La Esterella (1919-2011)

La Esterella (1919-2011)

Het zal morgen exact honderd jaar geleden zijn dat Esther Lambrechts, beter bekend als de Antwerpse zangeres La Esterella, werd geboren. Maar wat u ongetwijfeld meer zal interesseren, is het antwoord op de vraag waarom ik daar een fotootje van mijn eenjarige zelf op de arm van mijn grootvader Gustaaf aan toe voeg. Wel, dat zal ik u uitleggen…
Lees verder “La Esterella (1919-2011)”

Honderd jaar geleden: het huwelijk van mijn grootouders

Honderd jaar geleden: het huwelijk van mijn grootouders

Morgen zal het precies honderd jaar geleden zijn dat mijn grootouders van langs vaderskant, dus Julia Brijs en Gustaaf De Schepper, zijn getrouwd (voor alle zekerheid: bovenstaande foto is van vele jaren later; ik heb helaas geen trouwfoto van het jonge paar).

Over mijn grootvader moet ik helaas kort zijn. Hij is immers gestorven toen ik twee en een half jaar oud was. Ik heb een vage herinnering dat ik aan zijn hand door de Schoolstraat loop (waar ze toen woonden) wellicht om een plaat te gaan kopen voor mij. Dat was dan de 78-toerenplaat “Mijn bonpapa” van Kleine Janneman, die mijn grootvader mij om voor de hand liggende redenen wou geven. Ik heb die plaat jarenlang gekoesterd, zij het – als ik heel eerlijk moet zijn – eerder om de B-kant “Eddie de Eskimo”, die zelfs nog heeft dienst gedaan toen ikzelf een zoon kreeg die ik Roddy heb genoemd. Dat was weliswaar een verwijzing naar mijn grote idool van toen, Rod Stewart, maar het was toch meegenomen dat ik voor die kleine dan “Roddy de Eskimo” kon zingen.
In die tijd verhuisden wij echter nogal dikwijls en de breekbare 78-toerenplaat heeft één van die verhuizen niet doorstaan. Het cynische was dat ik ze juist apart had gehouden opdat er niets mee zou gebeuren, terwijl – als ik ze in de hoop had laten zitten – er wellicht niets zou zijn gebeurd…
Mijn grootmoeder anderzijds was mijn grote liefde. Ik moet er durven voor uitkomen dat ik haar eigenlijk liever zag dan mijn ouders. Ook zij is echter tamelijk jong gestorven, namelijk op de leeftijd die ik nu ben, wat maakt dat ik in die tijd nog geen zestien jaar oud was.
Mijn onvoorwaardelijke liefde voor mijn grootmoeder maakte mij wellicht blind voor een paar mindere kanten van haar die ervoor hebben gezorgd dat het nooit heeft geklikt tussen haar en haar schoondochter. Mijn moeder van haar kant sprak dan ook altijd wat meewarig over mijn grootvader die het met zijn vrouw ook niet onder de markt zou hebben gehad.
Nu, de waarheid zal wel ergens in het midden liggen, zeker? Ik heb alleszins nu nog altijd contact met een vrouw, Maria Claus, die destijds als kind door het paar is opgevoed en die spreekt nog altijd met veel lof over beiden.
Nog iets opmerkelijk: het paar heeft drie kinderen gehad, maar ik heb dat de grootste tijd van mijn leven niet geweten. In mijn ogen was mijn vader net als ik enig kind. Pas toen mijn ouders gestorven zijn, ben ik in het bezit gekomen van documenten waaruit bleek dat er nog twee andere zoontjes zijn geweest. Eén vóór mijn vader en één erna. Dat eerste kind moet wellicht doodgeboren zijn, maar het is toch wel straf dat daar nooit over gesproken werd. Het tweede was echter nog erger, want die is toch wel ongeveer zes maand geworden… Lees verder “Honderd jaar geleden: het huwelijk van mijn grootouders”

Petrus Jaak De Schepper (1933-1933)

34 pit en peter met mijMorgen zal het tachtig jaar geleden zijn dat Petrus Jaak De Schepper (een jongere broer van mijn vader) werd geboren. Hij stierf nog dezelfde dag en hij werd niet gedoopt. Ik ken niet veel van religieuze geplogenheden (en al helemaal niet van die uit die lang vervlogen tijden), maar zou dit een aanduiding kunnen zijn dat hij dood geboren is? Feit is dat ik deze “nonkel” nooit heb gekend en dan bedoel ik uiteraard niet in levende lijve, want dat zou totaal onmogelijk zijn geweest, maar ik bedoel dat ik nooit van zijn bestaan heb afgeweten. Ik ben hem voor het eerst tegengekomen in het trouwboekje van mijn grootouders, dat deel uitmaakte van de nalatenschap van mijn vader toen die vorig jaar is gestorven. Er was overigens ook nog een oudere broer die zelfs een aantal maanden heeft geleefd en ook over hem is nooit met een woord gerept. Merkwaardige (gesloten) tijden waren dat toch! Als foto kan ik dan ook enkel een foto van zijn ouders plaatsen (mijn grootouders). De baby die mijn grootmoeder in haar armen heeft ben ikzelf.

Gaspard en de blauwen

Dezelfde mensen van AKO verlenen ook hun medewerking aan de Scharnierreeks die de uitgeverij EPO in het leven heeft geroepen. Deze Scharnierreeks nu wil creatief te werk gaan, dat betekent dus dat zij nog niet eerder verschenen uitgaven opnemen. Wel vertrekt men van een thema en wij nemen aan dat over de uitwerking én over het resultaat in de groep van gedachten wordt gewisseld vooraleer men tot publicatie overgaat. Een dergeliike werkwijze levert meestal interessante werkjes op, waar nog weinig valt op aan te merken. Het nulnummer, « De verloren strijd van Gaspard », heeft als aanleiding (dat kon u al raden) de viering van 150 jaar België. Ander gepland werk zal gaan, over Tito, gastarbeiders, Belgisch Kongo, de milieubeweging, Nat Turner en kernenergie.
Gaspard dus. Wie zich nog ons stripverhaal over « Gaspard en Mr. De Blauwe » herinnert, zal wel reeds hebben begrepen dat Gaspard geen revolutionaire held is of zoiets, maar dat hij staat voor ‘het volk’, ‘de arbeider’. Deze benaming schijnt zijn oorsprong te vinden ten tijde van de Belgische revolutie toen de heersende klasse (blauwbloedig of politiek ‘blauw’) « het morrende, hongerende volk » minachtend aldus aanduidde.
Zoals gezegd valt er eigenlijk weinig aan te merken op dergelijke welgekomen alternatieve handboekjes. De paar opmerkingen die wij willen maken zijn bijgevolg te beschouwen als detailkritiek. Zo is er het procédé van de parallelmontage dat door de auteurs (Georges Timmerman en Evelyne Willemse) wordt gehanteerd. Als men zich streng aan dit aan de film ontleende systeem houdt, gaat dit vlug inspelen op de verwachtingen van de lezer en zijn verrassende wendingen zo goed als uitgesloten.
Politiek gezien valt er voor dit procédé wel iets te zeggen, want zeker in 1830 was het klassenonderscheid zo rigied dat de handeling zich praktisch uitsluitend parallel kon ontwikkelen.
Stilistisch is dit onderscheid evenwel niet bijzonder knap uitgewerkt. Dat het hier een schoolboek betreft is daaraan niet vreemd. Zo spreekt de burgerij (voertaal : Frans) hier een geaffecteerd Nederlands en « Gaspard » (voertaal : dialect) een kunstmatig « volks » taaltje. Buiten de dialogen wordt het onderscheid jammer genoeg ook niet gehandhaafd en zo kan je in de Gaspard-episode even goed vernemen dat er « in de roze morgenlucht ontelbare kleine schapenwolkjes in de lucht dreven ».
De taal is grammaticaal goed verzorgd, wat niet heeft belet dat een fout als « hij had geweest » (p. 20) er tussendoor is geglipt.

P.S. Het was natuurlijk weer een hopeloze zaak om hiervoor een gepaste afbeelding te vinden. Ik heb dan maar een foto van mijn grootvader Gustaaf op zijn duivenkot genomen. Daar lijkt hij wel erg op Gaspard, vind ik.