Emmy Verhey wordt zeventig…

Emmy Verhey wordt zeventig…

De Nederlandse violiste Emmy Verhey (medestudente van Vera Beths) wordt het meest vereenzelvigd met het romantische repertoire, meer bepaald met Peter Tsjaikovski. Op 3 september 1962 speelde ze in het Kurhaus in Scheveningen al zijn beroemde vioolconcert en op haar zeventiende was zij de jongste laureaat op de Internationale Tsjaikovskiwedstrijd in Moskou en kreeg naar aanleiding hiervan haar eerste platencontract. Toch kan zijzelf kan deze opvatting maar matig appreciëren, omdat ze ook barok en hedendaags speelt. Ze speelt zelfs op het album Hoe sterk is de eenzame fietser van Boudewijn de Groot uit september 1973, meer bepaald de vioolsolo in De Reiziger. Eind jaren zeventig kocht Verhey de ‘Earl Spencer’ Stradivarius-viool uit 1723 die zij bespeelde tot zij eind jaren negentig een viool van Andrea Guarneri uit 1676 kocht. Een en ander heeft te maken met de dood van haar man Paul Vossen maar hoe de vork precies in de steel zit, weet ik niet.

Aga Winska wordt 55…

Aga Winska wordt 55…

De coloratuursopraan Aga Winska werd geboren op 13 maart 1964 onder de naam Agata Winnicka. Haar vader speelde fagot in de opera en daar heeft hij haar moeder leren kennen die daar hobo en piano combineerde en ook zong, maar later werd ze lerares fysica. Agata kreeg een opleiding als fluitiste, pianiste en zelfs als balletdanseres. Ze nam deel aan ECOV 1987 en werd datzelfde jaar winnares van de Elisabethwedstrijd, waarover ik destijds verslag uitbracht in De Rode Vaan…
Lees verder “Aga Winska wordt 55…”

Kiri Te Kanawa wordt 75…

Kiri Te Kanawa wordt 75…

De Nieuw-Zeelandse operazangeres Kiri Te Kanawa heet eigenlijk Claire May Teresa Rawstron en is geboren op °6/3/1944 uit een occasionele relatie van een Maori-vader (Tieki “Jack” Wawatai) en een Europese moeder (Noeleen Rawstron). Ze werd in Nieuw-Zeeland door pleegouders opgevoed, aangezien ze werd achtergelaten toen ze amper tien dagen oud was. Deze pleegouders waren ook van gemengd ras: Atama “Tom” Te Kanawa was een succesrijk bedrijfsleider en zijn blanke vrouw Nell leidde een hotelletje. Deze vrouw was heel autoritair en drukte haar stempel op Kiri’s jeugd, die dus – ondanks de weelde waarin ze nu werd grootgebracht – allesbehalve gelukkig was. Ze was b.v. heel timide en wilde helemaal niet zingen in het openbaar. Maar moeders wil was wet.

Lees verder “Kiri Te Kanawa wordt 75…”

De religieuze sensualiteit van Philip Defrancq

De religieuze sensualiteit van Philip Defrancq

25 jaar geleden verscheen in Het Laatste Nieuws volgend artikel.

Met de komische aria van John Cage doet de Vlaamse tenor Philip Defrancq op zijn eerste cd Singing through een poging om hedendaagse muziek ingang te doen vinden bij het grote publiek. Singing through betekent immers
zoveel als « al zingend grenzen doorbreken ».
Naast Cage wil ook de rest van de CD bruggen slaan tussen diverse publieken. En dat gaat dan van Heinrich Schutz tot Samuel Barber over Carl Philipp Emanuel Bach en Hugo Wolf. De grootste band is nog dat bijna alle liederen een zekere vorm van religiositeit vertonen. Geen eng-kerkelijke religiositeit, integendeel zelfs, want Defrancq ziet overeenkomsten tussen sacraliteit en sensualiteit.
Daarmee bedoelt hij dan allicht de Engelse liederen van Joseph Haydn, waarin hij zijn fascinatie voor het theatrale ten volle kan uitleven. Nadat hij eerst trompetstudies had aangepakt, voelde hij zich immers precies door die theatraliteit tot de zang geroepen. Daarvoor ging hij naar de beroemde Guildhall School of Music and Drama in Londen, waar hij o.a. les volgde bij Emma Kirkby. een grote naam op het gebied van vocale barokmuziek, die hem liefde voor de authentieke uitvoeringspraktijk bijbracht. Vandaar ook dat Philippe Defrancq op deze cd wordt begeleid door specialist terzake Guy Penson, die nu eens een clavecimbel en dan weer een pianoforte of een moderne piano bespeelt, afhankelijk van het gebrachte werk.
Deze cd is duidelijk als visitekaartje is bedoeld. Of zoals we in het inlegboekje lezen: “Bij de keuze van de muziek lieten de samenstellers zich vooral leiden door de fascinatie rond taal, woord, klank en de stilte ervan.” De CD “Singing through” kan worden besteld bij Philip Defrancq, Beverenstraat 27, 8830 Hooglede, tel.051/20.95.06.
Om zijn honger naar hedendaagse muziek te stillen trok Defrancq daarna naar Wenen waar hij in de leer ging bij de avantgardiste Linda Hirst. Philip Defrancq heeft trouwens een hedendaags programma, waarbij hij niet enkel Cage maar ook Berio en Philip Glass zingt. Momenteel laat hij zich coachen door Lydia Risack-Lesage. Toen hij in “Evgeny Onegin” in de Vlaamse Opera het kleine komische rolletje van Triquet voor zijn rekening nam, sprak intendant Marc Clémeur de onsterfelijke woorden: “Plus est en vous.” Hij heeft ook met Transparant gewerkt, met Rudolf Werthen en met Patrick Peire. Daarnaast heb ik hem ook nog op de Nozze-CD van Sigiswald Kuijken uit 1998, waarop hij de rol van Don Curzio vertolkt.

Lees verder “De religieuze sensualiteit van Philip Defrancq”

Bernard Haitink wordt negentig…

Bernard Haitink wordt negentig…

De Nederlandse dirigent Bernard Haitink viert vandaag zijn negentigste verjaardag.

Bernard Haitink begon op jonge leeftijd met vioolspelen en volgde lessen bij Charles van de Rosière, violist in het Concertgebouworkest. Daarna studeerde hij aan het Conservatorium van Amsterdam, waar hij tevens orkestdirectie studeerde bij Felix Hupka. In 1954 en 1955 nam hij deel aan de dirigentencursus van de Nederlandse Radio Unie onder leiding van Ferdinand Leitner. Na de tweede cursus werd hij tot dirigent bij de NRU benoemd. Haitink gaf concerten met onder meer het Radio Philharmonisch Orkest en het Omroeporkest. Toen op 8 december 1955 Paul van Kempen, de chef-dirigent van het Radio Philharmonisch Orkest overleed, nam Haitink alle geplande concerten van hem over. Per 1 januari 1957 werd Haitink tot chef-dirigent van dit orkest benoemd.
Ondertussen was Haitink op 7 november 1956 gedebuteerd bij het Concertgebouworkest. Nadat op 13 april 1959 de chef-dirigent van het Concertgebouworkest, Eduard van Beinum, plotseling was overleden, werden in 1961 Bernard Haitink en Eugen Jochum samen tot chef-dirigent benoemd. Vanaf 1964 bekleedde Haitink als enige deze positie, tot 1988. Later werd Nikolaus Harnoncourt aangetrokken als tweede dirigent.
Haitink bouwde de internationale vermaardheid van het Concertgebouworkest flink uit, mede door de vele plaatopnamen en door de internationale tournees. Tegelijkertijd werden nationaal en internationaal de kwaliteiten van Haitink meer en meer gewaardeerd. Dat resulteerde in gastdirecties bij de beste orkesten ter wereld. Van 1967 tot 1979 was Haitink eerste dirigent van het London Philharmonic Orchestra en van 1978 tot 1988 music director van het Glyndebourne Music Festival, waar hij o.m. de vrouwelijke dirigente Sian Edwards onder zijn hoede nam.
In eigen land dirigeerde Haitink een uitgebreid en gevarieerd repertoire, waarin ook de eigentijdse muziek niet ontbrak. Ook toonde hij een bijzondere affiniteit met Franse muziek van onder anderen Debussy en Ravel. Toch was zijn reputatie grotendeels gebaseerd op zijn vertolkingen van de muziek der grote meesters van de Duits-Oostenrijkse school uit de classicistische en vooral romantische periodes (Beethoven, Schubert, Brahms, Bruckner, Mahler, Strauss).
Hij werd aan het eind van de jaren zestig door sommigen beschouwd als de voornaamste exponent van het in hun ogen conservatieve programmabeleid van het Concertgebouworkest. In 1969 kwam het tot acties van de Notenkrakers, een actiegroep van componisten met als voornaamste vertegenwoordigers Jan van Vlijmen, Misha Mengelberg, Reinbert de Leeuw, Louis Andriessen en Peter Schat, gesteund door o.a. de schrijver Harry Mulisch. Om hun eisen voor een vooruitstrevender en democratischer programmabeleid kracht bij te zetten, verstoorden ze op 17 november 1969 een door Haitink geleid concert. Zij probeerden hem tot een openbare discussie te bewegen, maar werden de zaal uitgewerkt door suppoosten en concertbezoekers, die voor het merendeel Haitinks kant hadden gekozen. Het geplande fluitconcert van Johann Joachim Quantz werd echter niet meer ten gehore gebracht, zodat de verstoring wel doel had getroffen. Naar aanleiding van de acties kwam er meer openheid van de kant van het Concertgebouworkest, maar het streven van de Notenkrakers om Bruno Maderna naast Haitink aan te stellen voor het dirigeren van experimentele muziek haalde het niet.
In 1979-1981 was de Rus Kirill Kondrasjin, die als Sovjet-balling in Nederland leefde, als vaste dirigent naast Haitink aangesteld bij het Concertgebouworkest. Haitink verklaarde later dat het vooral Kondrasjin was die hem had gebracht tot de muziek van Sjostakovitsj, van wie hij de complete reeks symfonieën heeft opgenomen met het Concertgebouworkest en het London Philharmonic Orchestra.
In de vroege jaren tachtig werd de overheidssubsidie van het Concertgebouworkest ernstig bedreigd, waardoor 23 musici hun baan hadden kunnen verliezen. Haitink kondigde toen zijn vertrek aan als deze plannen zouden doorgaan. Uiteindelijk werd er niet gesnoeid in de subsidie en bleef hij nog een aantal jaren bij het orkest.
In 1987 werd Haitink music director van het Londense Royal Opera House Covent Garden, waarna hij in 1988 het chef-dirigentschap van het Concertgebouworkest beëindigde. Hij werd opgevolgd door Riccardo Chailly. Het afscheid van het Amsterdamse ensemble verliep niet zonder strubbelingen. Er was een diepgaand conflict tussen Haitink en de toenmalige orkestdirectie. Pas in 1999 werd de verstandhouding genormaliseerd en sindsdien staat Haitink weer geregeld voor het orkest, met de titel “eredirigent”.
Hij bleef tot 1998 aan Covent Garden verbonden. Hij werd er opgevolgd door de Amerikaan Antonio Pappano, die van de Muntschouwburg kwam. Sindsdien vervulde Haitink minder langdurige chef-dirigentschappen bij de Sächsische Staatskapelle Dresden (2002-2004) en het Chicago Symphony Orchestra (2006-2010).
Op 7 november 2006 herdacht het Koninklijk Concertgebouworkest met een galaconcert onder zijn leiding (‘Goud voor Haitink’) de dag waarop hij vijftig jaar eerder voor het eerst voor het orkest stond. Op het programma stonden twee werken van Gustav Mahler: de Vierde Symfonie (met de sopraan Christine Schäfer) en Das Lied von der Erde (gezongen door de alt Anna Larsson en de tenor Robert Dean Smith).

Lees verder “Bernard Haitink wordt negentig…”