Jan Van Calsteren (1921-1999)

Jan Van Calsteren (1921-1999)

Het is vandaag ook twintig jaar geleden dat jeugdauteur Jan Van Calsteren is overleden. Ook weer iemand die blijkbaar door de mazen van het net is geglipt, want er is op het internet niets over hem terug te vinden, geen bio- of bibliografie dus, maar ook geen foto of zo. Daarom moeten we het maar doen met de illustratie die ik bij een recensie van een boekje van zijn hand had geplaatst. Het was een deeltje in de zogenaamde Scharnierreeks. Buiten onderstaand « De kinderen van Wounded Knee » werkte Van Calsteren in deze reeks ook nog mee aan « Laarzen »…
Lees verder “Jan Van Calsteren (1921-1999)”

Josip Broz Tito (1892-1980)

Vandaag is het zestig jaar geleden dat maarschalk Josip Broz Tito werd verkozen tot president van Joegoslavië. Hij zou de man worden die in zijn eentje het ongelooflijke kruidvat, dat Joegoslavië na zijn dood bleek te zijn, bij elkaar hield. Josip Broz Tito was ook het onderwerp van het eerste nummer van de zogenaamde Scharnierreeks voor het middelbaar onderwijs.
Lees verder “Josip Broz Tito (1892-1980)”

The Dreamers

Het enige boekje uit de Scharnierreeks dat ik niet heb gerecenseerd, is “The Dreamers” van Wim Houbrechts. En zoals het vaak gaat, de reden was juist dat ik er meer aandacht wou aan besteden dan louter een korte bespreking. Maar door allerlei omstandigheden is die “grotere aanpak” er nooit gekomen. Dertig jaar na datum kan ik aan de hand van mijn nota’s van toen wel nog aantonen wat ik juist van plan was…
Lees verder “The Dreamers”

Als echtgenoten echt scheiden

De Scharnierreeks van AKO/EPO opende haar derde jaargang met “Ma gaat er vandoor” van Mireille Cottenjé. Een boekje (een goeie veertig bladzijden) over echtscheiding voor veertienjarigen of daaromtrent, daar zaten we eerlijk gezegd op te wachten. Het is misschien daarom dat het resultaat zo tegenvalt. Dit is overigens niet de eerste keer, denken we maar aan vroeger besproken werkjes zoals “Pas op, daar komt Manuela” of “Marty’s zomer in Ierland”, die ook niet helemaal dàt waren (met enig voorbehoud voor “Marty”). Het blijkt dat de problematiek moeilijk te “vertellen” is voor kinderen. Net zoals in de realiteit dus. Of trappen we hiermee een open deur in?
De manier waarop Cottenjé het aanpakt is echter toch een echte afknapper. Dit boekje vertrekt eigenlijk van het fameuze zinnetje in een vastgelopen huwelijk: “Er moet toch meer zijn dan dit?”. Maar als we het dan gewoon inhoudelijk bekijken, dan wordt dat “meer” toch wel erg rooskleurig voorgesteld, ook al gebruikt de ontvoogde moeder-schrijfster sinaasappelkisten als kast. Toevallig werd op de televisie onlangs tweemaal “Je vais craquer” van François Letterier vertoond en die film hangt op een speelse wijze een veel juister beeld op van “the morning after”.
Afgezien daarvan (want een beetje “seksisme” zal wellicht niet vreemd zijn aan onze beoordeling: de vader wordt immers toch wel als een bijzonder grote lul – nou ja – voorgesteld) is dit rozegeur-maneschijn-verhaaltje gewoonweg slecht geschreven. Nemen we alleen nog maar de dialogen. Die zijn continu onecht, vals, gespeeld. Drie pagina’s in diverse situaties om dit te illustreren: pagina 21, 34 en 45. Vooral de jongeren zullen zich in dergelijk pseudo-volwassen gewauwel niet kunnen terugvinden. Spijtig. Te meer daar uit de gebruikelijke documentaire bijlage blijkt dat middelbare scholieren deze materie echt willen behandeld zien op school. Maar hoe dit aan de hand van zo’n prulletje mogelijk is, vragen we ons wel af. Misschien had de “pedagogische bijlage voor gebruik in de klas” ons op dat gebied wat wijzer gemaakt, maar jammer genoeg zat die er niet bij.

Referentie
Ronny De Schepper, Als echtgenoten echt scheiden, De Rode Vaan nr.44 van 1982

Huurlingen

« Jean is tweeëntwintig, al vier jaar werkloos en baalt van zijn saaie leventje. Avontuur en geld lokken hem wel en Jean laat zich als huurling recruteren om in een Afrikaans land voor flink wat geld te gaan knokken. De andere kant van de medaille is minder fraai : gruwelijk geweld, machtsmisbruik, duistere wapenhandel-praktijken, puur racisme ». Zo luidt de flaptekst van de jongste aflevering in de pedagogische Scharnierreeks, « Voor een handvol ponden ». En hij is « to the point ». We kunnen er enkel nog wat waarderende commentaar aan toevoegen, zoals dat het boekje ook de keerzijde van de medaille toont wat een film als « An officer and a gentleman » (foto) betreft (hoe goed hij ook mag gemaakt zijn — of misschien juist daarom !) of dat de auteur Mark Ruyters in een vlotte stijl schrijft die de 14-16-jarigen (voor wie het is bedoeld) wel zal aanstaan. Wie zich wil abonneren (430 fr) moet langs AKO passeren.

Referentie
Ronny De Schepper, Huurlingen, De Rode Vaan nr.24 van 1983

Gaspard en de blauwen

Dezelfde mensen van AKO verlenen ook hun medewerking aan de Scharnierreeks die de uitgeverij EPO in het leven heeft geroepen. Deze Scharnierreeks nu wil creatief te werk gaan, dat betekent dus dat zij nog niet eerder verschenen uitgaven opnemen. Wel vertrekt men van een thema en wij nemen aan dat over de uitwerking én over het resultaat in de groep van gedachten wordt gewisseld vooraleer men tot publicatie overgaat. Een dergeliike werkwijze levert meestal interessante werkjes op, waar nog weinig valt op aan te merken. Het nulnummer, « De verloren strijd van Gaspard », heeft als aanleiding (dat kon u al raden) de viering van 150 jaar België. Ander gepland werk zal gaan, over Tito, gastarbeiders, Belgisch Kongo, de milieubeweging, Nat Turner en kernenergie.
Gaspard dus. Wie zich nog ons stripverhaal over « Gaspard en Mr. De Blauwe » herinnert, zal wel reeds hebben begrepen dat Gaspard geen revolutionaire held is of zoiets, maar dat hij staat voor ‘het volk’, ‘de arbeider’. Deze benaming schijnt zijn oorsprong te vinden ten tijde van de Belgische revolutie toen de heersende klasse (blauwbloedig of politiek ‘blauw’) « het morrende, hongerende volk » minachtend aldus aanduidde.
Zoals gezegd valt er eigenlijk weinig aan te merken op dergelijke welgekomen alternatieve handboekjes. De paar opmerkingen die wij willen maken zijn bijgevolg te beschouwen als detailkritiek. Zo is er het procédé van de parallelmontage dat door de auteurs (Georges Timmerman en Evelyne Willemse) wordt gehanteerd. Als men zich streng aan dit aan de film ontleende systeem houdt, gaat dit vlug inspelen op de verwachtingen van de lezer en zijn verrassende wendingen zo goed als uitgesloten.
Politiek gezien valt er voor dit procédé wel iets te zeggen, want zeker in 1830 was het klassenonderscheid zo rigied dat de handeling zich praktisch uitsluitend parallel kon ontwikkelen.
Stilistisch is dit onderscheid evenwel niet bijzonder knap uitgewerkt. Dat het hier een schoolboek betreft is daaraan niet vreemd. Zo spreekt de burgerij (voertaal : Frans) hier een geaffecteerd Nederlands en « Gaspard » (voertaal : dialect) een kunstmatig « volks » taaltje. Buiten de dialogen wordt het onderscheid jammer genoeg ook niet gehandhaafd en zo kan je in de Gaspard-episode even goed vernemen dat er « in de roze morgenlucht ontelbare kleine schapenwolkjes in de lucht dreven ».
De taal is grammaticaal goed verzorgd, wat niet heeft belet dat een fout als « hij had geweest » (p. 20) er tussendoor is geglipt.

P.S. Het was natuurlijk weer een hopeloze zaak om hiervoor een gepaste afbeelding te vinden. Ik heb dan maar een foto van mijn grootvader Gustaaf op zijn duivenkot genomen. Daar lijkt hij wel erg op Gaspard, vind ik.

De Scharnierreeks? Ja, bedankt!

“Kernenergie ? Nee, bedankt” van Willy De Greef is het zesde deeltje in de cursorische lectuurreeks voor middelbare scholieren van AKO. Trouwe lezers zullen opmerken dat het slechts de vierde aflevering is die we bespreken, maar dit is een inconsequentie, waaraan de redactie totaal vreemd is.
Dit werkje (43 blz.) past volledig in het kader van de voorgaande afleveringen (we kunnen dus kort zijn), dat wil zeggen dat het er zowel de kwaliteiten als de tekortkomingen van heeft. Met de nadruk op kwaliteiten. De grootste tekortkoming is alweer de nogal slordige stijl, zonder dat we nu echt op “schoon schrift” willen aansturen. Misschien bezien wij het hele project ook een beetje te veel met het oog van een (gewezen) leraar Nederlands en kaderen de boekjes beter binnen de lessen zedenleer of maatschappelijke vorming. Wat dan weer niet inhoudt dat we niet zouden pleiten voor discussielessen in het kader van het vak Nederlands (i.p.v. die vaak wereldvreemde literatuur), noch voor een onverzorgde taal in de andere lessen.

Referentie
Ronny De Schepper, De Scharnierreeks? Ja, bedankt! De Rode Vaan nr.16 van 1981