Bert Popelier

00Welke dichter hadden we beter kunnen selecteren voor een lentenummer dan Bert Popelier (°Passendale 1945). Uiteraard niet wegens een goedkope allusie op zijn familienaam — nee, zo zijn we niet — maar wegens zijn monoloog « Klei en Vuur » (waaruit bovenstaand fragment), op scène gebracht door Gerda Marchand als de slavin Io, sprekend tot Prometheus. Dit is een klassiek gebeeldhouwde tekst, waarin het conflict emotie-ratio, het gevaar van de kennis, van de macht (in contrast met diverse facetten van de onderworpenheid : vrouw, slavin, hoer…) poëtisch-dramatisch wordt uitgepuurd. De elementen worden in theatrale vorm tegen elkaar uitgespeeld : vuur, aarde, water, of Prometheus, de pottenbakster, de visser. Een conflict dat dramatisch gerealiseerd wordt in de (liefdes}relatie tussen meester en slavin. Een taalvirtuositeit die zich uit in strakke stijl en zeer precieze woordenkeuze, maakt « Klei en Vuur » tot een waardevol kleinood.
« De plek dichtst bij de maan » daarentegen is een dialoog in zes scènes, een verbale bezwering van angsten via symbolen, surrogaatoplossingen, via het woord, het benoemen zelf. In deze toneeltekst creëren de man en de vrouw zichzelf en hun relatie uit de chaos, maar keren daartoe naar de essentie van die chaos terug. De wanorde wordt middel en doel om aan die wanorde te ontsnappen. Popelier heeft daarvoor wel zeer ingewikkelde taalstructuren gekozen die zichzelf als leestekst nauwelijks realiseren. Als toneeltekst lijkt de begrijpelijkheid me gezien het bijkomend aspect van de vluchtigheid dan ook helemaal zoek. Toch werd het stuk in november ’85 in de VUB gespeeld.

Referenties
Johan de Belie in De Rode Vaan nr.12 van 1986.
Bert Popelier, Klei en Vuur, Bladen voor de Poëzie n’ 1, Poëziecentrum, 250 fr.
Bert Popelier, De plek dichtst bij de maan, Poëziecentrum, 295 fr.