de man met wie hij reeds drie opera’s heeft geschreven? Diezelfde De Smet is ook verantwoordelijk voor de muzikale intermezzo’s bij « Rosalie Niemand », waarin hij Lieve Moorthamer de kans geef haar onmiskenbare zangtalent aan te boren. Maar nog veel meer dan haar vocale kwaliteiten komt in deze aangrijpende monoloog haar acteerprestatie naar boven. Het zou ons niet verwonderen mocht het haar hier of daar een prijs opleveren.

Elisabeth Marains “Rosalie Niemand” in een regie van Hugo van den Berghe is eigenlijk een soloproductie van Lieve Moorthamer. Zeker na het zien van de MMT-versie van dit boek van Elisabeth Marain (een regelrechte draak), is het duidelijk hoe groot de verdienste van bewerker Jan De Vuyst wel is. Vooral als men weet dat Marain zelf haar actieve medewerking aan de MMT-bewerking heeft verleend. Misschien had RV-recensent Johan de Belie toch gelijk wanneer hij bij het verschijnen van het boek tegen de gangbare opinie in verkondigde dat Marain vaak vervalt in “een melodramatische stijl met pseudo-literaire beelden” en “gezwollen taal en pathetiek” (RV nr.36 van 1988)
Daarom dienen in de hulde ook Jan De Vuyst betrokken, die het bekende boek van Elisabeth Marain bewerkte, en regisseur Hugo Van den Berghe, die met een minimaal attribuut (een stoel, god betere het!) een hele ambiance weet op te roepen van kille kloostergangen, beangstigende zolderkamers, overvolle slaapzalen. En ook wel een prettig naaiatelier en een heerlijke vakantie op de boerenbuiten, want net zoals in « One flew over the cuckoo’s nest » zitten er toch een paar lichtere passages in om de toeschouwer de gelegenheid te geven al dat leed te verwerken.
Wat niet wegneemt dat er na afloop toch hier en daar gesnotterd werd. « Als het sentimenteel is, zitten wij ernaast », had Lieve Moorthamer op voorhand gesteld en, inderdaad, aan de uitgang werden ook kleine pamfletjes uitgedeeld van « Kisjot » en « Bevrijd De Waanzin » die juist protesteren tegen een « sentimentele » interpretatie. « Rosalie Niemand zit nog binnen », is hun standpunt. Met andere woorden, het is niet omdat deze kranige dame (Liliane Stijnen is haar echte naam en ze lijkt verdomme wel de zus van Lieve) er tenslotte in geslaagd is zichzelf te bevrijden (en dan nog op de eerste plaats omdat de subsidiewetgeving is veranderd), dat dergelijke wantoestanden zich niet meer zouden voordoen in onze psychiatrische instellingen.
Toch mag het snotteren niet als goedkope sentimentaliteit worden opgevat. Het trio Moorthamer-Van den Berghe-De Vuyst zit er dus NIET naast. Men kan immers ook wenen van woede, van onmacht. En men zou zich kunnen afvragen of dit hier niet het geval is. De kernzin van het stuk is o.i. immers te horen wanneer Rosalie één van haar grootste kwellingen ondergaat en constateert : « Ik hoef maar te zeggen : ik zal mij voegen naar uw voorschriften of zoiets, en de riemen zullen van mij afvallen. Maar ik weiger. Ben ik gek? » Dit overstijgt immers niet alleen dit individuele geval, maar ook de problematiek van psychiatrische instellingen in het algemeen. Dit is werkelijk een vraag waarmee iedereen geconfronteerd wordt, die weigert de platgetreden paden te bewandelen, die doelbewust uit de maatschappij stapt, die « in tegenstroom » wil leven…
Bovendien is er nog een ander excuus voor de traantjes van de gevoelige zielen: de zeer realistische manier waarop deze NTG-productie wordt gebracht, werkt allicht nog veel aangrijpender dan in romanvorm. Daarom hebben we maar één bedenking: waarom moest dit stuk nu zo nodig als « lunchvoorstelling » worden gebracht? Is dit genre niet ipso facto wat luchtiger van aanpak ? Met dit stuk krijgt de toeschouwer immers zoveel klappen te verwerken dat het de eetlust volledig wegneemt. En dat kan toch niet de bedoeling zijn, dachten we. Want vermageren is immers een teken van ziekte… nietwaar, Rosalie?

Lees verder “Dertig jaar geleden: verteltheater”

35 jaar geleden: “De Driestuiversopera” in Arena

35 jaar geleden: “De Driestuiversopera” in Arena

Het is vandaag ook 35 jaar geleden dat in het Gentse Arenatheater “De Driestuiversopera” van Bertolt Brecht in première ging in een regie van Jaak van de Velde, een decor van Jacques Berwouts, een vertaling van Ton Lutz en liedjesteksten van Walter Ertvelt. Tot mijn stomme verbazing heb ik geen recensie van mijn hand teruggevonden (ook niet van iemand anders trouwens), daarom moet u het maar doen met wat algemeenheden over het stuk zelf. En “uiteraard” heb ik ook weer geen foto van de voorstelling teruggevonden, daarom heb ik een beroep gedaan op een foto van Theater Het Hof uit Arnhem. Bedankt, mensen!
Lees verder “35 jaar geleden: “De Driestuiversopera” in Arena”

Joshua Sobol wordt 75…

47 Joshua sobol in 1939Joshua Sobol, een niet-gelovige jood, geboren in Polen, doet in zijn stukken een poging om de ingewikkelde relatie tussen jodendom, zionisme en de staat Israël te onderzoeken. Hij stelt zich niet alleen kritisch op in zijn theaterwerk, maar stelt ook het theater op zich in vraag. Heeft het theater vandaag nog zin ? Is het maatschappelijk relevant ? Ghetto dat in de lente van 1987 in de Antwerpse KNS liep, is o.a. een poging tot antwoord op die vraag.
Lees verder “Joshua Sobol wordt 75…”

“Mario ga eens opendoen er werd gebeld”

Morgen zal het alweer twintig jaar geleden zijn dat ik “Mario ga eens opendoen er werd gebeld” heb gezien, een stuk dat Kamagurka speciaal voor het N.T.G. heeft geschreven. Het werd Kamagurka zoals te verwachten en te voorzien was. Zelfs de muziek van Johan De Smet was min of meer te voorzien, maar daarom niet minder geslaagd. De mini-opera, ingestudeerd door Françoise Van Hecke, met de poolreiziger was m.i. dan ook het beste onderdeel. Maar ook de machinisten hadden hun werk, want dit toneelstuk was zoniet grensverleggend, dan toch publiekverleggend! Plotseling zagen we de dingen soms in een heel ander licht (van Jaak van de Velde).
Lees verder ““Mario ga eens opendoen er werd gebeld””