In augustus 2018 heb ik het boek “The travelling hornplayer” van Barbara Trapido gelezen. Ik was er helemaal ondersteboven van. (Foto Pinterest)

Maar eerst een beetje biografische gegevens op basis van Wikipedia: “Barbara (Louise) Trapido, geboren in 1941 als Barbara Schuddeboom, is een Britse romanschrijfster, geboren in Zuid-Afrika, met Duitse, Deense en Nederlandse voorouders. Ze werd geboren in Kaapstad en groeide op in Durban. Ze studeerde aan de Universiteit van Natal, waar ze in 1963 haar bachelordiploma behaalde, voordat ze naar Londen emigreerde. Na vele jaren lesgeven werd ze in 1970 fulltime schrijfster.
Trapido heeft zes romans gepubliceerd
(ondertussen zijn het er zeven), waarvan er drie genomineerd zijn voor de Whitbread Prize. Haar semi-autobiografische roman Frankie & Stankie , een van de genomineerden, die gaat over opgroeien als blanke onder apartheid, kreeg veel aandacht van critici, voornamelijk positief. Het boek stond ook op de longlist voor de Booker Prize.
Barbara Trapido woont met haar gezin in Oxford en sommige van haar boeken (The Hornplayer b.v.) hebben een link met Oxford.
“
En dan is het woord aan Sue Dickman, omdat die precies dezelfde ervaring doormaakte als ik: “De boeken van Barbara Trapido vormen niet bepaald een traditionele serie. Toch delen vier van haar zeven romans een gemeenschappelijke groep personages en bieden ze, indien in de juiste volgorde gelezen, een deel van het leesplezier van een serie – met name de kans om terug te keren naar een geliefd fictief universum en de personages door de tijd heen opnieuw te ontmoeten.
De ironie is dat ik, toen ik Trapido voor het eerst ontdekte, geen idee had dat haar boeken met elkaar verbonden waren. Ik begon zelfs met de laatste van de vier, haar roman The Travelling Hornplayer uit 1998, waarvan ik zonder enige voorkennis genoot. Maar pas toen ik de connectie met haar drie eerdere romans – Brother of the More Famous Jack uit 1982 (*), Temples of Delight (1990) en Juggling (1994) – ontdekte en de boeken in de juiste volgorde las, kon ik de volledige omvang van Trapido’s creatie, haar unieke genialiteit, waarderen. Het zal dus geen verrassing zijn dat mijn eerste advies is om haar boeken in de juiste volgorde te lezen, of in ieder geval de vier boeken die met elkaar verbonden zijn. Haar drie losstaande romans — Noah’s Ark (1984), Frankie and Stankie (2003) en Sex and Stravinsky (2010) — zijn ook allemaal fantastisch en kunnen in willekeurige volgorde gelezen worden.
“
Dat kan ik dus volledig onderschrijven. Het is zelfs zo dat ik in het begin geen snars begreep van wat ik las. Ik had om te beginnen al niet opgemerkt dat zes van de zeven hoofdstukken een verschillende “auteur” hebben (uiteraard niet letterlijk, ik heb het over het gezichtspunt, the viewpoint). Ik werd dus overvallen door een massa personages, waarmee – naar ik vermoed – je dus al beter kunt kennis hebben gemaakt in de drie voorgaande romans, en die pas in het zevende hoofdstuk allemaal met elkaar in contact komen op een feest in Oxford. Het was dus al een mirakel dat ik heb doorgelezen. Logisch zou eerder geweest zijn dat ik het boek terzijde zou hebben gelegd. Maar het was alsof ik voorvoelde dat dit ooit allemaal op één punt zou samenkomen…
Ik ga mijn vrouw dan ook aanraden om de boeken in de juiste volgorde te lezen (voor mij is dit nu helaas te laat), ook al omdat het thriller-schrijver Michael Dibdin is die Trapido heeft aangespoord de “serie” door te zetten (al moet je daaruit nu ook weer niet afleiden dat het om thrillers zou gaan). “Het werk van Trapido is vergeleken met dat van talloze schrijvers (Iris Murdoch, Ann Tyler, Flann O’Brien, om er maar een paar te noemen), maar het is onmiskenbaar haar eigen stijl,” zo besluit Dickman terecht.
Ook Christina Patterson (Trapido is duidelijk a women’s writer) benadrukt de overeenkomst met Iris Murdoch: “Barbara Trapido’s eigen troostboek is, zo heeft ze gezegd, Iris Murdochs debuutroman Under the Net , een boek dat ze bewondert vanwege de ‘lichtheid, helderheid en sprankeling’. Deze kwaliteiten zijn zo alomtegenwoordig in haar eigen fictie dat ze praktisch haar handelsmerk zijn. Haar drie meest recente romans vormen een trio van onderling verbonden komedies, elk met een cast van Shakespeariaanse proporties en elk gestructureerd rond een ander motief. (…)
Trapido wilde het daarbij laten
(na twee romans, RDS) , maar, zegt ze, ‘een vriend die ook schrijfster is (Dibdin dus) zei: ‘nou, je moet er nu drie schrijven, je kunt er niet zomaar twee schrijven, dus ik heb die suggestie gretig aangegrepen.’
Het resultaat was De reizende hoornspeler, gestructureerd rond Schuberts liedcyclus Die schöne Müllerin , waarin Katherine en Jonathan op middelbare leeftijd terugkeren en samenkomen met personages uit de eerste twee romans van de trilogie. Alle drie de verhalen zijn doordrenkt met Trapido’s liefde voor literatuur en muziek, vol literaire toespelingen, toevalligheden en plotwendingen, en gebracht met epigrammatische humor. Ze zijn grappig, sexy en ontroerend en lokken recensies uit waarin woorden als ‘verleidelijk’, ‘onweerstaanbaar’ en ‘charmant’ veelvuldig voorkomen.
” Het slot van dit artikel is evenwel een beetje een afknapper: ik was dus zo enthousiast dat ik al de andere boeken uit de reeks ook heb gelezen. Maar het leesplezier nam af met elk boek. Zodat ik uiteindelijk zelfs aan mijn oorspronkelijk enthousiasme begin te twijfelen…

Ronny De Schepper

(*) Een enigmatische titel. Op p.15 komen we hem al letterlijk tegen, maar daar gaat het over de Ierse dichter William Butler Yeats, die overigens wél bekender was dan zijn schrijvende broer Jack. En uiteraard schieten we daar niks mee op, want zij zijn in het boek slechts “a passing glimpse” om het met hun confrater Robert Frost te zeggen. Misschien staat Jack voor Jonathan Goldberg, de (bekendere?) broer van Roger, waarop de ik-persoon (Katherine) verliefd wordt? (De ik-persoon wordt dus wel degelijk verliefd op Roger, wat in de vorige zinsconstructie niet duidelijk is. En mijn veronderstelling wordt bevestigd op p.106 als Roger met haar heeft gebroken en ze troost vindt bij haar professor, de vader van de twee broers.)

4 gedachtes over “Barbara Trapido wordt 85…”

  1. Zoals ik hierboven reeds te kennen geef, heb ik daarna hemel en aarde verzet om die drie andere boeken, die zogezegd samen met de Hornplayer een tetralogie vormen, in huis te halen. En als ik zeg “hemel en aarde” mag je dat haast letterlijk nemen: zowel de Standaard Boekhandel als amazon.com als bol.com als nog een boekenverkoopsite waarvan ik de naam zelfs ben vergeten kwamen eraan te pas. Maar ik ben erin geslaagd. Om dan verdomme vast te stellen dat al die boeken zo goed als niks met elkaar te maken hebben. Akkoord, de centrale figuur in de Hornplayer is Stella Goldman, het meisje dat helemaal op het einde van “The More Famous Jack” wordt geboren. Maar dat is tot hiertoe de ENIGE band die ik heb kunnen achterhalen. En dat brengt me eigenlijk niets verder, want de Hornplayer vertelt dus de avonturen van de generatiegenoten van Stella, waarvan er dus niemand is die ook maar geboren is op het moment van “The More Famous Jack”. En met de andere boeken heb ik tot hiertoe GEEN ENKELE band kunnen ontdekken (al moet ik ze eigenlijk nog beginnen lezen, moet ik wel eerlijk toegeven, maar ik heb al wat opzoekingswerk gedaan). Dus: laat dit een waarschuwing zijn!
    Wat die tetralogie betreft, ben ik dus duidelijk “in ’t zak gezet” (waarom wordt er dan wel een onderscheid gemaakt met de twee andere boeken van Trappido, “Frankie & Stankie” en “Noah’s Ark”, zo vraag ik me af), maar moet ik dan ook ontgoocheld zijn over mijn aankoop? Niet echt, nee, Trapido is natuurlijk even “witty” in deze boeken als in de Hornplayer. Maar “The More Famous Jack” heeft wel niets van de subtiele structuur die de Hornplayer kenmerkte. Het is gewoon een straightforward verhaal. Grappig zeker, soms intens, maar soms ook nogal oppervlakkig. Op basis van DIT boek zou ik me zeker al die moeite hebben bespaard. Het is te erudiet om van “chic lit” te spreken, maar soms heeft het er wel wat van weg…
    ’t Is maar dat ge ’t weet (en nu zou hier een smiley moeten staan, maar dat gaat blijkbaar niet).

    Like

  2. Ondertussen ben ik ook “Temples of delight” aan het lezen en deze keer wind ik er geen doekjes meer om: CHIC LIT! Dat wordt trouwens “bewezen” door het feit dat hier terloops het zelfmoord plegen met behulp van een blok ijs wordt vermeld, wat later door Lize Spit tot een volwaardig boek zal worden uitgewerkt.
    Oh ja, waarom het boek “Temples of delight” heet? Geen idee. Let op, tempels genoeg, hoor, met die uit Mozarts “Toverfluit” op kop. Maar delight? ’t Is maar hoe je’t opvat…

    Like

  3. Uiteindelijk heb ik dan toch maar ook “Juggling” gelezen en het dient gezegd: hier is er wél een duidelijke link met “Temples of delight” (een gedeelte van het verhaal wordt nog eens hernomen vanuit een andere invalshoek), terwijl “The travelling hornplayer” zich ook al aankondigt.
    Titel? “And – something I have never noticed before – (she wrote) Macbeth calls the witches ‘juggling friends’. To ‘juggle’ is to deceive. Classic case of transference. Mr Axe Man himself can murder his way to the throne in the dead of night, but it’s jugglers who deceive? This does not apply to my juggler. Nor does it apply to Dulcie. She juggles. They both juggle, but neither of them deceives. Others deceive, not they.” (p.218)
    Conclusie? Met voorsprong de minste van de vier.

    Like

  4. Hay Ronny, bij toeval raakte ik verzeild op deze pagina zoekend naar sporen van mijzelf op het web. Dat doe ik periodiek. Mijn nicht Barbara Trapido-Schuddeboom en ik zijn naamgenoten. Onze vaders waren broers. Wanneer je in contact met Barbara wilt komen aangezien je nogal wat werk verzet hebt om haar boeken te lezen, kan ik dat wel regelen. MVG, Barbara

    Geliked door 1 persoon

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.